Menu

Bhagavata Parampara - Srila Visvanatha Cakravarti Thakura

Gepubliceerd 2017
Herzien 17 juni 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

Uit: Madhurya-kadambini, Inleiding - De levensgeschiedenis van
Srila Visvanatha Cakravarti Thakura

1ste Druk 2018, Gaudiya Vedanta Publications.

nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




Srila Visvanatha Cakravarti Thakura

Visvanatha De levensgeschiedenis van
Srila Visvanatha Cakravarti Thakura

Srila Visvanatha Cakravarti Thakura verscheen in een brahmaanse familie in de gemeenschap van Radhiya uit het district Nadiya in West-Bengalen. Hij was gevierd bij de naam Hari-vallabha en had twee oudere broers, Ramabhadra en Raghunatha. In zijn jeugd volbracht hij zijn studie grammatica in het dorp Devagrama. Daarna bestudeerde hij devotionele geschriften bij zijn geestelijk leermeester aan huis in het dorp Saiyadabada in het district Mursidabad. Toen hij in Saiyadabada woonde, schreef hij Bhakti-rasamrta-sindhu-bindu, Ujjvala-nilamani-kirana en Bhagavatamrta-kana. Kort daarna onttrok hij zich aan het huiselijke leven en ging naar Vrndavana, waar hij diverse andere boeken en commentaren schreef.

Nadat Sri Caitanya Mahaprabhu en de Zes Gosvami's van Vraja waren verdwenen, bleef de stroom onvermengde toewijding (suddha-bhakti) doorvloeien onder invloed van drie grote peroonlijkheden: Srila Narottama dasa Thakura, Srinivasa Acarya en Sri Syamananda Prabhu. Srila Visvanatha Cakravarti Thakura is vierde in de disciplinaire opvolging afkomstig van Srila Narottama dasa Thakura.

De discipel van Srila Narottama dasa Thakura, Srila Ganga-narayana Cakravarti Mahasaya, woonde in Balucara Gambhila in het district Mursidabad. Hij had een dochter genaamd Visnupriya, maar geen zoons en hij adopteerde de toegewijde, Sri Krsna-carana. Krsna-carana was de jongste zoon van een andere leerling van Srila Narottama dasa Thakura, genaamd Ramakrsna Bhattacarya uit de brahmaanse gemeenschap van Varendra. Sri Krsna-carana's leerling was Sri Radharamana Cakravarti, de geestelijk leermeester van Srila Visvanatha Cakravarti Thakura.

In Sarartha-darsini Srila Visvanatha Cakravarti Thakura's commentaar op Srimad-Bhagavatam heeft hij het volgende vers geschreven aan het begin van de vijf hoofdstukken, die de rasa-dans (Rasa-pancadhyayi) beschrijven.

sri-rama-krsna-ganga-caranannatva gurunuru-premnah
srila-narottama-natha sri-gauranga-prabhum naumi


Hier verwijst de naam 'Sri Rama' naar Srila Visvanatha Cakravarti Thakura's geestelijk leermeester, Sri Radharamana; 'Krsna' verwijst naar zijn grootvader geestelijk leermeester, Sri Krsna-carana; 'Ganga-carana' verwijst naar zijn overgrootvader geestelijk leermeester, Sri Ganga-carana; 'Narottama' verwijst naar zijn betovergrootvader geestelijk leermeester, Srila Narottama dasa Thakura; en het woord 'natha' verwijst naar Sri Lokanatha Gosvami, de geetelijk leermeester van Srila Narottama Thakura. Op deze manier biedt hij zijn eerbetuigingen aan allen in zijn disciplinaire opvolging tot en met Sriman Mahaprabhu.

Afwijzing van de opvatting van de atibadi(*) Rupa Kaviraja

_______________________

(*) Een lid van een van de elf ongeauthoriseerde gemeenschapen van sahajiya, die hun eigen methoden voor toegewijde dienst bedenken.


Hemalata Thakurani was de geleerde Vaisnavi dochter van Srinivasa Acarya. Een vervreemde leerling van haar, genaamd Rupa Kaviraja, bedacht zijn eigen doctrine, die de filosofische conclusies van het Gaudiya vaisnavisme tegenspraken. Hij onderwees, dat de positie van acarya alleen kon worden bekleed door iemand in de wereldverzakende levensorde - nooit door een burger. Rupa Kaviraja veronachtzaamde de noodzaak om vidhi-marga (het pad van gereguleerd devotionele beoefening) te volgen en propageerde een zogenaamde raga-marga (doctrine van spontane affectie), die ongedisciplineerd en onorderlijk was. Zijn nieuwe leer stelde, dat men horen en chanten achterwege kon laten en raganuga-bhakti kon volgen door middel van herinnering alleen. Hierdoor heeft Hemalata Thakurani ervoor gezorgd, dat Rupa Kaviraja werd geroyeerd uit de Gaudiya Vaisnava gemeenschap. Sindsdien kennen de Gaudiya Vaisnava's hem als een atibadi.

Gelukkig was in die tijd Srila Cakravarti Thakura aanwezig en hij weerlegde de verkeerde conclusies van Rupa Kaviraja in zijn Sarartha-darsini commentaar op Canto Drie van Srimad-Bhagavatam. Srila Cakravarti toonde onweerlegbaar aan, dat gekwalificeerde, burgerlijke nakomelingen van een acarya als acarya mogen optreden. Hij zei, dat het onwettig is en tegen de stellingen van de geschriften indruist, wanneer ongeschikte nakomelingen van acarya-families de titel 'Gosvami' aannemen vanwege hun begeerte naar discipelen en rijkdom.

De burgerleerlingen in de lijn van de zoon van Sri Nityananda Prabhu, Virabhadra, en de nakomelingen van de gediskwalificeerde zonen van Sri Advaita Acarya kennen de titel 'Gosvami' toe aan anderen en aanvaarden zelf de titel, maar dit wordt door Vaisnava acaryas als onjuist beschouwd. Hoewel Srila Cakravarti Thakura als acarya optrad, gebruikte hij nimmer de titel 'Gosvami', waarmee hij de dwaze en ongeschikte nakomelingen van de tegenwoordige acarya-families een voorbeeld geeft.

Het beschermen van de standaard van de Gaudiya Vaisnava Sampradaya door Srila Baladeva Vidyabhusana

Op oudere leeftijd bevond Srila Visvanatha Cakravarti Thakura zich meestentijds in een halfbewuste of innerlijke staat en was diep verzonken in bhajana. In die tijd barstte een debat los in Jaipur tussen de Gaudiya Vaisnava's en de Vaisnava's, die de leer van svakiya, Krsna's spel en vermaak in de smaak van echtelijke liefde, volgden.

De Vaisnava's uit het vijandelijke kamp (in de lijn van Sri Ramanuja) hadden Koning Jaya Singh II van Jaipur doen geloven, dat de verering van Srimati Radhika samen met Sri Govindadeva door de geschriften niet wordt onderbouwd. Hun overtuiging was, dat de naam van Srimati Radhika in Srimad-Bhagavatam noch in de Visnu Purana wordt genoemd en dat Ze nooit met Sri Krsna door middel van een vedisch ritueel in de echt werd verbonden.

De tegendraadse Vaisnava's beweerden verder, dat de Gaudiya Vaisnava's niet tot een erkende sampradaya of disciplinaire opvolging behoorden. Sinds 's mensenheugenis zijn er vier Vaisnava samradayas geweest: de Sri Sampradaya, de Brahma Sampradaya, de Rudra Sampradaya en de Sanaka (Kumara) Sampradaya. In dit tijdperk van Kali zijn de leidende acaryas van deze vier sampradayas achtereenvolgens Sri Ramanuja, Sri Madhva, Sri Visnusvami en Sri Nimbaditya. De Ramanuja Vaisnava's zeiden, dat Gaudiya Vaisnava's zich buiten deze vier sampradayas bevonden en daarom geen zuivere lijn van geestelijk leermeesters hadden. Verder beweerden ze, dat de Gaudiya Vaisnava's niet in een erkende Vaisnava disciplinaire lijn konden volgen, omdat ze niet over een eigen commentaar op de Brahma-sutra (ook Vedanta-sutra) beschikten.

Maharaja Jaya Singh wist, dat de vooraanstaande Gaudiya Vaisnava acaryas van Vrndavana volgelingen waren van Srila Rupa Gosvami en riep hen naar Jaipur om de uitdaging van de Sri Ramanuja Vaisnava's aan te nemen. De hoogbejaarde Srila Cakravarti Thakura werd volkomen geabsorbeerd door de transcendente zegen van bhajana en vaardige zijn leerling, Srila Baladeva Vudyabhusana, af naar de conferentie in Jaipur. Gaudiya Vaisnava vedantacarya Sri Baladeva Vidyabhusana, het kroonjuweel van de afvaardiging van geleerden en de meest verheven leraren van Vedanta vertrok naar Jaipur vergezeld van de leerling van Srila Cakravarti Thakura, Sri Krsnadeva.

De kasten-gosvamis waren hun eigen relatie met de Madhva Sampradaya vergeten en brachten geen respect op voor het doctrinaire gezichtspunt van de Gaudiya Vaisnava's door te zeggen, dat dit geen relatie had met de Vedanta. Dit veroorzaakte aanzienlijke onrust onder de ware Gaudiya Vaisnava's. Maar Srila Baladeva Vidyabhusana gebruite onweerlegbare logica gecombineerd met een krachtige schriftuurlijke bewijsvoering, waarmee hij kon aantonen, dat de Gaudiya Sampradaya een zuivere Vaisnava Sampradaya is, die afkomtig is uit de lijn van Sri Madhvacarya. Srila Jiva Gosvami, Srila Kavi Karnapura en andere voorgaande acaryas hebben dit ook als feitelijk aanvaard. De Gaudiya Vaisnava's accepteren Srimad-Bhagavatam als het authentieke commentaar op de Vedanta-sutra. Om deze reden heeft niemand in de Gaudiya Vaisnava Sampradaya een afzonderlijk commentaar op de Vedanta-sutra geschreven.

De naam van Srimati Radhika, de personificatie van het pleziergevend vermogen (hladini-sakti) en de eeuwige geliefde van Sri Krsna, wordt in verscheidene Purana's genoemd. In de hele Srimad-Bhagavatam, vooral in Canto Tien in relatie tot de beschrijving van Krsna's spel en vermaak in Vrndavana, wordt indirect en discreet aan Srimati Radhika gerefereerd. Alleen rasika en bhavuka toegewijden, die op de hoogte zijn met de conclusies van de geschriften, kunnen dit vertrouwelijke mysterie begrijpen.

Staande de vergadering in Jaipur weerlegde Srila Baladeva Vidyabhusana de argumeten en twijfels van de tegenpartij, die door zijn presentatie tot zwijgen was gebracht. Hij stelde vast, dat de Gaudiya Vaisnava's zich bevinden in de disciplinaire opvolging van Sri Madhvacarya. Ondanks zijn overwinning echter, kon de strijdende tegenpartij niet aanvaarden, dat de Gaudiya Sampradaya een zuivere Vaisnava lijn is, want de Gaudiya's hadden geen commentaar op de Vedanta-sutra geschreven. Toen heeft Srila Baladeva Vidyabhusana het bekende Gaudiya commentaar, Sri Govinda-bhasya gecomponeerd. De eredienst van Sri Sri Radha-Govinda nam in de tempel van Sri Govindadeva wederom een aanvang en de geldigheid van de Sri Brahma-Madhva-Gaudiya Sampradaya werd stevig gegrondvest.

Op gezag van Srila Visvanatha Cakravarti Thakura was Sri Baladeva Vidyabhusana in staat zijn Sri Govinda-bhasya te schrijven en de relatie van Gaudiya Vaisnava's met de Madhva Sampradaya aan te tonen. Hierover mag geen twijfel bestaan. De zege van Srila Visvanatha Cakravarti Thakura, die hij in naam van de Gaudiya Vaisnava Sampradaya binnenhaalde, zal met gouden letters worden gedocumenteerd in de annalen van het Gaudiya vaisnavisme.

Het begrijpen van de betekenis van de kama-gayatri door de genade van Srimati Radhika

In zijn Mantrartha-dipika beschrijft Srila Visvanatha Cakravarti Thakura een bijzonder voorval. Toen hij eens de Sri Caitanya-caritamrta zat te lezen, kwam hij langs een vers (Madhya-lila 21.125), dat de betekenis van de kama-gayatri mantra beschreeft.

kama-gayatri-mantra-rupa, haya krsnera svarupa,
sardha cabbisa aksara tara haya
se aksara 'candra' haya, krsne kari' udaya,
tri-jagat kaila kamamaya

De kama-gayatri is identiek aan Sri Krsna. In deze koning der mantras staan vierentwintig en een halve lettergrepen en iedere lettergreep is een volle maan. Deze manenkluster heeft de maan van Sri Krsna laten rijzen en heeft de drie werelden met prema overgoten.

Dit vers bevestigt, dat de kama-gayatri is gecomponeerd uit vierentwintig en een halve lettergreep, maar ondanks diep nadenken kon Srila Visvanatha Cakravarti Thakura er niet achter komen, welke lettergreep in de mantra de halve was. Hij ploos boeken over grammatica na, de Purana's, de Tantra's, geschriften over toneel en retoriek en andere grote teksten. Onder de klinkers en medeklinkers in Sri Harinamamrta-vyakarana, de grammaticale methodologie van Sri Jiva Gosvami, kon hij slechts vijftig letters vinden. Hij bestudeerde de opbouw van letters in teksten, zoals Matrkanyasa en in de Radhika-sahasra-nama-stotra van de Brhan-naradiya Purana trof hij aan, dat Vrndavanesvari Srimati Radhika ook genoemd wordt Pancasad-varna-rupini, iemand met een gedaante gecomponeerd uit vijftig lettergrepen. In alle literatuur, die hij bestudeerde echter, trof hij vijftig klinkers en medeklinkers aan. Er werd nergens gesproken over een halve lettergreep.

Srila Visvanatha Cakravarti Thakura begon te twijfelen. Hij vroeg zich af, of Srila Krsnadasa Kaviraja Gosvami in zijn geschrift misschien een vergissing had gemaakt. Dit kon natuurlijk niet mogelijk zijn, want Srila Kaviraja is alwetend en daardoor vrij van materiŽle gebreken, zoals verzeild te raken in illusie of het maken van vergissingen.

Als de stomme letter 't' (in de laatste letter van de kama-gayatri) als halve lettergreep zou worden beschouwd, zou Srila Krsnadasa Kaviraja Gosvami zich schuldig hebben gemaakt aan wanorde, want in de Sri Caitanya-caritamrta (Madhya-lila 21.126) heeft hij de volgende beschrijving gegeven.

sakhi he! krsna-mukha--dvija-raja-raja
krsna-vapu-simhasane, vasi' rajya-sasane,
kare sange candrera samaja
dui ganda sucikkana, jini' mani-sudarpana,
sei dui purna-candra jani
lalate astami-indu, tahate candana-bindu,
sei eka purna-candra mani
kara-nakha-candera thata, vamsi-upara kare nata,
tara gita muralira tana
pada-nakha-candra-gana, tale kare nartana,
nupurera dhvani yara gana


In deze versregels beschrijft Srila Krsnadasa Kaviraja Gosvami het gelaat van Sri Krsna als de eerste volle maan. Zijn wangen als twee vollere manen; de stip sandelhout op Zijn voorhoofd is de vierde volle maan; en precies hieronder staat de maan van de achtste dag (astami) - met andere woorden, een halve maan. Volgens deze beschrijving is de vijfde lettergreep een halve lettergreep. Maar als de stomme 't', de laatste letter van de kama-gayatri-mantra, wordt beschouwd als een halve lettergreep, kan de vijfde lettergreep niet als zodanig worden aangemerkt.

Srila Visvanatha Cakravarti Thakura bevond zich in een moeilijke impasse, want hij kon de mysterieuze halve lettergreep niet ontcijferen. Hij kwam tot de slotsom, dat hij niet in staat zou zijn de eerbiedwaardige godheid van de mantra te bevatten, als de lettergrepen zich niet zouden openbaren. Hij besloot, dat het beter was te sterven, indien hij de audiŽntie van de godheid van de mantra niet kon verkrijgen. Terwijl hij dit dacht, vertrok hij 's nachts naar de oever van Sri Radha-kunda om zijn leven op te geven.

Nadat de tweede helft van de nacht was verstreken, viel Sri Cakravarti Thakura in een lichte sluimer, terwijl de dochter van Vrsabhanu Maharaja, Srimati Radhika, voor hem verscheen. "O Visvanatha, O Hari-vallabha," zei Ze liefdevol, "treur niet. Hetgeen Srila Krsnadasa Kaviraja heeft geschreven is de absolute waarheid. Met Mijn zegen kent hij alle innerlijke gevoelens van Mijn hart. Twijfel niet over zijn uitspraken. De kama-gayatri is een mantra om Mijn grote geliefde en Mij te eren en door de lettergrepen van deze mantra worden We aan de toegewijden geopenbaard. Niemand is in staat Ons te kennen zonder Mijn goedheid. De halve lettergreep wordt beschreven in het boek Varnagama-bhasvat. Na het raadplegen van deze tekst kon Sri Krsnadasa Kaviraja de werkelijke identiteit van de kama-gayatri bepalen. Bestudeer dit boek en deel zijn betekenis mee voor het welzijn van alle trouwe mensen."

Toen hij deze instructie vernam van Vrsabhanu-nandini Srimati Radhika Zelf, stond Srila Cakravarti Thakura op en slaakte een grote zucht van verlichting. "O Radha, O Radha!" Toen hij bij zijn positieven kwam ging hij over tot de uitvoering van de opdracht van Srimati Radhika.

Volgens de aanwijzing van Srimati Radhika wordt de letter '-ya' voorafgaand aan 'vi-' in de mantra als een halve lettergreep beschouwd en alle andere lettergrepen zijn hele lettergrepen, of volle manen.

Dus door de zegen van Srimati Radhika raakte Srila Visvanatha Cakravarti Thakura op de hoogte van de diepe betekenis van de mantra. Hij kreeg een rechtstreekse verschijning van zijn eerbiedwaardige godheid en in zijn innerlijke, volmaakt spirituele lichaam (siddha-deha) was hij in staat om deel te nemen aan het eeuwige spel en vermaak van Krsna als Zijn dierbare metgezel. Hij installeerde de murti van Sri Gokulananda op de oever van Radha-kunda en terwijl hij zich daar had gevestigd, ervoer hij de zoetheid (madhurya) van het eeuwige tijdverdrijf van Sri Vrndavana. Dit was de periode, waarin hij zijn Sukha-varttini commentaar schreef op Ananda-vrndavana-campuh van Srila Kavi Karnapura en stelde daarin het volgende vast.

radha-parastira-kutira-vartinah
    praptavya-vrndavana-cakravartinah
ananda-campu-vivrti-pravartinah
    santo-gatir me sumaha-nivartinah

Ik, Cakravarti, laat alle andere zaken volkomen achterwege en verlang alleen om Sri Vrndavana te bereiken. Terwijl ik in een eenvoudige hut leef op de oever van Sri Radha-kunda, de meest verheven plaats in het spel en vermaak van Sri Radha, schrijf ik dit commentaar op Ananda-vrndavana-campuh.

Srila Cakravarti Thakura bracht zijn oudedag grotendeels door in een volkomen innerlijke, of halfbewuste staat en was diep verzonken in bhajana. Zijn belangrijkste leerling, Sri Baladeva Vidyabhusana, nam de verantwoording over voor het onderricht van de geschriften.

De herbevestiging van de leer van parakiya

Toen een lichte afname van de invloed van de Zes Gosvami's in Sri Vrndavana plaats had, ontstond er onenigheid rond de doctrines van echtelijke liefde (svakiyavada) versus amoureuze liefde (parakiyavada). Teneinde misvattingen met betrekking tot svakiyavada uit de weg te ruimen, schreef Srila Cakravarti Thakura Raga-vartma-candrika en Gopi-premamrta, die beide vol staan met schriftuurlijk filosofische conclusies. Daarna toonde hij aan in zijn commentaar op het vers, "laghut-vam atra yat praktam" in Sri Ujjvala-nilamani (1.21), dat de theorie van svakiya verkeerd was en vestigde het begrip parakiya aan de hand van schriftuurlijk bewijs en onweerlegbare argumenten. In zijn Sarartha-darsini commentaar op Srimad-Bhagavatam gaf hij een sterke onderbouwing van parakiya-bhava.

Toen eens bepaalde geleerden zich tegen de conclusies van Srila Cakravarti Thakura keerden met betrekking tot de verering van Sri Sri Radha-Krsna in de stemming van parakiya, versloeg hij hen met hogere kennis en een glasheldere redenering. Uit afgunst besloten de geleerden hem te vermoorden. Ze wisten, dat Sri Cakravarti de gewoonte had om in de vroege ochtend een ronde om Sri Vrndavana te lopen en verscholen zich in een dicht begroeid, donker struikgewas, waarin ze hem gingen opwachten. Toen zijn tegenstanders hem zagen naderen, verdween hij plotseling en in zijn plaats verscheen een mooi jong meisje van Vraja, die met haar vriendinnen bloemen aan het plukken was.

De geleerden vroegen het meisje, "Lief kind, zojuist kwam een groot toegewijde deze kant op. Heb je gezien, waar hij naartoe ging?" Het meisje antwoordde, dat ze hem had gezien, maar niet wist, waar hij naartoe was gegaan. Haar verbijsterende schoonheid, milde glimlach, elegante bewegingen en zijdelingse blikken boeiden de geleerden. Hun hart smolt en alle onzuiverheden in hun hoofd verdwenen. Ze vroegen het meisje wie ze was en ze antwoordde, "Ik ben een dienares van Srimati Radhika. Ze is op dit moment in het huis van Haar schoonfamilie in Yavata en Ze heeft me weggestuurd om hier bloemen te plukken." Toen ze dit had gezegd, verdween het meisje en in haar plaats zagen de geleerden Srila Cakravarti Thakura weer lopen. Ze vielen aan zijn voeten en baden hem om vergeving. Hij vergaf hen allemaal. Er hebben in het leven van Srila Cakravarti Thakura veel van dergelijke verbazingwekkende voorvallen plaats gevonden.

Op deze manier weerlegde Srila Cakravarti Thakura de theorie van svakiya en vestigde de waarheid van zuivere parakiya - een prestatie, die van groot belang is voor de Gaudiya Vaisnava's.

Niet alleen beschermde Srila Visvanatha Cakravarti Thakura de integriteit van de Sri Gaudiya Vaisnava dharma, maar hij herstelde tevens zijn invloed in Sri Vrndavana. Iedereen, die deze overwinning evalueert, wordt verslagen door verwondering over zijn ongewone intellect. Gaudiya Vaisnava acaryas hebben het volgende vers gecomponeerd als lofzang op zijn buitengewone verdienste.

visvasya natharupo 'sau bhakti-vartma-pradarsanat
bhakta-cakre vartitatvat cakravarty akhyayabhavat

Hij wordt gekend bij de naam Visvanatha, meester van het universum, want hij wijst op het pad van bhakti; en hij is bekend als Cakravarti, hij, rond wie de kring van geleerden cirkelt, want hij verkeert altijd in de kring (cakra) van zuivere toegewijden. Daarom is zijn naam Visvanatha Cakravarti.

Ongeveer in 1754 op de vijfde dag van de wassende maan in de maand Magha (januari-februari), toen Srila Visvanatha Cakravarti Thakura ongeveer honderd jaar was, verliet hij deze materiŽle wereld in Vrndavana, terwijl hij diep was verzonken in innerlijk bewustzijn. Zijn samadhi staat tegenwoordig naast de tempel van Sri Sri Radha-Gokulananda in Sri Dhama Vrndavana.

Door in de voetsporen te volgen van Srila Rupa Gosvami componeerde Srila Cakravarti Thakura een overvloed aan transcendente literatuur over bhakti, waarmee hij in deze wereld het diepste verlangen in het hart van Sriman Mahaprabhu inloste. Hij weerlegde tevens foutieve conclusies, die waren gekeerd tegen het authentieke pad van Sri Rupa Gosvami (rupanuga), en wordt als gevolgd daarvan in de Gaudiya Vaisnava gemeenschap geŽerd als een illustere acarya en een gezaghebbende, zelfgerealiseerde ziel. Hij is vermaard als een groot transcendent filosoof en dichter en als een rasika toegewijde.

Een Vaisnava dichter, Krsna dasa, heeft de volgende regels geschreven bij de conclusie van zijn vertaling van Madhurya-kadambini van Srila Cakravarti Thakura.

madhurya-kadambini-grantha jagata kaila dhanya
cakravarti-mukhe vakta apani sri-krsna-caitanya


Srila Visvanatha Cakravarti Thakura heeft de hele wereld gezegend door Madhurya-kadambini te schrijven. In werkelijkheid heeft Sri Krsna Caitanya Mahaprabhu dit werk gesproken door de mond van Srila Cakravarti Thakura.

keha kahena-cakravarti sri-rupera avatara
kathina ye tattva sarala karite pracara

Sommigen zeggen, dat Srila Cakravarti Thakura een incarnatie is van Srila Rupa Gosvami. Hij beheerst de kunst van het beschrijven van complexe waarheden op een gemakkelijk te begrijpen manier.

ahe guna-nidhi sri-visvanatha cakravarti
ki janiba tomara guna muni mudha-mati

O oceaan van zegen, Srila Visvanatha Cakravarti Thakura. Ik ben een dwaas, dus hoe kan ik uw kwaliteiten begrijpen? (Weest u zo goed om uw transcendente kwaliteiten in mijn hart te openbaren. Dit is mijn gebed aan uw lotusvoeten.)

Er zijn weinig Gaudiya Vaisnava acaryas, die zoveel boeken hebben geschreven als Srila Cakravarti Thakura [Zie voetnoot 1]. De volgende uitspraak met betrekking tot drie van zijn boeken wordt tot vandaag de dag door Vaisnava's aangehaald, "kirana-bindu-kana, ei tina viye vaisnavapana - Na deze drie boeken op de juiste wijze te hebben begrepen, Ujjvala-nilamani-kirana, Bhakti-rasamrta-sindhu-bindu en Bhagavatamrta-kana, kan men zeggen een Vaisnava te zijn."

Moge mijn meest eerbiedwaardige Srila Gurupadapadma, de belichaming van het mededogen van de Allerhoogste, zijn overvloedige genade over me heenstorten. Op die manier word ik in toenemende mate gekwalificeerd om met mijn dienst zijn diepste wens te vervullen. Dit is mijn nederige gebed aan zijn lotusvoeten, die prema kunnen verlenen.

Aspirant voor een klein beetje genade van Sri Hari, Guru en de Vaisnava's,

nederig en onbeduidend,
Tridandibhiksu Sri Bhaktivedanta Narayana,
Sri Moksada Ekadasi, 11 december 2005


_______________________

[Voetnoot 1 - Voor de lijst van boeken, commentaren en gebeden van Srila Vivanatha Cakravarti Thakura wordt de gerespecteerde lezer vriendelijk verwezen naar de Inleiding van Madhurya-kadambini of Camatkara-candrika, die op deze website in het Nederlands zijn vertaald.]



CC DEZE LEZING VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMEL-DING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS BESCHREVEN ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: 2018 Gaudiya Vedanta Publications, Madhurya-kadambini, De levensgeschiedenis van Srila Visvanatha Cakravarti Thakura
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe/Bhagavata Parampara, "Srila Visvanatha Cakravarti Thakura"
Vertaler Nederlands: © 2017 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= Srila Baladeva Vidyabhuana
Volgende => Srila Narottama dasa Thakura

TOP

title=""