Parampara
Menu:   Nederlands   Engels



Sri Guru Parampara



Sri Sukadeva Gosvami - de vogel in de heilige

Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja

BV_Narayana Toen Krsna meer dan 5.000 jaar geleden uit deze wereld vertrok, gingen alle kwaliteiten van de transcendente wereld met Hem mee. Al Zijn eigenschappen gingen met Hem mee en snel daarna deed Kali-yuga zijn intrede.

In die tijd raakte het hoofd van iedereen van streek - van dames en heren, huisvaders, brahmacaris en zelfs sadhus. Praktisch iedereen ging zich alleen nog bezighouden met lustbevrediging en er werden overal onreligieuze bezigeden uitgevoerd. Omdat ze zich zorgen maakten en het beste voor de mensen in het algemeen wensten, kwamen op de oever van de Gomati Rivier in Naimisanya ongeveer 88.000 wijzen, heiligen en anderen onder leiding van Saunaka bijeen om te brainstormen over de vraag, wat er nu moest gebeuren.

Daar was ook de leerling van Srila Sukadeva Gosvami, Ugrasrava Suta, aanwezig en de heiligen richtten zich tot hem met het volgende, "O Suta Gosvami, u bent de leerling van de zeer verheven toegewijde, Srila Sukadeva Gosvami, die Srimad-Bhagavatam van Srila Vyasadeva zelf heeft geleerd. U kent ook de Veda's, Upanisaden, Purana's, Mahabarata en Ramamayana en vooral Srimad-Bhagavatam. Onze vraag is omtrent het gegeven, dat Kali-yuga voor de deur staat."

De heiligen vervolgden:

prayenalpayusah sabhya
kalav asmin yuge janah
mandah sumanda-mataya
manda-bhagya hy upadrutah

Srimad-Bhagavatam (1.1.10)

"O edelgeleerde, in dit ijzeren tijdperk van Kali hebben de mensen slechts een kort leen. Ze maken ruzie, ze zijn lui en gemakzuchtig, ze worden misleid, ze zijn ongelukkig en ze zijn vooral verstoord."

In dit Kali-yuga is de levensduur van de mens maar zeer kort en duurt niet langer dan honderd jaar. Als men bovendien zijn zintuigen niet beheerst, leeft men slechts vijftig jaar.

Het woord manda in dit vers wijst erop, dat het intelligentieniveau van degenen in dit tijdperk erg laag is. De uitdrukking sumanda-mataya wil zeggen, dat ze niet bijster intelligent zijn. Omdat ze zich met hun lichaam identificeren, denken ze, "Mijn zoon is van mij, mijn vrouw is van mij, mijn rijkdom is van mij, alles in relatie tot mijn lichaam is van mij." Ze weten niet, wie God is en wie zijzelf zijn. Ze zijn niet intelligent.

Het woord manda-bhagya betekent, dat ze altijd op zoek zijn naar geluk, maar alleen ellende ontmoeten - zonder erom te vragen. Vooral de ouderdom is zeker en uiteindelijk moet men zijn lichaam opgegeven.

Niemand gaat met jou mee, nadat je jouw lichaam hebt verlaten - jouw lieve vrouw niet, jouw kinderen niet en andere familie ook niet. Niemand gaat met jou mee. Al jouw rijkdom blijft hier achter en jijzelf weet niet, waar je naartoe gaat.

Er zijn in Kali-yuga zoveel verstoringen en problemen en zoveel ruzie en er breken soms ziekten uit, zoals kanker of tuberculose. Er komen telkens nieuwe ziekten en niemand weet, wanneer hij gaat sterven.

Tijdens het regime van Ramacandra en ook tijdens het bestuur van Pariksit Maharaja was de algemene gang van zaken, dat een zoon nooit stierf voordat zijn vader was gestorven en dat geen dame ontijdig weduwe werd. Iedereen was gelukkig.

Nu maken we echter mee, dat een zoon niet noodzakelijkerwijs de naam van zijn vader kent. Overal hebben scheidingen plaats. Het is niet ondenkbaar, dat voor het wereldrecord scheiden in het Guinness Book of World Records komt te staan, dat een vrouw twintig keer getrouwd is geweest en ook meer dan twintig keer is gescheiden. Niemand in deze wereld kan gelukkig zijn.

De heiligen vervolgden hun vraag aan Srila Suta Gosvami,

bhurini bhuri-karmani
srotavyani vibhagasah
atah sadho 'tra yat saram
samuddhrtya manisaya
bruhi bhadraya bhutanam
yenatma suprasidati

Srimad-Bhagavatam (1.1.11)

"Er zijn allerlei verschillende geschriften en ze bevatten allemaal voorgeschreven plichten, die alleen na vele jaren studie in verscheidene onderdelen kunnen worden geleerd. Wilt u daarom, O heiligen, alstublieft de essentie van al deze geschriften selecteren en deze voor het hoogste goed van de levende wezens uiteenzetten, zodat hun hart met deze instructies geheel voldaan raakt."

Met uw intelligentie en omdat u alle geschriften, zoals de Veda's, de Upanisaden, de Gita en vooral Srimad-Bhagavatam hebt gelezen, kun u ons inlichten over hun essentie, die we zullen volgen, waardoor onze ziel gelukkig wordt."

Een dronkaard kan denken, dat hij ontzettend gelukkig wordt door grote hoeveelheden wijn te drinken, maar in werkelijkheid is hij niet gelukkig. Iemand die rundvlees eet en denkt, dat hij ontzettend gelukkig is, is in feite niet gelukkig. Dergelijke personen zijn misleid. Ze weten niet, wat het gevolg van dergelijke activiteiten is. Dus de heiligen vroegen, "Geef ons alstublieft de essentie van alle geschriften, de kennis waarvan onze ziel gelukkig wordt."

Suta Gosvami werd heel blij bij het horen van deze vraag. Hij antwoordde, "Ik ben zeer fortuinlijk, want u hebt me een vraag gesteld, die me laat denken aan het zoete spel en vermaak van Sri Krsna en Zijn incarnaties. Ik zal u hierop zeker een antwoord geven."

Toen bood hij zijn Gurudeva zijn eerbetuigen aan,

yam pravrajantam anupetam apeta-krtyam
dvaipayano viraha-katara ajuhava
putreti tan-mayataya taravo 'bhinedus
tam sarva-bhuta-hrdayam munim anato 'smi

Srimad-Bhagavatam (1.2.2)

["Srila Suta Gosvami zei, 'Laat ik die grote wijze, Sukadeva Gosvami, die ieders hart kan binnentreden, mijn eerbiedige eerbetuigingen aanbieden. Toen hij vertrok om de wereldverzakende levensorde (sannyasa) binnen te gaan en het huis verliet zonder de reformatie van de heilige draad te ondergaan of ceremonieŽn uit te voeren, die door hogere kasten in acht worden genomen, riep zijn vader, Srila Vylasadeva, uit angst voor de scheiding van zijn zoon, "O mijn zoon!" Zowaar alleen de bomen, die waren verzonken in hetzelfde gevoel van afgescheidenheid, gaven antwoord en weergalmden de uitroep van de gegriefde vader.'"

Suka Srila Sukadeva Gosvami was in werkelijkheid de geliefde papegaai van Srimati Radhika - Sriyah Suka. Sriyah betekent 'van Radhika'. Srimati Radhika voerde die papegaai eens granaatappelzaadjes. Ze zette hem op Haar hand en zei tegen hem, "O Suka, zeg eens 'Krsna, Krsna, Krsna.'" De papegaai herhaalde dat woord op dezelfde zoete en melodieuze toon als die van de stem van Srimati Radhika's "Krsna, Krsna, Krsna."

Toen vloog de papegaai van Haar weg en ging naar het huis van Krsna in Nandagaon, dat in de buurt lag. Daar zat Krsna met Madhu-mangala ergens over te praten. De groene papegaai ging op de tak van een boom zitten, die was overladen met groen gebladerte, en begon te spreken als Srimati Radhika, "Krsna, Krsna, Krsna." Krsna vroeg, "Waar komt dat geluid vandaan? Er is hier niemand!"

Toen zag Hij, dat er een hele mooie papegaai in de boom zat. Hij zei heel zachtjes tegen de papegaai, "Kom 'ns hier, kom 'ns hier" en de papegaai kwam direct op Zijn hand zitten.

Krsna vroeg hem, "Wat zeg jij iedere keer?"

De papegaai zei, "Krsna, Krsna, Krsna" en voegde eraan toe, "Ik ben ontzettend ongelukkig. Mijn Svamini (meesteres) is Srimati Radhika. Ze hield me op Haar hand en gaf me granaatappel en Ze zei me 'Krsna, Krsna' te herhalen. Ze is heel genadevol. Ze houdt zoveel van me. Helaas echter, aangezien ik de aard van een vogel heb, vloog ik daar weg en ben hier naartoe gekomen."

Toen Krsna dit hoorde, begon Hij de papegaai te aaien. Hij zei, "Spreek nog eens."

Op dat moment kwamen Lalita en Visakha eraan. Ze zeiden, "O Krsna, deze papegaai is van Srimati Radhika. Ze kan zonder hem niet leven. Geef hem alsjeblieft aan ons terug."

Krsna antwoordde, "Jullie kunnen hem roepen en als hij naar jullie toekomt, kunnen jullie hem meenemen."

Ze riepen de papegaai, maar hij kwam niet. Ze zeiden tegen Krsna, "Als een willekeurig wezen naar Jou toekomt, krijgt hij Jouw genegenheid en gaat nooit meer ergens anders naartoe. Alleen als Srimati Radhika komt en hem roept, gaat hij mee, anders niet.

"Zonder deze papegaai kan mijn sakhi Radhika niet in leven blijven. Ze is helemaal in de war."

Krsna antwoordde, "Ik geef hem niet aan jullie. Als hijzelf wil gaan, kan hij dat doen."

Toen gingen Lalita en Visakha, die heel slim waren, naar Moeder Yasoda en zeiden, "Srimati Radhika's papegaai is hier naartoe gekomen. Onze sakhi is totaal in de war. Geef die vogel alsjeblieft aan ons, zodat we hem naar Haar kunnen terugbrengen."

Moeder Yasoda zei onmiddellijk, "Ga zitten en wacht. Ik ben zo terug." Ze ging naar de plek, waar Krsna met de vogel zat te spelen en zei, "Wat zit je daar voor onzin uit te halen? Jij zit altijd met vogels en dieren te spelen. Kom mee." Ze pakte Krsna bij de hand en nam Hem mee naar huis. "Jouw vader zit op Jou te wachten om in bad te gaan en prasadam te nemen. Ga direct naar hem toe."

Sri Krsna is de Allerhoogste Heer, de Heer des Heren, maar als Hij voor Moeder Yasoda staat, is Hij een baby. Dan is Hij hulpeloos. Dan vergeet Hij Zijn Goddelijkheid. Dan vergeet Hij, dat Hij almachtig is.

Moeder Yasoda gaf de papegaai aan Lalita en Visakha en beiden brachten hem terug naar Srimati Radhika.

Toen Srimati Radhika en Krsna Hun spel op Aarde gingen afsluiten, wilde deze papegaai met Hen mee naar Hun woonplaats, maar Ze vertelden hem, "Nadat Wij zijn teruggekeerd, is er niemand meer om de inwoners van de wereld over krsna-bhajana te vertellen. Het is beter, dat jij hier blijft en Srimad-Bhagavatam predikt - hetgeen Sukadeva aan Pariksit Maharaja gaat vertellen. Dus blijf daarom hier." *[Zie eindnoot 1]

Sriya Suka bleef in deze wereld, maar hij wist, dat hij Krsna's bekoorlijke spel en vermaak niet kon onderwijzen zonder erover te horen. Daarom ging hij naar Kailasa, waar Sri Sankara Srimad-Bhagavatam aan zijn vrouw, Parvati, zat te vertellen. *[Zie eindnoot 2] Terwijl Parvati zat te luisteren, ging die papegaai op een tak zitten in een boom, die vol blad stond, waardoor de hele boom er donkergroen uitzag.

Parvati-devi hoorde Canto Een aan, maar toen in het Tweede en Derde Canto de schepping van deze wereld (sarga visarga) aan de orde kwam, verloor ze de interesse en viel in slaap. Ze had telkens gezegd, "Ga door." "Heel goed, ga door." En toen zij in slaap viel, begon de papegaar haar stem te imiteren. "Oh ja." "Heel goed." "Ga door." "En dan?"

Sankara dacht, dat Parvati zat te luisteren, maar toen hij Canto Tien had afgerond en praktisch klaar was met Canto Twaalf, werd ze wakker en zei, "O Heer Siva, ik lag te slapen. Ik heb er helemaal niets van meegekregen."

"Wie heeft het dan gehoord?" vroeg hij. Hij keek rond en zag, dat er in die hele donkergroene boom een papegaai op een tak zat en zei, "Ja ja, ga door."

Sankara pakte zijn drietant en de papegaai vloog weg. Hij achtervolgde die vogel om hem te vermoorden. Suka vloog rechtstreeks naar Badarikasrama, waar Srila Vyasadeva dezelfde hari-katha, Srimad-Bhagavatam aan zijn vrouw, Vitika, zat te vertellen, die het in diepe verwondering aanhoorde. Toen ze hoorde over het wonderbaarlijke spel van Krsna, die Govardhana Heuvel optilt, vloog de papegaai via haar mond haar buik binnen.

Siva kwam met zijn drietand witheet van woede daar aan en zei tegen Srila Vyasadeva, "O Srila Vyasadeva, ik bied u mijn eerbetuigingen aan."

Srila Vyasadeva vroeg, "Waar kom jij vandaan? Je hebt de drietand bij je. Je bent waarschijnlijk erg boos."

"O ja. Hebt u hier geen papegaai zien langskomen?"

"Hij heeft Srimad-Bhagavatam gehoord."

"Waarom wil je hem dan vermoorden?"

"Een ongekwalificeerd persoon mag Srimad-Bhagavatam niet horen. [Als een ongekwalificeerd persoon hetgeen hoort, waarvoor hij niet is gekwalificeerd, kan hij het misbruiken en chaos in de samenleving creŽren -Red.] Die papegaai is niet gekwalificeerd en toch heeft hij Srimad-Bhagavatam gehoord."

"Wat is het gevolg van het horen van Srimad-Bhagavatam?"

"Men wordt onsterfelijk."

"Als hij onsterfelijk is, hoe kun je hem dan vermoorden, Sankara?"

Sankara begon te lachen en keerde toen terug naar Kailasa. De papegaai zat nu in de buik van de vrouw van Srila Vyasadeva, waar hij zich gedurende zestien jaar zou ophouden. Nadat een periode van zestien jaar was verstreken, zei Srila Vyasadeva, "O prabhu, wie ben je? Ik weet niet wie je bent. Waarom geef jij jouw moeder zoveel te lijden? Kom er alsjeblieft uit."

De jongen zei, "Ik kom niet naar buiten, waar maya overal aanwezig is."

Kennen jullie de betekenis van Maya? Ma-ya - datgene, dat niet bestaat. Het schijnt een algemeen feit te zijn, dat wij dit lichaam zijn, maar dat zijn we niet. We denken, dat we dit lichaam zijn, dit is maya. Het is maya om gehecht te zijn aan het lichaam en niet aan Krsna. Het komt door maya dat we te lijden hebben van de eindeloze pijn van geboorte en dood. We weten, dat onze voorvaders zijn gestorven, maar wij denken, dat we nooit dood gaan. Dit is allemaal maya. Schepping, instandhouding en destructie van deze wereld zijn allemaal maya.

Dus Suka zei tegen Vyasadeva, "Ik kom niet naar maya."

Srila Vyasadeva antwoordde, "Ik zal die maya weghalen. Kom eruit."

"Ik geloof u niet."

"Wie geloof je dan?"

"Ik zal Krsna geloven. Als Hij komt en zegt, dat ik eruit moet gaan, zal ik dat doen."

Krsna kwam door de gebeden van Vyasadeva daar naartoe en zei, "O mijn zoon, Ik ben Krsna. Ik haal maya even weg, dus kom er nu alsjeblieft uit."

"Ik geloof Jou" zei Sukadeva.

Krsna haalde terstond Zijn maya weg. Hij zond de illusoire energie persoonlijk ver weg, zodat Sukadeva Gosvami uit de baarmoeder van zijn moeder kon komen. En dat deed hij. Er was geen samskara (vedisch reformatorisch ritueel voor de mens *[Zie eindnoot 3], geen amputatie van de navelstreng. Er was geen yajna-upavita (brahmaanse inwijding met de heilige draad).

Sri Sukadeva Gosvami rende in de richting van het oerwoud zonder enige aandacht te schenken aan Srila Vyasadeva en zijn echtgenote. Hij was een brahmana en een wereldverzaker vanaf zijn geboorte.

Vyasadeva dacht, "Nu heb ik Srimad-Bhagavatam geschreven, maar er is in deze wereld geen enkel gekwalificeerd persoon, die ik iets kan bijbrengen. Vanaf zijn geboorte was mijn zoon niet gehecht aan wereldse zaken. Hij is eigenlijk gekwalificeerd om het te horen. Als hij het zou horen, zou hij in staat zijn om deze missie in de hele wereld te prediken."

Hij ging zijn zoon achterna en riep, "O zoon! O zoon! Kom hier! Kom hier! Kom alsjeblieft terug." Maar er kwam alleen een echo uit het bos. "Wie is vader? Wie is zoon? Wie is moeder? Krsna is jouw vader. Krsna is jouw moeder. Krsna is alles." Die echo kwam terug.

Toen Sukadeva Gosvami door het bos liep en werd achtervolgd door Srila Vyasadeva, kwam hij een paar jonge hemelse nimfen genaamd apsaras tegen, die naakt in de vijver aan het spelen waren. Toen Sukadeva Gosvami er langs liep, bleven ze naakt in de vijver doorspelen. Toen Srila Vyasadeva, die zeer oud was en een lange witte baard droeg, echter langs kwam, renden ze onmiddellijk weg. Ze trokken snel hun kleding aan en boden Srila Vyasadeva van veraf hun eerbetuigingen aan.

Srila Vyasadeva vroeg hen, "Oh, mijn dochters der dochters der dochters, ik ben ouder dan jullie grootvaders grootvader. Toen jullie mijn jonge, prachtige naakte zoon zagen, werden jullie helemaal niet verlegen. Maar ik ben zo oud. Jullie zijn jong genoeg om mijn achter-achter-kleinkinderen te zijn, maar toen jullie mij zagen, voelden jullie je beschaamd. Jullie gingen jezelf onmiddellijk aankleden en boden eerbetuigingen aan. Waarom?"

De Apsara's antwoordden, "Uw zoon ziet niet of iemand man, vrouw, boom of struik is. Hij ziet overal alleen de ziel en de Superziel. Maar u sprak ons aan als uw achter-achter-kleinkinderen. Daarom werden we in uw aanwezigheid beschaamd."

Hierna schreef Srila Vyasadeva een vers en leerde het aan een paar jagers. Hij zei, dat ze veel vogels in het bos konden vangen, als ze dit vers zouden zingen. Ze gingen naar het bos en reciteerden het vers van Srila Vyasadeva,

barhapidam nata-vara-vapuh karnayoh karnikaram
bibhrad vasam kanaka-kapisam vaijayantim ca malam
randhran venor adhara-sudhayapurayan gopa-vrndair
vrndaranyam sva-pada-ramanam pravisad gita-kirtih

Srimad-Bhagavatam (10.21.5)

[Sri Krsna droeg een ornament van pauwenoogveren op Zijn hoofd, blauwe karnikara bloemen op Zijn oren, een geel kledingstuk, dat straalde als goud, een vaijayanti slinger van bosbloemen en spreidde Zijn transcendente gedaante als de allerbeste danser tentoon, toen Hij het bos van Vrndavan binnentrad en het met de tekenen van Zijn voetafdrukken verfraaide. Hij vulde de gaatjes van Zijn fluit met de nectar van Zijn lippen en de koeherdersjongens bezongen Zijn glorie.]

Dit is een hele mooie beschrijving van Krsna in Srimad-Bhagavatam. Toen Srila Sukadeva Gosvami het hoorde van de jagers, raakte hij terstond aangetrokken. Hij ging naar hen toe en vroeg, "Wie heeft jullie dit geleerd? Willen jullie hem eens vragen om de kwaliteiten van de persoon, die in dit vers wordt beschreven, nader toe te lichten?"

De volgende dag gingen de jagers terug naar Srila Vyasadeva en hij gaf hen nog een vers,

aho baki yam stana-kala-kutam
jighamsayapayayad apy asadhvi
lebhe gatim dhatry-ucitam tato 'nyam
kam va dayalum saranam vrajema

Srimad-Bhagavatam (3.2.23)

["Alas, hoe moet ik mijn toevlucht nemen tot iemand, die genadevoller is dan Hij, die de positie van moeder gaf aan een heks, die onbetrouwbaar was en dodelijk vergif op haar borsten had aangebracht?"]

De heks Putana ging naar Vrndavan om Krsna te vermoorden en had vergif op haar borsten gesmeerd. Maar Krsna is zo genadevol, dat hij haar vermoordde en haar daarna de bestemming van een moeder (Zijn voedster) gaf. Wie is zo genadevol als Hij? Bij wie kan men zijn toevlucht nemen behalve bij Krsna?

Nadat Sukadeva dit vers had gehoord, kwam hij naar Srila Vyasadeva toe, die hem de hele Srimad-Bhagavatam uiteenzette.

Zoals eerder gezegd, Suta Gosvami was door de heiligen van Naimisaranya gevraagd, hoe de ziel gelukkig kan worden. Dus nu hij werd gevraagd om over de essentie van de geopenbaarde geschriften te spreken, bood Sri Suta Gosvami zijn nederige eerbetuigingen aan zijn Gurudeva, Sukadeva Gosvami, want hij ging met de recitatie van Srimad-Bhagavatam beginnen.

Sri Suta Gosvami bad,

yah svanubhavam akhila-sruti-saram ekam
adhyatma-dipam atititirsatam tamo 'ndham
samsarinam karunayaha purana-guhyam
tam vyasa-sunum upayami gurum muninam

Srimad-Bhagavatam (1.2.3)

["Laat ik mijn eerbiedige eerbetuigingen aanbieden aan hem, de geestelijk leermeester van alle heiligen, de zoon van Vyasadeva, die uit zijn grote mededogen voor die grove materialisten, die vechten om de donkerste regionen van het materiŽle bestaan over te steken, die deze uiterst confidentiŽle bijlage uitsprak tegen de room der vedische kennis, nadat hij deze uit ervaring persoonlijk had eigen gemaakt."]

Deze Srimad-Bhagavatam is de essentie van de hele vedische literatuur: de Purana's en de Mahabharata, Ramayana, Bhagavad-gita en alle andere geschriften. Srimad-Bhagavatam is een lamp. Met behulp van een lamp kunnen we onszelf en anderen in de duisternis zien. Zo kunnen we ook door Srimad-Bhagavatam te lezen en te volgen en door het te horen van een bonafide Guru, de transcendente Krsna zien samen met Zijn metgezellen en lieftallige spel en vermaak.

Srila Vyasadeva onderwees zijn zoon met mededogen en met grote genade voor de wereld en alle levende wezens. We moeten Srimad-Bhagavatam horen.

___________________________________

EINDNOTEN

Eindnoot 1 - Deze geschiedenis wordt verhaald in het boek van Kavi Karnapura, Ananda Vrndavana Campu. Terug

Eindnoot 2 - De Bhagavatam is eeuwig en Srila Sukadeva Gosvami is eeuwig. De Bhagavatam is het verhaal van Bhagavan (de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en Zijn toegewijden). Als het wordt doorverteld en doorverteld, wordt de context van iedere achtereenvolgende herhaling aan de tekst toegevoegd, maar het blijft toch Bhagavatam. Voordat het werd neergeschreven door Srila Vyasadeva, circuleerde de kennis in een orale traditie. Zelfs de oorspronkelijke vier verzen werden Bhagavatam genoemd, totdat het geleidelijk werd uitgebreid. Dus de Bhagavatam bestond al voordat Srila Vyasadeva hem in zijn trance realiseerden en hem herzag en aan Sukadeva Gosvami onderwees. In Srimad-Bhagavatam (1.7.8) wordt gezegd, "De grote wijze Vyasadeva heeft de Srimad-Bhagavatam onderwezen, aan zijn eigen zoon, Sri Sukadeva Gosvami, die reeds was betrokken in zelfrealisatie, nadat hij het werk had samengesteld en gereviseerd." Terug

Eindnoot 3 - Samskaras zijn mentale indrukken an voorgaande ervaringen of handelingen uitgevoerd in een eerdere staat van bestaan. In deze context refereert het woord aan vedisch reformatorische rituelen, die worden uitgevoerd vanaf de tijd van conceptie tot aan de dood. De bedoeling ervan is om de mens te zuiveren. Terug


Redacteur: Syamarani dasi
Transcribent: Krsna-vallabha dasi
Typiste: Janaki dasi
Proeflezer: Krsna-kamini dasi

Oorspronkelijke titel: The bird in the sage
© 2007 Purebhakti.com

Nederlandse vertaling: 2021 © Indirā dāsī CC-BY-ND 4.0
Vertaald en gepubliceerd met toestemming van GVP
Pro Deo Uitgever Jaya Radhe: www.jayaradhe.nl


___________________

TOP

Terug: Parampara

2017-2021 www.jayaradhe.nl