Home

Guru Parampara



Sri Gadadhara Pandita
en Tota-Gopinatha

Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Gosvami Maharaja

Tota-Gopinatha

Toen Sri Caitanya Mahaprabhu in de grot in Gambhira woonde, zat Hij altijd aan Krsna te denken en huilde. Hij kwam naar deze wereld om radha-bhava te proeven en Zijn activiteiten in Gambira zijn een druppel uit de oceaan, die Hij ervoer. Toen Hij in Gambira woonde, gaf hij het beeld van Gopinatha aan Srila Gadadhara Pandita en zei tegen hem, "Vandaag geef Ik jou iets heel bijzonders. Ga je het accepteren?" (Klik afbeelding voor vergroting)


In de stemming van Radhika begon Mahaprabhu hier en daar in het zand te zoeken. Opeens raakte Hij de mukut (kroon) van Gopinatha en zei tegen de anderen, "Haal het zand weg." Toen zette Hij Gopinatha bij Gadadhara Pandita op schoot en zei, "Je mag Hem nooit verlaten."

Srila Gadadhara Pandita bouwde daar een hut en Mahaprabhu kwam er dagelijks naartoe om darsana van Gopinatha te nemen. Wanneer Hij naar Jagannatha Mandira ging en Subhadra en Baladeva zag, ervoer Hij niet erg veel plezier. Hij voelde Zich voor Baladeva en Zijn zuster Subhadra juist heel verlegen en dacht, "Ik ben in Kuruksetra beland." Hij was in de stemming van Srimati Radhika in Kuruksetra, waar Ze in een gevoel van grote afgescheidenheid probeerde om Krsna (Jagannatha) naar Vrndavana terug te halen. In de stemming van Srimati Radhika wilde Mahaprabhu Krsna niet in Kuruksetra zien, want al Zijn metgezellen en Zijn koninginnen uit Dvaraka waren daar en er waren zoveel paarden en olifanten. Er was voor Radhika geen gelegenheid om met Hem alleen te zijn en daarom voelde Mahaprabhu in Puri altijd een intense afgescheidenheid. Als Hij daar in Gambhira was, leek het alsof Hij in Vrndavana was en afgescheidenheid van Krsna in Dvaraka voelde.

In Puri had Mahaprabhu altijd een gevoel van afgescheidenheid. Toen Radhika naar Kuruksetra ging, kon Ze geen rust nemen met Krsna. Integendeel, Haar werd een aparte accommodatie in een tent gegeven en Krsna zat bij de Yadava's en Zijn koninginnen. Toen Hij naar Zijn eigen appartement ging, voelde Ze een diepe afgescheidenheid.

In Puri zag Sri Caitanya Mahaprabhu de zee soms aan voor de Yamuna en sprong erin, maar daar weende Hij nog meer, want daar verdween Krsna. Soms transformeerde Hij in een schildpad, waarbij Hij Zijn ledematen in Zijn lichaam trok en waarbij soms de gewrichten van Zijn handen en benen met acht inches (20 centimeter) van elkaar verwijderd raakten en alleen nog door huid bij elkaar werden gehouden. Op zulke momenten leek Hij wel een geest. Als de toegewijden Hem in die conditie zagen, werden ze bang en begonnen om Hem te huilen. Dit was allemaal het gevolg van de afgescheidenheid van Krsna. En om van die stress af te komen ging hij af en toe naar Gopinatha om bij te komen. Als Hij Gopinatha zag, voelde hij, "Oh, Ik ben in Vrndavana. Mijn Prananatha (leven van Mijn ziel) is hier." Op die manier hoefde Hij minder tranen in afgescheidenheid te vergieten.

Aan de ene zijde van Gopinatha zien we Srimati Radhika en aan de andere zijde Lalita en beiden zijn zo zwart als Krsna. Als Mahaprabhu Gopinatha zag in de stemming van Radhika, werd Zijn (Haar) stemming één met Krsna en werd Hij (Zij) zwart. Radha wordt zwart bij het zien van Haar Prananatha en wanneer Ze door Hem wordt geabsorbeerd. Soms pakt Ze de fluit van Krsna en begint erop te spelen en ook op deze manier wordt Ze zwart. Dit is de stemming van Tota Gopinatha met Radhika en Lalita. En dan weer in de stemming van Srimati Radhika wordt Krsna Mahaprabhu en Lalita wordt Sri Svarupa Damodara.

Je ziet dat Gopinatha soms staat en soms zit. Hoewel je geen enkele andere vigraha (beeld) ziet zitten, Hij zit. Sommigen zeggen, dat Gopinatha is gaan zitten, toen Srila Gadadhara Pandita oud werd en niet langer bloemenkransen aan Gopinatha kon aanbieden, waardoor Gopinatha is gaan zitten. Maar dit is in feite niet waar. Caitanya Mahaprabhu verdween op 48 jarige leeftijd en Gadadhara Pandita was maar één jaar jonger. Hij verliet deze wereld een jaar, nadat Mahaprabhu was verdwenen en daarom kon hij niet oud zijn geworden. Toen Mahaprabhu verdween hield hij niet op met de verering van Gopinatha. Omdat hij altijd afgescheidenheid voelde, werd hij snel mager en kon amper meer op zijn benen staan om een bloemenslinger aan Gopinatha te geven. Toen Gopinatha Gadadhara Pandita in die conditie zag, ging Hij voor hem zitten en Gadadhara Pandita kon doorgaan met het offeren van bloemenkransen vergezeld van zijn tranen.

Er was een bhakta van Sri Catianya Mahaprabhu genaamd Mamu Thakura, die Hem diverse diensten verleende. Kort nadat Mahaprabhu was verdwenen, vertrok ook Srila Gadadhara Pandita en op dat moment werd zijn leerling Mamu Thakura door de overheid van Puri aanwezen om voor Gopinatha te zorgen. Mamu Thakura was oud – ongeveer 84 jaar – en hij kon niet behoorlijk bloemenkransen aan Gopinatha oferen. Sommigen zeggen, dat Gopinatha misschien vanwege de leeftijd van Mamu Thakura was gaan zitten. In werkelijkheid echter, ging Gopinatha alleen zitten voor Srimati Radhika. Het is voor Srimati Radhika heel gewoon, dat Krsna voor Haar opstaat en gaat zitten.

Vraag: Sommige mensen zeggen, dat deze beelden Lalita en Radhika zijn en anderen zeggen, dat het Lalita en Visakha zijn. Zijn beide opvattingen juist volgens hun eigen stemming?

Sri Narayana Maharaja: Aan de linker zijde van Gopinatha is Srimati Radhika en aan Zijn rechter zijde is Srimati Lalita devi. Als Gadadhara Pandita keek Srimati Radhika constant naar Krsna in de vorm van Caitanya Mahaprabhu om te zien, of Hij Haar rol op de juiste wijze uitvoerde. Op die manier is het Srimati Radhika, die daar bij Tota Gopinatha is.

Vraag: Voordat Mahaprabhu naar Puri ging, kende Hij Svarupa Damodara al uit Zijn jongensjaren in Navadvipa. Waren ze schoolvrienden?

Sri Narayana Maharaja: Zowel Svarupa Damodara als Gadadhara Pandita en ook Murari Pandita waren bij Hem. Ze groeiden alledrie samen op. Jagadananda Pandita, Mukunda en Vasu Gosh waren vrienden uit Zijn jeugd.

Vraag: U hebt gezegd, dat van de vier dhamas van Mahaprabhu, Navadvipa als de beste wordt beschouwd. Maar ik begreep niet wat u zei.

Sri Narayana Maharaja: Eerst was Hij in Navadvipa vanaf Zijn jeugd tot kisora-lila, lezen en schrijven. Toen Hij 24 jaar was, verliet Hij Zijn huis en ging naar Jagannatha Puri, waar Hij genade gaf aan Sarvabhauma Bhattacarya. Daarna ging Hij naar Zuid-India, waar Hij Raya Ramananda in Godavari tegenkwam. Raya Ramananda zag Hem in mahabhava (als Radha) en als Rasika Sekhara (Krsna). Hij zag Rasaraja Mahabhava, Srimati Radhika en Krsna gecombineerd en viel flauw. Daarna ging Mahaprabhu terug naar Puri en genoot van de vipralambha-bhava (gevoel van afgescheidenheid) van Srimati Radhika.

Caitanya Mahaprabhu voerde Zijn kisora-lila uit in Navadvipa en daarom is Navadvipa Vrndavana. Srila Narottama dasa Thakura en anderen hebben uitgelegd, dat het niet-verschillend is van Vrndavana, maar ze hebben niet gezegd, dat Jagannatha-ksetra Vrndavana is. Integendeel, het vertegenwoordigt Dvaraka of Kuruksetra. Degenen, die Sri Caitanya Mahaprabhu volgen en bhajana in Navadvipa doen, komen uit in Vrndavana op de oever van de Yamuna in Vamsivat. Dit is geschreven en onthuld door onze acaryas, maar ze hebben nooit gezegd, dat Jagannatha Puri Vrndavana is. Sri Ksetra betekent Laksmi Ksetra, waar Satyabhama en Rukmini, of Maha Laksmi, wonen. Iemand, die zijn lichaam verlaat in Jagannatha Puri, krijgt vier armen, maar dit gebeurt niet in Vrndavana en Navadvipa. Daar wordt men tweehandig, zoals de metgezellen van Radha en Krsna. Daarom is Navadvipa superieur aan Jagannatha Puri.

Vraag: En de vierde plaats?

Sri Narayana Maharaja: De vier plaatsen zijn Navadvipa, Puri, Godavari en Vrndavana. Vrndavana en Navadvipa zijn hetzelfde, maar ze worden als twee gezien. Tijdens sadhana wordt Navadvipa gezien als Navadvipa en in het siddha stadium wordt het gezien als Vrndavana. In sadhanavasta (het stadium van het uitvoeren van sadhana) zien we Sri Caitanya Mahaprabhu in de vorm van Sri Caitanya Mahaprabhu, maar wanneer we een siddha worden, zien we, "Oh, Radha en Krsna zijn beiden Sri Caitanya Mahaprabhu geworden." Dus beiden zijn één.

Aan de andere kant, Sri Caitanya Mahaprabhu zag in de intense afgescheidenheid van divyonmada Puri aan als Kuruksetra en Dvaraka. Wat betreft Godavari, dat is Mahaprabhu's 'school'. Hij leerde daar van Zijn siksa-guru, Visakha devi, uit de school van Srila Raya Ramananda. Daarna keerde Hij terug naar Puri. In Puri was Hij altijd geabsorbeerd in Vrndavana.

Vraag: Ik hoorde, dat in dit deel van Puri Tota Gopinatha Gupta Vrndavana wordt genoemd.

Sri Narayana Maharaja: Mahaprabhu zag hier Gopinatha en daarom zag Hij Zijn plek als Vrndavana. Maar het is niet Vrndavana. Het is deel van Dvaraka en Kuruksetra. Sri Caitanya Mahaprabhu voelde Zich hier dag en nacht in afgescheidenheid.

Vraag: Waarom ging Sri Caitanya Mahaprabhu niet eerst naar Vrndavana?

Sri Narayana Maharaja: Als Hij dat had gedaan, had iedereen Hem als Krsna herkend. Daar huilt Hij constant en wordt Hij helemaal gek. Daar zou Hij niet meer in de stemming van Radha kunnen zijn; Hij zou daar de stemming van Krsna hebben gehad. Als Hij de koeien had zien grazen, de pauwen had horen roepen, "Ke ka, ke ka" en als Hij de koekoeks had horen roepen, "Kuhoo, kuhoo", had Hij die stemming van Radhika verlaten. Dan wordt Hij Krsna en begint overal naar Radha te zoeken, "O Radhe! Radhe! Radhe!" Dat komt, omdat ieder blad, iedere boom, klimmer en heel de rest in Vrndavan "Radhe, Radhe" roept, dan zou Hij niet in staat zijn geweest om in radha-bhava te blijven.

Vraag: U hebt gezegd, dat vanwege de bhava Jagannatha Puri hoger is dan Navadvipa. Ik geloof, dat u eerst Navadvipa noemde, dan Puri, dan Zuid-India – volgens superioriteit. Maar wat bhava betreft, staat Jagannatha Puri bovenaan, daarna Zuid-India en dan Navadvipa. Klopt dat?

Sri Narayana Maharaja: Nee. Ik legde uit, dat hier in Puri alleen klaagzang in het gevoel van afgescheidenheid heerst. Ik zei, dat de acaryas in onze disciplinaire lijn allemaal metgezellen zijn van Srimati Radhika – palya-dasis. Wij willen juist, dat Srimati Radhika altijd vrolijk is en Ze is vrolijk, wanneer Ze bij Krsna is. Wij zijn pas blij, wanneer Krsna zoekt naar Radhika, wanneer Radhika in een kunja verstopt zit en wanneer Krsna roept, "Waar is Radha? Waar is Radha? Waar is Radha, Lalita, Visakha en de anderen?" Dan zijn de gopis heel gelukkig en denken, "Oh, vandaag is Hij aan het zoeken." Dan heeft iedereen een goede bui en Radhika heeft zo'n plezier. Wij moeten altijd op die manier gelukkig zijn.

Hier in Puri roept Radhika altijd, "O Krsna! O Krsna! O Krsna!" Dat willen we niet. Wij kiezen als beste plek die plaats uit, waar Krsna loopt te zoeken – op een plek zoals Radha-kunda. Daar benadert Krsna Radhika en dient Haar voeten en op dat moment is Radhika trots en geniet er zo van. Hier in Puri is geen rasa-lila. Hier heerst de stemming van afgescheidenheid; geen ontmoeting.

Vraag: U zei eens, dat dit het belangrijkste was van alles dat Hij liet zien.

Sri Narayana Maharaja: Het is buitengewoon belangrijk. Voor ons in dit stadium is het gevoel van afgescheidenheid behulpzamer dan ontmoeting. Maar wij willen, dat Srimati Radhika altijd plezier heeft. Hier zit Ze constant te huilen en te huilen. We willen Radhika niet constant zien huilen.

Vraag: Maar het is Krsna, die huilt, of niet?

Sri Narayana Maharaja: Maar het is Sri Caitanya Mahaprabhu in de gemoedsgesteldheid van Radhika. Wij beschouwen Vrndavana als de beste plek. Hier legt Radhika Haar voeten bij Krsna op schoot en schildert Hij Zijn naam erop. Dan houdt Krsna Haar voeten op Zijn hoofd en hart en die verse verf maakt de afdruk van een stempel op Zijn lichaam. Hij dient Haar daar altijd; daar zegt Ze, "Oh, Hij houdt het meeste van Mij." Dat willen we; maar voor sadhana is afgescheidenheid beter. Zonder afgescheidenheid kunnen we geen centimeter vooruitgang maken.

Vraag: Is Jagannatha Puri beter voor sadhana dan Navadvipa?

Sri Narayana Maharaja: Navadvipa is in alle opzichten beter.

Vraag: Schenkt Tota Gopinatha bijzondere genade?

Sri Narayana Maharaja: Ja, Hij kan Zijn service geven. Wat betekent de naam Gopinatha? Wie is Gopinatha?

Vraag: Meester van de gopis. Heer van de gopis.

Sri Narayana Maharaja: Nee, nee; het betekent niet meester. Natha betekent prana – leven. Krsna is het leven van de gopis. Maar dit is geen naam. Wat is Zijn naam? Als iemand je vraagt, "Hoe heet je?" geef je meestal een relatie aan tussen jezelf en iemand anders. Er is op dezelfde manier een relatie tussen Krsna en de gopis; en dat is een hele hoge relatie. Als je daarom naar Gopinatha gaat, geeft Hij je de zegen, dat je Hem kan dienen, zoals de gopis dienen. Je wordt in staat gesteld om evenals de gopis te dienen. Je realiseert je, dat Gopinatha je deze zegen heeft gegeven. Dit kun je op dit moment niet realiseren, maar wanneer de tijd rijp is, zal je dit kunnen zien.

 

"Sri Gadadhara Pandita en Tota-Gopinatha",
lezing door Sri Srimad BV Narayana Gosvami Maharaja,
Jagannatha Puri, 3 september 1993

 

http://www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses-mainmenu-61/
18-discourses-1990s/124-sri-gadhara-pandita-and-tota-gopinatha.html

Nederlandse vertaling: 2017 Indira dasi
Publicatie: www.jayaradhe.nl


_______________________________________________________


Terug: Parampara



Top

© 2017 Jayaradhe.nl