Home

Guru Parampara



Srivasa Pandita

Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Gosvami Maharaja

Srivasa

Allereerst wil ik mijn welgemeende zegeningen geven aan Gopi-vallabha prabhu, Citra, Visakha, Madana-mohana prabhu en al diegenen, die deze mooie aankleding maken voor hari-katha met een grote pandal en faciliteiten voor alle toegewijden.


Er kan hier iets ontbreken, maar ik denk, dat jullie dat niet erg vinden. We zijn hier niet naartoe gekomen voor faciliteiten. We zijn gekomen om hari-katha te horen, het spel van Krsna, Caitanya Mahaprabhu en Hun metgezellen. Er kan iets ontbreken, zoals in onze Navadvipa parikrama, waar meer dan 20.000 pelgrims samenkomen en waar je over een zee van mensen kijkt. Er kunnen zoveel dingen ontbreken; zoveel pelgrims, die onder de bomen slapen, zelfs zonder bomen hier en daar en zonder sanitair, maar alleen 'internationale badkamers'. Maar jullie kunnen ook een bad nemen in de zoete Ganges daar.

Duizenden pelgrims baden in de Ganges en ze klagen nooit ergens over – ook al krijgen ze geen prasadam. Er was soms geen prasadam, hoewel er meestal genoeg was. Soms was er alleen kitchari, dat heel lekker is, en soms zelfs zoete rijst; maar meestal was iedereen blij met kitchari. Dus er kan hier ook iets aan de organisatie ontbreken, maar we zorgen alleen, dat toegewijden hari-katha kunnen horen. We zijn niet gekomen om aan een strand te recreëren of om vakantie te vieren. We zijn alleen gekomen om te horen. Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja heeft me hier naartoe gebracht, zodat jullie sterker en sterker worden in Krsna bewustzijn.

Het is vandaag een zeer geheiligde dag. Het is de Verdwijningsdag van Srivasa Pandita. Als iemand in deze wereld verdwijnt, wordt dat als negatief beschouwd, dus waarom noem ik dit een geheiligde dag? Als iemand in deze wereld overlijdt, wordt er geleden en getreurd; een gevoel van afscheiding. Wij voelen vandaag ook afscheiding, maar eigenlijk is dit de dag, dat Srivasa Pandita de maha-rasa van Krsna binnenging, of hij ging van deze wereld naar Vaikuntha om daar zijn heilige meester eeuwig te dienen. Hij is vandaag zo gelukkig.

Waar ging hij naartoe? Ging hij naar Vaikuntha of naar Ayodhya, of naar Dvaraka, of naar Goloka Vrndavana? Waar ging hij naartoe?

Sripad Asrama Maharaja: Hij ging naar Svetadvipa in de vorm van Srivasa Thakura en omdat hij Narada Muni is, ging hij ook naar Vaikuntha.

Srila Narayana Maharaja: Waar ging hij naartoe?

Sripad Madhava Maharaja: Hij is altjd in Svetadvipa, waar hij Mahaprabhu dient, en altijd in Vaikuntha in de vorm van Narada Muni. In de vorm van Madhu-mangala dient hij als de koeherdersvriend van Krsna en maakt grapjes met Hem in Goloka Vrndavana. Overal waar het spel van Krsna en Mahaprabhu op deze planeet en zoveel andere planeten plaats vindt, is Narada ook.

Srila Narayana Maharaja: Narada Rsi heeft zoveel gedaanten. Evenals zijn eerbiedwaardige godheid, Krsna overal zoveel gedaanten met zoveel manifestaties heeft, zo heeft Narada Rsi dat ook. Hij is overal: in deze wereld, in Vaikuntha, in Dvaraka, in Svetadvipa – overal. Hij dient Krsna in de gedaante van Madhumangala in sakhya-rasa en hij kan Srimati Radhika dienen als Naradi-sakhi. Srivasa Pandita is dezelfde als Narada. Als Srivasa Pandita dient Narada Rsi Sri Caitanya Mahaprabhu.

De vrouw van Srivasa Pandita is Malini-devi, die Nityananda Prabhu als baby diende. Nityananda Prabhu zat soms, helemaal naakt, op schoot bij Malini-devi en dronk haar moedermelk. Hij was op dat moment ongeveer vijfentwintig of dertig jaar, maar in relatie tot Malini-devi identificeerde Hij Zich als Baladeva, een kleine baby. Toen Malini-devi eens zat te huilen, kwam Nityananda Prabhu naar haar toe en vroeg, "Moeder, waarom huil je?" Ze antwoordde, "Ik had een zilveren kopje vol ghee. Er kwam een kraai aan en nam het mee." Nityananda Prabhu riep, "O kraai, kom nou, kom nou. Geef dat zilveren kopje terug." En even later kwam die kraai dat kopje terugbrengen.

Mahaprabhu zei eens tegen Srivasa Pandita, "Het is morgen Vyasa-puja. Ik weet, dat je arm bent, maar Vyasa-puja gaat in jouw huis plaatsvinden, dus doe je best om alle regelingen voor Vyasa-puja te treffen." Srivasa antwoordde, "Geen probleem. Met Jouw zegen komt alles in mijn huis beschikbaar. Alle benodigde artikelen, zoals stoffen, rozenwater, geurende bloemen, heilige draad (upanayana), ghee, betelnoot en pan-blad zijn in mijn huis aanwezig. Ik heb ook het boek, dat beschrijft, hoe je Vyasa-puja moet uitvoeren. Ik ga morgen met een groot fortuin Vyasa-puja vieren."

Wat is het belang van Vyasa-puja? Het is de ruggegraat van de toegewijden. Het is de geboortedag van Srila Vyasadeva, van wie alle gurus manifestaties zijn. Alle kennis is afkomstig van Vyasadeva – alle transcendentale kennis. Er ontbrak nog iets, nadat hij het grootste deel van de Veda's had geschreven, maar Narada voltooide dat door Vyasadeva te inspireren Srimad Bhagavatam te schrijven.

Vyasadeva verdeelde de Veda's, manifesteerde de Upanisads en een aantal Purana's en zelfs de Mahabharata, waarin Krsna Bhagavad-gita sprak (Gitopanisad). Hij manifesteerde alle vormen van noodzakelijke kennis, maar toch was hij niet gelukkig. Zijn geestelijk leermeester, Narada, kwam naar hem toe en vertelde hem, wat er nog aan zijn literaire werk ontbrak. Vyasa had niet duidelijk gezegd, dat Krsna de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is. Hij had niet duidelijk geschreven, dat Krsna werd beheerst door de gopis. Hij had niet beschreven, dat Moeder Yasoda Krsna aan een vijzel had vastgebonden, ondanks dat Hij de Allerhoogste Persoon is. Yasoda weigerde eens om Krsna als baby op schoot te zetten en zei, "Oh, Jij bent stout. Je steelt altijd boter en yogurt van de gopis uit de buurt." Toen Krsna dit hoorde, begon Hij hard te huilen en rolde over de grond van verdriet.

Vyasadeva had niet beschreven, dat Krsna de rasa-dans met de gopis uitvoerde en dat Hij vooral door Srimati Radhika werd beheerst. Krsna had persoonlijk verklaard, "Ik kan de gopis niet vergoeden, vooral Radhika niet."

na paraya 'ham niravadya-samyujam
sva-sadhu-krtyam vibudhayusapi vah
ya mabhajan durjaya-geha-srnkhalah
samvrscya tad vah pratiyatu sadhuna

                                             Srimad-Bhagvatam 10.32.22

["Ik ben niet in staat Mijn schuld af te lossen voor jullie smetteloze service, zelfs niet in een levensduur van Brahma. Jullie verbinding met Mij is buiten proportie. Jullie hebben Mij vereerd en hebben alle huiselijke banden verbroken, die moeilijk zijn op te geven. Laten daarom jullie eigen glorieuze daden jullie compensatie geven."]

Vyasadeva had niet geschreven over het spel, dat Krsna in Vrndavana speelde, in plaatsen zoals Radha-kunda. Narada zei hem, dat dit ontbrak en dat hij er daarom niet gelukkig mee was. Vyasadeva volgde de instructies van Narada en mediteerde toen in trance en nam zijn toevlucht tot bhakti.

Wat is de betekenis van bhakti. Het betekent totale overgave aan gurudeva. Doorgaans geven we ons aan gurudeva alleen over met woorden, niet met daden, niet met een zuiver hart, en daarom kunnen we onze opvatting over hem wijzigen. Soms verwisselen we zelfs van guru, zoals een man, die van zijn vrouw scheidt – en dat kun je dan twintig keer doen. Sukadeva Gosvami veranderde nooit van guru, Rupa Gosvami veranderde nooit, en Raghunatha dasa Gosvami veranderde nooit. Iedere guru in onze disciplinaire opvolging is altijd in deze lijn van Vyasa.

Vyasa volgde zijn gurudeva en zo zag hij in trance al het spel van Krsna van Zijn jeugd tot het eind in Dvaraka. Hiermee werden zijn lessen voltooid. Dus de betekenis van Vyasa-puja is het volgen van gurudeva zoals Vyasadeva zijn gurudeva, Narada, volgde.

Maar guru moet zoals Narada zijn, niet zoals een kali-yuga guru, een gevallen guru, die geen kennis en realisatie heeft van de lessen uit de sastras (Vedische geschriften). Een guru moet zijn zoals Vyasa – deskundig in alle sastras. Een dergelijke guru kan de twijfels van zijn leerlingen wegnemen. Als men zijn eigen twijfels niet kan wegnemen, hoe kan men dan die van anderen oplossen? Als een guru zegt, "Ik kan al je problemen oplossen, maar je moet er zelf bij helpen door mij wat geld te geven", is hij geen echte guru. Als hij afhankelijk is van zijn leerlingen, is hij geen guru. Een ware guru heldert alle twijfels op. Hij zorgt, dat Krsna altijd in je hart blijft.

Diksa betekent: 'di' is divya-jnanam; transcendentale kennis, die zich in je hart gaat manifesteren; en 'ksa' betekent, dat alle soorten problemen en lijden en zorgen onmiddellijk verdwijnen, zoals bij de komst van de zon alle duisternis verdwijnt. De service van een dergelijke guru is de ruggegraat van een leerling.

Dus Mahaprabhu gaf Srivasa Thakura de opdracht, "Jij moet hier Vyasa-puja uitvoeren." Srivasa Thakura antwoordde, "Ook al ben ik arm, door Jouw genade is alles in mijn huis aanwezig en morgen gaan we het doen." De volgende ochtend kwam iedereen daar bij elkaar; alleen Caitanya Mahaprabhu was er niet. Nityananda Prabhu was er wel en hij zat ook op Mahaprabhu te wachten. Toen Mahaprabhu eindelijk verscheen, deed Srivasa Pandita zijn beklag over Nityananda, "Ik vroeg Sripada (Nityananda Prabhu) om Vyasa Puja uit te voeren." De lotusvoeten van Krsna worden 'sripada' genoemd. "Ik zei, 'Sripada, begin alsjeblieft met Vyasa-puja'. Maar hij maakte een geluid van, 'Hmmm...ummmm...haaah...hmmm' als een gestoord persoon." Toen vroeg Mahaprabhu, "Sripada, waarom ga je niet met de Vyasa-puja beginnen? Jij moet het doen." Nityananda werd blij. Hij stond op, pakte een bloemenkrans en legde die rond de hals van Mahaprabhu.

Srivasa Pandit had Nityananda gevraagd om de bloemenkrans om de hals te leggen van Vyasadeva, die werd door een afbeelding vertegenwoordigd, zoals hier ook de afbeelding van Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja staat. Hij werd ook vertegenwoordigd door een kalasa (pot) met een kokosnoot en mangoblad en een heilige svastika erop geschilderd. Om de aanwezigheid van Srila Vasadeva aan te roepen voor de arcana, waarin hij zou worden vereerd, werden eerst mantras gesproken, zoals "Svagatam, svagatam, svagatam (Welkom, welkom)."

Srivasa Pandita had tegen Nityananda gezegd, "Geef deze bloemenkrans aan Vyasadeva," maar Nityananda Prabhu mompelde alleen, "Hooo...haaa," terwijl hij zat te wachten op Caitanya Mahaprabhu. Nityananda Prabhu wilde laten zien, dat Krsna Zelf jagad-guru is. Hoewel Hij de ware guru, echtgenoot, geliefde en zoon van iedereen is, heeft iedere ziel zijn specifieke, individuele relatie met Hem. Hij legde de bloemenkrans om de hals van Mahaprabhu en alle aanwezigen werden blij en de kirtana begon.

Vyasa-puja betekent zich rekenschap geven van de mate, waarin we ons hart aan gurudeva hebben gegeven, en om onze bhakti te meten om te zien, of we in bhakti vooruitgang of achteruitgang maken, zoals zakenmensen dagelijks of wekelijks hun winst en verlies rekening opmaken door te kijken naar hun activiteiten en hun resultaten. Vyasa-puja is de dag, waarop discipelen 'de balans opmaken'. Staan je cijfers positief of negatief? Als je op de dag van Vyasa-puja de rekening niet opmaakt, betekent het, dat je geen respect hebt voor je gurudeva, dan heb je geen vertrouwen in hem, geen vertrouwen in Krsna en geen bhakti. Dan ben je een 'show' devotee.

Deze ceremonie van Vyasa-puja werd uitgevoerd in het huis van Srivasa Pandita. Weet je hoe sterk deze toegewijde was? Hij had vier broers en hij deed met hen dag en nacht kirtana. Ze zaten met hun grote karatalas onafgebroken te chanten, "Hare Krsna Hare Krsna Krsna Krsna Hare Hare, Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare."

Een paar buren begonnen te klagen bij de Muslim Kazi. Ze zeiden tegen hem, "Hij denkt, dat hij beter is dan moslims, want hij is een hindoe. Hij is de dader. Als hij en die andere hindoe's zo hard moeten zingen, komt dat, omdat hun God blind en doof is. Die kan niet goed horen. Ze maken al de hele nacht lawaai. We kunnen er niet van slapen. Wat kunnen we eraan doen?"

De Kazi gaf de opdracht, "Pak dat huis op en gooi het in de Ganges! Dan worden die andere hindoe's bang om door te gaan met herrie maken." Toen ging hij met zijn bewakers naar het huis van Srivasa Pandita, waar hij de mrdanga kapot maakte. Die plek werd daarom bekend als Khola-bhanga-danga, de plaats waar de Kazi de mrdanga drum in tweeën brak. Hij bedreigde ook de toegewijden, "In de toekomst kunnen jullie niet meer 'Hare Krsna Hare Krsna' chanten. Jullie kunnen 'Khuda', 'God', of 'Allah' zingen, maar niet zo hard. Maak niet zoveel lawaai. Stoor die mensen hier niet."

Maar wat gebeurde er? Een van die bewakers kwam naar de Kazi, de moslim gouverneur, en chantte alleen maar "Hare Krsna, Hare Krsna, Hare Krsna, Hare Krsna", alsof hij gek was geworden. Hij wilde iets zeggen, maar er kwam alleen maar "Hare Krsna, Hare Krsna" uit. De Kazi vroeg, "Wat is hier aan de hand?" De bewaker antwoordde, "Oh, Hare Krsna, Hare Krsna." De Kazi vroeg opnieuw, "Wat is er gebeurd? Vertel op!" Hij antwoordde, "Oh, Hare Krsna, Hare Krsna. Kijk eens hoe mijn baard is verbrand." De Kazi vroeg, "Wie heeft dat gedaan?" De bewaker antwoordde, "Ik weet niet wie dat heeft gedaan, maar hij is verbrand en nu kan ik niets anders meer zeggen dan 'Hare Krsna, Hare Krsna'." Deze vreemde dingen gebeurden daar herhaaldelijk.

Caitanya Mahaprabhu hoorde snel over het breken van de mrdanga door de Kazi en zei tegen Zijn metgezellen, "Steek vanavond in ieder huis een fakkel aan. Ik zal iedereen beschermen. Laten we eens gaan kijken, welke soort Kazi onze kirtana durft te verbieden." Hij riep al Zijn metgezellen bijeen voor sankirtana en honderdduizenden toegewijden kwamen daar naartoe. Iedereen had een fakkel bij zich, een stuk hout met een doek aan het eind in kerosine gedoopt en aangestoken.

Ze gingen allemaal met Caitanya Mahaprabhu mee naar het paleis van de Kazi, die op dat moment dacht, "Oh, een opstand! Een revolutie! Daar komt een stelletje plunderaars en die kunnen me wel eens komen vermoorden." De Kazi zag hen aankomen, ging het huis binnen en deed de deur op slot.

Toen Caitanya Mahaprabhu arriveerde, zei Hij, "Oh, waar is die Kazi?" De toegewijden gooiden de tuin van de Kazi helemaal overhoop. Murari dasa stond te lachen als Hanuman en sprong in de rondte met het vurige verlangen om het huis van de Kazi in de as te leggen. Maar Mahaprabhu hield hem tegen en zei, "De Kazi is net als mijn oom van moeder's zijde" en riep, "O Kazi, kom alsjeblieft naar buiten. Jij bent mijn oom." [In het spel van Krsna is de Kazi Zijn moeder's broer.]

De Kazi opende de deur en kwam naar buiten om Caitanya Mahaprabhu een eer te bewijzen en samen gingen ze naar binnen voor een gesprek. Mahaprabhu vroeg hem, "Waarom maak je koeien dood? Alle hindoe's beschouwen de koe als een moeder, want ze geeft melk aan iedereen. Ze maakt geen onderscheid tussen hindoe, moslim of christen. Hindoe's beschouwen de koe als hun moeder en de stier als hun vader, maar jij maakt ze dood en eet hun vlees. Waarom? Kun je Me laten zien, waar in de Koran staat geschreven, dat je dat moet doen." De Kazi antwoordde, "Ik kan Je dat niet laten zien, want er staat nergens, dat we koeien moeten slachten. We moeten ze eerbiedigen."

Degenen, van wie je moedermelk drinkt, zijn moeders en ze dienen als zodanig te worden behandeld. Maar in de hele wereld gebruiken mensen het vlees van die dieren en drinken ook hun melk. Ik kan hier en daar zien, vooral in Amerika, dat degenen, die koeien slachten, nu slachtvee zijn geworden. Ik zag eens duizenden koeien klaar staan voor het slachthuis. Eerst werd ik er heel ongelukkig van, maar even later realiseerde ik me, "Oh, dit waren voorheen mensen, die koeien aten. En als resultaat van hun activiteiten zijn ze koeien geworden." Dus je moet geen vlees, eieren, of wijn, enzovoort gebruiken. Die dieren gaan anders zeker wraak nemen – en als ze dat zelf niet doen, stort Krsna je in een lijdensweg. Alle levende wezens zijn eeuwige dienaren van God. We behoren allemaal tot Zijn familie – broers, zusters, moeders en zonen – dus we moeten geen vlees eten.

Vervolgens vertelde de Kazi aan Caitanya Mahaprabhu, "Nadat ik naar het huis van de hindoe was gegaan en de drum had gebroken en het zingen had verboden, zag ik diezelfde nacht een grote gevaarlijke leeuw in mijn droom, zoals Nrsimhadeva, die enorm hard brulde. Hij had het lichaam van een mens en Hij had het gezicht van een leeuw. Hij sprong op mijn borstkas en begon te krabben. Hij zette zijn nagels in mijn vel en zei met een zware stem, 'Ik verscheur je borstkas, zoals jij de mrdanga drum kapot maakte'. Toen bad ik tot Hem, 'Red me, red me! Ik beloof het nooit meer te doen'. Hij was genadig, maar Hij liet een litteken van zijn nagels op mijn borst achter. Vanaf vandaag zal niemand in mijn dynastie ooit meer een koe vermoorden of een kirtana-feest verstoren." Na dit incident gingen alle onderdanen van de Kazi zich gedragen als hindoe's.

Dit gebeurde allemaal, omdat Srivasa Pandita, in wiens huis de kirtana had plaats gevonden, zo een sterke toegewijde was.

Ik zie, dat jullie helemaal door het lint gaan, als er een klein probleempje is, bij een heel klein probleempje zelfs. Dan zijn jullie helemaal door de war en weten jullie niet meer wat je moet doen. Jullie zijn zelfs in staat je mala en kanti-mala op te geven. Jullie moeten proberen als Srivasa Pandita te worden.

Nadat Caitanya Mahaprabhu sannyasa had genomen, ging Hij ieder jaar naar Jagannatha Puri voor het Ratha-yatra festival. Daar bespraken Svarupa Damodara en Srivasa Pandita diverse onderwerpen. Kun je je dit herinneren? Jij moet het uitleggen.

Syamarani dasi: Deze discussie heeft plaats midden in het negen dagen durende Ratha-yatra festival. Vijf dagen na de start van de Ratha-yatra is er een festival genaamd Hera-pancami. Op dat moment organiseerde Koning Prataparudra voor Caitanya Mahaprabhu en Zijn metgezellen een prachtig toneelstuk over Ratha-yatra. In dat toneelstuk verlaat Dvaraka Krsna de Geluksgodin in Dvaraka, dat wordt vertegenwoordigd door de tempel in Jagannath Puri, en gaat Hij op weg naar de Gundica tempel in Puri, die Vrndavana vertegenwoordigt, waarbij Hij wordt getrokken door toegewijden. Sri Jagannatha, die Krsna van Dvaraka is, zegt tegen Laksmi, die Krsna's 16.108 koninginnen vertegenwoordigt, "Ik ben over een dag of twee terug." Maar er zijn nu vijf dagen verstreken en Hij is nog niet teruggekeerd, dus Laksmi wordt boos.

Zijn toneelstuk wordt uitgevoerd door mannelijke toegewijden, die zijn gekleed als de Geluksgodin met een zeer rijke sari en ornamenten inclusief haar dienstmaagden. De dienaressen dragen Laksmi op een weelderige draagstoel naar Gundica en dan pakken ze de dienaren van Jagannatha, binden hen met zijden koorden vast, arresteren hen en dwingen hen aan de voeten van Laksmi te vallen. Laksmi denkt, "Waarom zou Krsna, die beschikt over alle rijkdom en alle faciliteiten in Dvaraka, dat allemaal achterlaten en Zich aansluiten bij een groep koeherders in Vrndavana?"

Caitanya Mahaprabhu had veel plezier in dit steekspel tussen Srivasa Pandita en Svarupa Damodara. Svarupa Damodara is Lalita in Krsna-lila, de meest intieme vriendin van Radhika, die het spel tussen Radhika en Krsna faciliteert. Hij kiest de kant van de Vrajavasi's en Srivasa Pandita, die – zoals Srila Gurudeva zei, eigenlijk Narada Rsi is – kiest de kant van de inwoners van Dvaraka. Narada Rsi's verering is in de stemming van rijkdom. Zijn eerbiedwaardige Godheid is Narayana, Dvarakadisa, Rama, en Krsna in de stemming van rijkdom. Srivasa Pandita klaagt uit naam van de Geluksgodin tegen Svarupa Damodara. "Waarom ben je zo gunstig gestemd jegens de gopis? Ze zijn gewone koeherdersmeisjes, die simpelweg melk koken. Ze zijn niet zo weelderig als mijn Geluksgodin. Ze hebben alleen een paar bomen, wat fruit en wat bloemen, maar geen juwelen, rijk beddengoed, goud, waardvolle spullen, of paleizen, zoals mijn Geluksgodin."

Toen zei Svarupa Damodara uit naam van de Vrajavasi's, "Dit zijn geen gewone koeien. Deze zijn wenskoeien, die de verlangens van de inwoners van Vrndavana vervullen. Alle bomen zijn daar kalpa-vrksa, wensbomen. Terwijl de toegewijden in Dvaraka verlangens hebben naar rijkdom, hebben de toegewijden in Vrndavana zulke verlangens niet. Ze willen gewoon de vruchten en bloemen van de bomen plukken en aan Krsna geven. Het gras en de bloemen, die in Vrndavana groeien, zijn geen gewone bloemen en gras. Zelfs de waarde van cintamani wordt door deze bloemen overstegen. De cintamani-stenen worden als sierraden aan de voeten van de gopis gedragen om Krsna aan te trekken. De bloemen, die de gopis gebruiken om zich te versieren en Krsna aan te trekken en te betoveren, zijn zelfs meer waard, want ze maken dat Hij flauw valt."

Hij legde uit, dat in Vrndavana ieder woord een lied is en iedere stap een dans. De gopis overstijgen ruimschoots iedere Geluksgodin; miljoenen Geluksgodinnen kunnen de natuurlijke rijkdom, schoonheid en lieftalligheid van een gopi niet evenaren. Op die manier versloeg hij Srivasa Thakura en Srivasa Thakura werd zo extatisch, want in feite is hij ook bekend met de glorie van Vrndavana.

Een andere keer, toen Caitanya Mahaprabhu in de stemming van Krsna was, zei Hij tegen Srivasa Thakura, "Geef Me Mijn fluit". Srivasa Thakura zei, "Ik kan hem niet geven, want de gopis hebben hem," en hij ging Caitanya Mahaprabhu het mooie spel van rasa-lila, het drinken van honingwijn en de sport in de Yamuna uitleggen. Op die manier heeft hij ook plezier in het horen van en spreken over het spel van Vrndavana. Toen hij dit hoorde van Svarupa Damodara, werd hij helemaal extatisch en begon te dansen als een gek.

Srila Narayana Gosvami Maharaja: Hier is Srivasa Pandita evenals Narada Rsi – heel listig. Alle toegewijden van Krsna, vooral die in Vrndavana, moeten even listig zijn als Krsna. Narada is ook listig en een hoge klasse toegewijde. Hij wilde deze siddhanta manifesteren, deze ware filosofie, dat Krsna van Vrndavana de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is en niet Narayana in Vaikuntha. Narayana beschikt over alle vormen van rijkdom en niemand is Zijn vriend of ouder. Hij is aan iedereen superieur. Hij krijgt pranama (eerbetuigingen) van iedereen en zegent iedereen door te zeggen, "Mangalam bhavatu – moge alle heil over je komen."

Dit is helemaal niet het geval in Vrndavana. Wat gebeurt daar? Krsna's koeherdersvrienden Sridama en Subala zeggen tegen Hem, "Oh shala (een woord, dat wordt gebruikt als belediging), wat ben Je aan het doen?! Jij bent zo ontzettend slecht en stout." Als Zijn vrienden naar Zijn paleis komen en zien, dat Hij nog in bed ligt, springen ze bovenop Zijn bed en zeggen, "De koeien staan hier en daar te wachten, en Jij ligt nog te slapen!" En dan trekken ze Hem uit bed.

Soms verslaat Sridama Krsna, die dan glimlacht en tegen hem zegt, "Ik heb je verslagen." Sridama zegt, "Nee, ik heb Jou verslagen. Als je bent verslagen, lig je met je rug op de grond." Sridama had Krsna verslagen en zat op Zijn borstkas en dacht, "Ik heb Krsna verslagen." Maar Krsna zei tegen hem, "Ik heb jou verslagen." Sridama vroeg, "Hoezo?" Krsna antwoordde, "Mijn neus steekt in de lucht en jouw neus wijst naar de grond."

Kan iemand in Ayodhya of Vaikuntha zo spelen? Nooit. Er zijn geen vrienden van Narayana en geen vader en moeder, terwijl er in Vrndavana duizenden vaders en moeders van Krsna zijn. Krsna werd de zoon van alle gopis en gopas tijdens Zijn Brahma-mohana-lila en Hij werd de echtgenoot van zoveel jonge gopis en Hij werd het kalf van alle koeien. Hij kan dat spel op die manier spelen.

Narayana heeft één hele kuise echtgenote, Laksmi – eigenlijk zijn er drie [Sri (Laksmi), Bhu en Nila], maar één is vooraanstaand en dat is Laksmi, maar zij kan alleen Zijn lotusvoeten masseren, Zijn voeten op haar borst houden en altijd gebeden aanbieden. Aan de andere kant heeft Krsna hier in Vrndavana zoveel vriendinnen en die zijn allemaal groter, mooier en liever dan Laksmi. Ze kunnen Krsna allemaal overtroeven. Ze kunnen tegen Hem zeggen, "Oh, Jij moet mijn voeten masseren," en Krsna moet ze dan masseren. Wanneer de gopis moe zijn en transpireren van het dansen en zingen tijdens de rasa-lila, pakt Krsna Zijn pitambara (gele sjaal) en dept hun gezicht af. Dit is een hele mooie scene: het is de liefde en genegenheid van Krsna. Zulke liefde wordt in Vrndavana gemanifesteerd, nooit ergens anders. Wie is zo dom om Krsna niet te dienen?

Kennen jullie Putana? Ze was een heks, die Krsna als baby wilde doden met vergif op haar borsten, maar Krsna zoog het vergif en het leven uit haar lichaam, en gaf haar in haar volgende leven een positie als Zijn moeder. Dus wie is zo dom om Krsna op te geven en anderen te dienen? We moeten Krsna dienen.

Met zijn listige gedrag weet Narada Rsi Krsna te inspireren om diverse spellen uit te voeren en op de een of andere manier manifesteert hij altijd de glorie van Krsna's toegewijden. In Brhad-bhagavatamrta zien we, hoe hij de hoge klasse toegewijden en de incarnaties van God verheerlijkte. Op deze manier ontdekte hij, dat de gopis de beste toegewijden zijn en dat Vrajendra-nandana de Allerhoogste eerbiedwaardige Godheid is. We moeten proberen om Narada (Srivasa Pandita in het spel van Mahaprabhu) onze guru te maken.

Weten jullie, welk een sterke toegewijde Srivasa Pandita is? Op een dag deed hij met vele toegewijden kirtana op de binnenplaats, Srivasa-angana. Terwijl Mahaprabhu met Zijn metgezellen stond te dansen en te zingen, overleed de enige zoon van Srivasa Pandita. Alle vrouwen van Srivasa's broers en alle vrouwen van de buren waren aan het huilen, terwijl Srivasa bij de kirtana aanwezig was.

Op dat moment zei Caitanya Mahaprabhu, "Ik voel Me niet zo gelukkig. Er is iets mis. Wat is het?" Niemand wilde Hem het nieuws vertellen, want Srivasa Pandita had iedereen, die bij de jongen zat te huilen, gewaarschuwd, "Als jullie hardop huilen en het dansen en zingen van de kirtana van Caitanya Mahaprabhu verstoren, spring ik hierachter in de Ganges." Ze bleven huilen, maar niet hardop. Een van de toegewijden ging naar Mahaprabhu en fluisterde in Zijn oor, "Vandaag is deze jongen gestorven en daar binnen zitten ze allemaal nog te huilen. Het dode lichaam is daar." Mahaprabhu stopte de kirtana en vroeg, "Waarom heb je Mij dat niet eerder gezegd?" Hij ging naar binnen en zei, "O, mijn lieve jongen, waar ben je heen gegaan? Je slaapt; word onmiddellijk wakker."

Toen gebeurde er iets wonderbaarlijks. Door de genade van Mahaprabhu keerde in het dode lichaam van de jongen het leven meteen terug. De jongen stond op en begon te praten. Mahaprabhu vroeg, "Waarom heb je hier je vader en moeder verlaten? Het ging toch goed met je?"

De jongen antwoordde, "Ik was hier niet gelukkig. Ik heb in zoveel levens zoveel honderdduizenden vaders en moeders gehad, en vanaf het begin van deze schepping ben ik van zovelen de vader en moeder geweest. Wie is mijn vader? Ik herken hem niet. Ik wil hier niet zijn. Ik heb nu zoveel faciliteiten. Ik wil naar de plek, waar ik nu ben geboren."

Degenen, die in deze wereld zijn geboren, moeten sterven. Je moet je realiseren, dat je niet dit lichaam bent. Deze wereld is vol problemen: geboorte, dood, lijden en zorgen. Een baby wordt na enige tijd oud, evenals ik, en daarna, wanneer ze honderd jaar zijn, kunnen ze niet meer lopen. Dan zegt hun vals-ego, "Ik ben honderd jaar oud geworden," maar ze houden er geen rekening mee, dat er honderd jaar voorbij zijn gegaan. Jonge mensen zijn heel energiek. Ze gaan hier en daar naartoe, drinken wijn, eten eieren en vlees en denken, dat ze daarvan heel erg sterk worden. Maar ze weten niet, dat ze heel snel oud worden. Dan wordt hun haar grijs, hun organen worden zwak en na verloop van tijd kunnen ze niet meer lopen. De regering geeft hen ouderdomspensioen en daarna moeten ze naar het bejaardenhuis. Hun kinderen geven niets meer om hen en het duurt niet lang, of ze kunnen niet meer goed ademhalen. En dan overlijden ze in een hoestbui.

Dit menselijke lichaam is zeer zeldzaam. Na miljoenen geboorten krijg je dit lichaam, dus ga het niet verspillen. Probeer vanaf dit moment een zuivere toegewijde te worden. Volg Krsna bewustzijn en chant en denk aan Krsna onder leiding van een zeer gekwalificeerde, gerealiseerde guru. Kom op die manier in het proces van Caitanya Mahaprabhu en Rupa Gosvami en wees voor altijd gelukkig. Deze eindeloze reeks geboorten, de reacties van verleden activiteiten, goed en slecht, worden beëindigd door het chanten van de heilige naam.

Maar het is van wezenlijk belang om de naam in het juiste proces te chanten, zodat het de zuivere naam wordt. Als je bij het chanten wereldse verlangens hebt, worden je wereldse verlangens vervuld en ben je totaal niets opgeschoten. Begrijpen jullie wat ik heb gezegd? Stel je voor, dat je chant "Hare Krsna, Hare Krsna," maar in je hart zit je te denken, "Er moet wat geld komen; er moet rijkdom komen; er moet een hele mooie vriendin of vriend komen; ik zou een hele mooie, sterke auto moeten hebben en een ontzettend mooi koninklijk paleis; ik zou altijd moeten kunnen reizen in een eersteklas vliegtuig, dat pas in Frankrijk is gemaakt en dat sneller gaat dan het geluid." In dat geval worden je jeugd en je leven geruïneerd.

De zoon van Srivasa Pandita ging verder, "Nu ik geboren ben, zal ik vanaf het begin van mijn leven chanten en aan Krsna denken, en daarom wil ik hier niet terugkomen."

Sripad Madhava Maharaja: Mahaprabhu's spel heeft plaats in het huis van Srivasa Pandita en Srivasa Pandita is een metgezel van Mahaprabhu, dus waarom zou hij die situatie willen verlaten?

Srila Narayana Gosvami Maharaja: Omdat hij nu werd geboren in het spel van Krsna. Dat is de vrucht van de associatie met Mahaprabhu en Zijn metgezellen. Hij werd geboren bij een gopi en dit was de grondeloze genade van Caitanya Mahaprabhu. Daarom wilde hij niet terugkomen. Als die jongen naar een andere plek was gegaan, had hij zeker wel terug willen komen. Hij realiseerde zich, dat Caitanya Mahaprabhu niemand anders was dan Krsna Zelf en door Zijn genade kwam hij terecht in de baarmoeder van een gopi. Daarom weigerde die jongen om terug te komen.

Laten we onze tijd niet verspillen. Laten we ons met groot vertrouwen in Krsna en Zijn naam volkomen overgeven. Krsna heeft al Zijn kracht, genade, rijkdom en kwaliteiten in de naam 'Krsna' gevestigd. Hij heeft in feite Zijn naam zelfs superieur aan Zichzelf gemaakt. Niemand kan Krsna met een van de sterfelijke zintuigen aanraken. Maar Krsna heeft een wonder uitgevoerd en dat is, dat iedereen, zelfs een heel miserabel of dwaas figuur, zoals Jagai of Madhai, Zijn naam kan chanten ongeacht of hij zuiver chant. Die naam wordt zuiver door de genade van de naam, zolang de persoon geen overtreding begaat. Als je geen overtredingen begaat, zoals het bekritiseren van een Vaisnava, en als je groot respect hebt voor iedereen, waarbij je denkt, "Alle wezens zijn eeuwige dienaren van Krsna en ik ben dat ook," dan kun je met iedereen een relatie hebben.

We moeten iedereen respecteren; we moeten iedereen onze eerbetuigingen aanbieden, zoals wordt gezegd in Bhagavad-gita en Caitanya-caritamrta. Stel je voor, dat iemand Krsna eert en een bad neemt in de Ganges in de wetenschap, "Dit Gangeswater is een tirtha; de zee is een maha-tirtha." Maar als die persoon de toegewijden niet eert en niet denkt, dat Krsna in alle levende wezens aanwezig is, en geen respect voor alle wezens heeft, is hij geen zuivere toegewijde. Dan is hij "Sa eva go kharah", een dier en onder de dieren is hij een ezel. De ezel zit achter zijn vrouw aan voor seks en krijgt harde klappen van haar achterpoten.

Toen Caitanya Mahaprabhu de woorden van de jongen hoorde, zei Hij tegen zijn moeder, "Wil je deze jongen terug hebben?" Ze antwoordde, "Ik heb mijn zoon al ontvangen – Jijzelf. Ik ben erg blij voor die jongen. Nu kan hij overal naartoe gaan, waar hij wil." Iedereen was blij. Dit is een wonderbaarlijk spel van Caitanya Mahaprabhu, maar de aanleiding ervoor was Srivasa Pandita.

Als een probleem jullie ooit treft, wees dan altijd heel sterk, zoals Srivasa Pandita. Er valt zoveel over hem te vertellen, zoals de manier, waarop hij werd geboren in zijn spel als Narada Rsi. Hij bevond zich al in Goloka Vaikuntha en Vrndavana, maar helemaal aan het begin van deze schepping wilde Krsna, dat hij hier naartoe kwam. Daarom manifesteerde hij zich uit de keel van Brahma. Wat is de betekenis hierachter? Narada speelt altijd een heel zoet lied op zijn vina, wanneer hij Hare Krsna chant, "Narada Muni bhajaya vina, radhika-ramana name."

Hij is de meester van alle raga en ragini (de Vedische toonladder): sa-re-ga-ma-pa-da-ni-sa. Al die klanken zijn afkomstig van de snaren van zijn vina, waarop hij zoveel transcendentale liederen speelt. Van wie heeft hij dat allemaal geleerd? Srimati Radhika is zijn guru – uiteindelijk zijn alle ragas en raginis afkomstig van Haar enkelbellen. Hij leerde dat van de enkelbellen van Radhika.

Dus hij manifesteerde zich in deze wereld uit de keel van Brahma en begon te chanten, "Hare Krsna, Hare Krsna." Brahma zei tegen hem, "O zoon, ik wil dat je mijn opdrachten uitvoert. Waar ga je naartoe?" Narada antwoordde, "Ik wil mijn broers volgen, de vier Kumaras: Sanaka, Sanandana, Sanatana en Sanat." Zodra zijn broers uit de geest van Brahma werden geboren, begonnen ze ook voortdurend Krsna's naam te chanten en wilden ze de bossen intrekken om soberheid te betrachten. Ze vertrokken en hebben nooit de wens van hun vader ingewilligd, namelijk trouwen en kinderen krijgen om de wereld met mensen te bevolken.

Toen werd Narada 'geboren' en Brahma gaf hem de opdracht om ook het huwelijkse leven in te stappen, maar hij weigerde eveneens. Brahma verzocht hem herhaaldelijk om thuis te blijven en wanneer hij volwassen zou zijn, zou hij gaan trouwen en veel kinderen krijgen. Hoewel Brahma hem waarschuwde met de woorden, "Als je mij niet gehoorzaamt, zal ik een vloek over je moeten uitspreken," sloeg Narada zijn opdracht in de wind. Hij ging naar het bos om de naam van Krsna te chanten, waarop Brahma erg boos werd en zei, "Jij gaat geboren worden in een familie van Gandharva's (hemelse musici) en Kinnara's. Daar zal je met duizenden Apsara's (hemelse nimfen) moeten trouwen en zal je dansen en zingen met duizenden vrouwen." Narada antwoordde, "Ik kan daar wel naartoe gaan, maar ik ga niet trouwen."

En zo werd Narada een Gandharva in de Hemelse Planeten en heette Upabarhana. Hij danste daar, maar dacht altijd aan Krsna. Op zekere dag gaf Brahma hem de opdracht, "Ik ga naar Puskara en jij moet daar ook met je hele familie komen. Jij moet daar bij wijze van aanroeping dansen. Narada ging er naartoe en begon naakt te dansen, maar op een hele sterke manier. Hij wilde, dat zijn vader boos werd en hem nog een vloek bezorgde, zodat hij aan dat leven daar kon ontsnappen. Brahma werd zeker kwaad en zei, "Kun jij je niet herinneren, dat ik jou eerder heb vervloekt en jij een Gandharva moest worden? Nu zal ik je opnieuw vervloeken. Jij gaat naar de Aarde en je wordt geboren uit een sudrani, een vrouw uit een lage kaste."

Narada werd toen bij een sudrani geboren. Als jonge jongen had hij de zegen van zijn broers gekregen, die hem instructies gaven in het Krsna bewustzijn. Snel daarna kreeg hij van hen een mantra en zijn moeder werd door een slang gebeten en stierf. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om het huis uit te gaan en in zijn eentje naar het bos te vertrekken. Hij ging naar een heel diep, dicht oerwoud en chantte onafgebroken die mantra. Na enige tijd werd hij perfect en Narayana, zijn eerbiedwaardige Godheid, gaf hem darsana.

Jullie hebben al zoveel jaren gechant, sommige toegewijden chanten al vijftien of zestien jaar, en sommigen nog langer, maar jullie ervaren geen enkele verandering in je bewustzijn. Jullie zijn erg zwak en altijd afhankelijk van geld of positie. Jullie hebben je niet voldoende overgegeven. Gedurende duizenden en duizenden jaren zijn jullie gehecht geweest aan familie, vrouw, vriendin, vriend, en jullie zijn nu ook aan het chanten, maar zonder het Krsna-bewuste resultaat. Het kan zijn, dat er door dit chanten een beetje werelds geluk naar je toekomt. Je kunt Indra worden of een heel rijk persoon. Of, je kunt een Bill Clinton worden en gehecht raken aan een of ander kantoormeisje. Jullie hebben geen beheersing over je geest en toch chanten jullie "Hare Krsna".

Wees zoals Narada. Hij was volkomen in het chanten verzonken zonder te weten waar hij was of aan wie zijn lichaam toebehoorde. Krsna kwam naar hem toe in de vorm van Narayana, dus we moeten proberen te doen, wat hij deed. Als je je bezighoudt met éénpuntige bhajana aan Krsna en je bent erin verzonken en je hebt vertrouwen in de woorden van je guru en Krsna, dan komt Krsna zeker naar je toe en geeft je darsana. Als je de mantra kent om een slang te bezweren en je spreekt die mantra uit, verdwijnt het slangengif uit een persoon, die door een gifslang is gebeten. Waarom geeft het chanten van "Hare Krsna" ons geen perfectie?

Krsna's naam is zo sterk, alle vermogens zitten erin.

namnam akari bahudha nija sarva saktis
tatra arpita niyamitah smarane na kalah
etadrsi tava krpa bhagavan mamapi
durdaivami drsamiha jani nanuragah

                                                        Sri Siksastakam 2

Wat betekent dat?

Sripad Padmanabha Maharaja: Krsna heeft Zijn heilige namen bekrachtigd met alle transcendentale sakti, vermogens. Er zijn geen strikte regels om deze namen te chanten. Uit Zijn genadevolle vriendelijkheid staat Krsna ons toe Hem door deze heilige namen te benaderen, maar ik ben zo onfortuinlijk, dat ik niet gehecht ben aan deze heilige namen.

Srila Narayana Maharaja: Hier wordt gezegd, dat de heilige naam geen vaste regels heeft. We kunnen hem overdag of 's nachts chanten, terwijl we op ons bed zitten, zonder een bad te nemen of de mond te spoelen, in de ochtend, in de avond; op ieder moment, zoals onder het wandelen. Maar we moeten proberen om Srivasa en Narada te volgen.

Narada werd geïnitieerd door zijn vier broertjes, de vier Kumara's, en Srivasa Pandita werd ook door een hogeklasse Vaisnava geïnitieerd, die alle symptomen had, die in de Veda's, Upanisads en in Bhagavatam beschreven staan. Als je bij je inwijding de heilige naam van een zuivere guru hebt gekregen, is die naam krachtig en zal Krsna naar je toekomen.

Bijvoorbeeld, de gurus van Narada, Sanatana, Sanaka en Sanandana, gaven hem een mantra, waarmee hij heel gemakkelijk de darsana van Krsna kreeg. Als jullie guru ook zo is en jullie volgen in het voetspoor van Narada, zal suddha-nama, de sterke transcendentale naam, zich in je hart manifesteren. Als jouw guru daarentegen is gevallen en geen vertrouwen in naam heeft en slechts zes rondjes, of twee rondjes of soms helemaal niet chant, dan valt hij na verloop van tijd ook op een externe manier, dan is die naam niet sterk. Er zit geen vermogen in en zonder vermogen kan jullie chanten alleen een schaduw van de naam geven. Dan kun je bevrijding krijgen, of wereldse weelde. Maar je krijgt geen Krsna-prema.

Probeer al deze lessen te volgen en wees heel sterk, zoals Srivasa Pandita, zelfs al steelt iemand je hele rijkdom en positie, waardoor je even arm wordt als hij.

Op een dag zei Srivasa Pandita tegen Mahaprabhu, terwijl hij in zijn handen klapte, "Een, twee, drie." Mahaprabhu vroeg, "Wat doe je?" Srivasa Pandita zei weer, "Een, twee, drie." Mahaprabhu informeerde, "Waarom doe je dat?" Toen legde Srivasa Pandita uit, "We chanten en denken de hele dag aan Krsna en we doen niets voor onze instandhouding. Als er in mijn huis vandaag niets te eten is, dan wacht ik af. Op de tweede dag wacht ik ook af. Als de derde dag niets komt, geen probleem; maar als er op de vierde dag nog niets komt, spring ik in de Ganges. Ik doe niets anders dan chanten en aan Krsna denken." Mahaprabhu zei tegen hem, "Dit kan nooit gebeuren met een toegewijde, zoals jij. De Geluksgodin, Laksmi-devi, kan misschien ergens moeten bedelen, maar niet Mijn toegewijden, of de toegewijden van Krsna."

Jullie moeten dit aannemen. Ga door met chanten. Krsna's naam heeft meer genade dan Krsna Zelf. Daarin moeten jullie vertrouwen hebben. Maar die naam moet wel van een betrouwbare, bonafide guru afkomstig zijn.

Gaura Premanande!

"Srivasa Pandita's Appearance Day"

lezing door Sri Srimad BV Narayana Maharaja,
8 juli 1999

Edited by the Harikatha team

http://www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses-mainmenu-61/18-discourses-1990s/
1325-srivasa-pandita%E2%80%99s-disappearance-day.html#

Nederlandse vertaling: 2017 Indirā dāsī
Publicatie: www.jayaradhe.nl

_________________________


Terug: Parampara



Top

© 2017 Jayaradhe.nl