Home

Guru Parampara



Srila Narottama dasa Thakura

Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Gosvami Maharaja

Narottama Vandaag is een gunstige dag. Het is de geboortedag van Srila Narottama dasa Thakura. Hij is een van de massieve en sterke pilaren van het predikwerk van Sri Caitanya Mahaprabhu. Na de generatie van de Zes Gosvami's en Srila Krsnadasa Kaviraja Gosvami werden Narottama Thakura, Syamananda Prabhu en Srinivasa Acarya de leiders van de Vaisnava's in Bengalen. Met alle boeken van de Zes Gosvami's en andere authentieke Vaisnava literatuur hebben ze in heel Bengalen gepredikt. Vooral Narottama Thakura predikte in Oost-India in plaatsen als Assam en Manipura.



Srila Narottama Thakura was een prins. Hij was de zoon van een beroemde koning in dat gebied. Vanaf zijn jeugd had hij indrukken van zuivere toewijding en wilde ze cultiveren. Daartoe ging hij naar Vrndavana, waar hij hoorde over de glorie van Sri Jiva Gosvami en raakte aan hem gehecht. Samen met Syamananda en Srinivasa bestudeerde hij alle sastra's van Jiva Gosvami, zoals Vedanta-sutra, Srimad-Bhagavatam en vooral de Zes Sandarbha's. Op die manier werden ze alle drie geleerd in de Gaudiya siddhanta's van Caitanya Mahaprabhu.


Syamananda Prabhu was een leerling van Hrdayananda uit Kalna, maar toch kwam hij erbij zitten om de lezingen van Sri Jiva Gosvami te horen en hij behandelde hem meer als zijn guru dan zijn Gurudeva, Sri Hrdayananda. Sri Narottama Thakura studeerde ook aan de school van Sri Jiva Gosvami. Jiva Gosami zei hem persoonlijk om inwijdiging te nemen van Lokanatha dasa Gosvami en hij zei tegen Srinivasa Acarya om inwijding van Gopala Bhatta Gosvami te nemen. In die dagen [16de eeuw] waren er niet zulke beperkingen als tegenwoordig. Iedereen was vrij om te associŽren met de grootste Vaisnava's.

Guru's adviseerden hun leerlingen in feite, "Neem de associatie van deze uitermate verheven Vaisnava's en op die manier kun je je Krsna bewustzijn ontwikkelen." Er bestond geen kastebewustzijn, zoals tegenwoordig: "Ga niet naar andere Vaisnava's, zelfs al zijn ze van een hoge standaard. Dit is onze partij en dat is hun partij en dat is de partij van die andere groep." In die tijd was er totaal geen partijgeest; iedereen behoorde tot de familie van Caitanya Mahaprabhu. Iedereen hoorde [hari-katha] van iedereen.

Jiva Gosvami had zo een zuiver hart, dat vrij was van afgunst, dat hij Narottama Thakura en Srinivasa Acarya adviseerde om initiatie te nemen van deze twee hoge-klasse Vaisnava's. Ze hadden besloten om inwijding van Jiva Gosvami te nemen, maar hij zei tegen hen, "Oh, zij zijn mijn oversten. Jullie hebben er meer baat bij door je toevlucht bij hen te nemen" [Lokanatha dasa Gosvami en Gopala Bhatta Gosvami]. Wij, daarentegen, zijn niet zuiver genoeg om op die manier tegen onze ondergeschikten te spreken. Ons hart is niet zo verbeterd.

Jiva Gosvami stuurde hen dus naar die twee grote Vaisnava's, maar de twee hadden de gelofte afgelegd om geen leerlingen aan te nemen.

Het spel van Lokanatha dasa Gosvami wordt in Caitanya-caritamrta of in een ander boek niet verteld. Lokanatha dasa Gosvami was zo een uiterst verheven Vaisnava, dat hij Krsnadasa Kaviraja Gosvami, Srila Rupa Gosvami, Srila Sanatana Gosvami en andere schrijvers waarschuwde, "Als jullie mijn genade willen hebben, verheerlijk mij dan niet en schrijf mijn naam niet in je boeken." Pas nadat ze hem hiervan hadden verzekerd, gaf hij zijn zegen en zei tegen hen, "Jullie boeken zullen op succesvolle wijze worden voltooid. Krsna geeft jullie Zijn genade." Om die reden hebben deze grote Vaisnava schrijver zijn naam nooit genoemd. Ze gehoorzaamden hem en volgden zijn opdracht.

In opdracht van Jiva Gosvami kwam op een dag een hele mooie prins, de jonge Narottama, naar Lokanatha dasa Gosvami en nam het stof van zijn voeten. Lokanatha dasa Gosvami vroeg hem, "Wie ben je?"

Narottama antwoordde, "Ik ben een miserabel persoon, een gevallen jongen. Ik wil mijn toevlucht tot uw lotusvoeten nemen. Wilt u me inwijden?"

Lokanatha dasa Gosvami weigerde stellig. Hij zei tegen Narottama, "Je kunt naar iedere bekende Vaisnava gaan en zijn bescherming nemen. Ik ben een waardeloos persoon. Ik weet niets over bhajana. Alles dat ik doe is eten, drinken en slapen. Ik houd me niet bezig met bhakti. Het is beter dat je naar een onderlegd en gekwalificeerd persoon gaat."

Narottama dasa Thakura vroeg het keer op keer, maar Lokanatha dasa Gosvami bleef standvastig en weigerde hem te initiŽren. Hoewel Narottama dasa Thakura op dat moment wegging, dacht hij na over een mogelijkheid om toch initiatie van deze maha-bhagavata te krijgen.

Narottama dasa maakte zich grote zorgen en bedacht een manier om hem een plezier te doen. Hij ging de plek schoonmaken, waar Lokanatha dasa Gosvami in het bos zijn behoeften deed. Hij reinigde de plek regelmatig, iedere nacht, en hij ruimde ook het pad er naartoe op. Op een hele donkere nacht rond middernacht greep Lokanatha dasa Gosvami de hand van deze jongen vast en vroeg hem, "Wie ben jij en waarom doe je dit?" Narottama dasa Thakura begon bitter te huilen en antwoordde, "Omdat ik u een plezier wil doen."

"Oh, je bent een hele zuivere toegewijde. Wat wil je?"

"Ik wil alleen door u te worden ingewijd." Narottama dasa begon weer te huilen.

Door het zien van de toewijding van die jongen werd Lokanatha dasa Gosvami meteen bewogen en aanvaardde hem. Hij zei tegen hem, "Kom naar me toe, nadat je een bad in de Yamuna hebt genomen."

De volgende ochtend nam Narottama een bad en ging naar Lokanatha dasa Gosvami, die hem inwijding gaf in de krsna-mantra (gopala-mantra), klim krsnaya svaha, en de kama-gayatri, klim kamadevaya. Hij gaf hem deze twee mantra's en adviseerde hem, "Ga nergens naartoe. Blijf hier bij mij zitten in mijn bhajana kutira." Hij bouwde voor hem een hut pal naast de zijde en zei, "Blijf altijd bij me, chant harinama en hoor alles van mij." Narottama dasa deed zoals hem werd gezegd.

Op zekere dag, in de middag, toen de zon op zijn heetst was, kwam er een dorstige boer naar hem toe en vroeg Lokanatha dasa Gosvami, "Geef me alsjeblieft wat water, of geef me een touw en een emmer, zodat ik water uit de bron kan putten." Lokanatha dasa Gosvami gaf geen antwoord; misschien had hij die man niet eens gezien, want hij was verzonken in zijn bhajana. Omdat Lokanatha dasa Gosvami hem niet had gehoord, ging de boer naar de volgende hut en vroeg Narottama, "Oh, jonge babaji, kun jij me wat water geven?" Narottama kwam naar buiten en gaf hem wat water. De boer had zijn dorst gelest en ging verder.

Later riep Lokanatha dasa Gosvami Narottama bij zich en zei, "Weet jij niet wat bhajana is? Krsna is Zijn naam in persoon; er is geen verschil tussen beiden."

nama cintamanih krsnas
caitanya-rasa-vigrahah
purnah suddho nitya-mukto
'bhinnatvan nama-naminoh

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† Padma Purana

"De heilige naam van Krsna is transcendentaal zegenrijk. Hij geeft alle spirituele zegeningen, want hij is Krsna Zelf, het reservoir van alle plezier. Krsna's naam is compleet en is de vorm van alle bovenzinnelijke smaken. Het is onder geen voorwaarde een materiŽle naam en hij is niet minder krachtig dan Krsna Zelf. Omdat Krsna's naam niet is besmet met materiŽle kwaliteiten, heeft hij geen enkele betrekking met maya. Krsna's naam is altijd bevrijd en spiritueel; hij is nooit geconditioneerd door de wetten van de materiŽle natuur. Dit komt, omdat de naam van Krsna en Krsna Zelf identiek zijn."

"In sommige opzichten is de naam zelfs superieur aan Krsna. Ken je die waarheid niet? Je dient Krsna (chanten of denken aan Krsna betekent Hem dienen), maar je dacht, dat de dienst van het chanten van harinama inferieur is aan het dienen van een persoon, die dorst heeft; daarom ben je hem van dienst geweest. Je gelooft niet, dat Krsna de dorst van die man kan lessen. Krsna kan alles geven, maar jij heb geen vertrouwen in Hem. Dus ga onmiddellijk terug naar huis, kwalificeer je daar en daarna kun je terugkomen. Op dit moment ben je niet gekwalificeerd."

Je moet een sterk vertrouwen hebben in Krsna's naam. Jullie kennen het sterke vertrouwen van Haridasa Thakura? Op twintig marktplaatsen werd hij geslagen, zodat zijn huid en spieren waren gescheurd, maar hij heeft nooit het chanten van harinama opgegeven.

Lokanatha dasa Gosvami gaf Narottama dasa Thakura de opdracht, "Verlaat deze plek." Toen Narottama dit hoorde, begon hij bitter te huilen. Hoewel Lokanatha dasa Gosvami een heel zacht hart had, als een bloem, wenste hij het allerbeste voor Narottama dasa en werd daarom zo hard als een steen. Het was voor zijn bestwil, dat hij tegen Narottama zei, "Ga weg van hier."

Narottama das Thakura was geen gewone toegewijde. Hij was een metgezel van Srimati Radhika Zelf en in zijn gedaante van manjari is hij Vilasa-manjari. Hij speelde slechts een rol om toegewijden inspiratie te geven.

Hij huilde en keerde terug naar zijn huis, maar hij realiseerde alles. Hij begon te chanten en zong op een manier, dat Sri Caitanya Mahaprabhu met al Zijn metgezellen naar zijn klassen en gezang kwam luisteren. Hij zong met groot gevoel en met tranen in zijn ogen en met gebroken stem, "Krsna Krsna Hare Hare" en liederen van de Vaisnava Acaryas,

'gauranga' bolite ha'be pulaka-sarira
'hari hari' bolite nayana ba'be nira

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† Lalasmayi Prarthana

Wanneer is de dag, dat mijn haar rechtop staat bij het zingen van de naam Gauranga? Wanneer vullen mijn ogen zich met tranen, wanneer ik de heilige namen van Hari chant?

ara kabe nitai-cander karuna hoibe
samsara-vasana mora kabe tuccha ha'be

En wanneer schenkt de maan van Nityananda Prabhu me Zijn genade? Wanneer worden materiŽle verlangens kleiner en betekenisloos?

visaya chadiya kabe suddha ha'be mana
kabe hama kerabo sri-vrndavana

Wanneer verzaak ik het materiŽle plezier en wordt mijn geest zuiver? Wanneer ga ik de cinmaya svarupa van Sri Vrndavana zien?

rupa-ragunatha-pade hoibe akuti
kabe hama bujhabo se jugala-piriti

Wanneer volg ik geestdriftig het pad van Sri Rupa Gosvami en Sri Raghunatha dasa Gosvami? Door hun instructies zal ik in staat zijn de goddelijke liefde van Sri Radha en Krsna te begrijpen.

rupa-raghunatha-pade rahu mora asa
prarthana koroye sada narottama dasa

Mijn enige aspiratie is de lotusvoeten van Sri Rupa Gosvami en Sri Raghunatha dasa Gosvami te verkrijgen. Dit is het onafgebroken gebed van Narottama dasa.

Hij zong kirtana onder begeleiding van zijn mrdanga en ieder woord van zijn kirtana werd door zijn mrdanga uitgedrukt. De mrdanga klonk als het zingen van Narottama zelf, hoewel in feite het zoete geluid uit zijn mrdanga kwam. Noarottama had een gemoedstemming, die zodanig was, dat Caitanya Mahaprabhu, Nityananda Prabhu, Svarupa Damodara, Raya Ramananda, Vakresvara Pandita, Srivasa Pandita en alle andere metgezellen van Mahaprabhu daar verschenen en bij Narottama Thakura begonnen te dansen. En als hij zijn kirtana stopte, verdwenen ze terstond. De duizenden toegewijden, die erbij waren, waren verbijsterd. Als hij over Sri Radha en Krsna zong, kwamen Radha-Krsna persoonlijk met al Hun metgezellen om het te horen, waarbij Krsna prachtige liederen op Zijn fluit speelde.

Dus in een paar jaar tijd predikte Narottama dasa Thakura in heel Oost-Bengalen, Assam en Manipura.

Hij kwam uit het dorp Kheturi; hij werd daar geboren en groeide daar op en zijn vader en oom woonden daar. Zij vader was een grote koning. Narottama dasa Thakura manifesteerde daar zes Thakura's (godsbeelden), namelijk Radha-Govinda, Radha-Gopinatha, Radha-Madana-mohana, Radha-Vamsidhari, Radha-Giridhari en Radha-Vallabhi-kanta.

Hij zette daar ook een groot festival op, dat beroemd is geworden in de geschiedenis van Gaudiya Vaisnava's. Srimati Jahnava-devi (Ananga-manjari in krsna-lila), de vrouw van Nityananda Prabhu, werd gekozen als president. Iedereen accepteerde haar als hun voorgangster, inclusief Srila Jiva Gosvami en Raghunatha dasa Gosvami.

Toen Virabhadra, de zoon van Nityananda Prabhus vrouw, Vasudha, zestien jaar werd, wilde hij initiatie nemen, maar hij kon niemand vinden, die hij gekwalificeerd genoeg vond. Iemand zei tegen hem, "Waarom neem je je toevlucht niet tot Srimati Jahnava-devi voor initiatie?" Hij zei, "Ze is een vrouw; ik wil niet worden geÔnitieerd door een vrouw." Op een dag vroeg in de ochtend, toen Srimati Jahnava-devi water uit de put haalde om een douche te nemen, kwam Viracandra naar haar toe om advies te krijgen over noodzakelijk werk. Hij zag haar water uit de put halen, terwijl ze half naakt was met alleen een handdoek om haar heupen. Beiden voelden zich beschaamd om elkaar in deze toestand te zien, zelfs al was ze een oudere vrouw en als een moeder voor hem. Srimati Jahnava-devi manifesteerde onmiddellijk vier armen, waarvan twee het water putten en twee haar borsten bedekten. Vol verbijstering viel Virabhadra aan haar lotusvoeten en smeekte haar zijn overtredingen te vergeven. Hij zei tegen haar, "Ik heb niets anders meer te doen. Ik wil nu meteen van u initiatie nemen. U bent mijn guru."

Dus Srimati Jahnava-devi is een zeer verheven persoonlijkheid, het vermogen (sakti) van Sri Nityananda Prabhu, en ze dient Radha-Krsna in Hun amoureuze liefde in de vorm van Ananga-manjari. Daarom werd zij gekozen als de hoogste leider van de Gaudiya Vaisnava's. Op dit festival kwamen alle vooraanstaande Vaisnava's uit die tijd samen, zoals Sri Syamananda Prabhu, Sri Srinivasa Acarya en honderdduizenden andere toegewijden. Het was een van de grootste festivals in de geschiedenis van het Vaisnavisme.

Iedereen die aanwezig was werd betoverd door het horen van de zoete liederen van Sri Narottama dasa Thakura en iedereen werd gezegend door de darsana van Sri Radha Krsna en Caitanya Mahaprabhu, die naar deze zoete melodieŽn kwamen luisteren.

Narottama dasa Thakura was de beste toegewijde van zijn tijd. Hij is een metgezel van Sri Sri Radha-Krsna en Sri Caitanya Mahaprabhu en in feite is hij een manifestatie van Sri Caitanya Mahaprabhu.

Sri Lokanatha dasa Gosvami is ook een metgezel van Sri Sri Radha-Krsna met de naam Manjulali-manjari. Door Narottama Thakura naar zijn dorp terug te sturen voerde hij een trucje uit en met dit trucje stuurde hij Narottama dasa Thakura op een prediktournee door de hele wereld. Had hij dat niet gedaan, had zulk predikwerk niet plaats gehad en was al het predikwerk teniet gedaan. Als hij Narottama had gezegd te blijven zitten en harinama in zijn kutira te chanten, was er nooit een dergelijk grootschalig predikwerk op gang gekomen.

Je kunt ook kijken naar het voorbeeld van Sri Bhaktisiddhanta Sarasvati Gosvami Thakura en Srila Gaurakisora dasa Babaji Maharaja. Srila Gaurakisora dasa Babaji Maharaja was een volgeling van Lokanatha dasa Gosvami. Hij heeft nooit naam, faam of iets dergelijks gewild. Hij zat altijd harinama te chanten en zong in de diepste stemmingen met tranen in zijn ogen, "Oh Radhe, Prema-mayi Radhe Radhe, govinda, waar zijn Jullie?"

gosai eka-bara dake radha-kunde
abara dake syama-kunde, radhe radhe

... soms in Radha-kunda, soms in Syama-kunda...

gosai eka-bara dake vrndavane
eka-bara dake bandhirvane

Gosai verwijst in dit verband naar Raghunatha dasa Gosvami.

Srila Gaurakisora dasa Babaji Maharaja kon niet leven zonder te denken aan Srimati Radhika en riep altijd luid, "Oh Radhe, waar ben Je, waar ben Je?" Terwijl hij over de aarde rolde, riep hij,

he radhe! vraja-devike! ca lalite! he nanda-suno! kutah
sri-govardhana-kalpa-padapa-tale kalindi-vanye kutah
gosantav iti sarvato vraja-pure khedair maha-vihvalau
vande rupa-sanatanau raghu-yugau sri-giva-gopalakau

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† Sri Sad-Gosvamyastakam 8

"Ik doe vandana aan de Zes Gosvami's, die altijd riepen, 'O Radhe! O Koningin van Vrndavana! Waar ben Je? O Lalita! O zoon van Nanda Maharaja! Waar ben Je? Zit je onder de kalpa-vrksa-bomen van Sri Govardhana Heuvel? Of loop Je door de bossen langs de zachte oevers van de Kalindi?' Ze treurden altijd en werden overweldigd door brandende gevoelens van afgescheidenheid overal, waar ze door Vraja-mandala liepen."

Soms was hij in Vrndavana en soms in Radha-kunda, waar hij huilde en over de grond rolde, "Radhe! Radhe! Radhe! Als Jij me Jouw genade niet geeft, sterf ik ter plekke." Hij deed deze vorm van bhajana, nirjana-bhajana, op afgelegen plekken.

Hij [Srila Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja] had ook de gelofte afgelegd, dat hij niemand initiatie zou geven, maar Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura had de gelofte afgelegd, "Ik neem van niemand initiatie, behalve van Srila Gaurakisora dasa Babaji Maharaja, anders ga ik dood." Srila Bhaktivinoda Thakura moest optreden als tussenpersoon. Hij vroeg Babaji Maharaja, "Wat is je plicht jegens de geconditioneerde ziel?"

"Hem genade te geven."

"Waarom geef je je genade dan niet aan deze jongen? Hij staat op het punt te sterven!"

Door de overredingskracht van Srila Bhaktivinoda Thakura stemde hij toe en gaf alleen aan deze persoon initiatie, Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura. Hij gaf hem de opdracht, "Ga nooit naar Kali." Kali betekent Kolkata [voorheen Calcutta]. Maar toen Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura werd geÔnitieerd en sannyasa had genomen, zelfs nog voordat hij sannyasa had genomen, was het eerste dat hij deed naar Kolkata gaan. Daar begon hij te prediken en geleidelijk ging zijn predikwerk door heel India en de hele wereld.

Heeft hij zijn geestelijk leermeester niet gehoorzaamd door naar Kolkata te gaan? Kan iemand dat beweren? Degene, die dit zegt, begaat een grote overtreding. Hij verleende juist een grote dienst aan zijn geestelijk leermeester. Hij verheerlijkte hem in de hele wereld door dat te doen. Had hij dat niet gedaan, hadden wij niets afgeweten van Srila Gaurakisora dasa Babaji Maharaja en Krsna. Jullie en ik en miljoenen toegewijden komen vandaag bij elkaar vanwege de genade van Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura, die hij van zijn guru kreeg, Srila Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja.

Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja predikte in westerse en oosterse landen, maar hij was een onderdeel van het predikwerk van Sri Caitanya Mahaprabhu en Sri Nityananda Prabhu. De oorspronkelijke predikers zijn Sri Caitanya en Nityananda Prabhu. Alle guru's in de disciplinaire opvolging gehoorzamen Hen. Als Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura, Gaura-kisora dasa Babaji Maharaja, Srila Bhaktivinoda Thakura en Srila Narottama dasa Thakura niet waren verschenen, hadden wij hier niet bij elkaar kunnen komen. Daarom moeten we alle guru's in de disciplinaire opvolging eren. Als we zeggen, dat onze guru de enige is en we eren hem alleen en we lezen niet de boeken van Srila Bhaktisddhanta Sarasvati Thakura, Srila Bhaktivinoda Thakura en anderen, zoals Sri Rupa Gosvami's Bhakti-rasamrta-sindhu, maken we overtredingen en zijn we niet in staat om het gebied van bhakti binnen te gaan.

Hoewel Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura niet naar 'Kali Rajya' mocht gaan, ging hij er toch heen en begon van daaruit over de hele wereld te prediken. Hij haalde daar toegewijden op, zoals Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja en ook onze Guru Maharaja en anderen uit Kolkata. Als hij van daaruit zijn predikwerk niet was begonnen, had niemand onder de bescherming van de prachtige siddhanta van Sri Caitanya Mahaprabhu kunnen komen. We kunnen dus niet zeggen, dat hij zijn Gurudeva ongehoorzaam was.

Op dezelfde manier kunnen we ook niet zeggen, dat Sri Narottama dasa Thakura zijn guru ongehoorzaam was. Hij vervulde in feite de mano-bhista, de innerlijke wens, van zijn goddelijke genade. We moeten altijd proberen deze schijnbare tegenstrijdingheden met elkaar te verenigen. Zuivere toegewijden handelen soms op deze manier, dus dan moeten we dat harmoniseren. Als we niet harmoniseren, gaan we naar de hel.

In Srimad-Bhagavatam worden veel van die incidenten beschreven. Krsna zei eens tegen de gopis, "Ga terug naar huis en zorg voor je echtgenoot, kinderen en koeien." Maar de gopis wierpen Zijn argumenten tegen en zeiden, "Wij zijn niet fout, Jij zit fout! Wij beschouwen Jou als onze guru. Jij geeft ons de opdracht om onze echtgenoot, kinderen enzovoort te verzorgen; daarom ben Jij onze guru. Vůůr al het andere moet eerst de guru worden gerespecteerd en vereerd. Als Jij onze verering niet aanvaardt, ben Jij schuldig, niet wij." Ze versloegen alle argumenten van Krsna en Hij werd gedwongen hun service te aanvaarden.

Een poosje later vroegen de gopis aan Krsna, "Waarom zei Je tegen ons om naar huis te gaan en voor onze echtgenoot te zorgen?" Krsna antwoordde, "Dat heb Ik nooit gezegd. Ik zei, dat de nachten van de volle maan niet donker zijn; maar jullie verstonden dat ze donker zijn." In het Sanskrit hebben deze sloka's een dubbele betekenis; daarom moeten we ze altijd lezen en begrijpen onder leiding van Vaisnava's. Anders begrijpen we hun ware betekenis niet.

We moeten begrijpen, dat Srila Bhaktisddhanta Sarasvati Thakura en Sri Narottama dasa Thakura hun guru nooit ongehoorzaam zijn geweest; ze gehoorzaamden hen juist des te meer.

Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja schrijft in zijn boeken soms iets op de ene plaats en ergens anders zegt hij het tegenovergestelde. Dit kun je op diverse plaatsen aantreffen, maar dit moet met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Hij heeft bijvoorbeeld op sommige plaatsen geschreven, dat de ziel uit Goloka Vrndavana is gevallen en op andere plaatsen zegt hij, dat de ziel nooit uit Goloka Vrndavana kan vallen. Hier zien we een schijnbare tegenspraak.

Welke uitspraak moeten we volgen? Probeer hem niet te volgen op basis van je eigen intelligentie. Het beste is zijn boeken te lezen met het idee, dat zijn conclusies dezelfde moeten zijn als die van Srila Jiva Gosvami, Sri Rupa Gosvami, Sri Bhaktivinoda Thakura en Srila Bhaktisiddhanta Prabhupada. Als een van zijn twee uitspraken die van Sri Jiva Gosvami of Sri Rupa Gosvami, Mahaprabhu, Sri Bhaktivinoda Thakura of Srila Prabhupada tegenspreekt, moeten we aannemen, dat Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja dit met een speciale bedoeling heeft gedaan. Zonder dit in te zien raak je ontspoort van het pad van bhakti en maak je een overtreding.

Hoe kunnen we zijn uitspraak rijmen, dat de ziel uit Goloka is gevallen en Krsna is vergeten? Hij zei dat voor beginners. Dat deed hij goed. Beginners kunnen geen hogere siddhanta begrijpen. Het zou zinloos zijn geweest om die aan hen uit te leggen. We kunnen bijvoorbeeld tegen een klein jongetje, dat huilt, zeggen, dat de maan hier in de boom zit. De maan zit niet in de boom, maar we kunnen hem geen fatsoenlijke uitleg geven, omdat hij dat niet begrijpt. Daarom zeggen we, dat de maan hier op de takken van de bomen zit. Dit is juist. Zodra hij echter wat meer kennis heeft vergaard, kunnen we hem vertellen, dat de maan niet in de boom zit.

Ooit zullen we gekwalificeerd zijn en alles begrijpen. Dan lezen we Sri Jiva Gosvami, Sri Rupa Gosvami of Sri Sanatana Gosvami en kunnen we herkennen, dat alles aanwezig is in de boeken van Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja. Hij heeft iets geschreven voor gewone mensen, voor beginners, maar zijn ware conclusie is alsvolgt.

Degenen, die naar Goloka Vrndavana zijn gegaan, zijn van deze wereld bevrijd. Of ze raakten bevrijd, of ze zijn kaya-vyuha manifestaties van Srimati Radhika, of nitya-siddha manifestaties van Sri Baladeva Prabhu. In Goloka Vrndavana is geen maha-maya, alleen yoga-maya (Purnamasi). Slechte gedachten kunnen het hart van de bewoners van Goloka niet binnenkomen. Ze ervaren altijd de smaken van krsna-prema, dus hoe kunnen ze vallen? Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja heeft dit diverse keren heel duidelijk gezegd Ė ik kan het laten zien en anderen hebben het ook gezegd. We mogen niet in verwarring raken en anderen in verwarring brengen.

Hij wordt geciteerd, waarin hij zegt, dat we geen andere boeken dan de zijne mogen lezen. Waarom zou hij dat hebben gezegd? Omdat we eerst gekwalificeerd moeten worden en daarna moeten we boeken zoals Bhakti-rasamrta-sindhu en Ujjvala-nilamani lezen, anders raken we alles kwijt. Dus dit moeten we allemaal in overeenstemming brengen.

Srila Gour Govinda Maharaja sprak wel eens over raganuga-bhajana. Hij was gekwalificeerd om erover te spreken, maar het merendeel van zijn toehoorders waren niet gekwalificeerd om te begrijpen, dat hij de lessen van Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja dichter benaderde dan zij. Ze konden alleen de basislessen begrijpen; ze konden die hogere onderwerpen niet vatten. Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja heeft alles in zijn boeken uitgelegd, maar we moeten zijn boeken begrijpen onder leiding van een maha-bhagavata.

yaha, bhagvata pada vaisnavera sthane
ekanta asraya kara caitanya-carane

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† Sri Caitanya-caritamrta, Antya-lila, 5.131

Als je iets van Srimad-Bhagavatam wilt begrijpen, moet je een zelfgerealiseerde Vaisnava benaderen en van hem horen. Dit kun je doen, wanneer je volkomen je toevlucht hebt genomen tot de lotusvoeten van Sri Caitanya Mahaprabhu.

Er is in feite niets tegenstrijdigs in de boeken van Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja, maar hij sprak tot toegewijden op verschillende niveau's. Er wordt bijvoorbeeld ergens in Srimad-Bhagavatam geschreven, dat de wereld een illusie is. Dit betekent niet, dat de fysieke wereld vals is, maar dat de wereld, die we er zelf van maken vals is, zoals het idee, "Dit is mijn vader, moeder, vrouw" enzovoort. Onze eigen creaties zijn een illusie. Wereldse relaties zijn een illusie, maar de zon, de man en het spel van Sri Rama en Sri Krsna zijn geen illusie.

Deze dingen moeten we allemaal met elkaar in overeenstemming brengen. Maar we kunnen ze alleen rijmen, als we associŽren met hoge-klasse Vaisnava's.


"De Verschijningsdag van Srila Narottama dasa Thakura",
een lezing door Sri Srimad BV Narayana Gosvami Maharaja,
Bali, IndonesiŽ, 22 februari 1997

http://www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses-mainmenu-61/
18-discourses-1990s/134-appearance-day-of-srila-narottama-dasa-thakura.html

Nederlandse vertaling: 2017 Indira dasi
Publicatie: www.jayaradhe.nl

_______________________________________________________


Terug: Parampara



Top

© 2017 Jayaradhe.nl