Menu

Hoe word je vrij van woede en wraakzucht

11 juli 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses/18-discourses-1990s/
1522-how-to-be-free-from-anger-and-resentment

Publicatie 03 juli 1999, Laatst bijgewerkt 19 juni 2020
Frankrijk - juli 1999
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




Hoe word je vrij van woede en wraakzucht


image143.png Wat ben je aan het doen? Houd op met bloemenslingers maken. Probeer die bloemenslinger in jouw hart te rijgen. Jouw aandacht is niet bij de les. Ik ben maar voor vier of vijf dagen gekomen en dit is misschien de derde of vierde dag. Je bent jouw tijd aan het kwijtraken. Je kunt ’s nachts slingers maken na mijn lezing. Je moet zelfs niet chanten. Je kunt chanten, wanneer gewone toegewijden, zoals jullie, een lezing geven. Op dat moment kun je chanten en herinneren. Maar verwaarloos niet een oudere Vaisnava, die zich op het niveau van een Guru bevindt. Chant niet en doe verder niets.

Jouw oogleden mogen niet dichtvallen. Drink constant zijn woorden met beide ogen en oren en ook met jouw mond. Op dat moment kan Sri Sukadeva Gosvami bij jou komen. [In de voorgaande manifestatie van Sukadeva Gosvami als papegaai ging hij de mond binnen van de vrouw van Vyasadeva, terwijl ze Srimad-Bhagavatam van hem hoorde. Hij ging via haar mond haar baarmoeder binnen en bleef daar gedurende zestien jaar zitten. Daarna werd hij uit haar baarmoeder geboren als een jonge tiener.]

Sukadeva Gosvami is transcendente kennis en de belichaming van bhakti. Dit is de weg en het proces. De senioren hebben het proces niet ernstig genoeg gevolgd tijdens de gemanifesteerde aanwezigheid van Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja en nu volgen jullie ook niet. Daarom hebben jullie geen smaak voor chanten en horen. Probeer te volgen.

Probeer zeer aandachtig te luisteren. Als jullie bhajana willen doen, zullen jullie deze sloka uit Srimad-Bhagavatam moeten onthouden – niet de sloka, maar de betekenis en het gevoel ervan. Zonder die herinnering blijf je altijd met een gevoel van woede in zoveel problemen zitten en ben je altijd geagiteerd. Dan ben je niet in staat om bhajana te doen.

Die sloka luidt alsvolgt,

tat te 'nukampam su-samiksamano
       bhunjana evatma-krtam vipakam
hrd-vag-vapurbhir vidadhan namas te
       jiveta yo bhakti-pade sa daya-bhak

[“Iemand, die Jouw mededogen zoekt en daartoe alle vormen van tegenspoed verdraagt vanwege het karma van zijn eigen daden uit het verleden, die zich met zijn verstand, woorden en lichaam altijd met Jouw toegewijde dienst bezighoudt en die Jou altijd eerbetuigingen aanbiedt, is zeker een bonafide candidaat om Jouw onvermengde toegewijde te worden.”]

Wat betekent ‘su-samiksamano’? Het betekent de zorgvuldige overweging of beoordeling van hetgeen goed en slecht is. ‘Su’ betekent, dat we in overweging nemen en wachten. We dienen in overweging te nemen, dat alles in deze wereld, zowel goed als slecht, door de genade van Krsna naar jou toekomt. We moeten denken, “Krsna regelt alles, goed en slecht, voor mijn voorspoed, voor mijn welzijn.”

Toen de moslims Srila Haridasa Thakura slaag gaven op marktpleinen, wat heeft hij toen gedacht? Su-samiksamano. Hij overwoog, “Dit is de genade van Krsna. Hij wil de hele wereld laten zien, dat we tolerant moeten zijn en Hij wil mij gebruiken als voorbeeld daarvan. Hij wil me in de hele wereld verheerlijken. Krsna heeft dit op genadevolle wijze gedaan, Mahaprabhu heeft het gedaan.” We moeten de positieve kant zien van alles dat ons overkomt. We moeten zien, hoe Krsna alle omstandigheden heeft geregeld voor ons welzijn. Wat moeten we denken, als er een probleem ontstaat? “Er zit ongetwijfeld iets goeds in voor mij. Krsna heeft dit gestuurd.” Su-samiksamano. We zullen alles op deze manier met elkaar in overeenstemming moeten brengen.

Waarom heeft Krsna dit gestuurd? Su-samiksamano bhunjana evatma-krtam vipakam. Wat betekent dit? Waarom krijgen we moeilijkheden, ellende, zorgen, lijden en problemen? Krsna is de oorzaak niet. Deze condities zijn het gevolg van onze voorgaande activiteiten en ze komen over ons heen om ons te zuiveren. De regeling van Krsna is, dat reacties moeten komen als gevolg van acties, die we hebben uitgevoerd, en we zullen bereid moeten zijn om de consequenties te ervaren.

Niemand is er schuldig aan en Krsna is ook niet verantwoordelijk voor al die dingen. Wie is verantwoordelijk? Ikzelf. Ik ben verantwoordelijk voor de activiteiten, die ik heb uitgevoerd. Door dit te denken kunnen we altijd gelukkig zijn – ook al hebben we miljoenen problemen. Een toegewijde, die dit denkt, biedt pranama aan en neemt in overweging, “su-samiksamano bhunjana evatma-krtam vipakam hrd-vag-vapurbhir vidadhan namas te – O Krsna, Je hebt dit gestuurd om me van de gevolgen van mijn actviteiten uit het verleden te zuiveren.” Hogeklasse toegewijden zullen denken, “O Krsna, Je bent zeer listig. Hiermee wil Je me verheerlijken door me als voorbeeld te gebruiken. Je bent zo genadevol.” Vidadhan namas te. De toegewijde bied Krsna altijd zijn eerbetuigingen aan. Als er problemen en lijden komen – vidadhan namas te – biedt hij pranama aan door zijn handen te vouwen.

’Hrd’ betekent ‘in de grond van het hart’ en ‘vag’ betekent ‘door middel van spraak’. “O Prabhu, ik ben zo schuldig, ik ben waardeloos, ik ben oerdom en ik ben gekker dan Jagai en Madhai. Ik ben grotere onzin dan wormen in de mest. Jij bent genadevol, zo genadevol, dat Je al Jouw vermogen in Jouw naam hebt gelegd – en ik kan die naam chanten. Ik zal heel snel vrij zijn van deze onzuiverheden en zal in staat zijn om Jouw dienstverlening te krijgen. Door dit te hebben gedaan schep Je het proces, waarmee ik Jou snel kan bereiken en dienst kan verlenen.” Door over de aarde te rollen in waardering voor Krsna’s genade kan een toegewijde de erfgenaam van Zijn dienst worden. Hij kan prema krijgen. Welke soort prema? Vraja-prema. Krsna zal dit automatisch geven. Zelfs een vader hoeft niets in zijn testament te schrijven, want alles gaat automatisch over op zijn zoon.

Jullie kennen waarschijnlijk wel Sri Sarvabhauma Bhattacarya. Hij was eerst een nirvisesavadi, een impersonalist, maar door de grondeloze genade van Caitanya Mahaprabhu werd hij bekeerd tot een zeer hogeklasse toegewijde. In zijn voorgaande leven had hij alleen gedacht en gechant, “Nirvisesa-brahma, nirvisesa-brahma,” waarmee hij verwees naar een bewustzijn zonder kwaliteiten, zonder naam, zonder attributen. Nu was hij echter veranderd. Hij had zo een grote hekel aan mukti, onpersoonlijke bevrijding, dat hij het woord nooit meer uitsprak. Hij vond onpersoonlijke mukti een zeer negatief ding. Hoewel het woord ‘mukti-pade’ in dit vers van Srimad-Bhagavatam staat geschreven, heeft hij het toch gewijzigd in ‘bhakti-pade sa daya-bhak’.

Caitanya Mahaprabhu was erg blij dit te horen, maar toch corrigeerde Hij de Bhattacarya door te zeggen, “Je mag de woorden van de Bhagavatam niet wijzigen. Alles dat er staat is goed.” Hier betekent ‘mukti-pade sa daya-bhak’ – ‘bhakti-pade sa daya-bhak’. ‘Mukti-pade’ betekent, dat mukti (bevrijding van alle materiële verbinding) altijd de lotusvoeten van de persoon dient, die mukti-pade is. Met andere woorden, mukti dient altijd de lotusvoeten van bhakti. De toegewijde zal op die manier automatisch prema-bhakti voor Krsna erven.

Nu zal ik een voorbeeld geven. Probeer met geduld te luisteren en het te begrijpen. Als men altijd in sadhu-sanga is, zal men prema-bhakti erven, anders niet. Als men sadhu-sanga opgeeft, kan men zeggen, “Ik ben trots, dat ik zoveel boeken heb bijgedragen. Ik was nummer één op de lijst. Ik heb alles gedaan.” Vanwege dit vals-ego kan zo iemand zijn hogeklasse associatie gemakkelijk opgeven.

Als je bhakti wilt erven, probeer dan om altijd in goed gezelschap te zijn. Als dat niet beschikbaar is, kun je Sri Caitanya-caritamrta lezen en met Srila Rupa Gosvami, Srila Sanatana Gosvami en alle andere leraren associëren. Je kunt associëren met Sri Sukadeva Gosvami door Srimad-Bhagavatam te lezen. Hier volgt een voorbeeld om te zien hoe dit mogelijk is.

Tegen de tijd, dat de Slag van Kuruksetra was beëindigd, waren aan beide zijden miljoenen manschappen omgekomen. Zelfs Abhimanyu en de zonen van de Pandava’s waren gedood. In de tegenpartij waren Duryodhana en zijn hele partij omgebracht. Toen de oorlog voorbij was, ging de kroon automatisch naar het hoofd van Maharaja Yudhisthira. Yudhisthira Maharaja was echter zeer bedroefd, want hij wilde geen koning zijn. Hij huilde tegen zijn broers, “Voor deze kroon zijn miljoenen soldaten gesneuveld. Alle vrouwen zijn nu weduwen en die zitten constant te huilen. Ik heb sanatana-dharma, de eeuwige religie, geruïneerd.” Hij bleef treuren en daarom ging Krsna denken, “Dit is een groot probleem. Hoe kan Ik hem kalmeren?”

Op dat moment lag Bhisma Pitamaha, een zeer goede toegewijde en een van de twaalf Vaisnava mahajanas, in Kuruksetra op een bed van pijlen. Hij had om water gevraagd en Duryodhana was naar hem toegekomen en zei, “Ik zal water gaan halen, want hij is mijn grootvader.” Hij haalde heel mooi zoet en geurend water in een gouden kan, maar Bhisma Pitamaha zei tegen hem, “Dit kan ik niet accepteren. Waar is Arjuna? Je moet hem roepen.” Arjuna werd geroepen en Bhismadeva zei, “Kun jij me een beetje drinkwater geven?” Arjuna zei, “Oh, natuurlijk. Ik ga het halen.” Hij nam zijn pijl en boog op, schoot in de grond en er kwam meteen zoet water uit de aarde. Het schoot zodanig omhoog, dat het rechtstreeks in de mond van Bhisma Pitamaha terecht kwam.

Bhisma Pitamaha was erg blij en vroeg, “Kun je me een kussen geven?” Duryodhana rende weg en haalde een heel zacht katoenen kussen, dat hij aan zijn grootvader wilde geven. Bhisma Pitamaha zei, “Je ziet toch, dat ik op een bed van pijlen lig en desondanks kom je me dit brengen. Dit is niet juist. Je bent niet gekwalificeerd. Ga Arjuna halen.” Arjuna werd geroepen en Bhismadeva verzocht hem, “Kun je me een kussen geven?” Arjuna zei, “Waarom niet, prabhu?” Hij pakte zijn pijl en boog en schoot in de grond en er manifesteerden zich verscheidene pijlen. Die pijlen vormden toen een kruiselings patroon, zodat ze een ‘kussen’ werden (dat leek op de kleine houten gebeeldhouwde opvouwbare boekstandaard uit India).

Bhisma vocht tegen de Pandava’s, maar toch was hij een zuivere jnani-bhakta. Nu zei Krsna tegen de Pandava’s, “Ga met Me mee. We gaan naar Bhisma Pitamaha. Hij staat op het punt te sterven, dus we moeten naar hem toegaan.” Hij nam de Pandava broers en Draupadi mee en ging naar de plek, waar Bhisma lag. De Pandava’s gingen aan zijn voeteneind zitten, zodat ze zijn gezicht konden zien. Krsna zat aan het hoofdeind en raakte Bhismadeva aan, waardoor zijn pijn onmiddellijk verdween. Bhisma bood Krsna toen met zijn ogen pranama aan.

Toen ze daar allemaal om hem heen zaten zei Krsna tegen Bhisma Pitamaha, “Jouw kennis is zeer transcendent en daarom wil Ik, dat je de Pandava’s kalmeert. Ze zitten voortdurend te treuren en blameren zichzelf voor de dood van al die soldaten. Ze denken, dat zij de reden zijn geweest, waarom de gevechten zijn begonnen en dat ze de reden waren, waarom iedereen werd gedood. Ik wil, dat je hen met jouw transcendente kennis tot rust brengt.”

Bhisma Pitamaha begon te lachen. Hij zei tegen Krsna, “Jij bent de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Jij was degene, die de kennis van de Gita hebt gegeven voor het welzijn van de hele wereld. En nu vertel Je mij, dat ik hen moet kalmeren?”

Krsna zei, “Jij bent in dit opzicht superieur aan Mij. Ik weet, dat je hen kun kalmeren. Ik kan dat niet. Mijn toegewijden kunnen meer kennis en meer liefde en genegenheid geven dan Ik. Ik kan geen liefde en genegenheid zoals bijvoorbeeld die van de gopis geven. Maar superieure toegewijden kunnen deze transcendente kennis wel geven.”

Bhismadeva begon te spreken en midden in zijn uiteenzetting begon Draupadi op een zeer kuise manier te glimlachen. Dit is het sierraad van kuise Indiase vrouwen. Ze lachen niet hardop in publiek. Tegenwoordig zitten mannen en vrouwen elkaar tussen het publiek te kussen – niet één keer maar honderden keren zoals mannetjes- en vrouwtjesgeiten. Ze kennen totaal geen schaamte. Ik wil jullie verzoeken deze dingen niet te doen.

Bhismadeva, die zag, dat Draupadi verlegen glimlachte, vroeg haar, “Mijn dierbare dochter, waarom glimlach je? Je moet er een reden voor hebben. Ik weet dat je een kuise vrouw bent en daarom zou je dat zonder reden niet doen.”

Draupadi antwoordde, “O Bhisma Pitamaha, u gaat nu over transcendente kennis spreken om ons tot rust te brengen en Krsna wil ook, dat we dat van u horen. Maar waar was deze transcendente kennis, toen in de raad van demonen, zoals Duryodhana en Dhusasana, pogingen werden ondernomen om me uit te kleden. Dhrtarastra zat erbij en mijn vijf echtgenoten zaten erbij. Maar op dat moment konden ze niet spreken. Waar was uw kennis op dat moment? Waarom kon u deze kennis niet aan Duryodhana, Dhusasana, Karna, Sakuni en al die andere demonen geven? Waarom niet?”

Bhisma Pitamaha antwoordde, “In die tijd nam ik mijn maaltijden en water van die demonen aan. Ik was van hen afhankelijk. Ik gebruikte hun voedsel, hun maaltijden, hun dranken, hun sappen en pakte de rest aan van hen. Mijn intelligentie werd hierdoor beïnvloed en ik werd precies zoals zij. Ik ging op een demoon lijken. Deze transcendente kennis was toen niet in mijn hart aanwezig. Ik had het vergeten. Nu echter is al het bloed, dat zich door die slechte associatie had verzameld, door de scherpe pijlen van Arjuna afgevoerd.”

Visayira anna khaile malina haya mana. Wat betekent dat? “Als ik voedsel aanvaard, dat wordt aangeboden door materialisten, wordt mijn verstand besmet. Als mijn verstand wordt besmet, ben ik niet in staat de naam, faam, kwaliteiten en het spel van Krsna te herinneren.”

Als de autofabrieken van Ford ons grote sommen geld aanbieden en we gaan dat geld besteden aan het eten van fruit en overheerlijk voedsel, wat komt er dan terecht van de toewijding in ons hart? Die zal snel verdwijnen. Als je voedsel aanpakt van een prostituee, wordt jouw geest even wellustig als die van de prostituee. Als je wat dan ook aanpakt van een visayi, een genieter van zintuiglijk plezier, wordt jouw verstand ook besmet met het verlangen om van materie te genieten.

Het woord ‘visayi’ is ook van toepassing op iemand, die chant, herinnert, vereert en de Bhagavatam leest. Ondanks dat hij eredienst uitvoert, tilaka draagt en kanti mala om heeft en andere toegewijde activiteiten uitvoert, denkt hij, “Krsna zal me genade geven. Hij zal tevreden zijn en Hij gaat me zoveel geld en rijkdom geven.” De vader en oom van Raghunatha dasa Gosvami waren precies hetzelfde.

Jullie moeten over al deze dingen nadenken. Iemand kan in naam van Guru en Krsna proberen geld te collecteren bij een visayi. Hij zal die visayi vertellen, “Ik wil iets van jou hebben. Geef alsjeblieft iets, zodat ik mijn Gurudeva een dienst kan bewijzen. We zullen Radha en Krsna Yugala dienen. We gaan regelingen treffen om predikwerk uit te voeren, dus geef alsjeblieft iets.” Als je zelfs maar een ‘farthing’ (oud Engelse kwart cent), een stuiver of een fractie voor jezelf gebruikt en niet alles, zoals het hoort, in dienst van Krsna en Guru, zal je ernstig te lijden krijgen. In dat geval ben jij ook een visayi.

Bhisma Pitamaha zei vervolgens tegen Draupadi, “In die tijd gebruikte ik hun maaltijden, water, sap en de rest. Ik was van hen afhankelijk en daarom deed ik alles om hen een plezier te doen. Mijn intelligentie was in die tijd afgedekt.”

Je moet er ook bij stilstaan, dat het aanvaarden van maaltijden en andere zaken van visayis zonder die donaties te zuiveren door ze aan Guru en zuivere toegewijden te geven, de oorzaak wordt dat je valt. Zuivere toegewijden, zoals Prahlada Maharaja, Haridasa Thakura en alle andere verheven Guru’s, zoals Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja, waren zo sterk, dat ze vergif konden innemen en het konden zuiveren.

Bhisma Pitamaha vervolgde, “In die tijd was mijn intelligentie enigszins verstoord. Nu in de vijfde maand is mijn bloed weggestroomd en na de zesde maand zal ik dit lichaam opgeven. Tijdens uttarayana, wanneer de baan van de zon door het noordelijk halfrond loopt, ga ik vertrekken. Daar wacht ik op. Omdat mijn bloed nu is weggestroomd, ben ik gezuiverd. Mijn intelligentie is teruggekeerd en nu wil ik jullie iets geven.

”Jullie moeten niet denken ‘Ik heb gemoord. Alleen voor ons is iedereen vermoord’. Hier volgt een verhaal om deze les te illustreren.

”Er was eens een arme brahmani weduwe. Ze had maar één zoon van acht of negen jaar oud en hij was erg mooi en beminnelijk. Zij woonde in een hut en ze hield haarzelf en haar zoon in leven met bedelen. Ze was door een hogeklasse Vaisnava ingewijd en ze deed iedere dag eredienst voor Thakurji. Ze was gelukkig met haar leven van verering, chanten en herinneren. Op zekere dag was ze vroeg in de ochtend bezig met een taak en ze vroeg haar zoon, ‘Haal een paar bloemen. Er staan bloemen in de struiken. Haal ze op, zodat ik Thakurji kan vereren.’

”De jongen werd heel blij en ging weg om te doen, wat ze had gevraagd. Hij ging naar een paar struiken in de buurt, waar beli, cameli en andere bloemen stonden en ging ze plukken. In die tussentijd kwam er een gifslang op hem af en beet de jongen. In een oogwenk werd het hele lichaam van jongen zwart. Hij viel plat op de grond en overleed. Op dat moment liep een jager door het bos te wandelen met een aarden pot in zijn hand. Toen hij dit ongeluk zag, kreeg hij medelijden. Hij kende een ‘vasibhut’, een mantra om zonder moeite een slang te vangen. Toen de slang de mantra van de jager hoorde, werd hij sloom en de jager kon de slang in zijn aarden pot stoppen. Hij sloot de pot af, nam de jongen in zijn armen met de aarden pot en ging naar de moeder van die jongen.

”Toen de weduwe haar zoon zag, riep ze uit, ‘Wat is er gebeurd?’ Ze begon vreselijk te huilen, ‘Haya! Haya! Alas! Alas!’ Na enige tijd werd ze iets rustiger, zodat de jager haar kon vertellen, ‘Moeder, ik was erbij, toen hij bloemen aan het plukken was. Hij was onschuldig. Hij heeft die slang niets gedaan en heeft hem niet gestoord. Toch is die slang uit de struiken gekomen en heeft hem gebeten. Ik ken een mantra en daarmee heb ik deze gifslang kunnen vangen en in deze pot kunnen bewaren. Zeg me alstublieft, dat ik de slang in stukken moet snijden. Ik zal hem verbranden en dan is ieder teken van zijn bestaan verdwenen. Zeg me dat ik dat moet doen. Zeg het me, alstublieft.’

”Ook al vroeg de jager het keer op keer, de oude weduwe zei tegen hem, ‘O jager, door deze gifslang te doden en te verbranden komt mijn zoon niet terug.’ Hij antwoordde, ‘Nee, nooit.’ Ze zei, ‘Waarom zou u hem dan doden? Ik wil hem niet dood maken.’ De jager zei, ‘Hij is zeer sluw. Hij kan iemand anders bijten. U moet me zeggen hem te doden.’ Keer op keer drong hij aan, maar die aardige brahmani weduwe was een gerealiseerde ziel en een toegewijde van Krsna. Ze zei, ‘Maak hem niet dood. Als mijn zoon niet terugkomt door dit te doen, waarom zou je hem dan doden?’ Hij zei tegen haar, ‘Hij gaat opnieuw zonder reden een voorbijganger aanvallen.’

”Op dat moment viel de slang in de rede, ‘Waarom zou ik dat doen? Ik heb daar jaren lang gezeten en nooit iemand gebeten. Vandaag heb ik die jongen gebeten en dat kwam, omdat de Dood naar me toekwam en zei, “Hem moet je bijten.” Ik ben onschuldig. Ga me niet vermoorden.’

”Ondertussen kwam de Dood in eigen persoon erbij, Yamaraja Maharaja, de bestuurder van onze dood, en zei, ‘Zeg jij, dat het aan mij heeft gelegen? Zeg je, dat ik heb gezegd die jongen te bijten? Dat heb ik niet gezegd. Waarom geef je mij de schuld? Ik ben hiervoor niet verantwoordelijk. De jongen is verantwoordelijk voor zijn eigen acties. In zijn vorige leven was die slang in een menselijk lichaam en de jongen was ook een mens. Ze vochten met elkaar en de jongen heeft die andere persoon vermoord. Die vermoorde persoon is nu een slang en heeft wraak genomen. De acties van die jongen zelf zijn zo giftig als een slang en hij werd door een slang doodgebeten. Ik ben hiervoor niet verantwoordelijk. Deze slang noch ikzelf, Yamaraja, zijn verantwoordelijk.’”

Als je in jouw leven een probleem krijgt, betekent het, dat je in het verleden verkeerd hebt gedaan en dat nu het resultaat naar jou toekomt. Waarom ben je nu bang om de consequentie te ondergaan? Je moet het ervaren. Als je bang bent, als je het gevolg niet wilt ervaren, zal het toch gebeuren. Je zal al jouw slechte acties moeten proeven en dit geldt ook voor jouw goede acties.

Wees niet bang. Krsna heeft deze situatie gearrangeerd. Als je van iemand misbruik maakt, maakt Krsna van jou misbruik. Met één hand kun je niet klappen. Met andere woorden, je heb in het verleden dingen gedaan en daarop volgt deze reactie. Als de weduwe de jager had gevraagd de slang in stukken te hakken en te verbranden, had ze opnieuw geboren moeten worden en was de slang als mens op haar afgekomen en had wraak genomen. Dus als iemand jou misbruikt, misbruik hem niet op zijn beurt. Als iemand problemen maakt en hij geeft jou vergif, wees dan zeer voorzichtig. Doe als Prahlada Maharaja en Haridasa Thakura. Ook al werd Haridasa Thakura op al die marktpleinen halfdood geslagen, bad hij, “O Krsna, wees me genadig en probeer hen te verontschuldigen. Deze klappen zijn het gevolg van al mijn slechte activiteiten. Op deze manier komt Jouw genade naar me toe.” Wees rustig en chant, “Hare Krsna Hare Krsna Krsna Krsna Hare Hare, Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare.”

Je moet denken, “Ik ben waardeloos. Ik heb zoveel overtredingen tegen Vaisnava’s gemaakt en het gevolg is, dat ik zo dom en onzinnig ben. Hoewel ik de heilige naam chant, komen er geen tranen en mijn hart smelt niet. O Krsna! Wat moet ik doen?” Je kunt ook aan Caitanya Mahaprabhu denken, “Caitanya Mahaprabhu, u bent grondeloos genadevol. Geeft u me alstublieft uw genade. In dit Kali-yuga is het leven zeer kort, er zijn veel problemen en het verstand is altijd geagiteerd. Wat moet ik doen? Ik wordt altijd bedekt door zoveel hindernissen in mijn poging om bhakti uit te oefenen. Ik heb geen associatie, ik ben zo zwak en ik heb de genade van Krsna niet gekregen. Wat moet ik doen? O Caitanya Mahaprabhu, ik ken u alleen. U bent grondeloos genadig. Sprenkel uw genade alstublieft over me heen. U hebt uw genade zelfs over Jagai en Madhai gesprenkeld. Waarom niet over mij? Ik denk, dat ik nog meer verdorven ben dan zij en daarom ben ik gekwalificeerd om uw genade te ontvangen.”

Als je op deze manier jammert, zal Krsna jou Zijn genade geven. Door te chanten gaat jouw hart smelten en komen er tranen. Als er geen tranen komen, moet je denken, “Ik heb zoveel overtredingen begaan. Dat is de reden, waarom er geen tranen komen. Heb altijd spijt op deze manier en chant, “Hare Krsna Hare Krsna, Krsna Krsna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare."



CC DEZE LEZING VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMELDING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS BESCHREVEN ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur (spreker) Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: Pure Bhakti / Teachers / Bhakti Discourses, "How To Be Free From Anger And Resentment"
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe / Bhakti Lezingen, "Hoe word je vrij van woede en wraakzucht"
Vertaler Nederlands: © 2022 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= De Vrajavasi's weten van niets

TOP

title=""