Menu

De Vrajavasi's weten van niets

05 juli 2022


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Bhakti Lezingen

www.purebhakti.com/teachers/bhakti-discourses/21-discourses-2002/
252-the-vrajavasis-never-know

Publicatie 11 juni 2002, Laatst bijgewerkt 16 juni 2021
Boise, Idaho, Verenigde Staten - 11 juni 2002
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




De Vrajavasi's weten van niets


Srila Bhaktivedanta Narayana Er zijn twee soorten transcendente bhakti: aisvarya-mayi en madhurya-mayi – bhakti of dienstverlening vermengd met rijkdom en bhakti of dienstverlening in een beminnelijke, menselijke relatie.

Narayana daalt nooit naar deze wereld af. Hij heeft geen vader en moeder. Hij heeft daarentegen metgezellen, zoals Narada en anderen en Hij is vol grote rijkdom en vermogens. Iedere zuivere toegewijde van Narayana kan Hem pranama aanbieden, maar niemand kan dienen zoals Laksmi devi dat doet. Zelfs Laksmi devi verleent ook alleen diensten vermengd met ontzag en eerbied, zoals het masseren van Zijn voeten. Ook de manifestaties van Narayana zijn vol rijkdom. Sahasra-sirsa heeft bijvoorbeeld miljoenen handen, hoofden, ogen, oren enzovoort en Hij kan in deze wereld nergens worden gezien; dat is rijkdom en vermogen. Iedereen bidt tot Hem met groot ontzag en eerbied en spreekt alleen de purusa-sukta gebeden uit.

Bhagavan Nrsimhadeva heeft ook geen vader en moeder en Hij is ook vol rijkdom. Rama is ook vermogend, maar Hij voert ook zoet spel uit. Hij heeft een vader, Maharaja Dasaratha, een moeder, Kausalya, broers zoals Laksmana, Bharata en Satrughna en een vrouw, Sita devi. Hij wordt geboren uit Kausalya en voert allerlei spel uit, maar soms vertoont Hij groot vermogen. Het oversteken van de Indische Oceaan was een zeer moeilijke taak, maar toen Varunadeva, de heersende Godheid van de oceaan, weigerde om Rama doorgang te bieden, pakte Hij eenvoudig Zijn pijl en boog. Bij het horen van het geluid van de boogsnaar van Rama, begon Varunadeva te beven en verzocht Rama vervolgens om een brug over hem heen te bouwen.

Het ombrengen van Ravana was ook geen eenvoudige zaak en niemand behalve Rama zou dat kunnen hebben gedaan. Dit was de rijkdom van vermogens. Toen Rama uit de baarmoeder van moeder Kausalya werd geboren, had Hij vier handen, Hij was zestien jaar oud en zag eruit als Visnu. Een gewoon mens is niet in staat dergelijke eigenschappen te vertonen. Hij voerde heel zoet spel uit, zoals blootsvoets met Sita en Laksmana door het oerwoud lopen, gehoorzaam zijn aan zijn vader en moeder enzovoort, maar Hij vertoonde ook vermogens. Hoewel Rama vrienden had, waren die vrienden Zijn dienaren en zelfs zijn vrouw Sita was een dienares. Ze was verplicht Hem te gehoorzamen en Hij kon Haar zelfs commanderen, “Je moet mijn huis verlaten.” Rama kon soms Hanuman genadevol omhelzen met een gevoel hem te zegenen, “Mangalam bhavatu, kalyanam bhavatu,” maar Hanuman kan Rama niet omhelzen. Rama kan in de schaduw van een boom zitten en Hanuman kan op een tak boven Hem zitten, maar Hanuman kan niet op de schouders van Rama klimmen. Hanuman kan het restant van zijn maaltijd niet aan Rama geven en Sita, Laksmana, Bharata, Sugriva en Vibhesena kunnen dat ook niet doen.

Hanuman is een premi-bhakta en Bharata, Satrugna en de anderen zijn ook verheven toegewijden. Bharata is de belichaming van liefde en genegenheid voor Rama, maar hij kan niet op het bed van Rama zitten, hij kan Hem ook niet omhelzen of Hem de restanten van zijn voedsel geven. Dit is echter niet het geval met de Pandava’s en Draupadi. Arjuna kan zijn restanten aan Krsna geven, wanneer ze bij elkaar zitten en van hetzelfde bord eten. Ze kunnen op hetzelfde bed slapen met Krsna’s hoofd aan het voeteneind van Arjuna. Krsna’s voeten liggen op de borst van Arjuna en de voeten van Arjuna liggen op de borst van Krsna. Satyabhama en Rukmini kunnen hen met een waaier afkoelen aan de ene kant van het bed en Draupadi en Subhadra koelen hen af aan de andere kant. Krsna wordt beheerst door de liefde van Arjuna en daarom gaf Hij Zijn zuster Subhadra aan hem ten huwelijk, waarmee Hij hun relatie nog zoeter maakte.

Vóór de Oorlog van Mahabharata had Krsna zowel Arjuna als Hanuman in de war gebracht met Zijn Yogamaya vermogen. Arjuna had van zichzelf het idee, “Ik ben de beste boogschutter ter wereld,” en hij was dan ook ongeëvenaard. Op zekere dag kwam Arjuna Hanuman tegen en zei tegen hem, “Jouw Rama was niet zo een goede boogschutter en Zijn kracht is ook niet gelijk aan mij. Als ik erbij was geweest, was het niet nodig geweest om een brug van keien over de zee te leggen. Ik had gemakkelijk een sterke brug over de zee kunnen leggen met mijn pijl en boog, zodat de apen en alle anderen hadden kunnen oversteken. Waarom heeft Rama die apen en beren gevraagd een brug te bouwen? Hij had het ook aan mij kunnen vragen.” Hanuman antwoordde, “Jij weet er niets van. Je kent de ware toedracht niet. Het gewicht van de apen was zo groot, dat jouw brug van pijlen en boog hen niet had kunnen dragen.” Arjuna antwoordde met grote trots, “Je kunt mijn brug zelf testen. Jij en jouw miljoenen apen kunnen mijn brug testen door er overheen te lopen.”

Toen maakte Arjuna in een oogwenk een sterke brug over de nabij gelegen brede rivier met zijn boog en pijlen. Toen Hanuman zag, dat de brug van Arjuna zeer sterk was, vloog hij de lucht in, ging naar de bergen en nam een gigantische gedaante aan. Toen maakte hij grote bergen vast aan het haar uit de poriën van zijn lichaam. Hij keerde terug en liep de brug over. Hij was nu zo zwaar, dat Arjuna dacht, “Mijn brug kan dit gewicht niet torsen. Wat moet ik doen?” Hij ging bidden, “Krsna, ik heb mijn toevlucht tot Jou genomen. Ik ben Jouw overgegeven toegewijde. Red me alsjeblieft. Bescherm alsjeblieft de woorden, die ik tegen Hanuman sprak, ‘Mijn brug is zo sterk, dat jij en miljoenen apen zoals jij hem niet kunnen breken.’" Hanuman bad ook – aan Rama, “O Rama, red me. Als die brug niet breekt, is dat een belediging van Jouw naam en reputatie – niet de mijne maar de Jouwe – want ik heb Jouw bescherming genomen.” Arjuna en Hanuman waren alletwee angstig aan het bidden. Hanuman zette een voet op de brug. De brug begon te trillen, maar brak niet. Hanuman zag dit en dacht, “Waarom breekt die brug niet? Mijn gewicht is evenredig aan dat van de hele wereld en desondanks gaat die brug niet kapot. Rama Rama Rama Rama.” Arjuna dacht, “Deze brug schudt. Ik denk, dat hij het ieder moment begeeft. Krsna Krsna Krsna.” Nadat Hanuman tot Rama had gebeden, zette hij een tweede voet met zijn hele gewicht op de brug, maar de brug brak niet.

Hanuman zag nu, dat er een stroompje bloed uit de brug liep. Hij sprong er meteen af en zag, dat de rug van Rama de brug ondersteunde en op hetzelfde moment zag Arjuna, dat Krsna de brug omhoog hield. Ze zagen alletwee hun eigen Istadeva. Hanuman zag Rama en Arjuna zag Krsna en ze begonnen alletwee te bidden. Er bevond zich één gedaante, maar beiden zagen hun eigen Istadeva. Rama zei tegen Hanuman, “Nu kun je zien, dat Krsna en ik één zijn. Ik ben Rama en Rama is Krsna. Tussen Ons is geen verschil. Ik wil de last van de Aarde wegnemen, dus help Arjuna. Ik geef jou de opdracht om hem tijdens de Strijd van Kuruksetra altijd te redden. Je moet op zijn wimpel blijven staan en je moet hem beschermen teggen de oersterke bogen van Bhisma Pitamah, Karna en Dronacarya. Anders wordt hij op de eerste dag tijdens de eerste ronde door de eerste pijl gedood. Ik zal er ook zijn op de strijdwagen van Arjuna als wagenmenner, dus jij moet Arjuna beschermen.”

Later, tijdens de Mahabharata, toen Karna, Bhisma Pitamah en Dronacarya hun pijlen op Arjuna afschoten, brulde Hanuman vanaf het vaandel op de strijdwagen harder dan een donderslag. Dit gebrul deed hen schrikken, waardoor ze in de war raakten en hun pijlen links en rechts afschoten, waardoor ze Arjuna misten. Karna had een onfeilbaar wapen, dat hem door de halfgoden was geschonken. Als hij die bijzondere pijl afschoot, veranderde hij in een grote python, die zijn bek wagenwijd opensperde. Krsna gaf Hanuman een teken. Toen drukte Hij de wagen van Arjuna met Zijn voet onder de grond, zodat de python niet kon aanvallen en tegelijkertijd brulde Hanuman zo hard, dat de python bang werd en in de war raakte. Hanuman was altijd Rama aan het dienen en hij maakte zich de dienaar van Arjuna en heeft diverse keren zijn leven gered.

Arjuna is Krsna dierbaarder dan Hanuman. Toch ervoer Arjuna het vermogen van Krsna. Toen hij de angstwekkende universele gedaante van Krsna zag, waarin Brahma en andere halfgoden huisden en in wiens vuurspuwende monden duizenden strijders hun dood tegemoet liepen, was Arjuna hun vriendschap vergeten. Op dat moment vouwde hij zijn handen en bad, “O mijn Prabhu, ik heb zoveel fouten begaan vanwege mijn waanidee, dat ik jouw vriend ben en ik heb zoveel overtredingen tegen Jouw lotusvoeten begaan. Ik beloof, dat ik Jou nooit meer ‘vriend’ zal noemen. Ik zal Jou alleen nog aanspreken met ‘Prabhu’.”

Arjuna heeft niet de kwalificatie om in Vrndavana te zijn, want hij heeft een gevoel, dat Krsna de Allerhoogste Persoon is. Niemand in Vrndavana, namelijk Krsna’s vrienden, vader, moeder en iederen in Vrndavana, weet dat Krsna de Allerhoogste Persoon is. Hier en daar kunnen ze van iemand horen, dat Krsna de Allerhoogste Persoon is, maar ze geloven het niet. In een gevoel van afgescheidenheid kunnen ze zeggen, dat ze hebben gehoord, dat Krsna Bhagavan is, maar desondanks geloven ze dat niet. Dit is de bijzonderheid van Vrndavana. In Mathura, Dvaraka en op het Slagveld van Kuruksetra heerst veel vermogen en iedereen daar respecteert en vreest Krsna. In Vrndavana daarentegen kunnen de vrienden van Krsna Hem in een wedstrijd verslaan en daarmee is Hij heel gelukkig. Ofschoon er veel meer vermogen in Vrndavana aanwezig is dan in Vaikuntha-loka, Dvaraka en Mathura, wordt dat vermogen afgedekt door beminnelijkheid. Dit is de bijzonderheid van Vrndavana.

In Dvaraka Puri heeft Krsna ouders, Devaki en Vasudeva, maar daar is Hij een ksatriya, een Yadava, en wordt altijd omringd door Zijn koninginnen. Hij kan daar niet op Zijn fluit spelen en Zijn pauwenveer niet dragen en andere attributen van Vrndavana heeft Hij daar ook niet. De koninginnen van Dvaraka hebben liefde en genegenheid voor Hem en er heeft in Dvaraka allerlei beminnelijk spel plaats – maar niet zoals dat van Vraja. Van alle inwoners van Dvaraka en Mathura koos Krsna Uddhava uit om naar Vrndavana te gaan. Arjuna is bovengeschikt aan Hanuman, maar Uddhava is bovengeschikt aan Arjuna. Hij is Krsna’s beste vriend, Zijn dienaar, Zijn adviseur en hij is de Minister President van de Vrsni dynastie.

vrsninam pravaro mantri / krsnasya dayitah sakha
sisyo brhaspateh saksad / uddhavo buddhi-sattamah

Srimad-Bhagavatam (10.46.1)

”De uitermate intelligente Uddhava was de beste raadgever van de Vrsni dynastie, een dierbare vriend van Sri Krsna en een rechtstreekse discipel van Brhaspati.”

Uddhava speelt zoveel rollen in zijn relatie met Krsna, maar toen hij naar Vrndavana was gegaan, realiseerde hij zich, “Ik ben niet echt een bhakta van Krsna. Hij is nooit volkomen aanwezig in Mathura en Dvaraka. Hij is daar slechts gedeeltelijk, maar in Vraja is Hij in vol ornaat.” Toen Uddhava in Vraja was, zag hij de hoogte van de liefde en genegenheid van Nanda Baba, Yasoda en de gopis en toen begon hij te bidden,

vande nanda-vraja-strinam / pada-renum abhiksnasah
yasam hari-kathodgitam / punati bhuvana-trayam

Srimad-Bhagavatam (10.47.63)

”Ik bied mijn eerbied aan het stof van de voeten van de vrouwen van het koeherderdorp van Nanda Maharaja. Wanneer deze gopis de glorie van Sri Krsna hardop chanten, zuivert de vibratie alle drie de werelden.”

Uddhava sprak, “Ik bid tot het stof van de lotusvoeten van de gopis. Erger nog, ik bid tot één stofdeeltje van de lotusvoeten van één gopi. Dat stofdeeltje is zo krachtig, dat het de verlangens van de hele wereld kan vervullen. Ik wil een of andere grasspriet zijn, of een bodembedekker in Vrndavana, zodat - wanneer de gopis Krsna ’s nachts ontmoeten - hun voetenstof op mijn hoofd terecht komt.

”Brahma, Sankara en alle andere halfgoden bidden tot Krsna. Ze willen op Krsna mediteren, maar Zijn lotusvoeten verschijnen niet in hun meditatie of in hun hart. De gopis daarentegen houden de lotusvoeten van Krsna direct op hun borsten en Krsna wordt altijd door hen beheerst. Daarom wil ik het voetenstof van de gopis op mijn hoofd hebben.”

Uddhava bad, “O gopis, ik heb zoveel van jullie darsana gekregen, mijn leven is nu een succes. In Mathura had ik jullie glorie niet kunnen realiseren, maar nu kan ik het zien.” Deze gopis zijn geen sadhakas en zelfs geen siddhas. Ze zijn Krsna-kala, Krsna’s eigen sakti of vermogen. Je kunt ook zeggen, de gopis zijn Krsna, geen probleem. Ze zijn acintya bhedabheda. Als Zijn vermogen zijn ze tegelijkertijd verschillend en niet-verschillend van Hem. Ons doel is liefde en genegenheid te hebben zoals de gopis, om de assistent van de gopis te zijn en Radha-Krsna Yugala diensten te verlenen onder leiding van de gopis. Hoe kunnen we dit hoogst verheven doel bereiken? We leren van Srila Rupa Gosvami, dat in ieder klein zaadje van een pipal-boom, of een banyan-boom, het vermogen aanwezig is van alle bladeren en takken van die boom. De potentie van zijn hoogte, breedte, leeftijd, vruchten en suikergehalte van de vruchten bevinden zich allemaal in het zaad.

Op dezelfde manier is de potentie van onze complete spirituele gedaante en karakter in onze ziel aanwezig. En Guru helpt dat zaad van bhakti daar te manifesteren. Dat zaad bevat onze gehele spirituele identiteit, maar denk niet, dat het in een dag of twee tot ontwikkeling komt. Je moet groot vertrouwen hebben in het chanten van de maha-mantra en diksa-mantras, die Gurudeva heeft gegeven. Twijfel niet aan hun vermogen. De vrucht komt niet in een dag of twee en zelfs niet in één of twee jaar. Het kan lang duren, want we hebben Krsna miljoenen levens lang vergeten, sinds onheuglijke tijden, maar het komt. Wees niet zwak. Jullie willen het resultaat meteen zien, zoals je een capati rolt, bakt en opeet; maar bhakti werkt niet op die manier. Een vijfjarig kind kan zeggen, “Ik wil mijn kind zien,” maar ze moet eerst volwassen worden en trouwen. Het kan vele jaren duren om een kind te krijgen, waarom hebben jullie dan zo een haast met bhakti? Als je geen smaak hebt, geen probleem. Ga door met chanten en denk aan Krsna. Blijf praktiseren.

sravanam kirtanam visnoh / smaranam pada-sevanam
arcanam vandanam dasyam / sakhyam atma-nivedanam

Srimad-Bhagavatam (7.5.23)

”Het negenvoudige proces van toegewijde dienst bestaat uit horen en chanten van de transcendente heilige naam, gedaante, kwaliteiten, toebehoren en het spel van Sri Visnu, herinneren, de lotusvoeten van Bhagavan dienen, het aanbieden van eerbiedige verering met zestien soorten toebehoren, gebeden aan Bhagavan opzenden, Zijn dienaar worden, Bhagavan beschouwen als jouw beste vriend en alles aan Hem overgeven.”

Geleidelijk wordt jouw beoefening sterk en krijg je een dikke relatie met Krsna. Al jouw overtredingen en anarthas verdwijnen, dan komt smaak en heel snel volgt asakti en daarna verschijnt rati. Word niet hopeloos.

Srila Bhaktivedanta Svami Maharaja is naar deze wereld gekomen en gaf het proces van het chanten van maha-mantra en diksa-mantras, zoals brahma-gayatri, guru-mantra, guru-gayatri, gaura-mantra, gaura-gayatri, gopal-mantra (krsna-mantra) en kama-gayatri. Toch hebben velen hem verlaten. Een aantal van hen werd huisvader en praktiseert nauwelijks meer. Ik denk, dat iedereen, die hier aanwezig is, in de tijd van Srila Svami Maharaja brahmacari was, maar toen hij deze wereld had verlaten, is iedereen grhastha geworden en sommigen hebben het Krsnabewustzijn helemaal achtergelaten. Doe dat niet. Het kan tijd kosten om perfect te worden, maar onthoud altijd het volgende,

utsahan niscayad dhairyat / tat tat karma pravartanat
sanga-tyagat sato vrtteh / sadbhir bhaktih prasidhyati

”Er zijn zes principes, die gunstig zijn voor het uitoefenen van zuivere toegewijde dienst: (1) enthousiast zijn; (2) moeite getroosten met vertrouwen; (3) geduld betrachten; (4) handelen volgens regulerende principes [zoals sravanam kirtanam visnu smaranam [SB 7.5.23] – horen, chanten en aan Krsna denken]; (5) loslaten van gezelschap van niet-toegewijden en (6) volgen in het voetspoor van voorgaande acaryas. Deze zes principes verzekeren ongetwijfeld het complete succes van zuivere toegewijde dienst.”

Ga dit doen. Probeer het chanten te verdubbelen, herinner, lees, voer verering uit en alle andere toegewijde praktijken. Evalueer dagelijks jouw vooruitgang door jezelf af te vragen, “In welk stadium was mijn bhakti gisteren en wat is de stand van vandaag?” In het zakenleven maakt de winkelier ’s avonds, voordat hij de winkel sluit, de balans op om te zien of hij winst of verlies heeft gemaakt. Als er winst is, is het goed, als er verlies is, is het slecht. Als jouw bhakti niet toeneemt, moet er een lek aanwezig zijn. Volg Srila Raghunatha dasa Gosvami en glijd niet weg van de lijn van bhakti.

gurau gosthe gostalayisu sujane bhusura-gane
    sva-mantre sri-namni vraja-navayuva-dvandva-sarane
sada dambham hitva kuru ratim apurvam atitara-maye
    svantar bhratas catubhir abhiyace dhrta-padah

Sri Manah-siksa (1) door Srila Raghunatha dasa Gosvami

”O mijn beste broeder, mijn dwaze verstand! Ik pak jouw voeten vast en bid nederig met lieve woorden. Geef alsjeblieft alle trots op en ontwikkel snel sublieme en onophoudelijke rati voor Sri Gurudeva, Sri Vraja-dhama, de inwoners van Vraja, de Vaisnava’s, de brahmanas, jouw diksa-mantras, de heilige namen van Bhagavan en de toevlucht van Kisora-Kisori, Sri Sri Radha-Krsna, het eeuwig jonge, goddelijke paar van Vraja.”

Srila Raghunatha dasa Gosvami zegt, “Oh mijn broeder verstand, geef al dat valse ego op en al die wereldse verlangens. Ik bid nederig tot jou, volg mij. Je moet dagelijks de maha-mantra chanten en je moet ook ’s morgens, ’s middags en ’s avonds op de mantras mediteren, die mijn Gurudeva heeft gegeven: brahma-gayatri, guru-mantra, guru-gayatri, gaura-mantra, gopal-mantra, krsna-mantra en kama-gayatri. Laat het steeds meer toenemen en ga zonder haperen door. Als je deze principes niet volgt en je houdt gezelschap met slechte elementen, verdwijnt jouw bhakti.” Tenslotte moet je het volgende onthouden,

tan-nama-rupa-caritadi-sukirtananusmrtyoh
       kramena rasana-manasi niyojya
tisthan vraje tad-anuragi jananugami
       kalam nayed akhilam ity upadesa-saram

Upadesamrta (8)

”De kern van alle advies is voltijds – vierentwintig uur per dag – netjes chanten en Bhagavans goddelijke naam, transcendente gedaante, eigenschappen en eeuwig spel en vermaak herinneren en daarbij geleidelijk de tong en de geest betrekken. Op die manier dient men in Vraja [Goloka Vrndavana-dhama] te wonen en Krsna te dienen onder leiding van toegewijden. Men dient te volgen in het voetspoor van Krsna’s dierbare toegewijden, die diepgaand gehecht zijn aan Zijn toegewijde dienst.”

Dit is de kern van alle lessen van Srila Rupa Gosvami. Door dit te volgen wordt jouw leven een succes. Probeer altijd in Vrndavana te zijn, waar de gopas en gopis hun spel en vermaak uitvoeren, waar de Yamuna stroomt, waar Giriraja Govardhana op glorieuze wijze staat en waar Krsna nooit vertrekt. Probeer daar naartoe te gaan onder leiding van een gekwalificeerde, rasika Vaisnava in de lijn van Rupa Gosvami. Ga niet met een gewoon persoon op stap. Probeer te denken aan de heilige namen van Radha en Krsna, die Hen kwalificeert als de Istadeva’s van het gevoel, waarvoor je aspiraties hebt. Herinner de betekenis van die namen en onthoud ook jouw verbinding met Hun beminnelijke spel.

sri krsna gopala hare mukunda / govinda he nanda kisora Krsna
ha sri yasoda tanaya prasida / sri ballavi jivana radhikesa


Chant Hare Krsna, maar met een schakel naar de relatie van die namen met het lieftallige spel van Krsna. Chant deze soort namen: Sri Krsna, Gopala, Hari, Mukunda en Govinda. Maar je bent nog niet helemaal voldaan. Dan chant je, “Ha Sri Yasoda,” en iets meer, “Sri Ballavi Jivana,” en tenslotte “Radhikesa.” Dit is de hoogste naam. Als je met een smeltend hart huilt terwijl je chant, zie je dat Krsna in jouw hart zit. Verwacht niet, dat jouw zaadje in één dag een grote mangoboom wordt. In dit proces moet je chanten, herinneren, jouw Gurudeva en Vaisnava’s volgen en in gezelschap blijven van zelfgerealiseerde toegewijden. Dit is de kern van alle lessen van Sri Rupa Gosvami. Als jullie deze lessen volgen, dan gehoorzamen jullie mij, Srila Svami Maharaja, onze guru-parampara, Sri Rupa Gosvami en Sri Caitanya Mahaprabhu. Dit is het enige proces; ik ken geen ander dan dit.

Gaura premanande.

Transcribent Engels: Sulata dasi
Redacteur: Syamarani dasi
Typist: Radhika dasi



CC DEZE LEZING VALT ONDER CREATIVE COMMONS NAAMSVERMELDING-GEENAFGELEIDEWERKEN (CC BY-ND 4.0) INTERNATIONALE PUBLIEKE LICENTIE. GEBRUIK IN ZIJN GEHEEL EN ONGEWIJZIGD ONDER VERMEL-DING VAN AUTEUR, VERTALER, LICENTIE EN UITGEVERS ZOALS BESCHREVEN ONDER REFERENTIES.

Referenties
Licentie overzicht: https://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0/legalcode.nl
Auteur (spreker) Engels: Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Uitgever India: Pure Bhakti / Teachers / Bhakti Discourses, "The Vrajavasis Never Know"
Vertaling Nederlands: Jaya Radhe / Bhakti Lezingen, "De Vrajavasi's weten van niets"
Vertaler Nederlands: © 2022 Indira dasi CC BY-ND 4.0 Enkele rechten voorbehouden
Uitgever Nederland: Pro Deo Uitgever Jaya Radhe





DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF
Vorige <= Zeg jouw baan op - geen probleem
Volgende => Hoe word je vrij van woede en wraakzucht

TOP

title=""