Menu

De listen van de bonafide guru

10 februari 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses/
20-discourses-2001/54-tricks-of-the-bona-fide-guru

Laatst bijgewerkt 07 februari 2022
Perth, AustraliŽ, 31 januari 2001 PM
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja





De listen van de bonafide guru



Sri Bhaktivedanta Narayana [Op de ochtend, nadat deze lezing was gegeven, verzocht Srila Narayana Maharaja om deze lezing naar de mailing list te sturen. Vlak voordat deze lezing begon, corrigeerde Srila Narayana Maharaja de uitspraak van een toegewijde. Iemand had gezegd 'gaura-premanandi' in plaats van 'gaura-premanande' (met een 'e' op het eind). En bij het zingen van de pranama mantra van Srila Prabhupada had iemand gezongen 'Srimati' in plaats van 'Srimate' (ook met een 'e' op het eind).]


De koning van de hemelse planeten, Indra, en de koning van de demonen, Virocana, gingen eens alletwee naar Brahma voor atma-jnana, transcendente kennis. Brahma vroeg hen, "Waarvoor zijn jullie naar me toegekomen?"

Beiden hadden hetzelfde antwoord, "We willen gelukkig zijn. We willen door niemand worden verslagen. We willen door niemand worden beheerst en we willen nooit hoeven te sterven."

Brahma antwoordde, "Dit onderwerp reikt heel hoog en heel diep, dus jullie moeten hier blijven en mij gehoorzamen. Omdat jullie brahmacaris zijn, moeten jullie ver uit de buurt van de dames blijven. Jullie moeten hier komen wonen en voor vijfentwintig jaar in mijn huis dienen, dan kan ik jullie iets vertellen - anders zijn jullie niet gekwalificeerd om te realiseren, wat ik jullie ga vertellen, want dan zullen jullie mijn intentie verkeerd begrijpen, dan denken jullie het omgekeerde van hetgeen ik jullie wil vertellen."

Ze namen het aanbod aan. Ze gaven alle lustbevrediging op, verleenden op allerlei manieren diensten in het huis van Brahma, scheerden zich niet, knipten zelfs hun nagels niet, beoefenden brahmacarya, bleven ver uit de buurt van aardse bedwelming, stonden vroeg in de ochtend op en sliepen zeer weinig. Op die manier volgden ze hem strikt voor vijfentwintig jaar. Daarna benaderden ze Brahma en verzochten hem, "Vertelt u ons nu wat we moeten doen. Hoe kunnen we gelukkig zijn, hoe kunnen we onszelf realiseren en hoe kunnen we het antwoord op de vraag 'Wie ben ik?' begrijpen? Hoe kunnen we geboorte, dood, verdriet en lijden in dit leven teboven komen?"

Brahma zei hen, "Jullie moeten me gehoorzamen. Ga onmiddellijk naar een kapper, laat je scheren en neem een bad, knip jullie nagels en gooi alles in de was, zodat jullie er knap uitzien. Als jullie jullie lichaam prachtig hebben gedecoreerd, komen jullie naar mij toe."

Dat deden ze. Ze wasten alles, ze zagen er mooi uit en gingen weer naar Brahma. Brahma zei tegen hen, "Haal een spiegel" en ze haalden een spiegel. Toen zei hij, "Oh, jullie moeten eens naar jullie gezicht kijken. Ze zijn alletwee heel mooi." Ze zagen er alletwee knap uit. Toen zei Brahma, "Dit ben jij, dit is ziel, dit is atma, dit is Paramatma, dit is alles. Nu moeten jullie vertrekken en dit lichaam heel gelukkig maken. Op die manier worden jullie gelukkig."

Ze werden ingewijd en alletwee dachten ze, "Ik ben nu door jagat-guru Brahma geÔnitieerd." Ze keerden tevreden naar huis terug.

Toen Virocana, de koning der demonen, naar zijn koninkrijk was teruggekeerd, verkondigde hij, "Ik heb iets geleerd over de realiteit van de ziel, dat dit lichaam de ziel is. Daarom moeten we het op iedere mogelijke manier, hoe dan ook proberen gelukkig te maken. We kunnen wijn drinken, geen probleem. We maken dit lichaam op iedere mogelijke manier gelukkig." Hij ging deze levensfilosofie onderwijzen en was geheel voldaan.

Indra daarentegen had twijfels. Toen hij zijn Gurukula, de woning van Brahma, had verlaten en naar zijn koninkrijk was teruggekeerd, was hij niet tevreden. Hij dacht, "Waarom heeft Brahma ons dit verteld? We hebben gehoord, dat atma nimmer sterft, en Brahma heeft het ons ook verteld. Het is altijd vol jnana, kennis. Atma kent geen transformatie. Nooit. Atma is nooit ongelukkig. De atma is nooit ongelukkig. Maar onze Gurudeva heeft tegelijkertijd verteld, dat 'dit lichaam is de ziel en je moet proberen om het altijd gelukkig te houden'. Maar ik zie en realiseer, dat er vanaf de geboorte zoveel transformaties plaats hebben. Eerst ben je een baby van een dag oud en dan verlaat je het lichaam. Dus hoe kan dit lichaam de ziel zijn? Het ene moment is het gelukkig en dan ervaart het afgescheidenheid of lijden.

"Ik ben aan het twijfelen. Ik heb hem niet begrepen. Ik kon hem niet volgen. Hij heeft altijd gelijk. Hij heeft misschien iets waars gezegd, maar ik kon hem niet begrijpen. Ik kon hem niet volgen. Dus hij heeft geen fout gemaakt. Ik heb een fout gemaakt. Ik moet naar hem teruggaan en de vraag opnieuw stellen, "Wat is het doel van het bestaan?"

Indra ging naar Brahma en vroeg, "Gurudeva, u hebt me verteld, dat dit lichaam de ziel is, dat het blijvend is, dat het nooit ongelukkig is en dat het geen dood en geboorte kent. Maar ik merk, dat dit lichaam voortdurend transformeert, van moment tot moment, de ene verandering na de andere. Na enige tijd sterft dit lichaam en wordt tot as verbrand. Of het wordt door dieren opgegeten en dan verteert het tot mest en zoveel andere zaken. Hoe kan dit lichaam dan de ziel zijn?"

Brahma antwoordde, "Oh, ik ben blij dit te horen. Ik ben heel blij dit te horen. Je moet hier nog eens vijfentwintig jaar blijven en brahmacarya beoefenen. Dan word je gekwalificeerd om mijn instructies te realiseren."

Dat deed Indra. Na nog eens vijfentwintig jaar, dus na vijftig jaar beoefenen van brahmacarya en dienen van Gurudeva, kwam hij weer naar Brahma. Brahma zei, "Je weet, dat je iemand in een droom nooit ziet sterven. Je zal heel gelukkig worden, als je de ware persoon in een droom kent. Je kunt gelukkig worden."

Indra keerde weer naar huis terug en ging nog eens naar Brahma toe en vroeg, "Hoe kan dit nou? Dit kan nooit het geval zijn. De geest van iemand in een droom bevindt zich altijd in tien soorten condities." 'Tien' betekent, dat er zoveel situaties en zoveel problemen zijn. "Hij is altijd bang en altijd overstuur. Soms is hij gelukkig met zijn kinderen, zonen, dochters en vrouw of echtgenoot, maar na een tijdje wordt hij weer zenuwachtig. Hij denkt, 'Als ik rijk zou zijn, zou ik gelukkig zijn'. Hij wordt rijk, maar hij wordt nooit gelukkig. Dan denkt hij, 'Oh, als ik een vrouw, een hoog gekwalificeerde, mooie vrouw zou krijgen, zou ik zo gelukkig zijn'. Dan komt ze, maar hij is niet gelukkig, want er zijn geen kinderen. Als er ook kinderen komen, is hij nog niet gelukkig. Er zijn zoveel ziekten en zoveel andere problemen. Zijn verstand laat hem dit allemaal denken en daarom kan deze 'persoon', het verstand, niet te ziel zijn.

"En dromen zelf zijn ook niet echt. Als je wakker wordt en terugkeert naar extern bewustzijn, denk je, 'Oh, het was allemaal onecht'. Als iemand in een droom iemands hoofd afhakt, gilt die persoon en denkt, 'Ik ga dood, ik ga dood'. Maar hij gaat niet echt dood. Dit is heel vreemd. Dan wordt hij wakker en denkt, 'Oh, wat een onzin was ik aan het dromen!' Dus dit kan niet de ziel zijn."

Indra ging weer naar Brahma en deze keer zei Brahma tegen hem, "Als je in diepe slaap bent, is dat realiteit, dat is de ervaring van de ziel. Op dat moment heb je geen begoochelende gedachten en daarom is dat de aanwezigheid van de ziel." Dit is mayavada filosofie. Dit is negatie. Er is geen positief spirituele gedachte. Het lijkt op de leegte. Indra dacht erover na en was met deze filosofie ook niet tevreden. Hij ging weer naar Brahma terug. Het was nu honderd jaar geleden, dat hij voor het eerst was gekomen. Nu had hij Brahma honderd jaar diensten verleend en soberheden uitgevoerd.

Deze keer vertelde Brahma hem over atma. Hij zei, "In dit lichaam is iets transcendents aanwezig, een onderdeel van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Nu kun je het zelf realiseren door te praktiseren. Als ik jou bij de eerste keer alles zou hebben verteld, had je het niet in praktijk kunnen brengen en dan had je geen realisatie gehad. Ik heb jou daarom geleidelijk naar dit punt toegeleid. Na honderd jaar dienstverlening aan Guru en door geleidelijk vooruitgang te maken is jouw hart zuiver geworden."

Dus Indra en Virocana waren alletwee discipelen van Brahma. Virocana dacht, "Ik ben een discipel van Brahma" en Indra dacht dat ook. Maar wie is werkelijk de discipel? Hij die in praktijk brengt, hij die de ware stemming en les wil weten, de innerlijke stemming en de lessen van zijn Gurudeva - hij is de ware discipel.

Narada is Guru. Hij heeft zoveel discipelen - Vyasa, Valmiki, Dhruva, Prahlada, Pracinabarhi, Valakilya en de duizenden zonen van Prajapati, die hij twee keer heeft verlicht - ze zijn allemaal zijn discipelen. Maar waarom zijn er zoveel verschillen? Zien jullie enig verschil tussen Dhruva en Prahlada? Kun je me dat vertellen?

[Toegewijde:] Dhruva Maharaja kreeg...

[Srila Narayana Maharaja:] Is hij een discipel van Narada?

[Toegewijde:] Ja.

[Srila Narayana Maharaja:] En is Prahlada een discipel van Narada?

[Toegewijde:] Ja.

[Srila Narayana Maharaja:] Wat is het verschil tussen die twee? Zijn ze alletwee dezelfde? Of is er verschil?

[Toegewijde:] Er is enig verschil.

[Srila Narayana Maharaja:] Wat dan?

[Toegewijde:] Dhruva Maharaja moest door soberheden heen en Prahlada Maharaja kreeg de kennis van Bhagavatam in de buik van zijn moeder.

[Srila Narayana Maharaja:] Kun jij het zeggen?

[Dhrstadyumna dasa:] Dhruva Maharaja had een paar materiŽle verlangens. Omdat hij bad om materieel profijt, moest hij dat eerst krijgen. Maar Prahlada had geen materiŽle wensen.

[Srila Narayana Maharaja:] Niettemin dacht Dhruva, "Ik ben de discipel van Narada". Maar Prahlada wees al die materiŽle zaken af. En hetgeen Prahlada wilde, kreeg hij ook van Narada - de realisatie en de visie dat 'God is overal en alles is in God'. Daarom was hij een maha-bhagavata. Hij kon zijn vererenswaardige God overal zien, zelfs in het gras. Hij hoefde nergens bang voor te zijn. Hij was nooit bang. Hij was zelfvoldaan.

Maar Narada had ook een discipel zoals Sri Veda-vyasa en die gaf hij iets meer. Wat was dat? Vyasa kent alle wereldse aangelegenheden. Hij heeft ook transcendente zaken gerealiseerd en hij heeft dat in zijn geschriften geopenbaard. Hij heeft de Veda in vier boeken verdeeld en heeft de essenie in de Vedanta-sutra gezet. Toen heeft hij de essentie van de Vedanta genomen en in Srimad-Bhagavatam geschreven. Voor personen zonder veel intelligentie, die altijd verzonken zijn in lustbevrediging, heeft hij Mahabharata geschreven. Dit epos is zeer interessant, want het staat vol met ksatriyas, die met elkaar oorlog voeren. Vyasa was zeer intelligent. Hij wist, hoe hij zijn lezers naar het transcendente platform moet leiden. Hoewel hij alles zeer slim had opgeschreven, was hij echter niet tevreden. Daarom benaderde hij Narada en zei, "Oh, ook al heb ik nog zoveel geschreven, ik ben desondanks niet tevreden. Hoe komt dat?"

Narada antwoordde, "Ik weet, dat je niet tevreden kunt zijn. Je hebt het zoete spel van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods niet beschreven. Je hebt nog niet eens beschreven, wie de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods is en waar Zijn woonplaats zich bevindt. En je hebt niet beschreven, wat bovenzinnelijke liefde en genegenheid is. Je moet dit allemaal realiseren en opschrijven, dan kun je gelukkig zijn."

Sri Vyasadeva nam toen zijn toevlucht tot bhakti. Hij zag persoonlijk de Allerhoogste Godheid en maya als Zijn schaduw en toen is hij Srimad-Bhagavatam gaan schrijven. Wat omvat Srimad-Bhagavatam? De hoogste transcendente kennis, liefde en genegenheid en de constitutionele gedaante van Krsna, de belichaming van liefde - raso vai sah. In Srimad-Bhagavatam heeft Vyasadeva de gopis verheerlijkt.

vande nanda-vraja-strinam
    pada-renum abhiksnasah
yasam hari-kathodgitam
    punati bhuvana-trayam

Srimad-Bhagavatam (10.47.63)

["Herhaaldelijk bied ik mijn eerbied aan het stof van de voeten van de vrouwen uit het koeherdersdorp van Nanda Maharaja. Wanneer deze gopis de glorie van Sri Krsna hardop zingen, zuivert de vibratie de drie werelden."]

Narada had aan Prahlada transcendente kennis uiteengezet, maar is Prahlada dezelfde als Vyasa of Sukadeva Gosvami? Nooit. Waarom zien we die verschillen? Waarom. Je weet, dat Narada ook kennis gaf aan Pracinabarhi, maar hij was niet zo gevorderd.

Jullie kunnen weten, dat Madhavendra Puri zoveel leerlingen had, waarvan vooral negen of tien sannyasis van een zeer hoge klasse waren. Al zijn leerlingen vormden een andere categorie. Bijvoorbeeld, Ramacandra Puri nam ook initiatie van Madhavendra Puripada, maar hij was een mayavadi. En een andere leerling, Sri Isvara Puripada, was een hoge klasse gerealiseerde ziel en toegewijde. Hij zat evenals Madhavendra Puri altijd te huilen en werd de Guru van Sri Caitanya Mahaprabhu.

Paramananda Puri en Brahmananda Bharati waren ook zijn discipelen. Er waren zoveel discipelen van Srila Madhavendra Puri, maar ze waren verschillende typen. Srila Svami Maharaja, jullie Prabhupada, kwam ook naar deze wereld. Volgens mij heeft hij meerdere lakhs leerlingen - rechtstreekse leerlingen, indirecte leerlingen, 'per telefoon' leerlingen, per brief, via zijn cassettes en tegenwoordig ook per e-mail. Ze nemen op zoveel manieren hun toevlucht tot hem en ze zeggen allemaal, "Ik ben zijn discipel, zijn hoogste discipel."

Hoe komt het dat er verschillen zijn? Kun je dat uitleggen?

[Dhrstadyumna dasa:] Ieder individu is uniek en heeft zoveel verschillende verlangens. Er zijn verschillende verlangens.

[Srila Narayana Maharaja:] Een ander voorbeeld is de zon. De zon schijnt op dezelfde manier, ongeacht of hij wordt weerspiegeld op glas of op het wateroppervlak. Je merkt, dat lucht en water heet worden door de stralen van de zon, maar hout doet dat niet. Waarom niet? Een vergrootglas versterkt de hitte van de zon in die mate, dat je in de geconcentreerde lichtstraal onder het vergrootglas kunt verbranden. Door hitte te concentreren onder een vergrootglas kan het ook vuur creŽren. Hoewel deze eigenschap zich niet in hout bevindt, zal de hitte ook automatisch het hout binnengaan, indien de hitte groot genoeg wordt. Er kan zelfs een bosbrand uitbreken, waardoor al het hout kan verbranden. Is er in de zon verandering gekomen? Is er in de zon een dosa, een defect ontstaan? Of bevindt het defect zich in degenen, die het licht ontvangen?

[Dhrstadyumna dasa:] In degenen, die het ontvangen. De zon is dezelfde, maar het verschil zit in de ontvangst.

[Srila Narayana Maharaja:] Evenzo, Guru is dezelfde. Waarom geeft hij dan zoveel uiteenlopende soorten kennis aan zoveel leerlingen? En ieder van hen zegt, "Ik ben de discipel" van Srila Svami Maharaja, van Narada, van de zon, of van Krsna. Waarom zijn er zoveel verschillen? Jullie moeten dat zeggen. Probeer dat te zeggen. Dit is een kwestie voor allemaal, voor iedereen.

[Dhrstadyumna dasa:] Volgens indrukken uit voorgaande activiteiten, ons karma, volgens voorgaande associatie met heilige personen of van toegewijden, met wie we contact hebben gehad, misschien ook uit voorgaande levens, zijn we op een bepaald niveau van bevattingsvermogen en zuiverheid van hart aangekomen. Dus afhankelijk van die mate van zuiverheid kunnen we een zekere mate van instructie aanvaarden.

[Srila Narayana Maharaja:] Als het hart van twee leerlingen zuiver is en ze gaan naar dezelfde Guru, kunnen ze dan hetzelfde ding krijgen of niet?

[Dhrstadyumna dasa:] Ze hebben alletwee een zuiver hart?

[Srila Narayana Maharaja:] Ja.

[Madhava Maharaja:] Zoals Vijaya Kumara en Brajanatha. [De svarupa of constitutionele positie van Vijaya Kumara was in madhurya-rasa en die van Brajanatha was in sakhya-rasa. Vandaar dat ze de realisatie van hun eigen constitutionele natuur kregen, ondanks dat ze dezelfde Guru hadden.]

[Dhrstadyumna dasa:] Dit is dan afhankelijk van de specialiteit van hun ziel.

[Srila Narayana Maharaja:] Ja, maar Guru wil, dat iedereen hem volgt en hij wil, dat ze zijn, zoals hij is. Ik heb het niet over bogus gurus. Die kunnen jou niets geven, want ze zijn bogus. Ze kunnen jou alleen bogus dingen geven. Ze kunnen nooit echte dingen geven. Een aardse vergelijking is, als iemand warmte en licht wil hebben, moet hij de zon dienen. En als iemand hoge klasse kennis wil hebben, tattva-jnana, moet hij naar een gerealiseerde ziel, naar een echte, bonafide guru. Je kunt denken, "Mijn guru is zo een hoge klasse. Er is in deze wereld niemand zoals mijn guru." Maar die guru kan in feite bogus zijn zonder enige idee over transcendentie. Dat gebied heeft hij nog nooit aangeraakt. Je kunt denken, "Mijn gurudeva is nu de beste guru van alle gurus in de hele wereld. Er is niemand zoals hij." Wint hij iets door zo te denken? Niets.

na te viduh svartha-gatim hi visnum
    durasaya ye bahir-artha-maninah
andha yathandhair upaniyamanas
    te 'pisa-tantryam uru-damni baddhah

Srimad-Bhagavatam (7.5.31)

["Personen, die diep verstrengeld zijn in de mentaliteit om van het materiŽle leven te genieten en die daarom als leider of als guru een soortgelijke blinde man hebben aanvaard, die gehecht is aan externe lustobjecten, kunnen niet begrijpen, dat het doel van het leven is om terug te keren naar huis, terug naar God, en zich te verbinden in dienstverlening aan Sri Visnu. Als blinde mensen geleid door een ander blind mens het juiste pad missen en in een kuil vallen, worden materieel gehechte mensen, die worden geleid door een ander materieel gehecht mens, gebonden door de koorden van vruchtdragende arbeid, koorden die zijn gemaakt van zeer sterke banden, en blijven ze keer op keer het materialistische leven continueren, waar ze de drievoudige ellende ondergaan" (BBT).]

[Srila Narayana Maharaja:] Wat betekent dit?

[Aranya Maharaja:] Prahlada Maharaja zegt in dit vers, als blinde mensen hun toevlucht nemen tot een blinde, raken ze van het pad af en vallen in een kuil. Als guru niet beschikt over transcendente kennis, als hij niet is gerealiseerd, wordt hij als blind beschouwd. En degenen, die hem volgen, volgen hem naar een complete ramp. Zowel de geestelijk leermeester als de leerling begeven zich in een helse conditie en zullen daar een lange tijd blijven.

[Srila Narayana Maharaja:] Dus in het begin waren we blind. Er was nog een blind persoon en wij dachten, "Oh, hij heeft ogen en hij kan me helpen." Als hij zich later op de een of andere manier iets realiseert, "Oh, mijn guru is even blind als ikzelf," wat moet hij dan doen? Hij moet hem afwijzen en naar iemand gaan, die hele goede ogen heeft, iemand die transcendent is. Hoe kan hij dat weten? Hij kan dat alleen weten door naar een zuivere toegewijde te gaan en het van hem te horen. Maar als hij zich constant bezighoudt met aardse zaken en hij heeft geen tijd om goed gezelschap te zoeken, hoe kan hij het dan weten? Als hij geen tijd heeft om te horen, moet hij de eindeloze kringloop van geboorte en dood binnengaan. Als daarentegen iemand hiervoor wel tijd heeft en denkt, "Waarom zit ik mijn tijd te verspillen met deze materiŽle zaken?" zal hij die onechte dingen meteen afwijzen.

Als iemand melk wil drinken, kan hij een koe kopen, die melk geeft. Er was eens een man, die een koe kocht, en later merkte, dat ze geen melk gaf. Hij dacht, dat deze koe op zekere dag een kalf zou krijgen en dan melk zou geven, maar dat gebeurde niet. Hij zat een jaar te wachten, twee jaar, maar er kwam geen melk. Hij was dol op melk. Dus wat zou hij moeten doen?

[Madhava Maharaja:] Hij zou die koe weg moeten doen en een andere aanschaffen.

[Srila Narayana Maharaja:] Ja, waarom geen nieuwe koe, die al een kalf had? Op dezelfde manier moet je een guru zoeken, die kennis heeft, die alle twijfels kan wegnemen, die kennis kan geven - zoals Sri Rupa-Sanatana, zoals Srila Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Gosvami Thakura, een guru zoals mijn Gurudeva, nitya-lila pravista om visnupada Sri Srimad Bhakti Prajnana Kesava Gosvami Maharaja. Hoewel ik een insect was, dat in de mest leefde, heeft hij me door zijn associatie in de lijn van bhakti gebracht en nu zit de hele wereld naar me te luisteren. Welk een wonder heeft hij verricht.

We moeten daarom trachten in deze lijn te zijn. Sato vrtteh,

utsahan niscayad dhairyat
    tat-tat-karma-pravartanat
sanga-tyagat sato vrtteh
    sadbhir bhaktih prasidhyati

Sri Upadesamrta (3)

["Er zijn zes principes, die gunstig zijn voor de uitoefening van zuivere toegewijde dienst, (1) enthousiast zijn; (2) moeite doen met vertrouwen; (3) geduld betrachten; (4) handelen volgens regulerende principes [zoals sravanam kirtanam visnoh smaranam [SB 7.5.23] - horen, chanten en Krsna herinneren]; (5) loslaten van associatie met niet-toegewijden en (6) volgen in het voetspoor van voorgaande acaryas. Deze zes principes verzekeren ongetwijfeld het complete succes van zuivere toegewijde dienst" [BBT].]

Wat betekent sato vrtti?

[Dhrstadyumna dasa:] Sato vrtti. De commentaren op dit vers stellen, dat je moet volgen in het voetspoor van voorgaande acaryas. Voor gezinshoofden betekent dit werken voor een eerlijk levensonderhoud en tegelijkertijd zoveel bhajana doen als mogelijk is zonder meer geld te vergaren dan noodzakelijk is. Voor brahmacaris en sannyasis geldt, dat ze strikt volgen in het voetspoor van grote, voorgaande acaryas door middel van horen en chanten.

[Srila Narayana Maharaja:] Kun je dit nader verhelderen? Jullie moeten allemaal proberen dit te weten. Dit is voor degenen, die discipelen zijn en voor degenen, die transcendente kennis willen hebben.

[Aranya Maharaja:] Srila Gurudeva citeert een vers van Srila Rupa Gosvamipada uit Upadesamrta. Hij heeft geschreven over zes soorten activiteiten, die gunstig zijn voor toegewijde dienst. Van deze zes is de laatste 'sato vrtti'. Wat betekent dat? Vrtti betekent levensonderhoud. De manier, waarop men zijn bestaan in deze wereld in stand houdt, wordt vrtti genoemd. Welke soort vrtti? Sato vrtti. Zoals degenen, die santa-mahatma, zuivere toegewijden zijn, hun leven in deze wereld in stand hebben gehouden, zo moeten wij hetzelfde pad aanvaarden.

Met andere woorden, degenen in het gezinsleven, zoals Srila Bhaktivinoda Thakura, zoals Srivas Thakura en anderen, dienen hun leven in stand te houden op dezelfde manier, zoals zij dat deden door hen op een hele eenvoudig manier te volgen en alle nadruk te leggen op bhajana en door afhankelijk te zijn van Krsna. En dan dienen degenen in de wereldverzakende levensorde, zoals Srila Raghunatha dasa Gosvami, Sri Rupa, Sri Sanatana en anderen, te worden gevolgd door degenen, die zich in de brahmacari asrama of in sannyasa asrama bevinden. Ze deden eenvoudig bhajana en hetgeen door de genade van Bhagavan naar hen toekwam, wilden ze aanvaarden. Soms deden ze madukari [een beetje prasadam bedelen bij huishoudens]. Als iemand vooruitgang wil maken in het spirituele leven, moet hij op die manier met de juiste methode zijn leven in stand houden - het volgen van de voorbeelden gegeven door de grote heiligen in overeenstemming met de asrama, waarin hij zich bevindt. Degenen, die dit in acht nemen, zullen succes hebben in het spirituele leven. Degenen, die dit achterwege laten, ruÔneren hun toegewijde dienst.

[Srila Narayana Maharaja:] Toen Guru Maharaja er nog was, waren er zoveel toegewijden - allemaal brahmacaris en sannyasis. We gingen van deur naar deur om te bedelen en als we vier rupees hadden gecollecteerd, dachten we, "Dit is veel teveel, dit is zoveel." Als we dit dan aan Gurudeva gaven, was hij heel tevreden en zei, "Oh, niemand heeft dienst verleend zoals jullie."

Op zekere dag had Sanatana Prabhu, een leerling van Srila Prabhupada...

[Madhava Maharaja:] Hij is de toegewijde, die de orde van sannyasa samen met Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja heeft genomen.

[Srila Narayana Maharaja:] In die tijd had hij zijn huis verlaten en werd een vanaprastha. Hij woonde in de matha als een brahmacari. Hij zei tegen Guru Maharaja, "Oh, ik wil uw Gurudeva helpen. Ik wil helpen."

"Hoe?"

"Ik wil een werkplaats maken, waar iedere brahmacari ťťn uur van zijn tijd kan inleveren. Ik kan de brahmacaris leren om kleding te maken voor hun instandhouding. Dan zijn er chadars, kurtas en dhotis voor iedereen. En als er teveel zijn, kunnen we ze op de markt verkopen. Op die manier hoeven we niet meer te bedelen om biksa te collecteren. Tegenwoordig vindt niemand dat meer leuk om te doen, dus kunnen we proberen om zaken te doen. We kunnen een zeepfabriek opzetten, of een wierrookatelier en allerlei andere dingen en die kunnen we verkopen." Guru Maharaja wees dit direct van de hand. Hij veegde het meteen van tafel en zei, "Jullie zijn nu brahmacaris en sannyasis. Jullie bevinden je nu in de wereldverzakende levensorde. Jullie moeten allemaal Sri Rupa-Sanatana en Srila Raghunatha dasa Gosvami volgen."

Kan een brahmacari in saffrane kleding ergens anders dienen, in een werelds bedrijf, of ergens in de regering om geld te verdienen? Kan hij dat doen?

[Dhrstadyumna dasa:] Nee.

[Srila Narayana Maharaja:] Kan hem dat worden toegestaan, of niet?

[Dhrstadyumna dasa:] Nee.

[Brajanatha dasa:] Alleen onder bepaalde voorwaarden.

[Srila Narayana Maharaja:] Nooit. Anders moet hij zijn saffrane kledij opgeven.

[Brajanatha dasa:] Maar soms ziens we, dat degenen in saffrane kleding worden toegestaan een tijdje een externe baan te nemen.

[Srila Narayana Maharaja:] Wie staat dat toe? Heeft onze Gurudeva dat toegestaan?

[Brajanatha dasa:] Er is een voorbeeld.

[Srila Narayana Maharaja:] Dat kwam omdat hij zwak was, maar nu heeft hij die baan opgezegd. Je kunt dat doen voor een korte tijd, totdat je sterk wordt, maar niet als hij in saffrane kleding loopt. Ik kan dit niet toestaan. Geen enkele guru zal dit toestaan. Een brahmacari mag alleen Krsna dienen. Als hij saffrane kleding draagt, kan hij zelfs zijn vader of moeder geen diensten verlenen, want Gurudeva is zijn ware vader geworden. Die andere vader en moeder kunnen ons niet bevrijden. Ze kunnen ons niet helpen. Een brahmacari dient het voorbeeld van Narada en Sukadeva Gosvami te volgen. Zodra Sri Sukadeva Gosvami uit de baarmoeder kwam, nam hij heel snel de benen.

Als je werkelijk jouw Krsna-bewustzijn wilt ontwikkelen, moet je onze guru-varga heel strikt volgen - in vrtti, in bhakti en in alle dingen. Als je maar half volgt, wat kan daarvan het resultaat zijn? Alleen half is gelijk aan niets. Daarom moeten we proberen te ontwikkelen. Anders ga je denken, "Ik ben de discipel van Narada," of "Ik ben de discipel van Svami Prabhupada," maar in werkelijkheid ben je niet aan het volgen. Wat ga je dan in werkelijkheid in deze wereld bereiken? Oh, dan ga je opnieuw de kringloop van geboorte en dood binnen. Carvita carvamanam. Dan 'kouw je op het gekouwde' van het materiŽle bestaan.

Srila Prabhupada Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura las altijd graag Prahlada-canta. We moeten over dit onderwerp diep nadenken en dan kan transcendente kennis komen. Als je denkt, "Oh, dit is mijn vrouw en ik heb haar verlaten, maar dit is mijn vrouw. Dit zijn mijn kinderen en ik heb hen achtergelaten," wat is dan het verschil tussen de tijd vůůr en de tijd na verzaking? Dan is er geen verschil.

Je moet je realiseren, "Krsna is mijn alles. Gurudeva heeft deze transcendente kennis en relatie gegeven. Ik moet dit volgen. Ik moet proberen mezelf te betrekken en deze relatie en gehechtheid aan Krsna versterken." Als je dit niet doet, ga je denken, "Ik ben een discipel. Ik doe het prima. Ik ga gekleed in saffrane kleding. Ik ben een sannyasi" - maar deze woorden hebben dan geen enkele betekenis.

Wees niet boos op mij. Het is niet mijn bedoeling om iets te zeggen, dat dwars door jullie hart heen steekt. Ik wil, dat jullie de waarheid realiseren.

[Brajanatha dasa:] Iedere acarya, zoals Srila Prabhupada Bhaktivedanta Svami Maharaja, kan soms iets zeggen op een lager niveau om Krsna-bewustzijn te introduceren.

[Srila Narayana Maharaja:] Maar hij zal niet tegen de principes in handelen. Een sannyasi mag [niet] betrokken zijn bij zijn voorgaande vrouw en wereldse zaken. Er zijn grenzen. Hij mag niet over deze grenzen gaan.

[Brajanatha dasa:] Maar als hij ziet, dat veel van zijn volgelingen bepaalde dingen willen doen, mag hij dat doen.

[Srila Narayana Maharaja:] Dit heb ik in mijn lezing allemaal duidelijk uitgelegd. Sommige discipelen van Sri Madhavendra Puri konden hem niet volgen, hoewel ze sannyasis waren en goed onderlegd waren. Niet iedereen kon Narada Rsi volgen, maar toch dachten ze, "Hij heeft alle transcendente kennis aan mij gegeven." Maar waarom heeft Narada aan Valmiki dan Rama-bhakti gegeven? Waarom? Hij weet meer dan wij. Hij weet, dat Rama niet verschillend is van Krsna. Rama-lila is een spel van Krsna. Hij zag, dat Valmiki daarvoor gekwalificeerd was.

[Hij richt zich tot de tien kinderen, die de lezing hadden bijgewoond.]

Vandaag ben ik blij met mijn kinderen.

[Toegewijde:] Ze hebben muisstil in de klas gezeten.

[Srila Narayana Maharaja:] Ik ga de snoepjes eerst aan hen geven. Ik wil, dat jullie iedere dag zo [braaf] zijn. Tijdens de lezing mogen jullie niet gaan zitten spelen. Kom naar me toe om soms kirtana te doen en soms te luisteren en prasadam te nemen.



CC DEZE LEZING VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMEL-DING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS BESCHREVEN ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur (spreker) Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: Pure Bhakti/Teachers/Bhakti Discourses, "Tricks Of The Bonafide Guru"
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe/Bhakti Lezingen, "De listen van de bonafide guru"
Vertaler Nederlands: © 2022 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= Vasanti Rasa
Volgende => Kom met mij mee naar Nandagaon

TOP

title=""