Home

Guru Parampara



Sri Baladeva Vidyabhusana

Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Gosvami Maharaja

Baladeva-Vidyabusana Vandaag is de verdwijningsdag van Śrī Baladeva Vidyābhūṣaṇa een van de meest verheven Ācārya's in onze disciplinaire opvolging. Vandaag is ook de geboortedag van Śrīmatī Gangamata Gosvamini en dit is de dag, dat de Ganges Rivier naar deze wereld kwam. Er zijn hier drie heilige dagen. In India wordt in al onze Maṭhas (tempels) een groot festival van harikatha gegeven voor deze prominente leiders in toewijding aan Śrī Kṛṣṇa. (Klik afbeelding voor vergroting)



Baladeva Vidyābhūṣaṇa werd geboren in Orissa, vlakbij Puri, in een plaats genaamd Chilka Lake. Hij was briljant en in zijn jongensjaren leerde hij alle vyakarana (Sanskriet grammatica) en de Veda's, Upanisaden en alle andere geschriften. Hij wilde vooral Vedānta studeren. Hij las Śri Śaṅkarācāya's uitleg van Vedānta, maar hij was niet tevreden en wilde meer weten. Daartoe ging hij naar Zuid-India, naar een plaats genaamd Udupi, waar hij alle commentaren op Vedānta bestudeerde, zoals Śrī-bhasya van Śrī Ramanuja, de Parijjata-Saurabha-bhasya van Śrī Nimbaditya en de Bhaskara-bhasya van Śrī Bhaskara Ācārya. Hij werd heel geleerd en daarna ging hij terug naar huis met de wens de hele wereld te veroveren om de wereld te bevrijden van de misverstanden in de filosofische tattva.

Hij ging naar Jagannātha Puri en dacht, "Voorheen zijn Sarvabhauma Bhaṭṭacārya en vele anderen, zoals hij, hier geweest, dus er moeten hier zoveel geleerde personen in hun lijn zijn. Ik ga hen allemaal verslaan." Er was op dat moment een Gauḍīya Vaiṣṇava aanwezig genaamd Rādhā-Damodara Prabhu, die in dezelfde lijn was en juist kwam na Syāmānanda Prabhu, Rasikānanda Prabhu en Nāyananda Prabhu.

Rādhā-Damodara Prabhu was een hele goede geleerde. Hij wist veel, maar hij hield al zijn kennis verborgen. Hij was een eenvoudig persoon, die altijd chantte en herinnerde in de lijn van Śrī Caitanya Mahāprabhu en Śrīla Rūpa Gosvāmī. Op zekere dag kwam Baladeva Vidyābhuṣaṇa om hem te verslaan, maar toen hij al zijn siddhānta (gevestigde waarheden) hoorde, dacht hij, "Ik heb eigenlijk geen enkele betekenis en tegenover hem weet ik helemaal niets. Ik ben als een baby, een kleine baby." Hij gaf zich meteen over aan de lotusvoeten van Rādhā-Damodara en nam initiatie van hem.

Daarna ging hij naar Vṛndāvana en nam zijn toevlucht tot zijn śikṣā-guru, Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura en gaf zich volkomen over. Daar las hij alle Zes Sandarbhas van Śrīla Jīva Gosvāmī: Tattva-sandarbha, Paramatma-sandharbha, Bhagavat-sandarbha, Kṛṣṇa-sandarbha, Bhakti-sandarbha en Pṛtti-sandarbha.

Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura had kṣetra-sannyāsa genomen. Kṣetra-sannyāsa betekent, dat men hetzij in Vraja-dhama, Navadvipa-dhama of Jagannātha Puri-dhama blijft wonen en de gelofte aflegt, "Ik zal deze plaats niet verlaten." Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura had kṣetra-sannyāsa in Vṛndāvana-dhama genomen. Hij had besloten, "Ik verlaat Vṛndāvana nooit." Geleidelijk bereikte hij de hoge leeftijd van honderd jaar en op dat moment heerste er wat onenigheid.

Sommige leden van de Rāmanuja Sampradaya, die vaidhī-bhakti en varṇāśrama-dharma voorstaat, daagden uit, "Hoe komt het, dat Śrīmatī Rādhikā, die niet is getrouwd met Kṛṣṇa, altijd naast Kṛṣṇa zit? Dit is illegaal." Dat was de eerste vraag. De tweede kwestie was, "De naam Rādhikā wordt nergens genoemd in Śrīmad Bhāgavatam of in andere śāstra." En de derde was, "De Gauḍīya Vaiṣṇava's zitten in geen enkele Vaiṣṇava Sampradaya. Er zijn maar vier sampradayas: Śrī-Laksmi Sampradaya, Brahmā Sampradaya, Rudra Sampradaya en Sanaka Sampradaya. In Kali-yuga zijn vier vooraanstaande ācaryas: Rāmanuja in de Śrī Sampradaya, Madhvācarya in de Brahmā Sampradaya, Viṣṇusvāmī in de Rudra Sampradaya en Nimbaditya in de Sanaka Sampradaya. Waar zijn kort geleden die Gauḍīya Vaiṣṇava's vandaan gekomen? We accepteren hen niet. Ze hebben geen commentaar op Vedānta-sutra geschreven, dus we kunnen niet aanvaarden, dat ze siddhānta kennen. We kunnen hun filosofische conclusies niet aanvaarden."

De Koning van Jaipura vroeg Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura te komen, maar hij ging niet op hun verzoek in. Hij gaf opdracht aan zijn leerling Baladeva Vidyābhuṣaṇa Prabhu in zijn plaats te gaan. Baladeva Vidyābhuṣaṇa Prabhu ging er naartoe samen met een andere vooraanstaande leerling van Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura en versloeg hen allemaal. Hij citeerde vele Purana's, Veda's, Upanishaden en Śrīmad-Bhāgavatam en toonde aan, dat Śrīmatī Rādhikā en Śrī Kṛṣṇa altijd samen zijn. Rādhikā is Kṛṣṇa's vermogen of energie Zij kunnen niet worden gescheiden.

Śrīla Baladeva Vidyābhūṣaṇa haalde een verhaal van Śrīla Jayadeva Gosvāmī's Gītā-govinda aan, dat aantoont, hoe Rādhikā met Kṛṣṇa was getrouwd. Hij citeerde ook het verhaal van Śrīmad-Bhāgavatam, waarin Śrī Brahmā alle koeherdersjongens en hun kalveren stal, en hoe Kṛṣṇa Zelf exacte duplicaten van al die jongens werd. Volgens de Śrīmad-Bhāgavatam kondigde Gargācarya in dat jaar aan, dat alle koeherders hun dochters moesten uithuwlijken, want het was daarvoor een zeer gunstig jaar. En zo werden alle dochters getrouwd met alle zonen van de koeherders. Aangezien die jonge koeherders op dat moment Kṛṣṇa Zelf waren, trouwden alle meisjes met Kṛṣṇa.

Śrīla Baladeva Vidyābhūṣaṇa Prabhu presenteerde enkele verzen uit Śrīmad-Bhāgavatam (10.30.28),

nayayaradhito nunam
bhagavan harir isvarah
yan no vihaya govindah
prito yam anayad rahah

"Zeker had deze specifieke gopī de almachtige Persoonlijkheid Gods, Govinda, volmaakt vereerd, want Hij was zodanig met Haar ingenomen, dat Hij de rest van ons achterliet en Haar naar een afgelegen plaats bracht."

Er zijn zoveel verzen, die de waarheid van Śrī Śrī Rādhā en Kṛṣṇa bevestigen. Śrīla Baladeva Vidyābhūṣaṇa Prabhu citeerde ze allemaal en hij bewees, dat Rādhikā het hoogst persoonlijke vermogen van Śrī Kṛṣṇa is voor Hen bestaat geen noodzaak om te trouwen. De volgelingen van de Rāmanuja Sampradaya aanvaardden deze argumenten. Ze werden gedwongen ze te accepteren en werden verslagen.

De oppositiepartij zei toen, "Jullie hebben geen bonafide Vaiṣṇava Sampradaya". Baladeva Vidyābhūṣaṇa toonde toen aan, dat de Gauḍīya Vaiṣṇava's in de lijn zitten van Śrī Madhvācarya. Śrī Laksmipati Tirtha, die dīkṣa gaf aan Śrī Nityānanda Prabhu, was een leerling van Śrī Madhvācarya. Śrī Madhavendra Puripada, de grootvader geestelijk leermeester van Śrī Caitanya Mahāprabhu, was ook een leerling van deze Laksmipati Tirtha.

De volgelingen van de Ramanuja Sampradaya daagden hen uit, "Laksmipati Tirtha was 'Tirtha' en Madhavendra Puri was 'Puri'. Waar komt dat verschil vandaan?

Śrīla Baladeva Vidyābhūṣaṇa legde duidelijk uit, dat men iemands disciplinaire opvolging niet kan vaststellen op basis van sannyāsa. Śrī Caitanya Mahāprabhu werd ingewijd door Śrī Īśvara Puripāda in Gaya en in Vaiṣṇava siddhānta volgde Hij Īśvara Puripāda. Hij volgde niet Keśava Bhārati, die Hem sannyāsa gaf. De Guru is degene, die inwijding geeft door mantra harināma en dīkṣa mantra. Mahaprabhu volgde Vaiṣṇava religie volgens de gemoedsgesteldheid van Īśvara Puripāda in de lijn van Madhavendra Puripada.

Hoewel Śrīla Madhavendra Puri sannyāsa kreeg van iemand anders, werd hij op dezelfde manier ingewijd in de gopal-mantra door Śrī Lakṣmipati Ṭirtha. Op dat moment was er een gṛhastha toegewijde, die sannyāsa nam van iemand in de Śaṅkara Sampradaya, zoals Śrī Caitanya Mahāprabhu deed. Evenals Mahāprabhu was hij een Vaiṣṇava, geen māyavādi. Die Vaiṣṇava heette Viṣṇu Puri en hij was ingewijd in de Madhva Sampradaya. Madhavendra Puri nam sannyāsa van die Puri van Viṣṇu Puri. Op die manier zijn Gauḍīya Vaiṣṇava's een deel van de Madhva Sampradaya.

Tegenwoordig is er een soortgelijke frictie in Vṛndavana en Nāvadvipa. Er is een partij die zegt, "Wij, Gauḍīya Vaiṣṇava's, zijn niet onder een Vaiṣṇava Sampradaya. We zijn volkomen onafhankelijk. Waarom zou Caitanya Mahāprabhu zijn toevlucht nemen tot enig andere sampradāya? Hij is Kṛṣṇa Zelf."

Dit strijdpunt is niet correct. Śrī Kṛṣṇa accepteerde Sandipani Muṇi en Śrī Rāmacandra accepteerde Vaśistha als hun Guru. De plicht van een sampradaya-guru is niet de business van Śrī Kṛṣṇa. Sampradayas zijn gevestigd door Zijn vermogens en metgezellen. Lakṣmī, Brahmā, Viṣṇusvāmī en Nimbaditya zijn allemaal Zijn metgezellen. Als Kṛṣṇa het hoofd van de sampradaya was, zou deze Kṛṣṇa-sampradaya worden genoemd, of Narāyāṇa-sampradaya niet Brahmā-sampradaya. De namen van alle sampradayas verwijzen naar de namen van toegewijden: Śrī-sampradaya, Brahmā-sampradaya, Rāmanuja-sampradaya en Madhva-sampradaya.

Tegenwoordig zegt die partij, dat Gauḍīya Vaiṣṇava's een aparte en volkomen onafhankelijke samparadaya zijn. Maar Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura, Śrīla Jīva Gosvāmī en daarvr Śrīla Gopala-bhaṭṭa Gosvāmī en Śrī Kavi-karnapura hebben de Madhva-sampradaya geaccepteerd. Dus wij moeten ook de Madhva-sampradaya aanvaarden, zoals Śrī Baladeva Vidyābhūṣaṇa in zijn boeken heeft geschreven.

Diezelfde partij zegt, dat Baladeva Vidyābhūṣaṇa naar Udupi ging, de plaats van Madhvācarya, en dat hij de Madhva-sampradaya aanvaardde. Ze zeggen, dat zijn inwijding in de Madhva-sampradaya was. Ze zeggen, dat hij later in het gezelschap kwam van Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura, maar dat hij nooit Gauḍīya Vaiṣṇavisme heeft aanvaard en dat dit de reden is, dat Gauḍīya Vaiṣṇava's in de Madhva lijn zitten.

Dit idee is totaal verkeerd. Als Baladeva Vidyābhūṣaṇa niet in onze Gauḍīya Vaiṣṇava lijn zou zijn, hoe had hij dan alle sandarbhas van Śrīla Jīva Gosvāmī kunnen uitleggen? Hij accepteerde Śrī Caitanya Mahāprabhu als niet-verschillend van Śrī Kṛṣṇa. Al zijn boeken zijn in onze lijn in de lijn van Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura. Hij legde ook Śrīla Rūpa Gosvāmī's Laghu-bhagavat-amṛta uit en alle boeken van Śrīla Viśvanātha Cakravarti Ṭhākura en de andere boeken van Śrīla Rūpa Gosvāmī. Hij was een rūpanuga-vaiṣṇava.

Als Śrīla Baladeva Vidyābhūṣaṇa in die tijd niet aanwezig was geweest, zou onze Gauḍīya Vaiṣṇava identiteit uit deze wereld verdwenen zijn geweest. Hij vestigde alle principes en filosofie, die was bevestigd door Caitanya Mahāprabhu. Hij is een ware Gauḍīya Vaiṣṇava.

Sinds ongeveer honderd jaar hebben smartas deze kwestie opgeworpen, maar Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura, Śrīla Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Ṭhākura en alle andere grote acaryas hebben al hun strijdpunten weerlegd. Onze Guru Mahārāja heeft heel dapper hierover een boek geschreven. Ik wil het publiceren met zoveel noten en uitleg. Heel binnenkort ga ik het uitgeven. (Dit book werd later gepubliceerd onder de titel Prabandha-Panchakam.)

Dus Śrī Baladeva Vidyābhūṣaṇa Prabhu is een zeer prominent persoon in onze lijn. Er zijn nog zoveel dingen om te vertellen, maar de tijd is om, dus ik ga hier eindigen.


Tridandisvāmī Śrī Śrīmad BV Narāyāṇa Gosvāmī Mahārāja

The Disappearance Day of Śrī Baladeva Vidyābhūṣaṇa

Los Angeles, California, 4 juni 1998

 

Adviseurs: Śrīpad Mādhava Mahārāja, Śrīpad Brajanātha dsa
Redacteur: Śyāmaraṇī dāsī
Transcribent: Jānaki dāsī
Typiste: Ānita dāsī
Proeflezer: Kṛṣṇa Kāmini dāsī

http://www.purebhakti.com/teachers/bhakti-yoga-masters/
856-sri-baladeva-vidyabhusana.html

Nederlandse vertaling: 2017 Indirā dāsī
Publicatie: www.jayaradhe.nl


_______________________________________________________


Terug: Parampara



Top

2017 Jayaradhe.nl