Home

Guru Parampara



Sri Srimad Bhakti Prajnana Kesava Maharaja

Sri Srimad Bhaktivedanta
Narayana Gosvami Maharaja

BhaktiPrajnana

[15 Mei 2002 was de gunstige dag van Aksaya Tritiya. Op diezelfde dag in 1940 stichtten Srila Bhakti Prajnana Kesava Gosvami Maharaja, de diksa-guru van Srila Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja, de Gaudiya Vedanta Samiti. Onder de drie stichters bevond zich onze Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja. Op deze herdenkingsdag is het gepast om een recente lezing te presenteren, die werd gegeven door Srila Narayana Maharaja ter ere van de Verschijningsdag van zijn Gurudeva [Srila Bhakti Prajnana Kesava Gosvami Maharaja].

In de tijd van Mahaprabhu waren er oorspronkelijk vijf pancikas, maar Srila Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura en mijn Gurudeva introduceerden er later zeven: panca-tattva-pancika en upasya-pancika, aradhana van de allerhoogste vererenswaardige godheden. Tot upasya-pancika behoren Gadadhara, Mahaprabhu, Krsna, Radhika en Guru.[1]

Als leerlingen hun Gurudeva vereren, maar ze hebben geen respect voor de guru-parampara, zijn ze bogus en zal Guru hun verering niet accepteren. Dit is tegenwoordig gaande en dit is de reden, waarom die zogenaamde gurus vallen. Ze denken, dat guru-parampara nergens voor nodig is. Ze zeggen, "Aleen mijn Grudeva! Gurudeva! Gurudeva!" Wie is jouw Gurudeva en waar kwam hij vandaan? Waar heeft hij zijn kennis vandaan? Dit zouden ze moeten weten, maar dat doen ze niet. Ze denken, "Mijn Gurudeva is de eerste Guru en de laatste Guru." Als een discipel geen verbinding heeft met de guru-parampara, maakt hij in feite een overtreding jegens zijn eigen Gurudeva. Ofschoon Srila Svami Maharaja hen dit principe heeft onderwezen, hebben vele ISKCON leerlingen dit nooit in zich opgenomen.

Srila Svami Maharaja aanvaardde de guru-parampara en vooral de bhagavat-parampara, die door Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Prabhupada werd geíntroduceerd.

Al deze misverstanden, die zich in dit verband in Vrndavana en andere plaatsen voordeden, heb ik beantwoord en ik heb degenen, die zich verzetten tegen de versie van Srila Prabhupada, het zwijgen opgelegd. Wij moeten onze guru-parampara volgen. Zonder guru-parampara kunnen we niets uitrichten. We moeten Vyasadeva en zijn parampara volgen: Vyasadeva, Sukadeva Gosvami, Suta Gosvami, Madhvacarya, en daarna Madhavendra Puri, dan Nityananda Prabhu, en dan Isvara Puri, Mahaprabhu, Svarupa Damodara, Raya Ramananda, Rupa Gosvami, Sanantana Gosvami, Raghunatha dasa Gosvami, Krsnadasa Kaviraja Gosvami, Narottama Thakura, Srila Visvanatha Cakravarti Thakura, Baladeva Vidyabhusana, Srila Jagannatha dasa Babaji Maharaja, Srila Bhaktivinoda Thakura, Srila Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura en Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja. Probeer gepaste eer aan alle Gurus te geven. Doe je dat niet, ben je geen ware discipel en ben je nooit in staat je Krsna bewustzijn te ontwikkelen. Onze Guru Maharaja heeft dit principe in diverse plaatsen gevestigd.

Gedurende drie dagen kwamen tien of twaalf duizend mensen iedere dag bij elkaar om deel te nemen aan de Vyasapuja viering van mijn Guru Maharaja en op de eerste dag van die uitvoering distribueerde een zeer vermogend persoon aan iedereen prasadam. Hij zei tegen mijn Guru Maharaja, "Ik wil van u inwijding krijgen." Guru Maharaja antwoordde, "Dan moet u de vier regulerende principes volgen." Hij zei, "Dat doe ik!" Tot die tijd rookte hij zijn gouden hukka met een lange waterpijp, maar hij zei, "Vanaf vandaag stop ik ermee. Ik doe het nooit meer." Guru Maharaja haalde een barbier om hem te scheren en hij maakte een hukka klaar, gaf het aan die rijke persoon, wiens leeftijd hoger dan 84 was en gaf hem de opdracht, "U moet deze gelofte afleggen, 'Dit is de laatste keer, dat ik de hukka neem'." Die rijkaard nam de hukka, bood zijn pranama aan de hukka aan en zei, "Oh, ik neem hem zelfs de laatste keer niet meer". Toen brak hij hem en gooide hem weg. Mijn Guru Maharaja was heel blij en gaf hem inwijding samen met zijn vrouw, dochter, zuster, zoon en alle andere leden van zijn grote familie.

Evenals in onze Navadvipa parikrama waren er vijftig mensen kichari vol groenten aan het koken en gedurende de dag namen duizenden mensen prasadam. Ieder jaar ging Guru Maharaja naar nieuwe plaatsen om te prediken en Vyasapuja te vieren. Ik heb nooit een dergelijk moedig persoon gezien als hij.

Guru Maharaja ging eens naar Mali in Assam met zes of zeven sannyasis en tien of elf brahmacaris van hier en daar en ze reisden overal op blote voeten. Mali is een groot dorp, waar de meerderheid van de inwoners Krsna vereren (maar niet Zijn vigraha aanvaarden) en ze gebruiken ook vlees, vis, eieren en ander abominabel voedsel. Hoewel er maar twaalf Canto's in Srimad-Bhagavatam staan, hebben zij een '13de Canto' geschreven, dat het eten van vlees, vis en eieren aanbeveelt en iedereen volgt dat ook.[2] En ze vereren ook alleen Krsna, niet Radhika.

Er was een enorm grote bijeenkomst georganiseerd voor een toespraak van Guru Maharaja en duizenden mensen woonden die lezing bij. In die tijd waren er nog geen microfoons en speakers, maar mijn Guru Maharaja kon zeer luid spreken. Hij sprak als een leeuw en vertelde iedereen zowel Krsna als Radha te vereren – niet alleen Krsna. Hij vertelde hen, dat Krsna zonder Radharani nergens is en gaf vele voorbeelden van dit principe uit sastra. Hij vertelde hen ook, dat volgens sastra de verering van Krsna door degenen, die vlees en vis eten en wijn drinken, op niets uitloopt. Hun zogenaamde verering is bogus. Hij zei, dat de nieuwe sastra, die ze hadden geíntroduceerd, niet als authentiek kan worden beschouwd. De Srimad-Bhagavatam, die is gegeven door Vyasadeva, is authentiek en we moeten proberen die te volgen. We moeten Brahma-sutra volgen, die verklaart, "sakti saktimator-abhedya". Maar dat volgen ze niet.

Guru Maharaja vertelde hen daarna, dat de mond van degenen, die vlees, vis en eieren eten en wijn drinken geen mond is, maar een riool, waar urine en ontlasting doorheen loopt. Bij het horen van deze informatie en zijn verheerlijking van de suddha-bhakti, die door Sri Caitanya Mahaprabhu werd gepredikt, raakten sommige toehoorders verontrust en schreeuwden, "U moet eens aantonen, dat Sri Caitanya Mahaprabhu de Allerhoogste God Zelf is. Waarom wordt Hij vereerd? Waar staat Zijn naam in de Veda's? Als Zijn naam in de Veda's vermeld had gestaan, hadden wij Hem geaccepteerd."

Guru Maharaja gaf toen opdracht aan Trivikrama Maharaja om de bewijsvoering te lezen. Trivikrama Maharaja citeerde alle onderbouwende slokas en sprak als een leeuw. Hoewel hij het ene bewijs na het andere aanvoerde, herkenden ze en aanvaardden ze echter niet wat hij zei. Toen hen werd gevraagd of zíj dan iets konden aantonen, antwoordden die personen uit het publiek, "De wereld is ons bewijs" en begonnen met stenen te gooien. In die tussentijd stonden alle dorpelingen, die ons gunstig gezind waren, klaar om te vechten en toen de tegenstanders zagen, dat er zoveel mensen achter ons stonden, bonden ze in. Guru Maharaja vertelde hen, "Wat kun je uitrichten met stokken en stenen? Als jullie over zaken willen spreken op een fatsoenlijke manier, kunnen jullie naar me toe komen." In heel Assam was hij dus krachtig aan het prediken. Evenals Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura was hij bereid om alles te doen om de Waarheid boven water te krijgen en hij leerde al die dingen van hem.

Enkele leden van de 'Nimbarka Sampradaya' in Vrndavana schreven eens iets drastisch contra Mahaprabhu. Ze schreven, dat Mahaprabhu was verslagen door Kesava Kasmiri en dat Kesava Kasmiri Hem toen inwijding gaf in de gopal-mantra en de upasana van Radha en Krsna. Ik kwam hun artikel tegen en toen mijn Guru Maharaja uit Navadvipa terugkwam naar Mathura, liet ik het hem zien. Hij liep rood aan van woede.  

Guru Maharaja zei onmiddellijk, "Ik pak mijn pen en versla hen!" en begon met hen een debat in het Bengaals. Hij schreef, dat Nimbarka geen echt persoon is, dat hij niets is. Een toegewijde met de naam Nimbarka is in India nooit geboren geweest. In de tijd van Srila Rupa Gosvami, Srila Sanatana Gosvami en Srila Jiva Gosvami bestond er geen persoon, die Nimbarka heette, en desondanks zeggen ze, dat hij leefde in de tijd van Caitanya Mahaprabhu en Zijn metgezellen. Srila Jiva Gosvami heeft nooit gesproken over een acarya, die Nimbarka zou heten. Hij noemde alle anderen, zoals Ramanujacarya en Madhvacarya, maar hij heeft nooit gesproken, of in een authentiek boek geschreven, dat er een persoon bestond, die Nimbarka heette. We aanvaarden Nimbaditya, die leefde in de tijd van Srila Vyasadeva, maar er is nergens een vermelding van Nimbarka Acarya te vinden.[3]

Guru Maharaja gaf de bewijsvoering, versloeg hen en ik heb dat in onze Bhagavat Patrika gepubliceerd. De directie van het Sudarsana tijdschrift raakte onmiddellijk van de kaart en benaderde een zeer hogeklasse advocaat in de rechtbank. Ze wilden onze Guru Maharaja een proces aandoen en eisten twee lakhs Rs (2.000 rupees). Ze stuurden een mededeling via hun advocaat, maar onze Gurudeva antwoordde hen persoonlijk zonder enige juridische vertegenwoordiging. Hijzelf was in deze soort zaken zo gekwalificeerd, dat veel mensen de gewoonte hadden om bij hem aan te kloppen voor advies met betrekking tot juridische kwesties.

Hij schreef, "Wat ik heb geschreven, heb ik correct geschreven en ik zal dit in de rechtbank en overal elders aantonen op basis van de bewijsvoering, die wordt onderbouwd door sastra." Deze verklaring werd naar de rechtbank gestuurd. Hun advocaat vertelde hen toen, "Hij is een zeer machtig persoon en hij heeft geld ook. Ga niet dat hol in om naar een slang te zoeken, die je doodbijt. Maak hem niet wakker. Houd je koest." En ze bleven zwijgen als het graf.

Er waren eens een paar Radha-kunda babajis, die ook contra Srila Prabhupada waren, omdat Srila Prabhupada dikwijls had gezegd, dat ze sahajiya waren.

Ofschoon ze in de lijn zitten van Caitanya Mahaprabhu en ofschoon ze Caitanya Mahaprabhu en Nityananda Prabhu vereren en alle boeken over hen lezen, hebben deze Radha-kunda babajis altijd iets op Prabhupada aan te merken. Ze konden bijvoorbeeld zeggen, "Hij is als een tattva-vadi. Hij heeft niets met rasa. Wij zijn ontzettend rasika en hij is niets vergeleken met ons. Wij nemen de mango, maar hij neemt alleen het zaad. Alleen maar tattva, tattva." Als hij dit hoorde, werd onze Guru Maharaja vreselijk kwaad.

Een sisya is iemand, die de mano' bhista-seva van zijn Gurudeva doet: sri caitanya mano' bhistam stapitam yena bhutale svayam rupa mahyam dadati sva-padantikam.

Sri Caitanya Mahaprabhu's mano'bhista (innerlijke verlangen) werd vastgesteld door Srila Rupa Gosvami. Als Srila Rupa Gosvami dit niet had gedaan, hadden wij de identiteit van Caitanya Mahaprabhu, of zelfs van Radha en Krsna niet kunnen weten. Op dezelfde manier kende Guru Maharaja de mano' bhista van Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Prabhupada en als iemand kritiek op hem had, veranderde hij in een leeuw.

Guru Maharaja schreef toen een artikel en publiceerde dat in Gaudiya Patrika, waarin hij de sahajiya, sakhi bekhi en andere stromingen versloeg – en dat veroorzaakte een davanala, een bosbrand. Ik vertaalde zijn artikel in Hindi en publiceerde het in de Bhagavat Patrika. De sahajiyas deden hem een proces aan, waarop ik Guru Maharaja persoonlijk verzocht, "Dit is een heftige kwestie. Aanvaard alstublieft onze Godbroeder, die een hogeklasse advocaat aan de rechtbank is." Onze Guru Maharaja accepteerde hem als zijn advocaat en toen hij naar de rechtbank ging en de zaak voorlegde, was iedereen onder de indruk. De tegenpartij ging naar de districtsrechter en zeiden, "We willen een schikking", maar onze Guru Maharaja antwoordde, dat het woord 'compromis' (schikking) niet in zijn woordenboek voorkwam. Hij zei, dat ze moesten toegeven, dat ze fout zaten. De rechter was hen enigszins gunstig gezind, maar er was geen enkele manier om hen te helpen, dus hij maakte zijn excuses aan onze Gurudeva, die zei, "Zij moeten hier komen en hun excuus aanbieden, dan zal ik hen verontschuldigen. Ze moeten verklaren, dat ze nooit meer zoiets als dit schrijven." Ze gingen naar hem toe en boden hun excuus aan.

Hij was buitengewoon stoutmoedig en soms had hij vier of vijf processen tegelijk lopen. Zonder juridische processen kunnen we geen liefde en genegenheid hebben. Toen Krsna eens op stap ging om Candravali te ontmoeten, begon Lalita een juridische procedure tegen Krsna aan het hof van Radhika. Radhika riep toen Krsna op het matje, en Lalita, en ook de groep van Candravali. De zaak kwam voor de rechtbank en Srimati Radhika was de rechter van het hof. Lalita pleitte voor Srimati Radhika, Madhumangala voor Krsna, en anderen voor Candravali, en op die manier was die zaak gaande. Op het laatst verloren Krsna en Candravali en Lalita zei tegen Krsna, "Jij moet een verklaring tekenen, waarin Je zegt, 'Ik ben een dienaar van Srimati Radhika'. Je moet schrijven, 'Ik zal dit nooit meer doen. Ik zal trouw blijven aan Radhika!'" Krsna schreef toen, "Ik ben een dienaar van Srimati Radhika. Ik ben Haar dasa. Ik zal Haar nooit meer in de steek laten." Dit stuk werd in de rechtbank getekend en aan Srimati Radhika overhandigd.

Onze Guru Maharaja hield ervan om dit verhaal te vertellen en vooral aan advocaten en de leden van zijn gehoor kregen het gevoel, dat ze nooit eerder iemand hadden gehoord of gezien als hij. Ik ben ook diverse keren als een advocaat naar de rechtbank geweest, ook al ben ik een sannyasi. Ik heb in Mathura ongeveer twaalf rechtzaken afgehandeld en we hebben alle twaalf gewonnen. Dus ik ben ook Zijn discipel in juridische procedures.

[Krsna Bhajana dasa:] Er is een proces tegen ISKCON geweest, waarin de kinderen van Srila Prabhupada ISKCON voor de erfrechten daagden. Ze wilden alle eigendommen van ISKCON hebben. Als u niet helemaal van Mathura naar Bombay was gegaan om in de rechtbank voor ISKCON te getuigen, zouden ze hebben verloren. U vertelde het hof, "Ik was aanwezig bij zijn sannyasa ceremonie. Hij heeft de hele wereld achter zich gelaten en heeft er geen relatie meer mee."

[Srila Narayana Maharaja:] Ik heb zelf het vuuroffer uitgevoerd, zijn danda ingewikkeld en alle noodzakelijke verplichtingen uitgevoerd.

Jullie moeten onthouden, dat guru-nishta de ruggegraat van bhakti is. Als er geen nistha voor Guru is, is er geen bhakti. Waarom komt Gurudeva? Hij komt om mensen te helpen, die Krsna zijn vergeten. Krsna komt hiervoor, Rama komt hiervoor en Gurudeva komt hiervoor. Gurudeva is het vermogen van Krsna en hij komt om diezelfde missie te brengen. Degenen, die nergens iets van weten, gaan naar de school van Sankara, die dwars tegen bhakti inpredikte. Hij zei, "Ik ben zelf Brahma!" Ze weten niet eens de ABCs van bhakti. Ze aanvaarden geen Srimad-Bhagavatam en Bhagavad-gita en daarom moeten we geen relatie met hen onderhouden, zelfs niet als formaliteit. We moeten proberen onze guru-parampara te volgen. Als er geen guru-nistha is, is er in het geheel geen bhakti.

Onze Guru Maharaja is een voorbeeld van guru-nishta en gaf zijn leven voor zijn Gurudeva. Srila Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura was op Navadvipa parikrama met de murtis van Sri Sri Guru-Gauranga en Gandharvika-Giridhari op een olifant gevolgd door duizenden toegewijden uit diverse delen van India. Toen hij in Navadvipa-stad aankwam vielen de zogenaamde brahmanas en kaste-gosvamis van Kuliya Navadvipa aan. Ze gooiden stenen, bakstenen, heet water en flessen frisdrank naar hem toe. Ze wilden Srila Prabhupada vermoorden en gingen midden in de stad in een cirkel om hem en zijn toegewijden heen staan. Toen ze tot de aanval overgingen, vlogen alle pelgrims en sannyasi en brahmacari discipelen van Srila Prabhupada ervan door en vergaten verder alles, alleen onze Guru Maharaja bleef bij Srila Prabhupada. Onze Guru Maharaja kende een familie van toegewijden, die geen zuivere toegewijden waren, maar toch sympathie voor de Gaudiya Matha koesterden. Guru Maharaja nam Srila Prabhupada mee en ging hun huis binnen, waar hij zijn sannyasa kleding uittrok en hem zijn eigen witte kleding aantrok. Hij pakte zijn sannyasa danda en kleedde zich om in saffraan en daarmee gaf Srila Prabhupada sannyasa aan Guru Maharaja. Prabhupada, die nu vermomd was in witte kledij, kon heel gemakkelijk naar Mayapura worden gestuurd, waar de politie arriveerde. Later bereikte onze Guru Maharaja, die nog steeds als sannyasa was verkleed, Mayapura ook op een veilige manier.

Bij vele gelegenheden handelde Guru Maharaja op deze voorbeeldige wijze. Dat is de reden, waarom hij werd bekrachtigd om overal te prediken en dat is de reden, waarom hij in de hele wereld predikt, zelfs vandaag de dag.

Srila Prabhupada wilde Srila A.C. Bhaktivedanta Svami Maharaja uitzenden om te prediken en na het heengaan van Srila Prabhupada, kwam Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja een bezoek brengen aan Guru Maharaja. Ze waren boezemvrienden en onze Guru Maharaja gaf hem sannyasa. Daarna ging hij naar de Westerse wereld en predikte overal in een paar jaar tijd. In een sloka verklaarde hij,

vairagya-vidya-nija-bhakti-yogam
apayayan mam anabhipsum andham
sri-kesava-bhakti-prajnana-nama
krpambudhir yas tam aham prapadye

                                                        Srila Bhaktivedanta Svami Prabhupada
                                    op de verdwijningsdag van
                                                                  Srila Bhakti Prajnana Kesava Maharaja, 1968

["Ik wilde deze sannyasa orde eerst niet aanvaarden, maar deze Godbroeder heeft me gedwongen. Hij zei, 'Je moet het doen'. Hij dwong me dit medicijn te drinken. Krpambudhi. Hij gaf me deze gunst, omdat hij een oceaan van genade was. Dus we bieden onze eerbetuigingen aan de Vaisnava's aan, de vertegenwoordigers van de Heer, die zo ruimhartig zijn. Ze brengen de oceaan der genade ter distributie onder een lijdende mensheid. Dus ik bied mijn nederige eerbetuigingen aan Zijn Heiligheid Sri Srimad Bhakti Prajnana Kesava Maharaja aan."]

Sri Caitanya Mahaprabhu is Krsna met de wezenlijke gemoedsgesteldheid en de gouden schoonheid van Srimati Radhika. Innerlijk heeft Hij de stemming van Radhika en uiterlijk heeft Hij de lichaamskleur van Radhika en zo werd Hij Sri Caitanya Mahaprabhu, Sacinandana Gaurahari. In Puri en Navadvipa riep Hij altijd, "O, Krsna! O, Krsna! Mijn hart staat in brand. Mijn hart is gebroken. O Krsna, waar moet ik naartoe?" Zo riep Hij meestal uit, vooral in the Gambhira. Dit is bhajana.

Als je niet bent verzonken in, of gehechtheid voelt aan Krsna en Mahaprabhu, doe je geen bhajana. Wees eerst gehecht aan Gurudeva en dan kun je gehecht raken aan Mahaprabhu en Radha-Krsna. Doorgaans huilde Sri Caitanya Mahaprabhu voortdurend, rolde over de grond en was buiten zijn externe bewustzijn. Dit wordt vipralambha-bhava genoemd. Srila Rupa Gosvami heeft hierover geschreven, zoals ook Srila Raghunatha dasa Gosvami en Srila Krsnadasa Kaviraja, die Caitanya-caritamrta vol schreef met de gevoelens van afgescheidenheid van Mahaprabhu. Doordat Hij zo huilde, maarkte Maha-prabhu iedereen om Hem heen nat met Zijn tranen. Hij wreef Zijn gezicht tegen de muren van Gambhira en Hij zong altijd zoveel liederen in vipralambha bhava. Als iemand een ander lief heeft, ervaart hij een gevoel van afgescheidenheid met betrekking tot die geliefde. Als er geen liefde en genegenheid is, waar komt dan het gevoel van afgescheidenheid vandaan?

Toen Mahaprabhu, Gadadhara Pandita, Svarupa Damodara en Ramananda Raya uit deze wereld heengingen, kwam Srila Raghunatha dasa Gosvami naar Vrndavana om zijn leven op te geven. Rupa en Sanatana Gosvami behandelden hem als hun jongere Godbroeder en gingen hem helpen; anders was hij in de Yamuna gesprongen of van Govardhana Heuvel afgesprongen. Later, toen Rupa Gosvami en Sanatana Gosvami naar die wereld vertrokken, ging hij een hevig gevoel van afgescheidenheid binnen. Dit gevoel onder leiding van rupanuga Vaisnava's is de hoogste stemming voor een sadhaka.

[Brajanatha dasa:] Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Prabhupada en onze paramgurudeva waren zozeer tegen de babajis, vooral omdat ze zich keerden tegen Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Prabhupada en Srila Bhaktivinoda Thakura. Hoe komt het, dat zoveel toegewijden slachtoffer worden van de valstrikken van de babajis?

[Srila Narayana Maharaja:] De sahajiya Vaisnava's doen alsof bhajana gemakkelijk is. Ze zeggen, dat zelfs een man zich als vrouw kan kleden en veel dames om zich heen kan hebben, terwijl hij bhajana doet. Srila Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura was erg moedig en hing dit aan de grote klok. Daarom zijn ze zo tegen hem gekant. En toen na het overgaan van grote zielen, zoals Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura en Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja, kwamen er nog meer slechte invloeden bij. Tegenwoordig is de 'rtvik' filosofie populair geworden. Ik zag iemand in Hawaii met duizenden leerlingen, die zich tegelijkertijd met zoveel bogus activiteiten bezighield.

[Brajanatha dasa:] In Latijns-Amerika zijn duizenden volgelingen van Babaji. Ze willen de kortste weg gaan en maken sadhana-bhajana goedkoop. Ze willen in ęęn sprong naar te top van de boom.

[Srila Narayana Maharaja:] Dat is de reden, waarom Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura de brahmacari en sannyasa asramas opnieuw heeft ingevoerd. Hij wilde toegewijden bezighouden met het in de praktijk volgen van Upadesamrta en Manah-siksa, waarin onze Guru Maharaja hem volkomen navolgde.

Gaura Premanande.

Singapore, 19 februari 2002
Transcribent: Krsna Bhajana dasa

Redacteur: Syamarani dasi
Typiste: Radhika dasi
Gepubliceerd: http://www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses-mainmenu-61/21-discourses-2002/232-appearance-day-of-srila-bhakti-prajnana-kesava-gosvami-maharaja-1.html


Nederlandse vertaling: 2017 Indirā dāsī
Publicatie: www.jayaradhe.nl




[1] Uit de biografie van Srila Bhakti Prajnana Kesava Gosvami Maharaja geschreven door Srila Narayana Maharaja (p188), "Sri Vyasadeva wordt in de Vaisnava Sampradaya correct vereerd. Alle tridandi-sannyasis dienen het voorbeeld van de vyasa-puja te accepteren, die wordt gevierd door Sripad Janardana Maharaja. Tegenwoordig zien we dat in de naam van Vyasa-puja zogenaamde gurus overal puspanjali en arcanjali accepteren, die worden geofferd aan hun eigen voeten, waarbij zij de loftuigingen, die door hun eigen discipelen worden gegeven, aanhoren en aanvaarden. Degenen echter, die alleen puspanjali en arcanjali aanvaarden, die worden geofferd aan hun eigen voeten, en niet Sri Vyasa-puja-paddhati volgen (die werd verzameld door Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Prabhupada en werd bewerkt en ontwikkeld door Srila Bhaktivinoda Thakura) voeren in feite geen Vyasa-puja uit. Op de dag van Vyasa-puja dient een acarya de guru, guru-parampara en upasya te vereren. Volgens deze puja-paddhati dient men de volgende persoonlijkheden te vereren:

  (1)Guru-pancaka (Sri Guru, Paramaguru, Paramesthiguru, Paratparguru, Paramparatparguru); (2) acarya-pancaka (Sri Sukadeva, Ramanuja, Madhva, Visnusvami, Nimbaditya); (3)vyasa-pancaka (Sri Vedavyasa, Pail, Vaisampayana, Jaimini, Sumanta); (4) sanakadi-pancaka (Sri Sanak, Sanatkumara, Sanatana, Sanandana, Visvaksena); (5) krsna-pancaka (Sri Krsna, Vasudeva, Sankarsana, Pradyumna, Aniruddha); (6) upasya-pancaka Sri Radhika, Krsna, Gaura, Gadadhara, Sri Gurudeva); (7) panca-tattva (Sri Krsna Caitanya, Nityananda, Advaita, Gadadhara, Srivasa).

"Het is de hoogste plicht van Sri Gaudiya Sarasvata Vaisnava's de Vyasa-puja-paddhati te volgen, die werd gebruikt door Srila Prabhupada."

(p. 137) "In de maand februari 1952 werd Sri Sri Vyasa-puja gedurende drie dagen met grote festiviteiten gevierd, van Maghi Krsna Trtiya tot Maghi Pancami in Sri Uddharana Gaudiya Matha in Chunchura. Op de verschijningsdag van Srila Guru Maharaja gaf hij waardevolle instructies in antwoord op de begroetingen en puspanjali van de Vaisnava's. Hij zei, "Tridandi-sannyasis dienen Sri Gurupuja op hun eigen verschijningsdag te vieren. Met deze Guru-puja is het ook noodzakelijk om samen de guru-parampara, Radhika-Krsna Yugala en Sacinandana Sri Gaurahari en Zijn metgezellen te vereren. Vyasa-puja, guru-puja, acarya-puja en upasya-puja zijn verschillende namen voor dezelfde tattva (categorie van een begrip). Het woord krsna-pancaka betekent niet vijf soorten krsna-puja, het is meer een puja, waarvan de objecten Krsna's vijf manifestaties (prakasa or vilasa) zijn.

"Srila Prabhupada haalde het boek Vyasa-puja-paddhati uit Sri Govardhana Matha in Puri. Srila Gurudeva haalde ook dezelfde paddhati uit Brahma Matha in Pushkar en Sarda Matha van Gomatidvarka. Hij publiceerde Srila Bhaktivinoda Thakura's herziene en gewijzigde editie in de derde uitgave van het vierde jaar van Sri Gaudiya Patrika. Tot vandaag de dag vieren alle mathas van Sri Gaudiya Vedanta Samiti en in het bijzoner de originele matha, Sri Devananda Gaudiya Matha in Navadvipa, vyasa-puja volgens deze paddhati."

[2] Ze erkennen Srimad-Bhagavatam van Sri Vyasadeva niet als gezaghebbend, maar geven de voorkeur aan de moderne Bhagavatpothi geschreven in het Assamees door Hankaradeva.

[3] Catuhsana (de vier Kumaras) hebben deze Nimbaditya Acarya aanvaard als hun sampradaya-acarya in het tijdperk van Kali. Nimbarka Svami echter is een compleet ander persoon.

_______________________________________________________


Terug: Parampara



Top

© 2017 Jayaradhe.nl