Menu

Bhagavata Parampara - Srila Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja

Gepubliceerd 2017
Herzien 15 juni 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

Uit: Sri Prabandhavali - Hoofdstuk 5
De Verdwijningsdag van Srila Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja
Gaudiya Vedanta Publications 2003

nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




Srila Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja


image038.JPG We dienen de verzakende levensstijl en de hoge standaard van bhajana van Srila Gaura-kisora dasa Babaji met rust te laten, maar we kunnen wel op zijn minst een paar lagere principes volgen, die hij voor ons heeft gevestigd en in zijn eigen leven heeft toegepast. Nadat we voldoende spirituele vooruitgang hebben gemaakt, worden we misschien in staat gesteld de hogere onderdelen aan te nemen, maar we moeten ze in onze huidige conditie niet willen volgen. Wie kan mogelijkerwijs zijn extreme verzaking volgen, zoals het eten van de klei van de Yamuna en Radha-kunda en volkomen afhankelijk blijven van Bhagavan? Hij had het gevoel, als hij in een mandira zou wonen, er veel mensen naar hem zouden toekomen en zijn bhajana zouden verstoren, dus in plaats daarvan woonde hij in een latrine (openbare toilet en wasplaats). Mensen zochten hem op voor zijn zegen om materieel voordeel te behalen, maar hij gaf de voorkeur aan de stank van de latrine boven de stank van de woorden van die mensen. Dit is voor ons ondraaglijk, zelfs voor een minuut. Daarom zal een kanistha-adhikari het leven van deze grote uttama-bhagavata Vaisnava niet gemakkelijk kunnen begrijpen. De hogere zaken zijn voor ons niet toegestaan, maar we moeten datgene uit zijn leven aanvaarden, dat voor de vooruitgang in het stadium van madhyama-adhikari gunstig is.

Zolang we de genade van Sri Caitanya Mahaprabhu, Nityananda Prabhu en Navadvia-dhama nog niet hebben gekregen, kunnen we Vraja niet binnengaan. Daarom zijn de meesten van onze voorgaande acaryas, die in Vrndavana bhajana bezig waren uit te voeren, daar vertrokken en naar Navadvipa gegaan om prema te bereiken. Alleen na zich te hebben ondergedompeld in de Ganga van de prema van Mahaprabhu in Navadvipa keerden ze naar Vrndavana terug om te verdrinken in de oceaan van krsna-prema. Eerst hebben ze de bhajana van Gauracandra uitgevoerd en wat hebben ze hiermee bereikt? De prema van het amoureuze spel en vermaak van Sri Radha en Krsna. Aanvankelijk had Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja bhajana uitgevoerd in Vrndavana bij Surya-kunda, Radha-kunda, Nandagrama, Varsana en een aantal andere plaatsen, maar in zijn hart had hij het gevoel, "Het soort prema, dat ik zoek, kan hier niet worden bereikt." Hij voerde kirtana uit met grote prema en riep, "Radha, Radha! Waar ben Je? Bescherm mijn leven, want ik ga dood zonder Jou! Radha, Radha!" Ofschoon hij het uitriep met extreme vipralambha-bhava, had hij het idee, dat zijn hunkering niet volkomen werd bevredigd, dus hij verliet Vrndavana en ging naar Navadvipa. Om te voorkomen, dat hij in aanraking kwam met wereldse lieden, woonde hij in een latrine. Hij was zozeer mahatma, dat hij niet eens voor zichzelf een hut bouwde.

De aristocratische grootgrondbezitter van Kasima Bazar was eens een conferentie voor alle prominente Vaisnava's aan het organiseren en hij benaderde Babaji Maharaja om hem te vragen of hij de conferentie wilde voorzitten. Hij zei, "Babaji Maharaja, ik ben een conferentie van Vaisnava's aan het organiseren en iedereen wil, dat u dit gezelschap voorzit. Weest u genadevol en geeft u ons alstublieft uw sukrti door deze uitnodiging te aanvaarden, dan haal ik u op en breng u weer terug met mijn eigen wagen."

Babaji Maharaja vroeg hem, "Om welke reden gaat u deze conferentie organiseren? Wat is hiervan de noodzaak?"

De man antwoordde, "Dit is voor het prediken van vaisnava-dharma, dus mensen horen geprekken over Bhagavan en worden geÔnspireerd om bhajana te gaan doen."

Toen zei Babaji Maharaja, "Goed, dan moet u ťťn ding doen: eerst gaat u bhajana doen en u vergeet al die anderen. Vervolgens vertrekt u uit huis, u laat uw vrouw en kinderen achter en u komt naar mij toe. U krijgt van mij een paar kaupinas en dan gaat u bhajana doen. Zorgt u eerst, dat uw eigen leven betekenis krijgt, daarna kunt u zich zorgen maken om anderen. Anders doet uw conferentie alleen dienst voor uw eigen ego en dan levert deze geen voordeel op voor anderen. Eerst moet u bij mij komen en een tijdje bhajana doen; daarna gaat u uw conferentie organiseren." Nadat de man dit sterke antwoord van Babaji Maharaja had gekregen, was hij sprakeloos en ging er vandoor.

Een andere keer kwam er een man naar Babaji Maharaja, die zei, "Babaji Maharaja, weest u me alstublieft genadig! Weest u me alstublieft genadig!" Hij zei het keer op keer. Babaji Maharaja werd er een beetje vervelend van en vroeg, "Wil je genade? Hier - pak aan!" en hij gaf de man een paar kaupinas. Wat is de betekenis van iemand een set kaupinas geven? Wanneer een guru iemand sannyasa geeft, wat biedt hij hem dan aan? Een set kaupinas (lendedoeken) en de mantra. Dan wordt die persoon op slag een wereldverzaker, laat alle wereldse gehechtheid acterwege en stelt zijn lichaam, geest en woord in dienst van Krsna. Als de guru dit aan iemand geeft, is er dan een grotere genade dan dit? "Hier - pak aan die genade!" Toen de man dit van Babaji Maharaja hoorde, werd hij bang, rende weg en is nooit meer teruggekomen.

Bij een andere gelegenheid kwam een jongen uit een rijke familie, die van huis was weggelopen, naar Babaji Maharaja en zei ten hem, "Ik wil bij u blijven en gewoon bhajana doen." Babaji Maharaja gaf geen antwoord, dus de jongen bleef bij hem in de buurt. Hij haalde water voor Babaji Maharaja en verleende hem andere diensten en ging de mensen vertellen, "Ik ben een discipel van Babaji Maharaja." In feite had Babaji Maharaja geen andere leerlingen dan alleen Prabhupada [Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura]. Deze jongen bleef een tijdje bij Babaji Maharaja rondhangen, maar kreeg niet hetgeen hij had verwacht, dus hij dacht, "Ik ga terug naar het materiŽle leven." Veel menen gaan in een matha wonen, blijven een of twee maanden en gaan weer terug naar het materiŽle leven, trouwen en gaan zich bezighouden met huishoudelijke taken. Sommige mannen verlaten de wereldverzakende levensorde zelfs nog na tien of twintig jaar, maar alleen omdat ze dezelfde zaken wilden bereiken als wereldse mensen: kanaka (rijkdom), kamini (vrouwen) en pratistha (prestige). Uiteindelijk gaan ze het huis uit en beginnen aan bhajana, maar ze zijn in werkelijkheid alleen geÔnteresseerd in materieel gewin.

Toen hij het gevoel kreeg, dat hij niets had bereikt door bij Babaji Maharaja te blijven, vertrok de jongen en kwam na twee weken terug met een prachtig mooi meisje uit een rijke familie met wie hij was getrouwd. Hij bood Babaji Maharaja zijn pranama aan en zei, "Babaji Maharaja, ik ben samsara, de materiŽle wereld, binnengegaan. Bhaktivinoda Thakura heeft in zijn Gitavali geschreven, 'krsnera samsara kara chadi' anacara - we moeten onze overtredingen opgeven en als hoofd van het gezin bhajana uitvoeren.' Dus ik heb een krsna-dasi opgepikt. Weest u alstublieft genadevol voor haar en ook voor mij, zodat we ons met bhajana kunnen bezighouden en ook een succesvol materieel leven kunnen leiden."

Babaji Maharaja antwoordde, "Dat heb je goed gedaan! Daar ben ik blij mee! Heb je een krsna-dasi opgepikt? Dan moet je ťťn ding doen: je moet aan deze krsna-dasi puja geven. Je moet iedere dag voor haar een offer koken en haar pranama en wat bloemen aanbieden en zeggen, 'Jij ben een krsna-dasi en erg dierbaar aan Sri Krsna.' Maar weest op jouw hoede, probeer niet van haar te genieten, anders is voor jou alles verloren en ga je naar de hel! Pas op - probeer niet van haar te genieten!"

Toen de jongen dit hoorde, was hij verbaast en stond sprakeloos. Hij werd bang en riep zijn 'krsna-dasi' en ging er snel vandoor. Was het gemakkelijk om Babaji Maharaja in het ootje te nemen? Het was niet mogelijk hem te misleiden.

Babaji Maharaja legde de gelofte af, dat hij nooit leerlingen zou accepteren, maar Prabhupada was onbuigzaam en zei, "Als ik een guru aanvaard, is hij het alleen." Prabhupada schreef in zijn Gaudiya Patrika, "Ik was in die tijd erg trots. Ik dacht, dat er geen geleerde gelijk was aan mij, dat er geen tattva-jnani gelijk was aan mij, geen spreker gelijk aan mij en geen filosoof gelijk aan mij. Deze paramahamsa Vaisnava, Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja, begreep dit en daarom legde hij mijn verzoeken om initiatie naast zich neer. Hij zei me drie of vier keer, dat hij geen discipelen zou accepteren. Hij zei, 'Wat? Je bent de zoon van Bhaktivinoda Thakura! Jij werd geboren in een dermate hoge familie, dat jij voor mij vererenswaardig bent! Jij bent een dermate grote geleerde, jouw verschijning is zo ontzettend mooi en jij beschikt over alle goede kwaliteiten; dus waarom zou je mijn leerling willen worden?' Op die manier verpulverde hij mijn trots. Mensen zeggen, dat hij een analfabeet was, maar hij beschikte over ware kennis en was jagad-guru."

Drie of vier keer hield Babaji Maharaja zich afzijdig, maar Prabhupada had de gelofte afgelegd, dat hij alleen inwijding van Babaji Maharaja zou aanvaarden. Uiteindelijk ging hij zware soberheid uitvoeren om Babaji Maharaja als zijn guru te krijgen en toen Bhaktivinoda Thakura zag, dat het gezicht van zijn zoon lijkbleek was, alsof hij op het punt stond te sterven, verzocht hij Babaji Maharaja, "Wees aardig tegen hem." Hierna accepteerde Babaji Maharaja Prabhupada uiteindelijk als zijn enige leerling.

De asrama van Bhaktivinoda Thakura stond aan de oever van de Ganga en wanneer hij iemand luid hoorde chanten - "Hare Krsna, Hare Krsna, Krsna Krsna, Hare Hare / Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare" - wist Bhaktivinoda Thakura, dat Babaji Maharaja eraan kwam. Hij chantte zo luid, dat zijn stem aan de overkant van de Ganga te horen was en als hij in de asrama was aangekomen, hoorde hij Srimad-Bhagavatam en andere krsna-katha van Bhaktivinoda Thakura.

Babaji Maharaja had niet veel associatie met andere babajis. Hij droeg meestal alleen een langoti en verder niets, maar op zekere dag bedelde hij bij iemand om een goede kwaliteit dhoti, een kurta, een wandelstok en een mooie tulband. Toen hij dit had aangetrokken, ging hij naar de asrama van Bhaktivinoda Thakura. Toen hij hem zag binnenkomen, dacht hij, "Kijk nou eens, hoe het uiterlijk van Babaji Maharaja is veranderd! Hij draagt de wereldse kleding van een grhastha. Hij heeft mooie kleding aan en loopt met een wandelstok, zoals een grootgrondbezitter. Wat is er met hem gebeurd?"

Babaji Maharaja bood pranama aan en ging zitten en Bhaktivinoda Thakura vroeg hem, "Babaji Maharaja, ik zie, dat jouw verschijning er vandaag heel anders uitziet. Waarom is dat?"

Babaji Maharaja antwoordde, "Er zijn tegenwoordig zoveel babajis, maar veel van hen zijn zulke hooligans, dat het een zonde is om zelfs maar hun naam te noemen. Ze vertonen zoveel wangedrag, dat een grhastha duizend keer superieur is aan hen. In de naam van parakiya-bhajana houden ze zich bezig met wereldse activiteiten en daarvoor gaan ze naar de hel. Als een babaji een paar rasagullas of ander voedsel van goede kwaliteit krijgt, moet hij dat aan een koe geven. Babajis zouden niet naar festivals moeten gaan, maar mensen nodigen hen uit en daar gaan ze naartoe om eenvoudig van een goede maaltijd te genieten. Het voeren van de honden van de dhama is nog beter dan hen te voeden. Daarom denk ik, dat ik niet langer een babaji blijf. Ik ben de kleding van een grhastha gaan dragen, zodat mensen me niet langer voor een van deze babajis aanzien."

Bhaktivinoda Thakura zei, "Dat heb je goed gezegd." In die tijd was het wangedrag van deze babajis zo wijd verspreid, dat mensen er een hekel aan hadden om zelfs maar de naam van een echte Vaisnava te horen. Het werd dus noodzakelijk, dat er een grote persoonlijkheid kwam, die de zuivere prema-dharma van Sri Caitanya Mahaprabu naar de wereld kon brengen. En daar kwam een dergelijke grote persoonlijkheid - Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura Prabhupada. Hij predikte sankirtana op een manier, waarop de wereldopinie in een minimum van tijd kon veranderen en dat geleerden, belangrijke heren en iedereen vaisnava-dharma begonnen te aanvaarden. Als er geen Gaura-kisora dasa Babaji zou zijn geweest, zouden we geen Prabhupada hebben gehad. En als er geen Prabhupada zou zijn geweest, had de zuivere prema van Mahaprabhu niet in de hele wereld kunnen worden gepredikt, zoals nu het geval is. Daarom is de oorspronkelijke grote persoonlijkheid onze over-, over-, overgrootvader - Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja. Tegenwoordig verklaren we met grote trots, dat hij de guru van onze parama-guru was en het is ons buitengewoon grote geluk, dat hij naar deze wereld is gekomen.

We zullen de instructie voor bhajana en verzaking, die hij gaf, in overeenstemming met onze kwalificatie volgen en degenen, die ze oprecht volgen, offeren de ware puspanjali aan zijn voeten. Als we deze ware puspanjali niet offeren, zijn we evenals die figuren, die hij heeft weggestuurd. We moeten niet naar materieel plezier verlangen en tegelijkertijd om genade smeken, zoals zij dat deden. Om zijn genade werkelijk te ontvangen moeten we deze oprechte puspanjali aan zijn voeten offeren, zijn instructies op een zuivere wijze volgen en dan zijn we misschien in staat om de ware bhajana binnen te gaan. Hij is nooit ver van ons verwijders; hij is altijd bij ons en hij zal zeker zijn overvloedige zegen over ons uitstorten. Onze Guruji riep zijn naam uit en huilde en zei, "Hij heeft al mijn problemen weggenomen." Op dezelfde wijze zal hij al onze problemen wegnemen, zodat we in staat zijn bhajana uit te voeren en om werkelijk met bhajana bezig te kunnen zijn, mogen we geen ander verlangen in ons hart vasthouden. Maar als we sadhu-sanga verlaten, is alles verloren. Door in associatie van toegewijden te blijven kunnen we ons met bhajana bezighouden en altijd het ideaal herinneren, dat Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja in zijn leven heeft getoond. Dan krijgt ons leven betekenis en krijgen we van onze bhajana het ware voordeel. Dus we bieden zijn lotusvoeten een gebed aan, opdat hij ons allemaal altijd genadig mag zijn.



CC DEZE BLOEMLEZING VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMELDING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS VERMELD ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: 2003 Gaudiya Vedanta Publications, Sri Prabandhavali, Hoofdstuk 5 "De Verdwijningsdag van Srila Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja"
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe/Bhagavata Parampara, "Sri Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja"
Vertaler Nederlands: © 2017 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= Sri Srimad Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura Prabhupada
Volgende => Srila Bhaktivinoda Thakura

TOP

title=""