Home

Guru Parampara



Een autobiografische schets

Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Gosvami Maharaja

BV_Narayana

Toegewijden in de hele wereld aanvaarden Srila Gurudeva als een eeuwige metgezel van Sri Sri Radha-Krsna en Sri Caitanya Mahaprabhu. In sastra lezen we, dat zulke toegewijden tri-kala-jna en sarva-jna zijn, hetgeen betekent, dat niets in de materiŽle of spirituele schepping van Bhagavan hen onbekend is.


In Srimad-Bhagavatam lezen we,

"Een persoon, die zich voor honderd procent bezighoudt met service voor Bhagavan, is het embleem van alle kennis. Een dergelijke toegewijde van Bhagavan, die volkomen volmaakt is in toegewijde dienst, is ook volmaakt vanwege de kwalificatie van de Persoonlijkheid Gods. Als zodanig maken de achtvoudige perfecties van het mystieke vermogen (asta-siddhi ) slechts een klein deel uit van zijn goddelijke rijkdom."

Zulke zuivere toegewijden zetten voor ons een voorbeeld neer door de rol uit te voeren van zielen, die geleidelijk vooruitgang maken naar de perfectie van toewijding aan Sri Krsna. Door hun voorbeeldige leven leren ze ons wat te doen en niet te doen met de bedoeling om vooruitgang te maken. Ze laten ons door hun voorbeeld zien, wat het belang is van het verkrijgen van sukrti (spirituele tegoeden en aanwinsten verzameld door zich bewust of onbewust te begeven in toegewijde activiteiten) en samskaras (indrukken op het hart verkregen uit de sukrti van dit leven en voorgaande levens).

De goddelijke natuur van het spel van Srila Gurudeva kunnen we leren kennen uit de woorden van zijn eigen Guru Maharaja, nitya-lila pravista Sri Srimad Bhakti Prajnana Kesava Gosvami Maharaja, "De eeuwige gedaante van de acaryadeva bestaat uit kennis en zegen (vreugde), en blijft constitutioneel (grondrechtelijk) onveranderbaar Ė zoals een toneelspeler, die tijdens zijn uitvoering door diverse transformaties gaat, maar toch dezelfde, onveranderde persoon blijft."

Mijn levensgeschiedenis

Ik werd in 1921 geboren in de nacht van amavasya (donkere maan) in de maand Magha (januari). Dit hebben mijn ouders me verteld. De naam van mijn vader was Pandita Balesvarnath Tivari en de naam van mijn moeder was Srimati Laksmi-devi. Beiden waren toegewijden van de Sri Sampradaya en waren volgens alle regels en reguleringen geÔnitieerd. Beiden waren experts in devotionele muziek. Mijn vader was ook goed in worstelen, zingen en allerlei vormen van sociale aangelegenheden. Hij was bescheiden, goed opgevoed en wat vooral belangrijk was, uiterst religieus in overeenstemming met Vaisnava principes.

Bij mijn geboorte gaf onze kula-guru (familieguru) mij de naam Sriman Narayana Tivari in overeenstemming met het astrologische teken van mijn geboorte. Vanaf mijn geboorte was ik heel simpel van hart (goed van vertrouwen) en onschuldig. Mijn moeder vertelde me, "Jij huilde nooit en je bleef zitten, waar we je neerzetten. Daarom noemde iedereen je Bholanatha (de naam van Sri Siva, die betekent 'god der onschuldigen')"

Omdat mijn ouders erg religieus waren, was ik vanaf mijn vroege kinderjaren ook erg religieus. Om vol bhakti te komen zitten is geen kwestie van slechts ťťn leven van beoefening; het is een kwestie van vele levens. In mijn hele kindertijd heb ik altijd gechant, "Rama, Rama, Rama, Rama, Rama, Rama," en ik weet niet wanneer ik daarmee ben begonnen. Dus mijn fortuin moet het resultaat zijn geweest van indrukken in mijn hart van goed gezelschap en een neiging tot religie uit mijn voorgaande levens (samskaras).

Als kind ging ik met mijn vader naar religieuze festivals en hoorde 's avonds lezingen over Srimad-Bhagavatam, Ramayana, Mahabharata en andere geschriften. Nadat mijn vader zijn huishoudelijke plichten had volbracht, las hij wel eens persoonlijk voor uit Ramayana van Tulasidasa en soms Mahabharata Ė van begin tot eind Ė en dan kwamen er vele dorpsmensen bijzitten om vol vertrouwen naar hem te luisteren.

Ik had zulke indrukken, dat ik zelfs als kind uren zat te huilen bij het lezen van de Ramayana van Tulasidasa. En als ik ophield met huilen, ging ik door met lezen. Ik werd vooral ondergedompeld in emoties, wanneer ik las over de verbanning van Ramacandra, dat Hij Sita verlaat, en dat Sita Patala binnengaat Ė ik werd zo meegesleept, dat ik droomde van de strijd tussen Rama en Ravana, samen met Hanumanji en zijn uiteenlopende dienstverlening. In ťťn droom om vier uur 's morgens zag ik Rama, Laksmana, Sita en Hanuman vlak voor mijn ogen uit een vliegtuig stappen, waarbij hun goddelijke uitstraling zich overal verspreidde. Maar toen ik Hun voeten wilde aanraken, verdwenen Ze. Ik werd zo gezegend in die tijd.

In mijn hele schooltijd stond ik in mijn klas op de eerste of tweede plaats in academia en in sport, vooral op de hoge school, waar ik de eerste prijs won bij het hardlopen op anderhalf en acht kilometer afstanden; verspringen, hoogspringen, estafettes en kanoŽn. Niemand durfde zijn naam in te schrijven voor een lange loop, tenzij hij van plan was voor een tweede plaats te gaan, want iedereen wist, "Narayana wordt eerste." Ik heb ook deelgenomen aan muziekprogrammas en aan het voeren van debatten in het Sanskriet.

Toen ik zestien of zeventien was, gaf onze kula-guru (schoolmeester) in ons dorp Tivaripura een reeks klassen over Srimad-Bhagavatam. Hij was een groot geleerde van Sanskriet. Hij las iedere sloka met een melodieuze stem voor en legde dan de betekenis uit aan een menigte vrome luisteraars, die uit omliggende dorpen waren gekomen. Bij die gebeurtenissen had ik de gelegenheid om hem persoonlijke diensten te verlenen, zoals het decoreren van de zaal, het voorbereiden van zijn zitplaats, de Bhagavatam op zijn lessenaar plaatsen en daarna luisterde ik aandachtig naar zijn lezingen. Mijn vader heeft ook veel aan deze programma's bijgedragen door de dagelijkse arati van de Bhagavatam te organiseren en op het eind van ieder programma prasada uit te delen.

Na een maand werden de klassen van Srimad-Bhagavatam afgesloten met een grote yajna gevolgd door een groot feest van de maha-prasada van Bhagavan. Mijn kula-guru was buitengewoon aardig voor me vanwege mijn dienstverlening en hij heeft een diepe indruk in mijn leven achtergelaten. Op die manier raakte ik steeds meer verzonken in de gevoelens van devotie en kreeg geleidelijk smaak voor krsna-bhakti.

Het Mahaviri Jhanda Festival (ter ere van Hanumanji) had eens plaats op de oevers van de Ganga vlakbij mijn dorp, in Ahalyavali Ė de plaats, waar Sri Ramacandraji Ahalya had bevrijd van de vloek van Gautama Rsi; waar de residentie van Visvamitra was gelegen; waar Rama en Laksman de demoon Tadaka doodde; en waar Rama Zijn pijlen naar Marica en Subahu schoot om de yajna van Visvamitra te beschermen. Het was een groot festival, waar vele duizenden mensen bijeen kwamen. Er werden diverse spelen georganiseerd en er waren worstelwedstrijden, waar talloze goede sportmensen aanwezig waren, en waaraan mijn vader ook deelnam, omdat hij een veelzijdig talent had.

Op dit festival hoorde en zag ik voor het eerst van mijn leven een nagara-sankirtana, waarbij duizenden mensen dansten en zongen, "Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare, Hare Krsna Hare Krsna Krsna Krsna Hare Hare." Die nagara-sankirtana maakte een grote indruk op me.

Toen ik in de negende klas van de hoge school zat, kreeg ik een boek getiteld, "De levensgeschiedenis en leringen van Nimbarka Vaisnavacarya" als prijs voor het winnen van een Sanskriet debat. Toen ik las over de perfecte Vaisnava houding van de acarya, zijn daden, zijn gehechtheid aan harinama en zijn rigoreuze sadhana, begon ik pas echt smaak te krijgen voor krsna-nama. Van dit boek heb ik geleerd, dat alle saktis, alle vermogens van Bhagavan, aanwezig zijn in harinama.

Ik hield erg van geschiedenis en ik kreeg meestal het hoogste punt voor dat vak. Ik las eens in een van de geschiedenisboeken een korte beschrijving van Sri Caitanya Mahaprabhu. Toen ik de afbeelding zag van Zijn lange golvende haar en toen ik las over Zijn verzonkenheid in kirtana, raakt ik heel diep onder de indruk en werd beÔnvloed.

Op zestien of zeventien jarige leeftijd heb ik me verloofd, terwijl ik nog op de middelbare school studeerde. Volgens Indiaas gebruik echter, trekt de vrouw pas bij haar man in, nadat de officiŽle huwelijksvoltrekking heeft plaats gehad, wanneer ze beiden rijp zijn. Toen ik dus eenentwintig of tweeŽntwintig werd, gingen ze een huwelijksfeest voor me organiseren en kwam mijn vrouw bij me wonen. Maar heel snel daarna ben ik vertrokken.

(Zijdelingse opmerking)

[*Zie voetnoot 1] Je kunt iets schrijven over de tijd en de plaats van het huwelijk, maar je moet niet verder uitwijden.

Omdat ik op de middelbare school zo goed was in sport, kon ik zonder moeite een baan krijgen op het politiebureau. Het politiebureau stond in het Dumka district van Bihar, op een plek aan de oevers van de Ganga genaamd Shahad Ganja. Alle dienders daar waren blij met me, inclusief de hoofdcommissaris, een Bengaal, die heel religieus was.

Drie jaar nadat ik mijn betrekking op het politiebureau kreeg, werd de hoofdcommissaris bezocht door een groep toegewijden, die Sri Gaudiya Vedanta Samiti in Navadvipa vertegenwoordigde. Er waren ongeveer tien toegewijden in die groep en onder hen waren Prapujya-carana Sri Srimad Narottamananda brahmacariji, Sri Srimad Bhakti-kusala Nrsimha Maharaja en Sri Radhanatha, die later Pujyapada Bhaktivedanta Trivikrama Maharaja werd.

De speker, Pujyapada Narottamananda brahmacariji, las in het huis van de hoofdcommissaris in zeven dagen de hele geschiedenis van Sri Prahlada Maharaja voor. Hoewel ik in die tijd het Bengaals niet goed verstond, bleef ik toch bij de lezingen zitten en in antwoord op mijn vertrouwen werd Pujyapada Sri Narottamananda brahmacariji heel genegen jegens mij. Na iedere lezing liet hij al zijn eten en drinken staan om met mij de hele nacht te spreken over hari-katha in het Engels.

[Sripad Madhava Maharaja voegde eraan toe, "Pujyapada Narottamananda brahmacari kende geen Hindi en Srila Gurudeva kende geen Bengaals, dus dat hele gesprek ging in het Engels."]

Hij was heel geleerd en vooral in Srimad-Bhagavatam. Nadat ik die zeven dagen naar zijn hari-katha had geluisterd en zijn genegenheid had ontvangen, voelde ik in mijn hart volkomen verzaking. Ik wilde mijn baan opzeggen en met de groep meegaan, maar ik kon geen toestemming krijgen om te vertrekken, omdat de hoofdcommissaris en de rest me zo graag mochten en me niet lieten gaan.

De hoofdcommissaris vroeg me, "Waarom wil je weg? Je krijgt binnenkort promotie." Ik zei, "Dat is waar, ik kan in mijn baan worden gepromoveerd," maar toen gaf ik mijn voorwendsel om te vertrekken door te zeggen, "Ik wil voor mezelf beginnen, dus er gaat niets verloren." Toen ik eraan toevoegde, dat ik in de toekomst krsna-bhajana wilde gaan doen, vroeg hij, "Zijn jouw ouders het daarmee eens?" En omdat ik Guruji en de Vaisnava's aanzag voor mijn ouders, antwoordde ik, "Ja, dat doen ze." Toen nam ik ontslag en ging daar weg, maar ik ging niet naar huis. Ik ging van daaruit rechtstreeks naar Sridhama Navadvipa om mijn Guruji te zien.

's Nachts om twaalf uur kwam ik aan op het station van Navadvipa-dhama en ik vroeg me af, "Ik heb helamaal geen adres van de asrama in Navadvipa. Hoe moet het vinden? Aan wie kan ik dat midden in de nacht vragen?"

Ik weet niet, hoe hij dat wist, maar Guruji wist, dat ik die dag zou komen en Narottamananda brahmacariji wist het ook; dus ze hadden Pujyapada Vamana Gosvami Maharaja met een lantaarn in zijn hand en nog een brahmacari op pad gestuurd om me te zoeken. Toen ik die twee zag aankomen, werd ik ontzettend blij. Samen met hen bereikte ik de matha zonder moeite en op dat moment zag ik Narottamananda brahmacariji en mijn Guruji en diverse andere Vaisnava's. Die dag viel op de vooravond van de Navadvipa-dhama-parikrama.

Degene, die op dat moment de leiding in de matha had, was Sri Narahari Thakuraji, een godbroeder van mijn Guruji, die zeer dierbaar was aan zijn Gurudeva, Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Prahbupada. Omdat hij voor iedereen in de matha zorgde, vooral voor de kinderen, werd hij liefkozend "Moeder van de matha" genoemd. Hij liep dag en nacht harinama te zingen en hij bond zijn sikha 's avonds aan een balk boven zijn hoofd, zodat hij bij het chanten niet in slaap zou vallen. Ik kreeg zoveel liefde en genegenheid van hem.

Zonder dat iemand het opdroeg of in de gaten had, begon ik de vloeren van de matha te vegen, de potten af te wassen en deed een aantal andere diensten. Kort nadat Navadvipa-dhama-parikrama was afgerond, ontving ik zowel harinama als diksa inwijdingen op hetzelfde moment. Guruji werd snel tevreden met mijn toegewijde dienst en merkte mijn smaak voor hari-katha op, waarna hij begon me bij zich te houden en me in zijn persoonlijke dienst te betrekken. Ik ging voor hem koken en waste zijn kleding en ik luisterde naar zijn hari-katha. Ik kon me niet meer herinneren, dat ik ooit een politieambtenaar was geweest. Alles uit het verleden was achtergelaten.

Kort voordat de Kartika parikrama van Vaidyanatha-dhama* [zie voetnoot 2] begon, ging ik met mijn Guruji naar de Chinchura Gaudiya Matha, waar ik ook zijn hari-katha hoorde en seva deed. Daar ben ik Prapuja-carana Srila Bhaktipramoda Puri Maharaja tegengekomen, in wiens persoonlijke dienst Guruji me plaatste. Ik begon hem zoveel service te verlenen, zoals koken en water brengen om te drinken en te baden.

Een van mijn dagelijkse taken was hem te vergezellen naar de Ganga vlakbij, waar hij ging baden en waar ik mijn lota meebracht, het laatst overgebleven bezit, dat ik uit mijn voorgaande asrama had overgehouden. Op een dag, toen hij en ik in het water van de Ganga stonden, dreef mijn lota in de stroom mee. Ik dacht, "Dit is prima. Nu is de laatste materiŽle gehechtheid ook verdwenen."

In het daarop volgende jaar vergezelde ik Guruji weer op de Vaidyanatha-dhama-parikrama. Nadat de parikrama was afgerond, ging Guruji door op reis om te prediken. Op die predikreis werd Ananga-mohana brahmacari, die met Guruji leefde en reisde en die ook kirtana voor hem zong, ernstig ziek van tuberculose. Aanvankelijk leek het mild te zijn en ik werd tot zijn dienst toegewezen. Ik bracht hem medicijnen uit een veraf gelegen plaats en waste zelfs zijn lichaam, nadat hij zijn behoefte had gedaan. In ieder opzicht zorgde ik voor hem. Toen zat hij op een dag naast Guruji en begon bloed te spugen. Toen ging ik met Guruji mee om hem naar een bekende homeopathische arts in Calcutta te brengen [...]. Toen deze en andere behandelingen niet bleken te werken, stuurde Guruji hem naar een tuberculosekliniek.

Een tijdje later kwam ik op het treinstation een neef uit ons dorp tegen. Hij werkte daar als bewaker en toen hij me in de trein zag zitten, kwam hij meteen de trein in en omhelsde me. Hij zei vol blijdschap tegen me, "Het is zolang geleden, dat je wegging en je hebt ons geen enkel bericht gestuurd. Waar zit je tegenwoordig?" Toen gaf ik hem mijn adres Ė ik was zo naÔef, dat ik het hem vertelde.

Onmiddellijk, nadat hij weg was, stuurde hij een telegram naar mijn familie, waarna mijn moeder, vader, broer, vrienden, vrouw en diverse andere belangrijke personen uit het dorp Ė een menigte van tien of vijftien mensen Ė in de matha op bezoek kwam en hun uiterste best deden om me te overtuigen, dat ik naar huis moest terugkomen. Mijn moeder zat hardop te huilen. Hoewel ik toen ziek was, zei ik tegen hen, "Maak je geen zorgen. Ik ga meteen met jullie mee."

En nadat ik Guruji pranama had gegeven, ging ik met hen naar het dorp. Thuis waren mijn moeder en alle andere familieleden met grote blijdschap een puja voor Bhagavan aan het uitvoeren, terwijl een muziekensemble op hun instrumenten speelde. Er werd prasada uitgedeeld en al die gelukkige mensen uit alle delen van het dorp kwamen naar me kijken.

De volgende dag nodigde mijn vader een aantal vooraanstaande geleerden uit, alsmede de dorpshoofden van ons dorp en nabij gelegen dorpen, die rijk waren, hoog aanzien hadden, die waren opgeleid en goed onderlegd waren. Hij organiseerde een grote bijeenkomst, die door een groot aantal mensen werd bijgewoond en vooral mijn schoolvrienden kwamen vol belangstelling naar me kijken.

Ze zijn allemaal heel hard bezig geweest om me te overtuigen, dat ik mijn religieuze principes thuis moest uitvoeren. Een aantal kwamen met voorbeelden uit de Mahabharata en de Ramayana aanzetten. Sommigen zeiden, dat Prahlada Maharaja een grhastha was en dat de Pandavas ook bhajana-sadhana als grhasthas uitvoerden. Iedereen gaf de raad, "Doe bhajana thuis, zoals ze allemaal hebben gedaan." Ik antwoordde, "Maar hier is geen sadhu-sanga en geen siksa, waarmee mijn sadhana-bhajana me kan helpen vooruitgang maken op het pad van bhakti. Dit kan ik niet aanvaarden. Ik kan niet leven zonder sadhu-sanga."

Anderen zeiden, "Volg dan brahmacarya, terwijl je thuis woont. Wees religieus en wordt tegelijkertijd sterk, zoals je grootvader van vaders kant. Jouw grootvader was zo sterk, dat hij ossenwagens uit de modder trok. Hij maakte de stieren los en trok de kar met zijn blote handen vrij. Oh, jouw grootvader was zo sterk, dat hij met een stok in zijn hand twee vechtende buffels uit elkaar dreef en alletwee een andere kant uitstuurde. Je moet zoals je grootvader worden."

Ik antwoordde, "De olifant is ook sterk. Maar wat heb je aan kracht zonder bhakti ?Ik wil op die manier niet sterk worden. Ik wil sterk worden in bhakti.

Srimad-Bhagavatam stelt, dat het leven zinloos is zonder bhakti,

labdhva sudurlabham idam bahu-sambhavante
manusyam arthadam anityam apiha dhirah
tumam yateta na pated anu mrtyu yavan
nihsreyasaya visayah khalu sarvatah syat

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† Srimad-Bhagavatam (11.9.29)

"De menselijke gedaante wordt pas na vele, vele levens bereikt. Ofschoon het niet permament is, kan het groot heil brengen. Voordat het lichaam opnieuw sterft, moet daarom een intelligent persoon onmiddellijk proberen zijn levensmissie te vervullen en zijn grootste welzijn bereiken. Hij moet zintuiglijke lustbevrediging vermijden, want die is onder alle omstandigheden beschikbaar, zelfs onder dierensoorten."

Mijn oom van vaders kant was vijfenzeventig jaar en was het hoofd van een van de andere dorpen; hij was een belangrijk figuur en een groot geleerde. Hij vroeg me toen, "Nou goed, vertel me dan, aangezien je een sadhu bent geworden, wat is visistadvaita-vada ?"

Ik legde uit, dat je om te weten, wat visistadvaita-vada is, je eerst moet weten, wat kevaladvaita-vada en suddhadvaita-vada zijn; dat niet alleen, maar je moet ook weten, wat acintya-bhedabheda-tattva is. Daarna ging ik stuk voor stuk kevaladvaita-vada en al die andere vadas, of theorieŽn, omschrijven. Ik vertelde mijn oom, dat kevaladvaita-vada, de school van Sankaracarya, de verering is van de nirakara, nirvisesa, niranjana, nirguna Brahman, de Absolute Waarheid zonder vorm, specialiteit, kwaliteiten en aanduidingen.

Volgens de theorie van visistadvaita van Sri Ramanujacarya zijn de jiva en de materiŽle kosmos specialiteiten van Brahman; hoewel alle energie van Bhagavan ťťn zijn, behoudt ieder zijn individualiteit (vaisista). De leer van Madhvacarya heet kevaladvaita-vada, dat de nadruk legt op de vijf eeuwige verschillen: het verschil tussen jiva en God, tussen jiva en jiva, tussen God en materie, tussen materie en materie en tussen materie en jiva. En de conclusie van Sri Caitanya Mahaprabhu, acintya-bhedabheda-tattva, stelt, dat de ene Allerhoogste Persoonlijkheid Gods Zichzelf in velen manifesteert en op die manier bevinden alle diversiteiten zich in Hem en bevindt Hij Zich in alle diversiteiten, terwijl Hij niettemin verschillend van hen is. Door de transformatie van Zijn onbevattelijke vermogens is alles tegelijkertijd ťťn met Hem en verschillend van Hem.

(Zijdelingse opmerking) Je kun het helemaal beschrijven.

Ik legde uit, dat alle andere filosofieŽn vadas zijn, theorieŽn, maar dat acintya-bhedabheda daarentegen tattva is, waarheid. Deze conceptie (conclusie) behoort tot Sri Caitanya Mahaprabhu. Het combineert de ideeŽn van alle andere concepties en het wordt gekenmerkt door de overheersing van zuivere bhakti. Ik vertelde mijn oom en alle aanwezigen, dat acintya-bhedabheda-tattva onze conceptie is, de conceptie van onze Guruji.

Nadat hij mijn uitleg had aangehoord, stond mijn oom van zijn zitplaats op, omhelsde me en zei, "Jij hebt een ware guru gevonden. Jij hebt sadhu-sanga gekregen. Jouw verzaking is echt en jouw kennis van tattva, de gevestigde filosofische realiteit, is compleet. Vanaf nu zal ik geen woord meer zeggen, dat je ontmoedigt." Op die manier werd de bijeenkomst afgesloten en ging iedereen weg.

Dit is genoeg voor vandaag. Later vertel ik meer. Je hoeft niet uit te wijden over andere gebeurtenissen dan die over mijn leven in de lijn van bhakti. Je kunt over mij schrijven, zoals ik over mijn Guruji heb geschreven. Je kunt dat voorbeeld volgen en mijn predikwerk beschrijven. Je kunt ook bespreken hoe ik, nadat ik in de matha kwam, zoveel pelgrimstochten door India heb gedaan, zoals ik in de levensgeschiedenis van mijn Guruji heb geschreven. Ik ben twee of drie keer naar Badrinatha, Dvaraka en Zuid-India geweest. Je hebt alleen de data, de jaren, het wat en waar nodig.

 

"Srila Gurudeva's Auto-biographical Life Sketch"
een lezing in Olpe, Germany, February 23, 2003
Uit Hindi vertaald door Radhika dasi uit Rusland
Ingeleverd door Syamarani dasi

http://www.bhaktiprojects.org/about/srila-gurudeva's-auto-biographical-sketch/


Nederlandse vertaling: 2017 Indira dasi
Publicatie: www.jayaradhe.nl


_________________________


* [Voetnoot 1] Ė Srila Gurudeva sprak tegen Prem-prayojana dasa, die hij op dat moment had opgedragen zijn biografie te schrijven. Sinds die tijd heeft hij ook andere discipelen opgedragen een biografie te schrijven. Bijvoorbeeld, in een recente video vertelde hij tegen Jayanta dasa (uit San Diego), "Wat ik heb verteld; dit, dit en dit. Hier zijn duizenden lezingen. Alles is hier. Later [na mijn verdwijning] moet jij doen wat ik voor mijn Guru heb gedaan; niet zoals Satsvarupa Maharaja het deed. Hij schreef alleen, "Hij ging daar naartoe en daar naartoe en zoveel mensen kwamen en ontvingen hem en toen kwam Ratha Yatra." Bas. Zijn biografie bevat nauwelijks tattva-siddhanta of tattva-jnana."

* [Voetnoot 2] Ė Een heilige plaats, die beroemd is om de Jyotirlinga Tempel van Sri Siva in Deogarh (het oord van de goden), in Jharkand, Bihar.

_________________________


Terug: Parampara



Top

© 2017 Jayaradhe.nl