Parampara
Menu:   Nederlands   Engels



Sri Guru Parampara



Sri Narada Rsi's extase

Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja

Narada Sri Pariksit Maharaja vertelde zijn moeder, hoe Srila Narada Gosvami aan de wereld wilde openbaren, wie de grootste ontvanger van Krsna's genade was. Narada Muni ging van Koning Indra naar Sri Brahma en na Sri Brahma ging hij de Pandava's bezoeken. De Pandava's lieten hem weten, dat zij niet de ware ontvangers van Krsna's genade waren, maar dat ze juist buitengewoon onfortuinlijk waren. Ze vertelden hem, dat Sri Uddhava de ware ontvanger van Krsna's genade was.

Toen Rsi Narada dit hoorde, werd hij zo gek van extase, dat hij alleen bij het chanten van "Jaya Uddhava, Jaya Uddhava" zelfs vergat op zijn vina te spelen. Hij rende naar Dvarakapuri met grote straten, meren, snelwegen en boulevards, dat midden in de Indische Oceaan ligt en erg moeilijk te bereiken is. Geen gewoon mens kon daar binnenkomen, maar Sri Narada Muni, die gek van prema was, zag kans er te komen en het verbijsterend weelderige paleis van Srimati Rukmini-devi binnen te treden.

Vanwege de vloek van Prajapati Daksa kon Narada Muni zich nergens langer dan enkele minuten ophouden. Echter vanwege zijn grote verlangen om de darsana van Sri Krsna te krijgen, kon die vloek hem niet hinderen en ging hij het paleis binnen om Hem te zien.

De vloek was op deze manier uitgesproken. Prajapati Daksa was een hooggeleerd persoon in de Veda's. Hij voerde allerlei soberheden uit op verzoek van Sri Brahma om op die manier het genereren van nageslacht te ondergaan. Hij maakte vele zonen, die hij uitzond om soberheden te ondergaan en meer nageslacht te produceren. Met hun grote geluk ontmoetten ze Sri Narada Muni, die hen zei, dat alleen bhakti van wezenlijk belang was en dat het materiŽle bestaan niet essentieel is.

Omdat ze het van Sri Naradaji hoorden, ging bhakti hun hart binnen en ze keerden nooit meer naar huis terug. In plaats daarvan namen ze sannyasa en voerden bhajana uit. * [Zie eindnoot 1] Niemand weet, waar ze naartoe zijn gegaan - misschien naar Vrndavan. Daksa werd hierdoor erg boos en zei tegen Sri Narada Muni, dat hij dergelijke soorten instructies nooit meer mocht geven. Hij produceerde wederom een menigte zonen, die hij eveneens uitzond voor het uitvoeren van soberheden. Rsi Narada Muni ving ook hen op en nadat ze van hem informatie over bhakti-tattva hadden gekregen, zijn zij ook nooit meer thuisgekomen.

Nu werd Prajapati Daksa echt heel boos en sprak over Narada Muni de vervloeking uit dat hij nooit meer langer dan enkele seconden op dezelfde plek kon blijven. Hij zou er alleen kunnen blijven gedurende de tijd, die nodig is om een koe te melken. Hij zei tegen Naradaji, "Ik heb jou deze vervloeking gegeven, omdat je overal, waar je gaat instructies geeft, die het familieleven en de huishoudelijke gang van zaken ontregelen."

Sri Narada Muni aanvaardde de vervloeking als een zegening. Hij was blij en dacht, "Oh, nu kan ik overal naartoe gaan om instructies te prediken en over het spel en vermaak van Bhagavan te vertellen."

Telkens wanneer hij het verlangen had om darsana van Sri Krsna te krijgen, ging hij naar Dvarakapuri, een dhama (woonplaats), die vanwege zijn transcendente positie door Krsna Zelf werd beschermd en niet onderhevig was aan aardse vervloekingen.

Welnu, bij deze gelegenheid had Narada Muni zich in prema verloren. Hij was zodanig in extase en verlangde er zo hevig naar om Krsna te zien, dat zijn benen hem automatisch naar het paleis van Rukmini brachten. Alle acht extatische symptomen (asta-sattvika-vikara), zoals vallen en over de grond rollen, konden in zijn gedrag en zijn lichaam worden waargenomen. Onderweg naar het paleis liep hij soms hardop te roepen, alsof hij groot verdriet had, soms liep hij te dansen en soms voerde hij kirtana uit. Soms stond zijn lichaamshaar overeind en soms manifesteerden alle acht symptomen zich tegelijkertijd.

Ook al leek het erop, dat hij niet goed bij zijn hoofd was, dit betrof geen waanzin, maar werd veroorzaakt onder invloed van suddha-sattva (het platform van zuivere goedheid of bovenzinnelijke emotie). Dus ofschoon hij alles van zijn lichaam vergat, was hij niet de weg naar de kamer van Sri Krsna vergeten. Het kan er voor een gewoon of onwetend persoon naar uitzien, dat een dergelijke toegewijde gestoord is, terwijl hij de meest verheven persoonlijkheid is, die nooit iets verkeerd kan doen.

We zien soms, dat de gopis of verheven Vaisnava's op de grond vallen en buiten bewustzijn raken; maar hun bewusteloosheid is niet als die van ons, of die van munis of andere soorten zogenaamde sadhus. Wanneer munis hun samadhi binnengaan, vergeten ze alles - deze wereld en zichzelf. Maar wanneer de gopis of de Vaisnava's in samadhi gaan, herinneren ze zich de namen, gedaante, kwaliteiten en het spel van Bhagavan Sri Krsna.

Een kanishta-adhikari kan dit niet begrijpen. Hij denkt, als je in samadhi gaat, dat dit hetzelfde is als de anaesthesie (totale verdoving) van een dokter - helemaal in coma - maar dat is helemaal niet waar. Wanneer Vaisnava's in samadhi gaan, denken ze constant aan het spel en vermaak van Krsna.

Pariksit Maharaja, die dit aan zijn moeder vertelde, zei, "O moeder, hoor dit aandachtig aan. Weest u alstublieft zeer beheerst en standvastig, want nu ga ik spreken over het gevoel van afgescheidenheid en ik zal het ook gaan hebben over vraja-prema. Probeer niet flauw te vallen. Hoor dit met groot geduld aan.

Toen Rsi Narada de kamer van Rukmini-devi naderde, zag hij een verbijsterend tafereel. Bij de drempel van die kamer zaten een groot aantal metgezellen van Krsna, inclusief Udhava, Srimati Devaki, Rohini-maiya, Rukmini, Satyabhama en Padmavati. Het was laat in de ochtend, ongeveer tien uur, en Bhagavan Krsna lag nog in Zijn kamer te slapen. Uit consideratie voor Hem hadden ze zich buiten de kamer tot de drempel verzameld. Ze waren allemaal zeer ongerust, vooral Uddhava, die dacht, dat er iets mis was met Krsna - een ziekte of ongeluk - want Hij lag nog zo laat te slapen. Toen Narada Muni de situatie zag, zei hij niets, omdat hij voelde, dat spreken op dit moment nogal ongepast zou zijn.

Padmavati, de vrouw van Ugrasena en de moeder van Kamsa, wordt door Srila Sanatana Gosvami beschreven als bhagavat-priti-barini, zij die neiging steelt om Sri Krsna te dienen. Ze bezat in haar jeugd extreme schoonheid. Op zekere dag ging ze hier in Mathura een ommetje lopen in haar eigen tuin en werd opgemerkt door de demoon, Drumila, die zich tot haar voelde aangetrokken, haar kuisheid bevlekte, waardoor als gevolg daarvan Kamsa werd geboren. Daarom is Kamsa niet echt de zoon van Ugrasena, hij is in werkelijkheid de zoon van demoon Drumila. En dat is de reden, waarom hij een demoon was en altijd gekeerd was tegen Sri Krsna, de Pandava's en Krsna's toegewijden.

Iemand als Padmavati kan Krsna's spel niet bevatten; ze houdt er haar eigen externe opvatting op na. Iemand als Rohini-maiya, de moeder van Sri Baladeva, daarentegen, heeft wel de ware conceptie te pakken. Een materialistisch persoon heeft de neiging te denken, "Iedereen is zoals ik" en een kanistha-adhikari begrijpt ook niets van het gedrag en de de uitspraken van hoge-klasse Vaisnava's of het spel en vermaak van Krsna. Een voorbeeld hiervan wordt gezien in verband met Srila Sukadeva Gosvami. Juist voordat hij de oever van de rivier naderde, waar Sri Pariksit Maharaja was gezeten, werd hij omringd door een aantal gewone vrouwen en kinderen, die met grote minachting stokken en modder naar hem gooiden, omdat ze zijn verheven positie niet konden waarnemen.

Toen echter Pariksit Maharaja en de rsis en de munis, die zich daar op de oever hadden verzameld, hem zagen, stond iedereen op, bood zijn grote eerbied aan, zodra ze zagen, dat een maha-bhagavata was gearriveerd. We mogen niet voortijdig de conclusie trekken, dat we Vaisnava's of Sri Gurudeva begrijpen. Dat is niet goed.

Onderweg naar Dvaraka en bij zijn aankomst was Narada Muni verzonken in herinneringen over de manier, waarop Uddhava zoveel dienst aan Sri Krsna had verleend. Naradaji is geen gewoon persoon. Hij heeft de stadia prema, sneha, raga en anuraga doorlopen. Deze stadia zijn in hem tot op zekere hoogte aanwezig. Desondanks overwoog hij, "Ik ben de laagste. Sri Uddhava is groot. Hij is de ware ontvanger van Krsna's genade."

Pariksit Maharaja bleef tegen zijn moeder spreken en beschreef nu, hoe de tranen van Narada het lichaam van iedereen om zich heen doordrenkten. Bij het zien van zijn conditie deed iedereen in de kamer van Rukmini versteld staan en iedereen bood hem eerbied. Een van hen waste zijn gezicht met water in een poging hem te kalmeren en tot rust te brengen, zodat hij Krsna in Zijn slaap niet zou storen. Met zijn lichaamshaar overeind en met een gebroken stem zei Rsi Narada tegen hem, "Ik word niet gekalmeerd met alleen een beetje water. Als je werkelijk mijn leven wilt redden, geef me dan alsjeblieft darsana van de maha-bhagavata Uddhava, of strooi zijn voetenstof op mijn hoofd. Dan alleen kunnen mijn hoofd en ziel worden gekalmeerd."

Toen vroeg Sri Uddhava hem, "O Narada, wat is er met jou gebeurd? Wat is de oorzaak van die schijnbare waanzin in jou?"

Rsi Narada antwoordde, "O Uddhava, jij bent de ware ontvanger van Krsna's genade."

Sri Pariksit Maharaja sprak op deze manier door tegen zijn moeder. Narada dacht nog steeds aan de dienstverlening van Uddhava aan Krsna en wenste om ook zoals Uddhava te kunnen dienen, waarbij tranen uit zijn ogen stroomden. Dit is het symptoom van een ware Vaisnava. Ook al heeft iemand maar een klein beetje dienst verleend aan Sri Guru, aan de Vaisnava's, of aan Bhagavan Krsna, een ware Vaisnava zal dat zien als een grote hoeveelheid dienstverlening en wordt extatisch. Hoewel de gopis de hoogste positie van allemaal innemen, beschouwen ze bij het zien van pauwen hun overvloed aan dienstverlening en roepen, "Kijk eens, hoeveel liefde ze voor Krsna hebben. Wanneer ze Hem zien, staan ze als grote sadhus aan de grond genageld."

De gopis zijn miljoenen keren groter dan de Pulinda-kanya's, de inlandse meisjes, die in de bossen van Vraja leven. Maar vanwege hun eigen prema beschouwen de gopis de liefde van de inlandse meisjes voor Krsna zoveel groter dan van zichzelf. Ze beklaagden zich, "Als ze vroeg in de ochtend de voetafdrukken van Krsna op de dauw zien, smeren deze Pulinda meisjes de kurkuma van Zijn lotusvoeten over hun lichaam heen. Wij kunnen geen dienst verlenen, zoals zij dat doen."

Narada dacht, dat van alle toegewijden, die hij tot nu toe had ontmoet, niemand van Krsna genade had gekregen, zoals Uddhava dat had gekregen. Om ons levensdoel te bereiken moeten we bhakti krijgen, zoals Narada Muni en daarvoor moeten we heel hard werken. Als we ons nu in het stadium van anisthita-bhakti (onregelmatige toegewijde dienst) bevinden, moeten we heel hard proberen om het stadium van nistha-bhakti (stabiliteit) te krijgen. Als we in het stadium van nistha zijn, moeten we heel hard werken om naar het stadium van ruci (smaak voor bhajana) te komen.

Anisthita-bhakti kent veel symptomen. Men kan bijvoorbeeld denken, "Moet ik brahmacari worden, of ga ik sannyasa nemen, of moet ik gaan trouwen? Srila Vyasadeva was getrouwed, dus wat is daar mis mee? De Pandava's waren ook getrouwd, dus als ik ga trouwen, kan ik worden zoals zij en bhajana doen. Maar Narada daarentegen trouwde nooit en zovelen van onze guru-varga zijn ook nooit getrouwd geweest - dus wat moet ik doen? Wat moet ik doen? Moet ik in de matha gaan wonen? Moet ik diksa nemen? Of moet ik thuis blijven en met moeder en vader en broers bhajana gaan doen?"

Als we zoals Narada Muni willen worden, moeten we hem ook volgen. Denk niet, "De Panava's waren getrouwd, dus ik kan ook trouwen en dan krijg ik dezelfde bhakti als de Pandava's." Dit moeten we niet gaan denken.

Ondanks dat Sri Narada, toen hij nog een Gandarva was, door Sri Brahmaji werd vervloekt en een sudra * [Zie eindnoot 2], de zoon van een dienstmeid, werd, heeft hij zijn bhajana nooit opgegeven. Hij is nooit getrouwd geweest en is nooit door een dame aangetrokken geweest. We moeten proberen hem te volgen en dan mogen we hopen de soort toewijding te krijgen, waarover hij beschikt.



______________________________

EINDNOTEN

Eindnoot 1 - "Onder invloed van de externe energie van Sri Visnu kreeg Prajapati Daksa tienduizend zonen in de baarmoeder van zijn vrouw, Pancajani. Deze zonen, die allemaal hetzelfde karakter en dezelfde mentaliteit hadden, stonden bekend als de Haryasva's. De Haryasva's werd door hun vader de opdracht gegeven om steeds meer bevolking te produceren en trokken naar het Westen naar de plek, waar de Sindhu Rivier (nu de Indus) in de Arabische Zee uitmondt. Dit was namelijk de lokatie van een heilig meer, genaamd Narayana-saras, waar zich vele heilige personen ophielden. De Haryasva's gingen soberheden, boetedoening en meditatie uitvoeren, de bezigheden van de hoogverheven, wereldverzakende levensorde. Toen Srila Narada Muni deze jongens bezig zag met dergelijke lofwaardige soberheden louter ten behoeve van materiŽle creatie, leek het hem beter hen van deze neiging te bevrijden. Narada Muni doceerde de jongens in hun hoogste levensdoel en gaf hen de raad om nooit gewone karmis te worden en kinderen te krijgen. Dus alle zonen van Daksa raakten verlicht en vertrokken zonder ooit terug te keren.
    Prajapati Daksa was erg verdrietig over het verlies van zijn zonen en kreeg honderdduizend meer zonen in de baarmoeder van zijn vrouw, Pancajani, en gaf hen de opdracht om het nageslacht te laten toenemen. Deze zonen, de Savalasva's geheten, hielden zich ook bezig met de verering van Sri Visnu om kinderen te krijgen. Maar Narada Muni overtuigde hen om bedelmonnik te worden en geen kinderen te krijgen. Nu hij tweemaal was gefrustreerd in zijn pogingen om tot bevolkingsaanwas te komen, werd Prajapati Daksa echt heel kwaad op Narada Muni en vervloekte hem. Hij zei, dat hij in de toekomst nergens meer kon blijven hangen. Aangezien Narada Muni, die volkomen gekwalificeerd is, verankerd was in verdraagzaamheid, accepteerde hij de vervloeking van Daksa" (Srimad-Bhagavatam Canto 6, Hoofdstuk 5, Samvatting hoofdstuk). Terug

Eindnoot 2 - "Narada Muni vervolgde, 'Omdat ik voor dat feest was uitgenodigd, ben ik er naartoe gegaan en omringd door vrouwen begon ik op muzikale wijze de glorie van de halfgoden te bezingen. Dat was de reden, waarom de prajapatis, de grote halfgoden belast met aangelegenheden van het universum, me met kracht met de volgende woorden vervloekten, "Omdat je een overtreding hebt begaan, kun je onmiddellijk een sudra zonder enige schoonheid worden" (Srimad-Bhagavatam 7.15.72). Terug


Lezing in Hindi over Hoofdstuk 10 van Brhat-bhagavatamrta
van Srila Sanatana Gosvami,
Mathura, India, 14 augustus 2003

Engelse vertalers: Rupa Kisora dasa; Pujyapada Madhava Maharaja;
Transcribent: Bhadra dasi;
Typiste: Kanta dasi;
Redacteuren: Bhadra dasi; Syamarani dasi

Oorspronkelijke tekst: 2007 © Purebhakti.com
Oorspronkelijke titel: Sri Narada Muni's ecstacy

Nederlandse vertaling: 2021 © Indirā dāsī CC-BY-ND 4.0
Vertaald en gepubliceerd met toestemming van GVP
Pro Deo Uitgever Jaya Radhe: www.jayaradhe.nl


___________________

TOP

Terug: Parampara

2017-2021 www.jayaradhe.nl