Home

Jaiva Dharma


Śrī Śrī Guru Gaurāṅgau Jayataḥ




Hoofdstuk 23

Prameya: Sri-Nama-Tattva


Bilva-Puṣkaniṇī is een betoverend dorpje, waar de Bhagavatī Bhāgīrathī zowel in noordelijke als in westelijke richting stroomt. In een hoek van het dorp ligt een prachtig meer, dat door bael-bomen wordt omzoomd. Aan de oever van het meer staat de Bilva-pakṣa Mahādeva Tempel en daar ligt Bhavatāraṇa op een kleine afstand van de tempel prachtig gesitueerd. Het dorp Simuliyā ligt tussen Bilva-puṣkariṇī en Brāhmaṇa-puṣkariṇī in en de dorpen liggen alle drie in Navadvīpa. Er loopt een brede weg door het centrum van Bilva-puṣkariṇī en aan deze weg in noordelijke richting staat het huis van Vrajanātha.


Vijaya Kumāra had zijn zuster al vaarwel gezegd en liep een eind opweg, maar onderweg bedacht hij zich, dat het beter was, voordat hij naar huis ging, om eerst śrī-nāma-tattva van Bābājī te leren. Terwijl hij dat dacht, keerde hij terug naar Bilva-puṣkariṇī en zei tegen zijn zuster, "Ik blijf hier nog twee dagen en daarna ga ik naar huis."

Vrajanātha was heel blij om zijn moeders broer, Vijaya Kumāra, te zien terugkomen. Ze gingen samen in de Caṇḍī-maṇḍapa zitten en begonnen de instructies van Daśa-mūla te bespreken. Sūryadeva bereidde zich al voor om aan de westelijke horizon onder te gaan en de vogels vlogen snel naar hun nest terug. Juist op dat moment arriveerden er twee vaiṣṇava-sādhu's uit de Śrī Rāmānuja-sampradāya. Ze legden hun āsana neer onder een jackfruit-boom tegenover het huis van Vrajanātha, sprokkelden hier en daar wat houtjes bij elkaar en staken een vuur aan. Hun voorhoofd was met de tilaka van de Śrī Sampradāya prachtig versierd en hun gezicht straalde een sublieme vrede uit.

De moeder van Vrajanātha was heel gastvrij. Omdat ze wist, dat ze honger hadden, zocht ze allerlei voedingsmiddelen bij elkaar, zette ze voor de sādhu's neer en verzocht hen deze te koken en te eten. Ze waren tevreden en gingen hun roṭi's toebereiden. Toen Vrajanātha en Vijaya Kumāra de vredige gezichten van deze Vaiṣṇava’s zagen, liepen ze naar hen toe gingen bij hen zitten. Beide Vaiṣṇava’s waren verheugd de twaalf tilaka-tekens op hun lichaam en de tulasī-mālā's om de hals van Vrajanātha en Vijaya Kumāra te zien. Ze spreidden hun kleed verder uit en nodigden hen heel eerbiedig uit plaats te nemen.

Om hen wat beter te leren kennen, vroeg Vrajanātha, "Mahārāja, waar komt u vandaan?"

Eén van de bābājī’s antwoordde, "We komen uit Ayodhyā. We wilden al enige tijd darśana van Śrī Navadvīpa-dhāma nemen, de plaats, waar het spel van Śrī Caitanya Mahāprabhu heeft plaats-gevonden. We zijn zo gelukkig, dat we met de genade van Bhagavān vandaag in Śrī Navadvīpa-dhāma zijn aangekomen. We zouden hier graag een paar dagen willen blijven om darśana te nemen van de plaatsen van Śrīman Mahāprabhu's spel.

"U bent zeer zeker in Śrī Navadvīpa gearriveerd," zei Vrajanātha. "U zou hier vandaag wat rust kunnen nemen en darśana van Śrīman Mahāprabhu's geboorteplaats en van Śrīvāsāṅgana kunnen nemen." Toen deze twee Vaiṣṇava’s de woorden van Vrajanātha hoorden, werden ze heel zegenrijk en vreugdevol en reciteerden een śloka uit de Gītā (15.6).

yad gatvā na nivartante tad dhāma paramaṁ mama

Wanneer men naar Mijn verblijfplaats gaat, hoeft men niet meer naar deze wereld terug te keren.

"Vandaag is ons leven gezegend. We hebben de zegen ontvangen door darśana te nemen van Śrī Māyātīrtha, de belangrijkste plaats van alle zeven heilige Purī's."

Daarna dachten beide Vaiṣṇava's na over artha-pañcaka en presenteerden de gezichtspunten van Śrī Rāmānuja over deze vijf onderwerpen: sva-svarūpa, para-svarūpa, upāya-svarūpa, puruṣārtha-svarūpa en virodhī-svarūpa. Nadat ze hun uitleg over deze onderwerpen hadden vernomen, legden Vijaya Kumāra op zijn beurt tattva-traya uit, dat wil zeggen, hij sprak over Īśvara, jīva, prakṛti en hun onderlinge relaties. Na enige tijd zei hij, "Wat is de siddhānta in jullie sampradāya met betrekking tot śrī-nāma-tattva?" Vrajanātha en Vijaya Kumāra waren echter niet erg onder de indruk van het antwoord, dat de twee Vaiṣṇava’s gaven, en konden ook niet erg waarderen, wat ze zeiden.

Daarna zei Vrajanātha tegen Vijaya Kumāra, "Māmājī, na ampele overwegingen ben ik tot de slotsom gekomen, dat de jīva alleen zijn welzijn vindt door kṛṣṇa-nāma te aanvaarden; er is geen andere manier. De Heer van ons leven, Śrī Caitanya Mahāprabhu, is naar deze Māyātīrtha afgedaald om in de wereld śuddhā-kṛṣṇa-nāma te onderwijzen. De laatste instructie, die Śrī Gurudeva ons gaf, was, dat śrī-nāma de belangrijkste van alle aṅga's van bhakti is en dat we afzonderlijke moeite moeten doen om nāma-tattva te begrijpen. Laten we daarom vandaag nog gaan en proberen śrī-nāma-tattva helemaal te begrijpen." Nadat ze voor de gasten hadden gezorgd, vertrokken ze.

Het uur van sandhyā was aangebroken en de duisternis viel in. In Śrīvāsāṅgana was de sandhyā-āratī van Śrī Bhagavān begonnen en de Vaiṣṇava’s zaten op het platform onder de bakula­-boom. De bejaarde Raghunātha dāsa Bābājī zat daar ook in hun midden nāma te chanten op zijn tulasī-mālā om de tel bij te houden (saṅkhyā-pūrvaka). Vrajanātha en Vijaya Kumāra gaven sāṣṭāṅga-praṇāma aan zijn voeten en Bābājī Mahāśaya omhelsde hen en zei, "Neemt de vreugdevolle zegen van jullie bhajana toe?"

Vijaya Kumāra vouwde zijn handen en zei, "Prabhu, door uw genade gaat het met ons in alle opzichten goed. Wilt u ons nu uw zegen geven en ons vanavond instructies over nāma-tattva geven?"

Bābājī Mahārāja was heel blij en antwoordde, "Śrī Bhagavān heeft twee soorten namen: Zijn primaire namen (mukhya-nāma) en Zijn secundaire namen (gauṇa-nāma). Namen zoals de Sṛṣṭi-kartā (Schepper), Jagat-pātā (Beschermer van het universum), Viśva-niyantā (Bestuurder van het universum), Viśva-pālaka (Instandhouder van het universum) en Paramātmā (Superziel) zijn binnen de overkoepeling van de materiële geaardheden aan de schepping gerelateerd. Deze namen worden gauṇa (secundair) genoemd, omdat ze aan de guṇa's (geaardheden van de materiële natuur) zijn verbonden. Er bestaan veel van zulke gauṇa namen, inclusief de namen, zoals brahma. Hoewel hun vruchten buitengewoon groot zijn, geven ze niet gemakkelijk een transcendentaal resultaat (cit-phala).

De namen, die altijd zowel in de spirituele als in de materiële werelden aanwezig zijn, zijn spiritueel en primair. Bijvoorbeeld namen, zoals Nārāyaṇa, Vāsudeva, Janārdana, Hṛṣīkeśa, Hari, Acyuta, Govinda, Gopāla en Rāma zijn allemaal primair. Deze namen zijn aanwezig in de verblijfplaats van Bhagavān (bhagavad-dhāma) en zijn één met Zijn vorm (bhagavat-svarūpa). In de materiële wereld dansen deze namen alleen op de tong van zeer fortuinlijke lieden, die door de bhakti van deze namen worden aangetrokken. Śrī-bhagavān-nāma heeft totaal geen relatie met de materiële wereld en alle śakti's van Bhagavān's vorm (bhagavat-svarūpa) zijn in śrī-nāma aanwezig. Daarom beschikken deze namen over al deze śakti's. Ze zijn in de materiële wereld neergedaald en houden zich bezig met het vernietigen van māyā. De jīva’s hebben geen enkele vriend in deze materiële wereld behalve hari-nāma. In de Bṛhan-nāradīya Purāṇa wordt gezegd, dat hari-nāma de enige weg is.

harer nāmaiva nāmaiva nāmaiva mama jīvanam
kalau nāsty eva nāsty eva nāsty eva gatir anyathā
                                                                  Bṛhan-nāradīya Purāṇa (38.126)

Meditatie is het belangrijkste proces om perfectie te bereiken in Satya-yuga; yajña (offers) in Tretā-yuga; en arcana (verering van het Godsbeeld) in Dvāpara-yuga. Maar in Kali-yuga is hari-nāma mijn enige leven, hari-nāma is mijn enige leven, hari-nāma is mijn enige leven. In Kali-yuga is er behalve śrī-hari-nāma geen andere weg, geen andere weg, geen andere weg.

Hari-nāma heeft een oneindig grote en wonderbaarlijke śakti, die alle vormen van zonden in een oogwenk teniet kan doen.

aveśenāpi yan-nāmni kīrttite sarva-pātakaiḥ
pumān vimucyate sadyaḥ siṁha-trastair mṛgair iva
                                                               Garuḍa Purāṇa (232.12)

Iemand, die is verzonken in de kīrtana van Śrī Nārāyaṇa, wordt in één keer van al zijn zonden bevrijd. Ze vluchten van hem weg als bange herten, die het brullen van een leeuw hebben gehoord.

Als je je toevlucht neemt tot śrī-hari-nāma, verdwijnt al je ellende en verdwijnen alle soorten ziekten.

ādhayo vyādhayo yasya smaraṇān nāma-kīrttanāt
tadaiva vilayaṁ yānti tam anantaṁ namāmy aham
                                                                      Skanda Purāṇa

Ik geef mijn eerbetuigingen aan de allerhoogste Heer, die bekend staat als Anantadeva. Door aan Hem te denken en Zijn naam te chanten verdwijnen alle soorten kwalen en ellende volkomen.

Iemand, die hari-nāma uitvoert, zuivert zijn familie, zijn samenleving en de hele wereld.

mahāpātaka-yukto'pi kīrttayann aniśaṁ harim
śuddhāntaḥ karaṇo bhūtvā jāyate paṅkti-pāvanaḥ
                                                                   Brahmāṇḍa Purāṇa

Zelfs al is men erg zondig, indien men constant hari-nāma uitvoert, wordt het hart zuiver, verkrijgt men de status van de tweemaal geborene en zuivert men de hele wereld.

Iemand, die is toegewijd aan śrī-hari-nāma, wordt verlicht van alle verdriet, van alle verstoringen en van alle vormen van ziekten.

sarva-rogopaśamaṁ sarvopadrava-nāśanam
śānti-daṁ sarva-riṣṭānāṁ harer nāmānukīrttanam
                                                                   Bṛhad-viṣṇu Purāṇa

Wanneer men śrī-hari-nāma uitvoert, verdwijnen alle soorten kwalen, worden alle soorten verstoringen getemperd, worden alle vormen van obstakels vernietigd en krijgt men de allerhoogste vrede.

De degenererende kwaliteiten van Kali kunnen degene, die śrī-hari-nāma chant, niet aantasten.

hare keśava govinda vāsudeva jaganmaya
itīrayanti ye nityaṁ na hi tān bādhate kaliḥ
                                                      Bṛhan-nāradīya Purāṇa

Kali kan geen hindernis opwerpen tegen degenen, die constant kīrtana uitvoeren en chanten, "O Hare! O Govinda! O Keśava! O Vāsudeva! O Jaganmaya!" – zelfs niet gedurende een enkel ogenblik.

Iemand, die śrī-hari-nāma hoort, wordt uit de hel bevrijd.

yathā yathā harer nāma kīrttayanti sma nārakāḥ
tathā tathā harau bhaktim udvahanto divaṁ yayuḥ
                                                                 Nṛsiṁha-tāpanī

Zelfs als de inwoners van de hel hari-nāma chanten, krijgen ze hari-bhakti en gaan ze de goddelijke verblijfplaats binnen.

Het chanten van hari-nāma vernietigt prārabdha-karma (de resultaten van vrome of niet-vrome activiteiten uit het verleden, die nu vrucht dragen).

yan nāmadheyaṁ mṛiyamāṇa āturaḥ
patan skhalan vā vivaśo gṛṇan pumān
vimukta-karmārgala uttamāṁ gatiṁ
prāpnoti yakṣyanti na taṁ kalau janāḥ
                                                           Śrīmad-Bhāgavatam (12.3.44)

Als een mens in al zijn hulpeloosheid op het moment van de dood, in een penibele toestand, of wanneer hij valt of uitglijdt, slechts één naam van Śrī Bhagavān chant, wordt alle gebondenheid aan zijn karma vernietigd en bereikt hij het hoogste doel. Maar alas! Onder invloed van Kali-yuga vereren de mensen Hem niet.

Hari-nāma-kīrtana is glorieuzer en heilzamer dan de studie van de veda's.

mā ṛco mā yajus tāta mā sāma paṭha kiñcana
govindeti harer nāma geyaṁ gāyasva nityaśaḥ
                                                                 Skanda Purāṇa

Er is geen noodzaak de Ṛg, Sāma en Yajur Veda's, enzovoort, te bestuderen en te onderwijzen. Voer eenvoudig onafgebroken saṅkīrtana van Śrī Hari's Nāma, Govinda, uit.

tīrtha-koṭi-sahasrāṇi tīrtha-koṭi-śatāni ca
tāni sarvāṇy avāpnoti viṣṇor nāmāni kīrttanāt
                                                             Skanda Purāṇa

Kīrtana van Śrī Viṣṇu's namen geeft alle resultaten van het bezoek aan miljoenen tīrtha's.

Zelfs een zwak schijnsel van hari-nāma (hari-nāmābhāsa) geeft oneindig veel meer resultaten, dan allerlei soorten sat-karma (baatzuchtig vrome activiteiten).

go-koṭi-dānaṁ grahaṇe khagasya
prayāga-gaṅgodaka kalpa-vāsaḥ
yajñāyutaṁ meru-suvarṇa-dānaṁ
govinda-kīrter na samaṁ śatāṁśaiḥ

Men kan op de dag van een zonsverduistering koeien in liefdadigheid schenken; men kan gedurende een kalpa in Prayāga op de oevers van de Gaṅgā blijven zitten; of men kan een berg goud, die zo hoog is als Sumeru, aan liefdadige doelen doneren. Toch kunnen deze vrome activiteiten niet opwegen tegen een honderdste deel van śrī-govinda-kīrtana.

Hari-nāma kan allerlei soorten gunsten (artha) toekennen.

etat ṣaḍ-varga-haraṇaṁ ripu-nigrahaṇaṁ param
adhyātma-mūlam etad dhi viṣṇor nāmānukīrttanam
                                                                  Skanda Purāṇa

Saṅkīrtana van Śrī Viṣṇu's namen overwint de zes zintuigen en de zes vijanden (te beginnen met kāma en krodha) en is de bron van kennis over het Allerhoogste Zelf.

Hari-nāma is vol van alle śakti.

dāna-vrata-tapas-tīrtha-kṣetrādīnañ ca yāh sthitāḥ
śaktayo deva mahatāṁ sarva-pāpaharāḥ śudhāḥ
rājasūyāśvamedhānāñ jñāna-sādhyātma-vastunaḥ
ākṛṣya hariṇā sarvāḥ sthāpitā sveṣu nāmasu
                                                                 Skanda Purāṇa

Er zijn zoveel heilzame kwaliteiten in liefdadigheid (dāna), geloften (vrata), soberheid (tapa), de heilige plaatsen (tīrtha-kṣetra's), de devatā's, allerlei soorten boetedoening, het totaal van alle vermogens (śakti's), de Rājasūya en Aśvamedha offers en in het doel der kennis over de identiteit van het zelf (jñāna-sādhya van ātma-vastu). Śrī Hari heeft echter al deze vermogens verzameld en ze in Zijn eigen namen ondergebracht.

Śrī-hari-nāma geeft zegen aan de hele wereld.

sthāne hṛṣīkeśa tava prakīrttyā / jagat prahṛṣyaty anurajyate ca
                                                                                  Bhagavad-Gītā (11.36)

O Hṛṣīkeśa, de wereld wordt verblijd bij het horen van de kīrtana van Jouw naam en faam en daardoor raakt iedereen aan Jou gehecht.

Iemand, die śrī-hari-nāma chant, is het waard in de wereld te worden vereerd.

nārāyaṇa jagannātha vāsudeva janārdana
itīrayanti ye nityaṁ te vai sarvatra vanditāḥ
                                                            Bṛhan-nāradīya Purāṇa

Degenen, die altijd kīrtana uitvoeren en chanten, "O Nārāyaṇa! O Jagannātha! O Vāsudeva! O Janārdana!" worden overal in de wereld vereerd.

Śrī-hari-nāma is de enige methode voor degenen zonder andere weg.

ananya-gatayo marttyā bhogino' pi parantapāḥ
jñāna-vairāgya-rahitā brahmacaryādi-varjitāḥ
sarva-dharmojjhitāḥ viṣṇor nāma-mātraika-jalpakāḥ
sukhena yāṁ gatiṁ yānti na taṁ sarve' pi dhārmikaḥ
                                                                       Padma Purāṇa

Degenen, die eenvoudig kīrtana van Śrī Viṣṇu's naam uitvoeren, kunnen dat doen, omdat ze geen andere hulp hebben en in lustbevrediging zijn verzonken. Ze kunnen anderen overlast veroorzaken, ze kunnen verstoken zijn van het celibaat en andere deugden en ze kunnen zich buiten alle dharma bevinden. Toch kan de bestemming, die hen wacht, niet worden bereikt door alle verzamelde pogingen van religieuze lieden.

Hari-nāma kan te allen tijde en onder alle omstandigheden worden uitgevoerd.

na deśa-niyamas tasmin na kāla-niyamas tathā
nocchiṣṭādau niṣedho' sti śrī-harer nāmni lubdhaka
                                                                Viṣṇu-dharmottara

O jij, die begerig is naar śrī-hari-nāma, er zijn geen regels voor tijd en plaats van de kīrtana van śrī-hari-nāma. Hari-nāma-kīrtana kun je in iedere conditie uitvoeren, of je nu schoon bent of vuil, bijvoorbeeld, als je na het eten geen schone mond hebt.

Hari-nāma geeft mukti beslist heel gemakkelijk weg aan iemand, die ernaar verlangt.

nārāyaṇācyutānanta-vāsudeveti yo naraḥ
satataṁ kīrttayed bhuvi yāti mal-layatāṁ sa hi
                                                                Varāha Purāṇa

De persoon, die over de aarde zwerft en altijd de namen Nārāyaṇa, Ananta, Acyuta en Vāsudeva chant, zal met Mij meegaan naar Mijn planeet.

kiṁ kariṣyati sāṅkhyena kiṁ yogair nara-nāyaka
muktim icchasi rājendra kuru govinda-kīrttanam
                                                                   Garuḍa Purāṇa

O beste der mensen, welk voordeel haal je uit de studie van sāṅkhya-filosofie of de beoefening van aṣṭāṅga-yoga? O Koning, als je bevrijding wenst, voert dan gewoon Śrī Govinda's kīrtana uit.

Hari-nāma stelt de jīva’s in staat om Vaikuṇṭha te bereiken.

sarvatra sarva-kāleṣu ye'pi kurvanti pātakam
nāma-sankīrttanaṁ kṛtvā yānti viṣṇoḥ paraṁ padam
                                                                          Nandī Purāṇa

Zelfs iemand, die zich aan zondige activiteiten heeft schuldig gemaakt, bereikt altijd en overal de allerhoogste verblijfplaats van Viṣṇu, indien hij nāma-saṅkīrtana uitvoert.

Het chanten van hari-nāma is de allerbeste manier om Śrī Bhagavān een plezier te doen.

nāma-saṅkīrttanaṁ viṣṇoḥ kṣut-tṛṭ-prapīḍitādiṣu
karoti satataṁ viprās tasya prīto hy adhokṣajaḥ
                                                                 Bṛhan-nāradīya Purāṇa

O brāhmaṇa’s ! Adhokṣaja Viṣṇu blijft heel tevreden met degenen, die onafgebroken saṅkīrtana van Viṣṇu's naam uitvoeren, zelfs wanneer ze worden geteisterd door honger en dorst.

Hari-nāma bevat de śakti, waarmee Śrī Bhagavān kan worden overwonnen.

ṛṇam etat pravṛddhaṁ me hṛdayāṅ nāsarpati
yad-govindeti cukrośa kṛṣṇā māṁ dūra-vāsinam
                                                                           Mahābhārata

Toen Ik ver van Draupadī was verwijderd, riep ze Me aan, " Govinda!" Ik voel Me heel erg aan haar ontredderde noodkreet schuldig en Ik ben tot op heden niet in staat geweest dat schuldgevoel uit Mijn hart te zetten.

Hari-nāma is de puruṣārtha (allerhoogste levensdoel) voor de jīva’s.

idam eva hi māṅgalyam etad eva dhanārjanam
jīvitasya phalañ caitad yad dāmodara-kīrttanam
                                                 Skanda en Padma Purāṇa's

Kīrtana van Dāmodara is zeer zeker de oorzaak van alle heil en de bron van ware rijkdom. Het enige voordeel van het leven is zulke kīrtana uit te voeren.

Hari-nāma-kīrtana is de beste van alle verschillende vormen van bhakti-sādhana.

agha-cchit-smaraṇaṁ viṣṇor bahv-āyāsena sādhyate
oṣṭha-spandana-mātreṇa kīrttanaṁ tu tato varam
                                                              Vaiṣṇava-cintāmaṇi

Śrī-visnu-smaraṇam vernietigt alle zonden, maar wordt slechts na vele pogingen bereikt. Viṣṇu-kīrtana daarentegen is superieur, want hetzelfde heil wordt bereikt door eenvoudig śrī-nāma op de lippen te laten vibreren.

yad-abhyarcya hariṁ bhaktyā kṛte kratu-śatair api
phalaṁ prāpnoty avikalaṁ kalau govinda-kīrttanam

Hetzelfde totale voordeel, dat wordt verkregen door honderden yajña's in Satya-yuga uit te voeren, kan in Kali-yuga worden bereikt door kīrtana van Śrī Govinda's namen uit te voeren.

kṛte yad dhyāyato viṣṇuṁ tretāyāṁ yajato makhaiḥ
dvāpare paricaryāyāṁ kalau tad dhari-kīrttanāt
                                                      Śrīmad-Bhāgavatam (12.3.52)

Het eenvoudig uitvoeren van kīrtana van Śrī Hari's Nāma in Kali-yuga geeft dezelfde resultaten als die, welke worden bereikt door het mediteren op Bhagavān in Satya-yuga, Hem met grote yajña's te vereren in Tretā-yuga en door formele verering van het Godsbeeld in Dvāpara-yuga.

Vijaya: Prabhu, ik ben vol vertrouwen, dat hari-nāma volkomen spiritueel is, maar om alle twijfels met betrekking tot nāma-tattva weg te nemen is het toch noodzakelijk te begrijpen hoe śrī-hari-nāma spiritueel kan zijn, omdat het is gecomponeerd uit lettergrepen (die schijnbaar materieel zijn). Wilt u dit punt alstublieft verhelderen?

Bābājī: De svarūpa (natuur en vorm) van śrī-nāma is uitgelegd in de Padma Purāṇa.

nāma cintāmaṇiḥ kṛṣṇaś caitanya-rasa-vigrahaḥ
pūrṇaḥ śuddho nitya-mukto 'bhinnatvān nāma-nāminoḥ

Śrī-kṛṣṇa-nāma is cintāmaṇi-svarūpa. Dit betekent, dat hij het allerhoogste levensdoel en al het transcendentale, goede geluk toekent. Dit komt, omdat śrī-hari-nāma niet-verschillend is van Hem, die śrī-nāma bezit. Om dezelfde reden is śrī-divya-nāma precies die vorm van zoete smaken (caitanya-rasa-svarūpa) en is volkomen, zuiver, en eeuwigdurend vrij van contact met māyā.

Śrī-nāma en śrī-nāmī (Hij die śrī-nāma bezit) zijn in tattva niet-verschillend. Daarom heeft śrī-kṛṣṇa-nāma alle spirituele kwaliteiten, die in Kṛṣṇa Zelf, de bezitter van śrī-nāma, aanwezig zijn. Śrī-nāma is altijd de volkomen waarheid en heeft geen contact met domme materie. Hij is eeuwigdurend vrij, want Hij wordt nimmer door materiële modes gebonden. Śrī-kṛṣṇa-nāma is Kṛṣṇa Zelf en dat is de reden, waarom Hij de verpersoonlijkte vorm is van de totale rijkdom aan transcendentale smaken. Śrī-hari-nāma is een edelsteen der wensen (cintāmaṇi) en kan daarom alles toestaan, wat je van Hem verlangt.

Vijaya: Hoe kunnen de lettergrepen van śrī-hari-nāma hoger zijn dan het gebied van de illusoire, materiële werelden?

Bābājī: Hari-nāma heeft in de materiële wereld geen geboorte genomen. De bewuste jīva is als een vonk en is gekwalificeerd om hari-nāma uit te spreken, wanneer hij in zijn zuivere, spirituele vorm is gesitueerd. Hij kan met zijn materiële zintuigen, die aan māyā zijn gebonden, echter geen zuivere hari-nāma uitvoeren. Wanneer de jīva de zegen van de hlādinī-śakti krijgt, begint de realisatie van zijn svarūpa en tegen die tijd treedt śuddhā-nāma op. Als śuddhā-nāma verschijnt, daalt Hij genadevol neer in het mentale vermogen en danst op de tong, die door de beoefening van bhakti is gezuiverd. Śrī-hari-nāma is geen reeks letters, maar als Hij op de materiële tong danst, wordt Hij in de vorm van letters manifest; dat is het geheim van kṛṣṇa-nāma.

Vijaya: Welke naam het de zoetst van alle primaire, heilige namen?

Bābājī: De Śata-nāma-stotra zegt,

viṣṇor ekaikaṁ nāmāpi sarva-vedādhikaṁ matam
tādṛk-nāma sahasreṇa rāma-nāma-samaṁ smṛtam

Het chanten van één naam van Viṣṇu geeft meer voordeel dan de studie van alle veda's en één naam van Rāma is gelijk aan duizend namen (sahasra-nāma) van Viṣṇu.

En weer in de Brahmāṇḍa Purāṇa staat,

sahasra-nāmnāṁ puṇyānāṁ trir āvṛttyā tu yat phalam
ekāvṛttyā tu kṛṣṇasya nāmaikaṁ tat prayacchati

Als men śrī-kṛṣṇa-nāma slechts éénmaal uitspreekt, krijgt men hetzelfde resultaat als datgene, wat men oogst door driemaal de zuivere viṣṇu-sahasra-nāma te chanten.

De strekking is, dat duizend namen van Viṣṇu gelijk zijn aan één naam van Rāma en dat drieduizend namen van Viṣṇu – of drie namen van Rāma – gelijk zijn aan één naam van Kṛṣṇa. Eénmaal Kṛṣṇa's naam chanten geeft hetzelfde resultaat als driemaal Rāma's naam chanten.

Śrī-kṛṣṇa-nāma is volstrekt de allerhoogste naam. Daarom moeten we de instructies volgen van de Heer van ons leven, Śrī Gaurāṅga Sundara, en altijd śrī-nāma nemen, zoals Hij Hem heeft gegeven: Hare Kṛṣṇa, Hare Kṛṣṇa, Kṛṣṇa Kṛṣṇa, Hare Hare, Hare Rāma, Hare Rāma, Rāma Rāma, Hare Hare.

Vijaya: Hoe is het proces van hari-nāma-sādhana?

Bābājī: Je dient voortdurend hari-nāma uit te voeren door de namen netjes op een tulasī-mālā te tellen, of als je die niet hebt, kun je op je vingers tellen. Je moet altijd ver verwijderd blijven van overtredingen. De vrucht van śrī-hari-nāmakṛṣṇa-prema – wordt verkregen door śuddhā-nāma te chanten. De bedoeling van het bijhouden van de telling is, opdat de sādhaka weet, of zijn beoefening van śrī-hari-nāma toeneemt of afneemt. Tulasī-devī is door Hari erg geliefd, dus door haar aan te raken bij het nemen van hari-nāma geeft hari-nāma meer voordeel. Als je nāma praktiseert, dient je te weten, dat śrī-kṛṣṇa-nāma niet-verschillend is van Zijn svarūpa (eeuwig intrinsieke vorm).

Vijaya: Prabhu, er zijn negen of vierenzestig verschillende aṅga's van sādhana, maar het chanten van śrī-hari-nāma is er maar één. Als je altijd nāma praktiseert, hoe houd je dan tijd over voor de andere vormen van sādhana?

Bābājī: Dat is niet moeilijk. De vierenzestig verschillende aṅga's van bhakti liggen allemaal besloten in het negenvoudige proces van bhakti. De negen aṅga's van bhakti, hetzij in de verering (arcana) van śrī-mūrti (het Godsbeeld), hetzij in nirjana-sādhana, kunnen overal worden uitgevoerd. Door eenvoudig zuiver te horen, te chanten en śrī-kṛṣṇa-nāma te herinneren onder het aangezicht van śrī-mūrti heb je nāma-sādhana voltooid. Waar geen mūrti is, kun je eenvoudig de mūrti herinneren en sādhana voor die mūrti uitvoeren met de onderdelen van navadhā (negenvoudige) bhakti in de vorm van het horen en chanten van śrī-nāma, enzovoort. Iemand, met voldoende geluk om speciale ruci voor nāma op te brengen, voert altijd nāma-kīrtana uit. Dus hij voert automatisch alle aṅga's van bhakti uit. Śrī-nāma-kīrtana is het krachtigst van alle negen processen van sādhana: śravaṇam kīrtanam, enzovoort. Tijdens kīrtana zijn alle andere aṅga's aanwezig, hoewel ze niet zichtbaar zijn.

Vijaya: Hoe is het mogelijk om continu nāma-saṅkīrtana uit te voeren?

Bābājī: Continue nāma-kīrtana betekent kīrtana van śrī-hari-nāma te allen tijde uitvoeren, terwijl je zit, opstaat, eet, of werkt, behalve wanneer je slaapt. In nāma-sādhana bestaat geen verbod met betrekking tot tijd, plaats, omstandigheid of reinheid. Dat betekent, dat je je in een zuivere of onzuivere conditie kunt bevinden.

Vijaya: Oh, de genade van nāma-bhagavān is onbegrensd, maar we koesteren geen hoop om Vaiṣṇava’s te worden, totdat u ons uw genade geeft en ons de kracht geeft om nāma onafgebroken te chanten.

Bābājī: Ik heb eerder uitgelegd, dat er drie soorten Vaiṣṇava’s zijn: kaniṣṭha, madhyama en uttama.  Śrī Caitanya Mahāprabhu vertelde aan Satyarāja Khān, dat iedereen, die kṛṣṇa-nāma neemt, een Vaiṣṇava is. Iemand, die constant kṛṣṇa-nāma neemt is een madhyama-vaiṣṇava en een uttama-vaiṣṇava is degene, wiens aanblik veroorzaakt, dat kṛṣṇa-nāma spontaan in je mond verschijnt. Aangezien jullie af en toe kṛṣṇa-nāma met vertrouwen nemen, hebben jullie nu al de positie van een Vaiṣṇava bereikt.

Vijaya: Vertelt u ons alstublieft, wat we nog meer moeten weten over śuddhā-kṛṣṇa-nāma.

Bābājī: Śuddhā-kṛṣṇa-nāma is kṛṣṇa-nāma, die is opgetreden door onverdeelde bhakti, welke op zijn beurt voortkomt uit vol vertrouwen. Anders wordt het chanten van śrī-nāma ofwel ervaren als nāmābhāsa, dan wel als nāma-aparādha.

Vijaya: Prabhu, moeten we hari-nāma begrijpen als sādhya (het doel), of als sādhana (het middel)?

Bābājī: Wanneer je hari-nāma in de loop van sādhana-bhakti neemt, kan hij nāma sādhana worden genoemd. Maar, wanneer de bhakta hari-nāma in de loop van bhāva-bhakti of prema-bhakti neemt, is die manifestatie van śrī-hari-nāma sādhya-vastu, of het doel en object van de beoefening. De sādhaka’s bewerkstelliging van de samentrekking of expansie van śrī-hari-nāma hangt af van zijn niveau van bhakti.

Vijaya: Is er verschil in ervaring tussen kṛṣṇa-nāma en kṛṣṇa-svarūpa?

Bābājī: Nee, er is geen verschil in ervaring, maar je mag het vertrouwelijke geheim wel weten, dat kṛṣṇa-nāma genadevoller is dan kṛṣṇa-svarūpa. Kṛṣṇa's svarūpa (vorm) vergeeft geen enkele overtreding, die tegen Hem is gemaakt, maar kṛṣṇa-nāma vergeeft zowel overtredingen tegen de svarūpa als overtredingen tegen Hemzelf. Als je nāma neemt, dient je de nāma-aparādha's heel goed te kennen en te trachten te vermijden, want je kunt geen śuddhā-nāma chanten, totdat je stopt met het maken van overtredingen. Als jullie de volgende keer komen, bespreken we nāma-aparādha.

Toen Vrajanātha en Vijaya Kumāra over de glorie van nāma en nāma-svarūpa-tattva hadden gehoord, namen ze het stof van Śrī Gurudeva's voeten en keerden langzaam naar Bilva-puṣkariṇī terug.

 

Aldus eindigt het Drieëntwintigste Hoofdstuk van Jaiva Dharma getiteld
"Prameya: Śrī-nāma-tattva"

 

Nederlandse vertaling: 2006-2017 Indirā dāsī
Publicatie: www.jayaradhe.nl


_______________________________________________________


Vorige: Hoofdstuk 22 – "Prameya: Prayojana-Tattva"

Volgende: Hoofdstuk 24 – "Prameya: Nama-Aparadha"

Inhoud: Inhoud



Top

© 2017 Jayaradhe.nl