Menu

Bhagavata Parampara - Sri Ramananda Raya

27 juni 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses/19-discourses-2000/
176-introduction-to-raya-ramananda-samvada

Gepubliceerd 24 mei 2000, Laatst bijgewerkt 20 mei 2022
Maui, HawaiÔ, Verenigde Staten - 24 mei 2000

nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




Inleiding op Sri Ramananda Raya Samvada



image149.jpg [De gesprekken van Srila Ramananda Raya met Sri Caitanya Mahaprabhu beschreven in Sri Caitanya-caritamrta zijn eeuwigdurend nieuw en blijven ons in toenemende mate voeden. Tijdens het festival van veertien jaar hari-katha in de wereld met Srila Gurudeva was deze discussie een van zijn favoriete onderwerpen om ons verloren, zielen van deze wereld, te zegenen.

Hier volgt een transcriptie van zijn buitengewoon interessante lezing, die hij gaf in Maui, HawaiÔ op 24 mei 2000, waarin hij vertelt over het eerste deel van hun discussie.]

Ga met me mee. Laten we ons in ons hoofd aansluiten bij Sri Caitanya Mahaprabhu op Zijn reis van Puri naar Zuid-India, waar Hij op zoek zou gaan naar Zijn broer, Visvarupa. Dit was echter slechts een voorwendsel. Eigenlijk wilde Mahaprabhu van heel Zuid-India en de hele wereld zuivere toegewijden maken. Hij wilde, dat ze allemaal gingen chanten en Krsna zouden herinneren en voor altijd gelukkig zouden zijn.

Zonder te chanten kan niemand gelukkig zijn in deze wereld. Dit moeten jullie weten. Mahaprabhu zei tegen iedereen, die bij Hem kwam, "Yare dekha tare kaho krsna upadesa, amara ajnaya guru hana tara ei desa - Ik zeg het tegen jullie en jullie moeten het ook zeggen tegen iedereen, die je tegenkomt, 'Chant Hare Krsna Hare Krsna Krsna Krsna Hare Hare, Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare.' Die persoon vertelt het op zijn beurt aan iemand anders. In opdracht van Mij moeten jullie dit aan anderen prediken." Even later begon heel Zuid-India te chanten en iedereen werd een Vaisnava.

Dit was de opdracht van Sri Caitanya Mahaprabhu en Zijn boodschap ging op deze manier razendsnel door de wereld. Ik ben hier ook naartoe gekomen om te vertellen, hoe jullie echt gelukkig kunnen zin. Chant Hare Krsna. Dit is een heel gemakkelijk proces om gelukkig te worden en ik nodig jullie allemaal uit om dit te volgen. Degenen, die nog niet volgen, zullen hun voordeel doen door te volgen.

Sri Caitanya Mahaprabhu ging naar de heilige rivier Godavari en daar dacht Hij, "Oh, dit is de Yamuna." Hij zag daar een prachtig bos en dacht, "Dit is dat ontzettend mooie bos van Vrndavana." Toen Hij een paar keien en bergen zag, dacht Hij, "Oh, jij bent Giriraja Govardhana."

Op die manier was Hij verzonken in liefde en genegenheid voor Sri Krsna. Alles buiten Zichzelf was Hij vergeten en was verzonken in dansen. Hij rolde soms over de grond en riep, "O Mijn geliefde Krsna, waar ben Je? Waar ben Je?" Soms lachte Hij en soms zong Hij, "Krsna Krsna Krsna Krsna Krsna Krsna Krsna He. Krsna Krsna Krsna Krsna Krsna Krsna Krsna He. Rama Raghava, Rama Raghava, Rama Raghava raksa mam. Krsna Kesava, Krsna Kesava, Krsna Kesava pahi mam."

Toen ging Hij de Godavari rivier over om te baden. Het was in de ochtend en Hij kwam op een eenzame plek aan vlakbij de ghata, badplaats. In die tussentijd kwam de bestuurder van dat gebied, genaamd Raya Ramananda, met een aantal metgezellen en duizenden vedische brahmanen, die vedische mantras reciteerden en met een enorme trom aankondigden, dat hijj eraan kwam. Ramananda Raya ging daar een bad nemen en op dat moment merkte hij, dat er vlakbij een schitterende, stralend jonge sannyasi daar ook was en in trance zat. Hij werd sterk door hem aangetrokken en nadat hij zijn bad had genomen, liet hij zijn assistenten, soldaten en de rest achter en ging in zijn eentje naar de plek, waar Caitanya Mahaprabhu zat. Daar bood hij zijn eerbetuigingen aan.

Mahaprabhu keek hem aan en vroeg, "Ben je Raya Ramananda?"

"Ja, ik ben die verdorven persoon," antwoordde Raya Ramananda.

"Toen ik in Jagannatha Puri was," zei Mahaprabhu tegen hem, "was een groot geleerde, Sarvabhauma Bhattacarya, erg aardig voor Me. Hij zei, dat ik naar Zuid-India moest gaan om Raya Ramananda te ontmoeten. Hij zei, 'Ook al is hij een gouverneur, zoals een afgezant of vertegenwoordiger van de koning in dat gebied, hij is een zeer belezen en hogeklasse toegewijde.'"

Sarvabhauma Bhattacarya had Mahaprabhu ook gezegd, "Aanvankelijk wilde ik hem niet geloven en ik maakte meestal grapjes met hem door te zeggen, 'Oh, jij bent een Vaisnava. Vaisnava's zijn niets waard. Ze zijn blinde volgelingen.' Maar daarna realiseerde ik me, dat hij een verheven persoonlijkheid is en ik bid, dat Je hem gaat zien, wanneer Je in die richting gaat. Je zal zien, dat hij een hogeklasse toegewijde is. Wees hem alsjeblieft genadig."

"Dit is de reden, waarom Ik ben gekomen," zei Mahaprabhu toen tegen Raya Ramananda, "alleen om met jou te associŽren. Anders zou Ik geen reden hebben gehad om hier naartoe te komen. Ik wil hari-katha van jou horen."

Raya Ramananda antwoordde, "Aangezien Je hier naartoe bent gekomen, weet ik, dat Sarvabhauma Bhattacarya mijn weldoener is. Hij heeft Jou hier naartoe gestuurd. Je bent de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Hij was zo goed om Jou naar me toe te sturen. Ik smeek Jou hier zes of zeven dagen te blijven, niet alleen slechts een of twee dagen. Wees genadevol. Sprenkel alsjeblieft Jou genade over me heen."

Op deze manier prezen ze elkaar en dit is de etiquette van Vaisnava toegewijden. Jullie zijn tegenwoordig deze etiquette kwijt geraakt en dat is de reden, waarom jullie vallen. We moeten proberen elkaar te eerbiedigen. We dienen alle toegewijden te eerbiedigen. Degenen, die geen zuivere toegewijden zijn, delen elkaar eenvoudig hun wereldse problemen mee, "Mijn echtgenoot heeft me verlaten." "Mijn vrouw heeft me verlaten." "Moet ik gaan trouwen of niet? Dit is een groot probleem." "Ik heb geen succes met hetgeen ik ben begonnen." "Ik zit in een scheidingsprocedure." "Mijn zaak is failliet, wat moet ik doen?"

We hebben het alleen over deze problemen. Dit is geen Vaisnava etiquette. Een Vaisnava heeft geen enkel probleem. Hij is altijd blij en hij kan zelfs hippies gelukkig maken. Ik kan me herinneren, dat Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja duizenden en duizenden hippies gelukkig maakte (he made hippy happy). Hij heeft hen veranderd en ze werden toegewijden. Ze werden echt gelukkig.

Tijdens het gesprek van Mahaprabhu met Raya Ramananda kwam een brahmana om Mahaprabhu uit te nodigen voor een prasadam lunch in zijn huis. Hij was een echte brahmaan en Vaisnava en Mahaprabhu wilde er daarom naartoe gaan en prasadam nemen. Hij vroeg Raya Ramananda, "Je moet me vanavond zeker zien."

Beiden waren in afwachting van hun ontmoeting in de avond. Raya Ramananda deed zijn koninklijke gewaden uit en trok een eenvoudige dhoti aan. Hij ging slechts met ťťn metgezel naar Mahaprabhu. Hij had geen koninklijke parasol, geen draagstoel en geen bewaker. In zijn eentje bood hij languit zijn eerbetuigingen aan Mahaprabhu. De hele nacht bleven ze praten en daarna nog eens een aantal dagen. Hun krsna-katha had plaats op een regelmatige wijze, van de avond tot de ochtend zonder te slapen en zonder onderbrekingen.

Sri Caitanya Mahaprabhu zei tegen Raya Ramananda, "Ik weet, dat je een hogeklasse toegewijde bent. Je bent zeer belezen en je kent alle geschriften en je bent een meester van Srimad-Bhagavatam. Daarom wil Ik jou een paar vragen stellen en ik verzoek jou om ze te beantwoorden met voorbeelden uit de geschriften. Ik hecht geen belang aan jouw antwoorden zonder de bewijsvoering uit de geschriften te geven."

We moeten altijd weten, waaruit echte bewijsvoering bestaat. Zoveel personen zeggen zoveel dingen, maar dat is geen bewijs. Bewijs is afkomstig uit de Veda's en de Upanisaden en van de woorden van een hogeklasse toegewijde zonder de vier gebreken: bhrama (de neiging om fouten te maken), pramada (de neiging om in illusie te zijn), vipralipsa (de neiging om te bedriegen) en karanapatava (ondeugdelijke zintuigen). Zijn woorden kunnen als bewijs dienen. Verder zijn de sastras, die overeenstemmen met de Veda's, zoals Sri Caitanya-caritamrta, de boeken van de Zes Gosvami's en de vier acaryas van de vier Vaisnava Sampradaya's allemaal bewijs. Het sterkste en meest zuivere bewijs echter is de woorden van Srimad-Bhagavatam. Dus Sriman Mahaprabhu zei tegen Raya Ramananda, "Als je bewijs levert uit de Veda's, Upanisaden en Bhagavatam, zal ik het zeker aanvaarden."

Zijn eerste vraag was, "Wat is sadhya (het doel van het leven) en wat is sadhana (de methode om dat doel te bereiken)?"

In de ochtendlezing heb ik jullie verteld, dat alle levende wezens afkomstig zijn uit de vluchtige blik van Karanodakasayi Visnu. Ze worden niet geschapen, want ze zijn eeuwig, maar ze komen voort uit het licht van de blik van Karanodakasayi Visnu. Je moet weten waaruit dat licht bestaat. De zwakke weerschijn van dat licht is een combinatie van de schijn van cit-sakti, de schijn van de tatastha of marginale energie, plus vibhinamsa-tattva, plus maya-sakti. De vermenging van deze vier wordt genoemd Sambhu-linga. Daar komen de jivas vandaan. Sambhu-linga is een schijn van Sadasiva-tattva (een vorm van Visnu-tattva). En maya (de begoochelende materiŽle energie) moet ook aanwezig zijn, want zonder maya kan er in het geheel geen schepping bestaan. Dit hele mengsel wordt Sambhu-tattva of Sambhu-linga en hiermee vindt de schepping plaats. Schepping van wat? Dit grofstoffelijke lichaam en het subtiel materiŽle lichaam. De ziel wordt niet geschapen, maar deze twee lichamen worden wel geschapen. We moeten al deze waarheden kennen - dat de levende wezens niet worden geschapen, maar dat ze veeleer een eeuwig vermogen zijn. Op dit moment kan dit niet nader worden uitgelegd. We zullen dit moeten realiseren door harinama te chanten.

Wanneer het chanten van de heilige naam zuiver wordt, wanneer de heilige naam, die je chant, de naam van God Zelf wordt en geen overtreding tegen de heilige naam bevat of een schijn van de naam is, wanneer die naam transcendent wordt, dan ga je al deze waarheden realiseren. Met jouw verstand kun je helemaal niets realiseren.

Door te chanten ga je krsna-tattva, maya-tattva, bhakti-tattva, jiva-tattva en de rest realiseren. Daarna zal je op zeker moment al die materiŽle overwegingen moeten vergeten om erachter te komen, dat Krsna jouw boezemvriend is, jouw zoon of jouw meest dierbare geliefde.

Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja, jullie Prabhupada, is komen vertellen, dat Sri Krsna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is. Maar hij heeft mij verteld, dat ik jullie allemaal moet zeggen, dat jullie nu moet vergeten, dat Krsna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is - en nu is die tijd aangebroken. Hij wil, dat ik jullie vertel, dat je nu aan Krsna moet denken als een boezemvriend of een geliefde of een zoon en Hij is jullie alles. Op deze manier dient onze bhakti en toewijding aan Hem toe te nemen.

Nu komen we terug op het onderwerp. Kun jij de eerste vraag van Mahaprabhu aan Raya Ramananda lezen volgens de vertaling van Srila Svami Maharaja?

Premaprayojana dasa: Sri Caitanya Mahaprabhu zei Ramananda Raya een vers te reciteren uit de geschriften over sadhya, het hoogste doel van het leven.

Srila Gurudeva: Ik leg hetgeen uit, dat Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja, jullie Gurudeva, heeft uitgelegd. Ik zit niet in een andere lijn. Ik volg hem. Wat heeft Raya Ramananda toen geantwoord? Hij heeft sadhya, het doel, uitgelegd. Hij heeft niet alleen sadhana uiteengezet, het middel om het doel te bereiken.

Sripad Madhava Maharaja: Mahaprabhu vroeg Ramananda Raya over het doel van het leven. Hij heeft niet eerst naar sadhana of de methode gevraagd. Hij heeft eerst het doel willen vaststellen. Ramananda Raya antwoordde het volgende,

varnasramacara-vata / purusena parah puman
visnur aradhyate pantha / nanyat tat-tosa-karanam

Sri Caitanya-caritamrta (Madhya-lila 8.58)

Dit wil zeggen, "Het is verplicht om varnasrama-dharma te volgen. Er zijn vier varnas en vier asrama. Brahmanas, ksatriyas, vaisyas en sudras vormen de vier varnas of beroepsmatige plichten. De vier asramas of spirituele ordes zijn brahmacarya (celibatair student), grhastha (gezinshoofd), vanaprastha (beginnend wereldverzaker) en sannyasa (wereldverzakende levensorde). Je kunt in iedere varna of asrama zitten, maar het is essentieel om varnasrama-dharma in stand te houden. Op deze manier kun je Visnu een plezier doen en er is geen andere manier."

Toen Mahaprabhu dit antwoord hoorde, zei Hij, dat varnasrama extern is. Hoezo? Waarom wilde Mahaprabhu het niet als levensdoel aanvaarden? Dat komt, omdat er geen sprake is van de ziel. Varnasrama-dharma is alleen noodzakelijk om ons sociale stelsel in stand te houden. In Srimad-Bhagavatam staat, "Sa vai pumsam paro dharmo." De beste religie voor de ziel is onafgebroken eenpuntige toewijding aan Visnu. Hiermee worden zowel de ziel als de Superziel een plezier gedaan. Het is zoiets als karma-misra bhakti (bhakti vermengd met het verlangen om de vruchten van baatzuchtige activiteiten te genieten), niet svarupa-siddha bhakti (bezigheden die uitsluitend bestaan uit bhakti, zoals horen, chanten en Krsna of Visnu herinneren). Daarom zei Mahaprabhu dat het extern is. Het is geen zuivere bhakti en daarom wees Hij het af als het zuivere doel. Nu gaat Ramananda Raya verder. Nu gaan we het horen van Srila Gurudeva.

Srila Gurudeva: In deze varnasrama-dharma wordt geadviseerd om Visnu te vereren. Wat is ons doel? Het proces is verering van Visnu, maar wat is het doel van die verering? We willen in deze wereld gelukkig zijn en de meeste mensen denken, dat Visnu een gunst zal geven, zodat we gelukkig kunnen worden. Hoger dan dat is bevrijding van gehechtheid en opgaan in Visnu. Mensen denken, dat dit de gunst van God is, maar het in in werkelijkheid een vloek, geen godsgeschenk. We moeten niet proberen in Krsna op te gaan en we moeten ook niet proberen om wat dan ook te doen om in deze wereld gelukkig te worden middels zintuiglijke bevrediging, want dat is tijdelijk.

In dit land, Amerika, heerst een jeukziekte namelijk eczeem. Door deze aandoening moeten we krabben en dat lijkt plezierig te zijn. Maar uiteindelijk is het een ziekte, die na verloop van tijd nogal pijnlijk wordt.

Deze wereld lijkt daarop. Het wereldse leven lijkt op jeuk, een ziekte. Door Sri Visnu te vereren kunnen we dit opgevven en enige tijd gelukkig zijn, maar dan begint de jeuk weer terug te komen. Op dezelfde manier is varnasrama-dharma een uiterlijke zaak. Het bevat geen dienstverlening van de ziel, alleen uiterlijke dienstverlening aan het lichaam.

Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja en Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura hebben getracht deze varnasrama-dharma te vestigen. Waarom? Door dit te volgen worden op zijn minst menselijke wezens, anders leven we als dieren. Eerst moeten we mens worden, want de mensheid is een platform voor bhakti. We moeten eerst een platform scheppen en dan kunnen we hari-katha horen.

Om geleidelijk geestelijke vooruitgang te maken is varnasrama enigszins gunstig, maar niet volkomen. Daarom zegt Mahaprabhu tegen Ramananda Raya verder te gaan. Bestaat hierover enige twijfel? Ons doel is niet om varnasrama-dharma te volgen. Srila Svami Maharaja zei tegen zijn leerlingen om varnasrama-dharma in Gita Nagari, New Vrndavana, New Mayapura en zoveel andere plaatsen te vestigen. Hij heeft dit willen vestigen, maar alleen als een platform. Waar zijn de meeste van die projecten nu? Ze zijn verdwenen. Nu is er alleen nog braak liggend land en dat braak liggende land huilt - er is daar niets substantieels aanwezig.

Syamarani dasi: Srila Raya Ramananda citeerde Bhagavad-gita, "Alles dat je doet, alles dat je weggeeft en alles dat je in een offer aanbiedt, dient te worden gedaan voor Mij." Sri Caitanya Mahaprabhu wees ook dit voorstel als doel van de hand, want Hij beschouwde dit ook als extern, omdat we alles doen voor onze eigen bevrediging. Iedere activiteit in deze wereld draagt een karmische reactie. Zelfs al is het een vrome actie en ik krijg een vrome reactie, zal ik desondanks in deze wereld moeten lijden. Als ik iemand een berg geld geef, ben ik in mijn volgende leven rijk. In dat volgende leven echter zal ik in een baarmoeder worden geboren en ouderdom, ziekte en dood moeten aanvaarden. De motivatie is mijn eigen lustbevrediging.

Mahaprabhu wees dit van de hand als niet perfect. Hij zei Ramananda Raya opnieuw verder te gaan en toen presenteerde Ramananda Raya de conclusie van de Bhagavad-gita, "Sarva dharma parityajya - Geef alle vormen van zogenaamde religieuze activiteiten op en geef alles over aan Mij. Ik zal jou op Mijn beurt bevrijden van alle angst en zondige reacties."

Mahaprabhu wees dit ook af als doel. Het is beter dan een dierlijk leven, beter dan helemaal niets met Krsna te maken hebben, dus waarom wees Sri Caitanya dit van de hand? Dit was ook weer extern, want het had betrekking op het lichaam. "Ik wil dat Krsna me van de angst bevrijdt." Dus ik heb een persoonlijke motivatie. Ik ben niet bezig om Krsna een plezier te doen, maar ik wil, dat Krsna mijn lichaam beschermt en voor mijn mentale en intellectuele welzijn zorgt.

Dit lijkt op een zakelijk voorstel. Als ik iets doe voor Krsna, zal Hij iets doen voor mij. Daarom wees Caitanya Mahaprabhu het af als doel. Ware toewijding betekent, dat er geen materiŽle oorzaak aanwezig is en geen materiŽle onderbreking plaats vindt.

Srila Gurudeva: In Srimad-Bhagavatam staan hiervan zoveel voorbeelden. Een voorbeeld is het verhaal van Koning Hariscandra. Hij was een sterke ksatriya koning in varnasrama-dharma en hij vereerde Sri Visnu. Hij was zeer waarheidsgetrouw, hij vertelde nooit een leugen, hij zou nooit onwaarheid aanvaarden en hij was aan alle schepselen zeer vrijgevig. Op zekere dag kwam Visvamitra, een hogeklasse overgegeven toegewijde, in een droom naar Hariscandra en zei tegen hem, "U bent zeer vrijgevig, een waarachtig spreker, een hele goede koning en u vereert constant Visnu. Ik weet, dat u zeker hetgeen zal weggeven, dat ik van u vraag. Dus ik wil iets van u hebben." In de droom zei Visvamitra tegen de koning, dat hij zijn hele koninkrijk wilde hebben en de koning zei, "Ja, ik zal het u geven."

Nadat de droom uit was, kon de koning zich niets meer herinneren. In de ochtend kwam Visvamitra zelf naar Hariscandra en vroeg hem, of hij zich de droom van de vorige nacht kon herinneren.

Hariscandra zei, "Ik kan me er niets meer van herinneren. Waar ging het over? Oh, u heeft mijn koninkrijk gevraagd en ik heb het u gegeven."

Visvamitra zei, "Dus dan moet u het aan me geven."

Hariscandra antwoordde, "Maar dat gebeurde in een droom."

"Eigenlijk was het geen droom," zei Visvamitra, "ik ben echt naar u toegekomen."

Hariscandra kende de mystieke vermogens van sterke heiligen en geloofde hem. Dus hij zei, "Ja, ik leg de gelofte af, dat ik u het koninkrijk geef. Dit hele koninkrijk is nu van u." Visvamitra zei hem toen daksina, een donatie in de vorm van geld, te geven. In India worden een paar munten bij een donatie gegeven om de donatie te completeren. Daarom vroeg Visvamitra hem daksina te geven.

Hariscandra riep zijn schatbewaarder bij zich en zei hem tienduizend gouden munten aan Visvamitra te geven. Visvamitra glimlachte en zei tegen hem, "U bent een leugenaar. U hebt me uw hele koninkrijk gegeven en nu is uw schatkist ook van mij. Dus hoe kunt u de schatbewaarder zeggen me goud te geven? Het is reeds in mijn bezit." Hariscandra stemde toe en wilde daarom van iemand in het koninkrijk een lening nemen. Maar Visvamitra zei, "Nu zijn alle burgers ook van mij en u mag geen lening afsluiten met iemand in mijn koninkrijk."

Vervolgens besloot Hariscandra zichzelf te verkopen. Maar Visvamitra zei, "In mijn koninkrijk kun je zelfs jezelf niet verkopen." Toen raakte de koning in de war en wist niet meer wat hij moest doen. Hij dacht, dat hij iets verkeerds had gedaan. Hij vroeg aan Visvamitra, "Wat moet ik doen? Geef me alsjeblieft een paar ideeŽn." Visvamitra zei tegen hem, "Ga naar Kasi, dat zich op de drietand van Sankara bevindt. Kasi ligt niet in deze wereld. Daar kun je jezelf verkopen en dan kun je mij betalen. Maar je moet altijd onthouden, dat je me moet betalen."

Hariscandra ging naar Kasi met zijn vrouw en zoon - te voet, want al zijn wagens en de rest was nu het eigendom van Visvamitra. Na vele dagen bereikte hij Kasi en riep naar de mensen, dat ze hem konden kopen. Een lagekaste persoon, de bewaker van het crematorium, wilde hem kopen en zei, dat hij in het crematorium een taak zou krijgen. Hariscandra accepteerde dit, want niemand anders wilde hem kopen, maar de bewaker gaf slechts vijfduizend gouden munten.

Hij had meer nodig en daarom verkocht hij zijn vrouw Sadya en zijn zoon Rohitasya. Een wrede brahmaan gaf vijfduizend munten en nam hen beiden mee. Als je een koe verkoopt, ben je niet langer de eigenaar. Zo was ook Hariscandra niet meer de koning, of de echtgenoot van zijn vrouw en ook niet langer de vader van zijn kind. Hij had echter nog enig vals-ego en dacht dat hij nog steeds een koning was en de echtgenoot van Sadhya en de vader van Rohitasya.

Na een tijdje gebeurde het, dat een slang zijn zoon dood beet. Het was midden in de nacht in het regenseizoen. Er stond een koude wind en het stortregende. De brahmaan zei tegen Sadya, "Haal dit dode lichaam hier weg. Ik kan jou hier niet met dit dode lichaam laten zitten. Ik heb geen medelijden met jou."

Ze nam het lichaam van haar kind in haar armen en ging huilend naar het crematorium. Op dat moment was Hariscandra de bewaker van die onreine plek. Hij kon in het duister zijn vrouw en zoon niet herkennen. Hij vroeg op medogenloze toon, "Wie loopt hier te huilen? Eerst moet u de belasting voor het crematorium betalen en dan kunt u van deze faciliteit gebruik maken."

Op dat moment kwam er een lichtflits uit het onweer, waardoor hij kon zien, dat de vrouw zowaar Sadhya was. Hij was in de war, want hij wist niet of hij zich zou identificeren als haar echtgenoot (nu hij haar en zijn zoon had verkocht), of als de vader van de overleden jongen, of als koning, of als bewaker van het crematorium.

Precies op dat moment verscheen Visvamitra met Yamaraja of Dharmaraja en Sri Narayana was ook meegekomen. Ze brachten de zoon van Hariscandra weer tot leven en vertelden hem, dat hij een godsgeschenk kon krijgen. Visvamitra zei hem, dat hij tijdens zijn leven als koning misleid werd door begoocheling. Hij zei, "In deze wereld kan niemand de waarheid spreken. Jouw naam is niet Hariscandra. Dit is de naam van jouw grofstoffelijke lichaam. En waarvan is dit lichaam gemaakt? Het is louter een combinatie van bloed en vlees, urine en ontlasting. Je weet niet, dat jouw ziel de eeuwige dienaar van Krsna is. Als je denkt, 'Ik ben vader, echtgenoot, koning enzovoort,' wat is dan de waarheid, die je spreekt?

"Je moet weten, dat je een deeltje bent van Krsna, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Je bent geen onderdeel van deze wereld. Vergeet dus al die valse ideeŽn. Probeer Krsna te dienen en chant Zijn namen." Hariscandra accepteerde dit allemaal, maar hij had ťťn verzoek, "Geef een dergelijke harde test niet aan de jivas in Kali-yuga. Ze zullen nooit in staat zijn om voor jouw test te slagen. Ze zullen constant falen."

Hariscandra deed hetgeen wij willen doen, varnasrama-dharma, en hij volgde en vereerde Sri Visnu met grotere ernst dan dat wij dat kunnen. Maar hij had geen idee, dat we transcendent zijn, of dat we eeuwige dienaren van Krsna zijn. Dit is het grootste probleem. Als je denkt, "Ik ben de doener," of als je zelfs denkt, "Ik geef iets aan Krsna," is dit geen zuivere bhakti. Daarom is in Bhagavad-gita (18.66) gezegd,

sarva dharman parityajya mam ekam saranam vraja
aham tvam sarva papebhyo moksyaisyami ma sucah


Wat is de betekenis van deze sloka?

Sripad Madhava Maharaja: Ramananda Raya geeft nu het advies van Bhagavad-gita, waarin Krsna de instructie geeft, "O Arjuna, geef alle tijdelijke dharma op en alle activiteiten en ideeŽn met betrekking tot het tijdelijke materiŽle lichaam en verstand. Geef jezelf over en neem jouw toevlucht tot de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Door dit te doen ben je bevrijd van alle zondige reacties. Vrees niet."

Dit lijkt een heel transcendent en uitstekend advies te zijn, maar toen Sri Caitanya Mahaprabhu dit hoorde, gaf hij ten antwoord, "O Mijn beste Ramananda Raya, dit is extern. Dit wijs Ik ook af. Vertel Me meer." De eeuwige bedrijvigheid van de ziel is liefdevolle dienst aan de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods in een relatie tot Hem te verlenen. Saranagati, overgave, is voornamelijk het afwijzen van zaken, die tijdelijk en ongunstig zijn voor geestelijke ontwikkeling. In saranagati hebben we onze relatie met de Allerhoogste Heer met bezitsdrang en liefde en genegenheid nog niet gerealiseerd. Daarom wees Sri Caitanya Mahaprabhu ook dit idee als levensdoel van de hand.

Op zich is overgave aan de Allerhoogste Persoon niet direct bhakti. Het is niet de positieve en eeuwig perfecte activiteit van de ziel. Het wordt eerder gezien als de poort naar bhakti. Als je een gebouw wilt binnengaan, moet je allereerst door een deur naar binnen. Je kunt niet door de muur lopen. Als je hoort, chant, herinnert en Krsna dient, maar je hebt jezelf niet eerst overgegeven door te zeggen, "O Krsna, ik ben de Jouwe. Ik ben volkomen van Jou afhankelijk. Ik aanvaard alles, dat gunstig is voor bhakti en wijs alles af, dat ongunstig is. Jij bent mijn beschermer. Jij bent mijn instandhouder. Ik zal altijd deemoedig en nederig zijn zonder enig belang buiten Jouw belang," worden jouw activiteiten geen zuivere toegewijde dienst genoemd.

Tenzij men deze zes onderdelen van saranagati heeft aanvaard, voordat men zijn toegewijde dienst verleent, is zijn dienstverlening een imitatie, als een toneelstuk. De eerste stap is overgave. Deze overgave is geen bhakti, maar het is de voorwaarde om het gebied van bhakti binnen te gaan.

Srila Gurudeva: Ik heb een verhaal gehoord over Jezus Christus. Er waren een aantal personen bij elkaar gekomen, die met stenen in hun hand een schuldig persoon wilden vermoorden. Deze persoon had een slecht karakter. Hij had zich aangetrokken gevoeld tot een dame, had haar vastgepakt en deed verkeerde dingen. Dus veel personen waren daar bij elkaar en wilden hem met stenen doden.

Op dat moment kwam Jezus langs en zei tegen hen, "Oh, luister eerst naar mij. Ik wil dat jullie deze persoon stenigen. Ik heb ook een steen, dus we gaan allemaal samen deze stenen naar hem gooien en hem vermoorden. Maar luister eerst naar mij. Alleen degenen, die niet schuldig zijn aan dezelfde misdaad, worden toegestaan hem te stenigen. Een ieder, die persoonlijk schuldig is aan slechte activiteiten, een ieder, die hetzelfde heeft gedaan als deze persoon, mag hem niet stenigen." Niemand gooide een steen. Niemand had een rein hart en was vrij van de schuld aan dezelfde misdaad.

Hoewel we in dit geval enige genade waarnemen, moeten we proberen te weten, dat deze genade geen ware genade is. De Allerhoogste Persoonlijkheid heeft alle schepselen gemaakt - bomen, insecten, vissen, koeien en alle andere levende wezens. In ieder lichaam is een ziel aanwezig. Het is een misverstand te denken, dat alleen in een menselijk lichaam een ziel aanweziig is en dat we daarom alleen de mensheid moeten dienen.

Waarmee waren Florence Nightingale en Moeder Theresa bezig? Ze verzorgden de zieken en de armen, zelfs mensen met lepra. Ze gaven hen echter rundvlees, vis en wijn en ze dachten, dat het geen kwaad kon doen. Ze wisten niet, dat een vis ook een leven heeft, dat een koe ook een leven heeft en dat alle andere dieren een leven hebben - evenals mensen.

Wij beschikken niet over de authoriteit om welk levend wezen dan ook te doden - in geen enkele levenssoort, want ze zijn allemaal zonen en dochters van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, die niet wil, dat ze worden vermoord. De koe is als een moeder. Ze geeft melk zonder onderscheid van kaste en geloof. Ze geeft melk aan iedereen, ongeacht of men islamiet, IndiŽr, Amerikaan of iemand anders is. Daarom kunnen we haar zien als een moeder, die haar moedermelk geeft. Als we een pas geboren kalf doden om het vlees te consumeren, wat is dat dan? Is dit genade? Ik ben naar Vaticaan Stad geweest en ik werd blij te zien, dat daar een groot monument stond. Er stonden daar honderdduizend pelgrims, die allemaal hun eerbied betuigden en ik wilde ook mijn eerbied betuigen, "O Jezus Christus, wat is zijn glorie groot."

Toen zag ik een paar hele mooie, zachte kalfjes van twee of drie dagen oud en ik vroeg, "Waarom staan hier zoveel kalfjes?" - "Weet u dat niet? Ze staan op de menukaart van de paus vandaag. Hij gaat al zijn vrienden uitnodigen en ze gaan ze allemaal opeten." Toen ging ik dat land haten en ik zei, "Ik wil hier geen moment langer meer zijn. Ik ga hier weg. Deze figuren zijn zo wreed als slachters. Ze kennen geen medelijden of genade voor deze koeien en kalveren, noch voor wie dan ook."

Wat zijn eieren? Als je eieren wilt eten, kun je een ei uit de baarmoeder van jouw moeder nemen. Dat is ook een soort ei. We mogen dus al deze dingen niet gebruiken. We moeten juist weten, dat de ziel zich overal bevindt - niet alleen in het menselijk lichaam. Daarom is dienstverlening aan de mensheid geen dienstverlening aan de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Het is van essentieel belang om dit te weten.

Mahaprabhu heeft daarom de overweging van, "Sarva dharman parityajya..." als doel afgewezen - laat staan al die andere dingen.

Gaura Premanande!



CC DEZE LEZING VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMELDING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS BESCHREVEN ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur (spreker) Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: Pure Bhakti /Teachers / Bhakti Discourses, "Introduction To Raya Ramananda Samvada"
Kunstwerk: Vasudeva-krsna dasa, "Sri Caitanya Mahaprabhu and Ramananda Raya"
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe / Bhagavata Parampara, "Sri Ramananda Raya"
Vertaler Nederlands: © 2022 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= Sri Svarupa Damodara Gosvami
Volgende => Srivasa Pandita

TOP

title=""