Menu

Bhagavata Parampara - Sri Advaita Acarya

Gepubliceerd 2017
Herzien 09 juni 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

Uit: Sri Prabandhavali, 2de Druk 2003 GVP India
Nederlandse vertaling 2017, Hoofdstuk 7 "Advaita Saptami"

nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




Advaita Saptami


Advaita Saptami is de dag, waarop Advaita Acarya in deze wereld verscheen. Advaita Acarya, de oorzaak van de materiŽle wereld, komt eerst; daarna komt Nityananda Prabhu op de dag van trayodasi; en Sri Caitanya Mahaprabhu Zelf komt op purnima, afdalend in deze wereld met de uitstraling van radha-bhava. Zo begint het spel van Mahaprabhu.



vande tam srimad-advaita / caryam adbhuta-cestitam
yasya prasadad ajno 'pi / tat-svarupam nurupayet

Sri Caitanya-caritamrta (Adi-lila 6.1)

Tot Advaita Acarya, die bijzonder wonderbaarlijk spel uitvoert, bid ik, dat ik met zijn genade in staat ben deze moeilijke tattva op een gemakkelijke manier te beschrijven. Waaruit bestaat dit wonderbaarlijke spel? Toen hij Nityananda Prabhu zag, begon Advaita Prabhu te klagen, "Waar is deze avadhuta vandaan gekomen? Hij is naar ons huis gekomen en heeft prasadam in de rondte gegooid! Hij weet niet tot welke klasse hij behoort; eigenlijk heeft hij helemaal geen klasse! Wij zijn brahmanas, wij zijn de besten van de samenleving en hij heeft hier de prasadam over iedereen heen gegooid!"

Toen zei Nityananda Prabhu, "Hť, aparadhi! Je begaat een overtreding tegen maha-prasadam. Jij beschouwt het als louter voedsel en je zegt, dat het gewoon wordt rondgegooid? Je zien niet, dat het groot geluk brengt en dat een ieder, wiens lichaam met deze prasadam in aanraking komt, maya overstijgt."

Op die manier was er over het algemeen enig gekibbel tussen hen. Wanneer ze gingen baden, waren ze zeker aan het kibbelen. In die tijd was Nityananda Prabhu nog erg jong. Mahaprabhu was de jongste, daarna kwam Nityananda en de oudste van iedereen was Advaita Acarya, wiens gedachtengang soms erg moeilijk te volgen was. Hij stuurde Mahaprabhu een mysterieus sonnet

baulake kahiha,--loka ha-ila baula / baulake kahiha,--hate na vikaya caula
baulake kahiha,--kaye nahika aula / baulake kahiha,--iha kahiyache baula

Sri Caitanya-caritamrta (Antya-lila 19.20-21)

De ene gek stuurt een boodschap naar de andere gek. Er is op de markt niet langer behoefte aan rijst, dus het wordt tijd om de winkel te sluiten.

Niemand kon dit sonnet begrijpen. Bij het lezen ervan was Mahaprabhu enigszins onverschillig gebleven. Alleen Svarupa Damodara kon iets van de stemming van Advaita Acarya doorgronden; niemand anders kon er wijs uit worden. En hij zei, dat geen gek - Advaita Acarya, die gek is van krsna-prema - een boodschap stuurt naar een andere gek - Sri Caitanya Mahaprabhu, degene die de wereld gek maakt met krsna-prema, de oorspronkelijke gekte. "Er is niet langer meer behoefte aan rijst" betekent, dat iedereen prema is gegeven en dat nu de missie is volbracht. "Daarom moet de winkel sluiten" betekent, "Jouw spel in de materiŽle wereld moet nu worden afgerond." Niemand had het begrepen, alleen Svarupa Damodara had iets van de betekenis achterhaald. Op deze manier was het spel van Advaita Acarya mysterieus en wonderbaarlijk.

Hoewel de essentie van Bhagavad-gita het pad van bhakti bepleit, legde niemand het op die manier uit in de tijd, waarin Advaita Prabhu verscheen. De boodschap van de Gita is vol devotie, "visate tad anantaram (Bg 18.55) - Uiteindelijk komt hij in Mij." Advaitavadis interpreteren dit als Bhagavan en de jiva smelten samen in Brahman en worden ťťn. Ze zeggen, dat door "aham brahmasmi" te chanten en door te mediteren de schijnbare individualiteit van de ziel op het eind samenvalt en dat de materiŽle wereld niet echt is. Advaita Acarya gaf eerst de uitleg van bhakti in deze verzen, satatam kirtayanto mam (Bg 9.14); ananyas cintayanto mam, ye janah paryupasate (Bg 9.22) en bhakti labhate param (Bg 18.54) - op het laatst krijgen we bhakti. Door middel van de grondregels beschreven in deze verzen en daarna door visate tad anantaram - gaan we bhakti binnen. Het is niet waar, dat we Bhagavan in Brahman tegenkomen, terwijl we het ongedifferntieerd licht binnengaan. Visate betekent, dat we Zijn dhama binnengaan en Zijn dienst krijgen, maar sommige mensen probeerden de betekenis te verdraaien.

Na enige tijd ging Advaita Acarya naar Santipura en begon ook de betekenis van visate tad anantaram uit te leggen als "aham brahmasmi - alle zielen smelten samen in Brahman." Toen Mahaprabhu dit hoorde, ging hij er naartoe en trok hem aan zijn baard en sloeg hem, totdat Sita-devi, de vrouw van Advaita Acarya, erbij kwam en hem beschermde. Dit is ook heel wonderbaarlijk, want door dat pak slaag van Mahaprabhu werd hij juist zeer verguld en begon te dansen. Voorheen had Mahaprabhu hem pranama aangeboden en gaf hem alle respect, zoals het gepast is voor de guru, want Advaita Prabhu was een leerling van Madhavendra Puri. Mahaprabhu dacht, "Hij is een discipel van Mijn parama-guru, dus het is Mijn plicht om hem pranama en seva aan te bieden."

Omdat Hij Zich van deze dienst had gekweten, gaf Advaita Acarya de impersonalistische nirvisesavada uitleg van Bhagavad-gita. Toen Mahaprabhu boos werd en hem een pak slaag gaf, zei Advaita Acarya, "Vandaag is mijn leven een succes geworden. Ik wilde, dat Jij van mij een dienst zou aanvaarden, want Jij bent ouder dan ik. Wie kan mogelijkerwijs ouder zijn dan Jij?" Toen werd Mahaprabhu verlegen.

Een andere keer zei Mahaprabhu tegen Zijn moeder, Saci-devi, "Ik toon voortaan geen liefde meer voor jou, want je hebt een toegewijde oneerbiedig behandeld. Je hebt vaisnava-aparadha gepleegd. Je hebt Advaita Prabhu verteld, dat 'Jouw naam Advaita (non-duaal) ongepast is; jouw naam zou eigenlijk moeten zijn Dvaita (duaal). Je bent niet advaita, je bent dvaita.' Daarmee zeg je, dat Advaita Acarya 'dualiteit' brengt, afgescheidenheid in relaties - dat hij een moeder van haar zoon, een vader van zijn zoon, een broer van zijn broer weghaalt. Advaita Acarya legt het pad van toewijding uit, waarmee hij de ketenen verbreekt, die jou aan de materiŽle wereld binden. Een moeder heeft een natuurlijke genegenheid voor haar kinderen, maar als Advaita Prabhu in staat is iemands spontane aantrekking tot Krsna te vergroten, wat is dat beter dan dat? Als iemand de instructies geeft, dat de jiva Bhagavan miljoenen levens lang is vergeten en dan sambandha (de kennis van onze ware relatie met Bhagavan) en sadhya (het uiteindelijke doel) vestigt en instructies geeft voor bhajana, die de ketenen verbreekt, die ons aan de materiŽle wereld binden, wat is dan beter dan dat?"

Saci-devi antwoordde, "Hij heeft me van mijn dierbare Visvarupa afgehaald. Hij gaf instructie, die mij van Visvarupa afzonderde, die het huis uitging en een sannyasi werd. Daarom betekent 'Advaita' de persoon, die je ťťn keer ontmoet, waarna je niets meer in deze wereld verlangt. Dus zijn naam moet eigenlijk zijn 'Dvaita'."

Mahaprabhu zei, "Aangezien je op deze manier tegen een toegewijde hebt geproken, zal niemand van ons nog liefde voor jou tonen."

Toen ze daar stond, vertelde iedereen haar, dat wegens het begaan van een overtreding aan de voeten van Advaita Acarya niemand nog enige liefde voor haar kon tonen. Toen ging Saci-devi bij Advaita Acarya om vergeving vragen, maar in plaats daarvan viel hij aan haar voeten en zei, "Jij bent de moeder van de hele wereld. Het is voor jou niet mogelijk een overtreding te begaan. Maar goed, als iemand zegt, dat er een of andere overtreding is begaan, dan zeg ik, dat deze hierbij is vergeven." Toen ging Saci-devi terug naar Mahaprabhu en alles werd rechtgezet. Zo werd er allerlei spel en vermaak zoals dit door Sri Advaita Prabhu uitgevoerd.

Advaita Acarya was ook instrumenteel in het afdalen van Sri Caitanya Mahaprabhu naar deze wereld. Op het eind van Dvapara-yuga, toen Hij Zijn spel in deze wereld had voltooid en terugkeerde naar Goloka Vrndavana, dacht Sri Krsnacandra, "Ik heb drie wensen, die nog niet zijn vervuld. Het inzicht in de glorie van Radhika's liefde, het ontdekken van de zoetheid, die Ze in Mij aantreft en het ervaren van die zoetheid. Zonder het sentiment van Radhika Zelf en de uitstraling van Haar gedaante aan te nemen, zal het niet mogelijk zijn deze drie dingen te ervaren. Ik weet wat sakhya-rasa, vatsalya-rasa en madhurya-rasa zijn, maar Ik ben nog niet in staat geweest te ervaren, wat Haar gevoel is bij het zien van Mij en wat de aard van Haar prema voor Mij is. Om dit te kunnen onderzoeken, moet ik wederom naar de materiŽle wereld gaan."

In die tijd moest de yuga-dharma worden gegeven. Het tijdperk van Kali, dat 432.000 jaar duurt, was aangevangen. Normaal geproken komt er aan het eind van iedere yuga een incarnatie van Bhagavan, zoals op het eind van Treta-yuga Ramacandra is gekomen en op het eind van Dvapara-yuga Krsna is gekomen. Een dergelijke yuga-avatara komt, wanneer de chaos in de materiŽle wereld zijn hoogtepunt heeft bereikt.

dharma-samsthapanarthaya / sambhavami yuge yuge

Bhagavad-gita (4.8)

Om de principes van religie opnieuw te vestigen verschijn Ik millennium na millennium.

Bhagavan denkt, "Kijk eens, hoezeer de zondige activiteiten toenemen en hoe de chaos vanwege de demonen uit de hand loopt. Wanneer moet Ik afdalen?"

Er zijn dus eigenlijk vier redenen voor de komst van Mahaprabhu. Twee zijn primair en twee zijn secundair. De belangrijkste reden is het proeven van de prema van Radhika en de tweede reden is,

anarpita carim cirat karunyavatirnah kalau
samarpayitum unnatojjvala rasam sva-bhakti-sriyam

Sri Caitanya-caritamrta (Adi-lila 1.4)

Uit Zijn grondeloze genade verschijnt Hij in het tijdperk van Kali om datgene te geven, dat geen andere incarnatie ooit eerder had gegeven: unnata ujjvala-rasa - de meest sublieme, amoureuze relatie in Zijn eigen dienstverlening.

Mahaprabhu wilde een specifieke rijkdom van prema aan de jivas geven, die nooit eerder door voorgaande incarnaties was gegeven: unnata-ujjvala-rasa - de parakiya-bhava van de gopis. Er zijn twee soorten unnata-ujjvala-parakiya-rasa. De ene is het gevoel van Radhika, dat niet kan worden 'weggegeven'. Maar de andere is de gemoedsgesteldheid van de nitya-sakhis en de prana-sakhis, die Radha dienst verlenen en die, terwijl ze Haar volgen, ook Krsna dienst verlenen - deze unnata-ujjvala-rasa kan wel worden gegeven. Dus om de hoogste prema aan de jivas te geven en om de prema van Radhika te proeven is Krsna afgedaald.

De derde reden van Zijn komst is om de yuga-dharma, nama-sankirtana, te prediken en de vierde reden is alsvolgt,

yada yada hi dharmasya / glanir bhavati bharata
abhyutthanam adharmasya / tadatmanam srjamy aham

Bhagavad-gita (4.7)

Wanneer en waar ook een afname van de beoefening van religieuze beginselen plaatsvindt, O nakomeling van Bharata, en een toename van onreligieuze praktijken plaatsvindt - op dat moment daal Ik neer.

Deze zijn de vier redenen.

Krsna dacht, "Wanneer moet Ik gaan? Om de yuga-dharma te vestigen is het goed om op het eind van de yuga te gaan, maar als Ik in plaats daarvan nama-sankirtana aan het begin van de yuga ga brengen, zal de degenererende invloed van de yuga een kleiner effect op de jivas hebben. Wanneer moet Ik het sentiment van de gopis geven en wanneer moet Ik de liefde van Radhika proeven?" Al deze zaken nam Hij in overweging.

In die tussentijd zag Advaita Acarya, dat bhakti langzaam uit de wereld ging verdwijnen en hij dacht, "Nu is de juiste tijd voor de incarnatie van Krsna. Als Hij nu niet komt, wat gebeurt er dan later?" Op hetzelfde moment dacht hij dit ook als Karanodakasayi Visnu. Hij zat te prakkiseren op de plek, waar sattva, rajas en tamas allemaal in dezelfde positie staan. Er zijn twee oorzaken voor de wereld: een is upadana, oorzaak als bestanddeel of aanleiding, en de andere is nimitta, de deskundige oorzaak. Maha-Visnu zelf is de nimitta oorzaak en zijn deel, Advaita Acarya, is de upadana oorzaak.

Stel, dat ik iemand aanwijs en zeg, "Deze figuur is een hooligan, een dief en een leugenaar. Pak hem vast en gooi hem naar buiten; hij mag hier nooit meer worden toegelaten." Jij hoeft hem niet te kennen, maar omdat ik het zeg, gooi je hem eruit. Dus wie is de oorzaak van zijn uitzetting? Op mijn gezag heb je deze man aangepakt en uitgezet, dus jij bent de upadana oorzaak en ik ben de nimitta oorzaak. Maar wie is de ware oorzaak van zijn uitzetting? Door zijn eigen wangedrag is de man zelf de oorzaak; en dit is nu precies de situatie met betrekking tot de schepping van de materiŽle wereld.

Karanodakasayi Visnu neemt twee gedaanten aan om de materiŽle wereld te scheppen: als de efficiŽnte oorzaak en als bestanddeel of aanleiding. Wanneer die twee samenkomen, worden talloze brahmandas gegenereerd. Maar als Bhagavan Zijn verlangen niet had geÔnjecteerd, wat dan? Bij iedere activiteit is er eerst een verlangen om het te laten plaats vinden. Daarom is de wens van Maha-Visnu de primaire oorzaak en afhankelijk van Zijn wens is de wens van Advaita Acarya, die de secundaire oorzaak vormt. Op deze manier voert Karanodakasayi Visnu de schepping van de wereld uit en Zijn incarnatie is Advaita Acarya.

advaita-acarya gosani saksat isvara
yanhara mahima nahe jivera gocara

Sri Caitanya-caritamrta (Adi-lila 6.6)

Sri Advaita Acarya is rechtstreeks de Isvara Zelf. Zijn glorie kan niet worden bevat door gewone levende wezens.

Uit mahat-tattva ontstaat vals ego. Uit vals-ego komen geluid, gevoel, vorm, smaak en geur voort. Daarna komen de elf zintuigen en vervolgens de vijf materiŽle elementen. Dat zijn er tweeŽntwintig en met intelligentie en verstand erbij zijn het er vierentwintig. Als we dan prakrti, purusa, atma en Paramatma toevoegen, zijn er in totaal achtentwintig aspecten van tattva. Terwijl ze Bhagavan en jivatma achterwege laten, wordt door de sankhya en de nyaya scholen alleen het restant aanvaard.

ye purusa srsti-sthiti karena mayaya
ananta brahmanda srsti karena lilaya

icchaya ananta murti karena prakasa
eka eka murte karena brahmande pravesa

se purusera amsa--advaita, nahi kichu bheda
sarira-visesa tanra--nahika viccheda

sahaya karena tanra la-iya 'pradhana'
koti brahmanda karena icchaya nirmana

Sri Caitanya-caritamrta (Adi-lila 6.8-11)

Maha-Visnu oefent de functie uit van schepper van alle materiŽle universa en Advaita Acarya is een rechtstreekse incarnatie van hem. Het scheppen en in stand houden van deze ontelbaar veel universa met zijn externe energie is zijn spel en vermaak en uit zijn eigen vrije wil breidt hij zich uit in ontelbaar veel gedaanten en gaat ieder afzonderlijk universum binnen. Advaita Acarya is een niet-verschillend deel van Maha-Visnu, met andere woorden, een andere gedaante van hem.

Sommigen zeggen, dat de natuur het proces van de schepping uit zichzelf uitvoert en dan geven ze het volgende voorbeeld, "Een koe eet gras en er wordt automatisch melk geproduceerd. Wat is de noodzaak voor iemand anders in dit proces? Op deze manier doet de natuur alles zelf."

Om deze stelling te weerleggen zei een minder belezen Vaisnava, "Als de koe gras graast en vervolgens melk geeft, waarom geeft de stier dan geen melk, als hij ook gras graast? Moet hij misschien meer gras grazen?"

De pandita van de sankhya school moest hierover even nadenken. Toen zei hij met betrekking tot de upadana oorzaak, "Om een huis te bouwen heb je allerlei elementen nodig, zoals stenen."

Toen zei de Vaisnava, "Dus als je een huis bouwt met stenen en cement, zetten we hier duizend kilo cement neer en tienduizend stenen, een compleet waterreservoir, hout en ook nog marmer. Heb je dan het huis klaar? Met de upadana alleen gebeurt het niet, want de nimitta oorzaak is erbij nodig. Je kunt pen en papier hebben, maar uit zichzelf komt er niets op papier. Daarom heeft er door de materiŽle natuur alleen geen schepping plaats, zolang het verlangen van Bhagavan niet aanwezig is."

In de materiŽle wereld hebben activiteiten niet uit zichzelf plaats en daarom is deze prakrtivada filosofie onjuist. Prakrti betekent materie, purusa is bewust en wanneer beiden samenkomen, heeft er schepping plaats. In prakrti is geen actie, geen inherent verlangen - het is bewegingloze materie. Maar wanneer deze wordt geactiveerd door de purusa, wordt de taak automatisch volbracht. De communisten zeggen, "Wat is de noodzaak voor God? De natuur schept uit zichzelf," maar er is geen mens in de wereld, die uit zichzelf kan scheppen.

De lamme en de blinde wilden samen ergens naartoe gaan en de lamme zei, "Zet mij op jouw schouders. Ik kijk met mijn ogen en zeg, waar je rechts, links of rechtdoor over het pad moet lopen en met jouw benen kunnen we er naartoe gaan. Anders ben jij niet in staat daar naartoe te gaan en ik ook niet." Door samen te werken bereikten ze hun gewenste bestemming. In dit voorbeeld is de lamme bewust en de blinde is ook bewust en omdat beiden bewust zijn, kon het werk worden gedaan. Maar in de schepping is alleen Bhagavan bewust en de natuur niet. Zonder de aanwezigheid van op zijn minst ťťn bewust wezen kan geen enkel werk in de wereld tot stand worden gebracht. Deze kwesties kunnen misschien een beetje droog lijken, maar ze zijn erg belangrijk en het zijn smaakvolle punten met betrekking tot bhakti en Vaisnava's moeten zich inzetten om ze te begrijpen.

In deze hele tattva is Krsna de grondoorzaak van de materiŽle wereld, omdat van oorsprong Hij het is, die Zijn verlangen erin legt. Hij wordt twee soorten Sankarsana: de wortel Sankarsana en Maha-Sankarsana. Van Maha-Sankarsana wordt Hij Karanodakasayi Visnu en vervolgens wordt Hij Advaita Acarya en de upadana oorzaak.

Sommige mensen zeggen, dat de upadana oorzaak van Bhagavan is afgescheiden, dat de upadana oorzaak van de materiŽle wereld niet Bhagavan is. Ze zeggen, dat Hij wel de nimitta oorzaak kan zijn, maar dat Hij niet de upadana oorzaak kan zijn. Maar buiten Krsna bestaat niets, dus waar komt de materiŽle wereld vandaan? Waar komt de mahat-tattvan vandaan? Deze is ook afkomstig uit het verlangen van Krsna. Er is niets in het hele bestaan, dat van Hem is afgescheiden. Karanodakasayi manifesteert de schepping en de mahat-tattva. De natuur zelf is daarom niet-verschillend van Hem. Om de zielen, die Bhagavan zijn vergeten, te corrigeren wordt prakrti uit Zijn verlangen gemanifesteerd om de jiva een externe gedaante te geven. De jiva kan zijn plaatsing in die levensconditie zien als een gelegenheid voor grote pret, maar het is in feite een straf. Het is zoals wanneer een gestoord mens naakt door de straat loopt en danst - de mensen slaan hem in elkaar, maar zonder te eten of te drinken zwerft hij rond. Hij zegt, "Ik ben de Koning" of "Ik ben de Minister President" en hij denkt, dat hij gelukkig is. Onze conditie is precies hetzelfde. We kunnen denken, dat we gelukkig zijn, maar in feite bevinden we ons geen van allen in een gelukkige toestand.

Dus Advaita Acarya dacht, "De wereld is atheÔstisch geworden. De ene na de andere is Bhagavan aan het vergeten en het is voor mij alleen niet mogelijk om hen op het rechte pad te zetten. Om devotie naar niet-toegewijden te brengen is een buitengewoon moeilijke taak. Zonder de sakti van Krsna Zelf is het eenvoudig onmogelijk."

Behalve toegewijden zijn er zoveel andere mensen in de wereld, die prediken, maar ze prediken allemaal maya. Ze prediken verdraaide filosofieŽn. Toen Sri Advaita dit zag, dacht hij, "Ze hebben geen relatie met Bhagavan en ze prediken geen bhakti. Zelfs wanneer ze uit Srimad-Bhagavatam en Bhagavad-gita prediken, brengen ze alleen de verlangens van hun eigen verstand tot uitdrukking. Ze zijn onverschillig jegens sanatana-dharma en zuivere toewijding en iedereen - vooral de mayavadis - hoort alleen hetgeen hij wil horen. Het was niet bijster moeilijk om Ravana te verslaan en om Kamsa te vermoorden was ook niet erg moeilijk. Deze acties hadden gedaan kunnen worden door een Visnu incarnatie, maar de denkwereld veranderen van deze mayavadis is zeer moeilijk. Alleen als Krsna Zelf naar deze wereld komt, zal dat mogelijk zijn."

Aangezien Advaita Prabhu tenminste zestig jaar was, toen Mahaprabhu verscheen, was hij de oudste in het gezelschap van Mahaprabhu. Nityananda Prabu was ongeveer vijf jaar ouder dan Mahaprabhu. Het plan van Mahaprabhu was om eerst te zorgen, dat Zijn toegewijden in deze wereld aanwezig waren, waarna Hijzelf zou afdalen. Advaita Acarya verscheen eerst en bij het zien van de toestand in de wereld dacht hij, "Hoe kan ik Krsna aanroepen? Er zijn zoveel typen verering van Krsna, maar van al deze manieren is de glorie van tulasi het grootst. Krsna zou zo blij zijn met iemand, die Hem een tulasiblad met water uit de Ganges zou aanbieden, waardoor Hij wordt overweldigd. Dus hij nam een tulasitopje - twee zachte blaadjes met een manjari in het midden - en met grote prema en ogen vol tranen vereerde hij Krsna aan de Ganges.

Krsna's aanvankelijke idee was, "Wanneer ga Ik neerdalen? Misschien na tien- of twintigduizend jaar, of misschien zelfs pas na honderdduizend jaar." Maar bij het horen van het gebed van Advaita Acarya kwam Hij onmiddellijk. Daarom is Advaita Acarya ook nog een primaire reden voor het neerdalen van Mahaprabhu.

Bij zijn geboorte werd Sri Advaita de naam Kamalaksa gegeven, omdat zijn ogen zo mooi als lotusblaadjes waren. Hij verscheen in Srihatta in Oost-Bengalen. Hij was soms in Navadvipa en soms in Santipura, waar hij bhakti begon te prediken. Hij was in Navadvipa, toen Mahaprabu werd geboren. Visvarupa zat op de school van Advaita Prabhu. Op zekere dag zei Moeder Saci tegen Nimai, dat Hij Zijn broer moet gaan halen; dus toen Hij bij de school aankwam, keek Nimai in de richting van Advaita Acarya en zei, "Wat zie je? Jij hebt Me hier naartoe gehaald en je herkent Me niet! Zodra de tijd daar is, zal je Me zeker herkennen."

Er zijn een ongelimiteerd aantal incarnaties van Visnu en ze zijn allemaal niet-verschillend van Krsna, maar hun activiteiten en spel zijn onderling anders. En daarom, omdat Advaita Acarya niet-verschillend is van Hari, is hij advaita [non-duaal] en omdat hij in alle richtingen bhakti manifesteert, wordt hij erkend als acarya.

Hoe predikte hij bhakti? Iemand, die was geboren in een familie van sudras, moslims of enig andere familie en bhagavad-bhajana uitvoerde, beschouwde Advaita Prabhu hoger dan een brahmana, die zich niet met bhajana bezighield. Iemand, die is geboren in een hoge familie van brahmanen, die een vooraanstaand geleerde is, die zich goed gedraagt, die de waarheid spreekt en nooit liegt, maar die zich niet bezighoudt met bhagavad-bhajana, is inferieur aan iemand, die geboren is in een familie van sudras of in een familie van begravenisondernemers onder grondwerkers op het crematorium, indien die persoon eenvoudig uitroept, "Krsna! Krsna!" en zich verder niet bezighoudt met andere spirituele activiteiten. Die sudra wordt hoger geacht dan een caturvedi-brahmana. Advaita Acarya toonde dit punt aan en predikte het.

Haridasa Thakura was geboren in een familie van islamieten. Bij de sraddha ceremonie voor de vader van Advaita Acarya werden de beste zitplaats en prasadam eerst aangeboden aan de meest verheven persoon. Advaita Acarya voerde de ceremonie uit, toen de maan in zijn juiste stand stond in de maand Asvina. Alle hogeklasse brahmanen waren daar aanwezig - Bhattacarya, Trivedi, Caturvedi, Upadhyaya - en dat waren allemaal grote geleerden. Na hun voeten te hebben gewassen bracht Advaita Acarya hen naar hun respectievelijke zitplaats. In het midden stond een hogere zetel en Advaita Prabhu stond daar te denken, "Wie gaat hier zitten?"

Al die geleerden dachten, "Ik ken zoveel geschriften; aan mij wordt zeker die zetel aangeboden." In stilte had iedereen aspiratie voor die stoel. Advaita Acarya liep toen het huis uit en zag Haridasa Thakura, die een langoti droeg en buiten bij de deur zat. Haridasa dacht, "De brahmanen gaan hier hun lunch gebruiken, dus Advaita Acarya zal ons vast en zeker een beetje van hun prasadam geven." Haridasa was zo bescheiden, dat hij dacht, dat het huis besmet zou raken, als hij naar binnen zou gaan. Advaita Acarya omarmde hem meteen en Haridasa Thakura zei, "Oh, u bent een brahmana en ik ben een moslim! Nu u me hebt aangeraakt, moet u een bad nemen." Maar Advaita Prabhu greep hem beet en bracht hem naar binnen, waar hij hem op de verhoogde zetel liet plaats nemen, waarop in alle richtingen een enorm commentaar volgde. De brahmanen zeiden, "Door een moslim hier naar binnen te brengen heb je deze plek gecontamineerd en ons beledigd! Wij gaan hier niet eten!" Ze pakten hun waterpot, stonden op en vertrokken. Ze mishandelden Advaita Acarya door te zeggen, "U houdt zich niet aan de principes van dharma!"

Maar Advaita Acarya zei, "Vandaag is mijn leven een succes geworden en vandaag heeft mijn vader Vaikuntha bereikt. Door respect te geven aan ťťn Vaisnava hebben vandaag miljoenen leden van mijn voorouders maya gepasseerd. Als Haridasa Thakura hier gaat eten, is dat meer waard dan het voeden van miljoenen brahmanen."

Haridasa Thakura zat te huilen en dacht, "Vanwege mij zijn al deze brahmanen beledigd geworden en kunnen nu niet eten."

Maar Advaita Acarya zei, "Haridasa, vandaag ga jij hier prasadam nemen. Dat is ons grote geluk." Toen zei hij tegen de brahmanen, "Hij blijft en niemand van jullie krijgt prasadam. Eigenlijk moeten jullie allemaal snel vertrekken, want louter het zien van jullie gezicht is een grote zonde. Haridasa heeft groot respect voor maha-prasadam en daarom behoort hij tot de klasse van Vaisnava's. Iedereen, die dit niet aanvaardt, is een atheÔst en iemand, die een Vaisnava beoordeelt op zijn geboorte, is ook een atheÔst. Jullie kunnen hier allemaal vertrekken en dan zullen jullie overtredingen hier tegelijk met jullie zelf verdwijnen. Jullie schofferen Haridasa en mij ook."

Alle geleerden verlieten het huis, maar buiten gingen ze met elkaar staan discussiŽren. "Advaita Acarya is geen gewone persoonlijkheid. Hij is een groot geleerde, hij kent alle geschriften en hij is een idealistische prediker van bhakti." Ze bleven overleg plegen en na alles volkomen in heroverweging te hebben genomen keerden ze terug, vielen aan de voeten van Advaita Prabhu en smeekten om vergeving.

Advaita Acarya had veel zonen, waarvan er een Acyutananda was genoemd, maar aangezien een paar van zijn andere zonen zich niet bezighielden met bhajana, beschouwde hij hen totaal niet als zijn kinderen en wees hen af. Alleen degenen, die bhajana van Bhagavan uitvoerden, liet hij zijn opvolgers worden. In het bijzonder vanwege een incident in Jagannatha Puri werd Acyutananda zijn opvolger. De Ratha-yatra werd gevierd en op dat moment was Acyutananda nog een kleine jongen. Er kwamen enkele Vaisnava's, die Advaita Acarya vroegen, "Wat is de naam van de guru van Sri Caitanya Mahaprabhu?" Hij antwoordde, "Kesava Bharati."

Op dat moment zat Acyutananda bij zijn vader op schoot en bij het horen van die vraag begon hij te beven van woede. Hij was nog een klein kind! Niettemin klom hij van zijn vaders schoot en liep weg, terwijl hij zei, "U kunt niet mijn vader zijn, als u een dergelijk idee hebt. Sri Caitanya Mahaprabhu is de guru van de hele wereld! Wie kan Zijn guru zijn?"

Met tranen in zijn ogen zei Advaita Acarya, "Jij gaat als mijn zoon gekend worden. Wat je zei is juist: Mahaprabhu is de guru van de hele wereld, maar vanwege Zijn spel in de menselijke gedaante moet Hij een voorbeeld voor anderen stellen. Wat zou er anders gebeuren? Hoe kunnen mensen in deze wereld anders weten, dat het noodzakelijk is om een guru te aanvaarden?"

Op deze manier deed Advaita Acarya veel wonderlijke dingen. Hij was een assistent van al het spel en vermaak van Sri Caitanya Mahaprabhu. Daarom zullen we vandaag een speciaal gebed aan de voeten van Advaita Acarya aanbieden, opdat hij ons genadig is, zodat we gestaag vooruitgang in bhakti kunnen maken en uiteindelijk rechtstreekse dienstverlening aan Sri Gauracandra kunnen bereiken.



CC DIT ESSAY VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMEL-DING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS BESCHREVEN ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: Uit: Sri Prabandhavali, Hoofdstuk 7 "Advaita Saptami", 2003 Gaudiya Vedanta Publications
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe / Bhagavata Parampara, "Sri Advaita Acarya"
Vertaler Nederlands: © 2017 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= Sri Gadadhara Pandita & Tota Gopinatha
Volgende => Sri Nityananda Prabhu

TOP

title=""