Home

Guru Parampara



Sri Madhavendra Puri Maharaja

Sri Srimad Bhaktiveanta
Narayana Gosvami Maharaja

Madhavendra Met zijn reis, waarmee hij alle heilige plaatsen van India zuiverde, kwam Nityananda Prabhu door de wil van de Voorzienigheid Madhavendra Puripada ergens in het westen van India tegen. Toen Nityananda Prabhu Madhavendra Puri zag, viel hij in een stroom van extatische liefde, waarbij Zijn transcendentale lichaam volkomen roerloos was. En wanneer Madhavendra Puri naar Nityananda Prabhu zat te staren, vergat hij zichzelf helemaal en viel op de grond flauw.


Sri Gauracandra merkte herhaaldelijk op, dat niemand Madhavendra Puri evenaart in het proeven van de zoetheid van liefde in toewijding. Toen de discipelen van Madhavendra Puri aangevoerd door Isvara Puri hun geestelijk leermeester en Prabhu onderuit zagen gaan in een flauwte van extatische liefde, begonnen ze te huilen. Geleidelijk kregen Nityananda Prabhu en Madhavendra hun externe bewustzijn weer terug. Toen ze hun ogen openden en elkaar weer zagen, sloegen ze hun armen om elkaars hals en huilden tranen van vreugde. Toen rolden ze door het zand, waarbij ze werden gedragen door golven extatische liefde en waarbij ze de hemel doorkliefden met hun luid gebrul. Toen een rivier van liefde uit hun ogen begon te stromen, beschouwde Moeder Aarde zich gezegend met die overstroming. Uit het verschijnen van de transformaties ontstaan uit bhava, zoals beven, tranen, en waarbij het haar overeind gaat staan, kon worden afgeleid, dat hun lichaam een speelplaats voor Caitanya Gosai was geworden.


Nityananda riep, "Vandaag ontvang ik de vrucht van al mijn reizen naar de heilige plaatsen. Bij het zien van de voeten van Madhavendra Puri kreeg ik de schat van liefde voor God en zodoende is mijn leven gezegend geworden."

Madhavendra Puri hield Nityananda Prabhu stevig tegen zijn borst. Hij wilde iets zeggen, maar zijn stem was gebroken vanwege intense emoties. Isvara Puri, Brahmananda Puri en de andere discipelen van Sri Puripada, die aanwezig waren, waren weg van Nityananda Prabhu. Er waren ook een paar andere pelgrims op die plek aanwezig, maar door hun gebrek aan devotie begrepen ze niet wat er gaande was en bleven gewoon onder elkaar doorpraten. De toegewijden maakten zich wat zorgen bij het zien van het gedrag van die leeghoofdige bruten en trokken zich in het bos terug om hun gezelschap kwijt te raken. Toen ze weer alleen samen waren, was hun gekwelde gevoel teniet gedaan en konden ze doorgaan met het proeven van de zoetheid van krsna-prema. Op die manier brachten Nityananda Prabhu en Madhavendra Puri een paar dagen samen door in de blijdschap van krsna-katha.

De liefde van Madhavendra Puri voor Bhagavan was heel ongewoon. Door alleen een donkere regenwolk te zien kon hij bewusteloos op de grond vallen. Hij nipte dag en nacht aan de geestrijke likeur van krsna-prema en bleef dronken, soms lachend, soms huilend, soms een luide kreet slakend. Nityananda gedroeg zich ook als een gestoord persoon. Hij viel op de grond, waarbij zijn lichaam werd geprikkeld door golven extase. Zoals lava uit een vulkaan golft, zo ontsnapte er uit zijn mond een luide lach, waarbij zijn hele lichaam sterk beefde, alsof door een aardbeving door elkaar geschud.

De leerlingen van Madhavendra Puri waren nooit eerder van een dergelijk ongekend vertoon van extatische emoties getuige geweest en bleven zich onafgebroken bezighouden met hari-kirtana. Niemand wist of het dag of nacht was. Omdat ze volkomen verzonken waren in de zoetheid van krsna-prema vlogen de dagen om, terwijl ze het gevoel hadden, dat zelfs nog geen moment was vervlogen. Datgene, dat besproken werd tussen Madhavendra en Nityananda weten zij alleen en Sri Krsnacandra. Wie kunnen dergelijke onderwerpen begrijpen? Madhavendra Puri kon het gezelschap van Nityananda niet opgeven en daarom bleef hij in de buurt en hield Nityananda bij zich.

Madhavendra Puri vertelde zijn leerlingen, "Op al mijn reizen naar de heilige plaatsen ben ik nooit eerder zoveel liefde tegengekomen als dit. Ik kon begrijpen, dat de Allerhoogste me genadig was, toen ik een vriend als Nityananda in mijn nabije omgeving kreeg. Waar men Zijn associatie ook krijgt, die plaats wordt het toppunt van alle heilige plaatsen en niet-verschillend van Vaikuntha zelf. Wie eenvoudig over Hem hoort, krijgt definitief het gezelschap van Sri Krsnacandra. En wie ook maar de minste vijandschap jegens Hem koestert, ook al is hij een toegewijde, is Krsna niet dierbaar." Op deze manier prees Madhavendra de aantrekkelijke eigenschappen van Nityananda Prabhu.

Sri Nityananda respecteerde Madhavendra Puri als zijn guru en gedroeg zich met hem altijd in die verhouding. Nadat ze een paar dagen samen hadden gereisd, ging Nityananda tenslotte in de richting van Setu Bandha, terwijl Madhavendra Puri op weg ging naar Sarayu. Ze waren het contact met de externe wereld kwijt en geen van beiden waren zich van hun eigen lichaam bewust. Om lichaam en ziel bij elkaar te houden bleven ze in deze bovenzinnelijke bewustzijnstaten verkeren. Als ze in extern bewustzijn zouden zijn, zouden ze ophouden te leven (Sri Caitanya-caritamrta, Adi 9.158-192).

Op het moment van zijn verdwijning uit deze wereld was Madhavendra Puri volkomen verzonken in afgescheidenheid van Krsna en herhaalde constant één sloka. Dit vers wordt door Gaudiya Vaisnavas beschouwd als de essentie van de uidrukking van het gevoel van afgescheidenheid.

ayi dina-dayardra natha he
mathura-natha kadavalokyase
hrdayam tvad-aloka-kataram
dayita bhramyati kim karomy aham

                                                               Sri Caitanya-caritamrta, Madhya-lila 4.197

O Mijn Heer. O meest genadige meester! O meester van Mathura! Wanneer zie ik Jou weer! Omdat ik Jou niet zie, wordt mijn opgewonden hart onregelmatig. O meest geliefde, wat moet ik nu doen?

Onder zijn metgezellen en discipelen bevonden zich onder anderen Sri Advaita Acarya, Sri Pundarika Vidyanidhi, Sri Nityananda Prabhu, Sri Isvara Puri, Sri Paramananda Puri, Sri Ranga Puri, Sri Ramacandra Puri, Sri Nrsimha Tirtha, Sri Raghupati Upadhyaya, Sri Sukhananda Puri.

Het lichaam van Madhavendra Puri is volkomen ondergedompeld in goddelijke liefde, evenals zijn volgelingen. Hij neemt niets anders dan de nectar van de zoetheid van liefde voor Krsna als zijn voedsel. Zijn lichaam is dus de plaats geworden van het spel van Sri Krsna. (C.C. Adi  9.155)

Zijn vererenswaardige Godsbeeld, Gopalji, resideert momenteel in Nathdvar in Rajasthan en wordt vereerd door de volgelingen van Vallabhacarya.


http://www.purebhakti.com/teachers/bhakti-yoga-masters/
849-madhavendra-puri.html

Nederlandse vertaling: 2017 Indira dasi
Publicatie: www.jayaradhe.nl

_______________________________________________________


Terug: Parampara



Top

© 2017 Jayaradhe.nl