Home


Jaiva Dharma


Publicaties - Jaiva Dharma - Parampara - Lezingen

Artikelen - Philosophy - Transcendence - Videos


Śrī Śrī Guru Gaurāṅgau Jayataḥ



Bhaktivinoda BOEK:  J A I V A - D H A R M A   -  ONLINE
"Jaiva Dharma - Onze eeuwige natuur"
EEN SPIRITUELE ROMAN
Oorspronkelijke titel: "Jaiva Dharma - Our Eternal Nature"
Publisher: Gaudiya Vedanta Publications 2001-2010
Auteur: Srila Bhaktivinoda Thakura (Hindi)
Engelse vertaling en commentaar: Srila BV Narayana Maharaja (Engels)

Nederlandse vertaling: 2006-2017 Indirā dāsī
Publicatie: www.jayaradhe.nl


______________________________________________________


Inhoud


Voorwoord door Sri Srimad Bhaktivedanta Narayana Gosvami Maharaja
Inleiding door Sri Srimad Bhakti Prajnana Kesava Gosvami Mararaja
Hoofdstuk  1 - De eeuwige en tijdelijke dharmas van de jiva
Hoofdstuk  2 - De nitya-dharma van de jiva is zuiver en eeuwig
Hoofdstuk  3 - Naimittika-dharma dient te worden opgegeven
Hoofdstuk  4 - Vaisnava-dharma is nitya-dharma
Hoofdstuk  5 - Vaidhi-bhakti is nitya, niet naimittika-dharma
Hoofdstuk  6 - Nitya-dharma, ras en klasse
Hoofdstuk  7 - Nitya-dharma en het materiŽle bestaan
Hoofdstuk  8 - Nitya-dharma en Vaisnava-etiquetten
Hoofdstuk  9 - Nitya-dharma, materiŽle wetenschap & civilisatie
Hoofdstuk 10 - Nitya-dharma en geschiedenis
Hoofdstuk 11 - Nitya-dharma en afgodenverering
Hoofdstuk 12 - Nitya-dharma, Sadhana & Sadhya
Hoofdstuk 13 - Pramana en het begin van Prameya
Hoofdstuk 14 - Prameya: Sakti-Tattva
Hoofdstuk 15 - Prameya: Jiva-Tattva
Hoofdstuk 16 - Prameya: Jivas door Maya bezeten
Hoofdstuk 17 - Prameya: de Jiva's bevrijding van Maya
Hoofdstuk 18 - Prameya: Bhedabheda-Tattva
Hoofdstuk 19 - Prameya: Abhidheya-Tattva
Hoofdstuk 20 - Prameya: Abhidheya - Vaidhi-Sadhana-Bhakti
Hoofdstuk 21 - Prameya: Prameya: Abhidheya - Raganuga-Sadhana-Bhakti
Hoofdstuk 22 - Prameya: Abhidheya - Raganuga-Sadhana-Bhakti
Hoofdstuk 23 - Prameya: Sri-Nama-Tattva
Hoofdstuk 24 - Prameya: Nama-Aparadha
Hoofdstuk 25 - Prameya: Namabhasa
Hoofdstuk 26 - Inleiding tot Rasa-Tattva
Hoofdstuk 27 - Rasa-Tattva: Sattvika-Bhava, Vyabhicari-Bhava & Raty-Abhasa
Hoofdstuk 28 - Rasa-Tattva: Mukhya-Rati
Hoofdstuk 29 - Rasa-Tattva: Anubhavas in Santa, Dasya & Sakhya Rasas
Hoofdstuk 30 - Rasa-Tattva: Anubhavas in Vatsalya & Madhura-Rasas
Hoofdstuk 31 - Madhura-Rasa: Krsna's Svarupa, de Nayaka & Svakiya-Nayikas
Hoofdstuk 32 - Madhura-Rasa: Parakiya-Nayikas
Hoofdstuk 33 - Madhura-Rasa: Sri Radha's Svarupa, vijf typen Sakhis & Koeriers
Hoofdstuk 34 - Madhura-Rasa: verschillende categorieŽn Sakhis
Hoofdstuk 35 - Madhura-Rasa: Uddipana
Hoofdstuk 36 - Madhura-Rasa: Sthayibhava & de stadia van Rati
Hoofdstuk 37 - Srngara-Rasa: Srngara Svarupa & Vipralambha
Hoofdstuk 38 - Srngara-Rasa: Mukhya-Sambhoga & Asta-Kaliya-Lila
Hoofdstuk 39 - Het binnengaan van de Lila
Hoofdstuk 40 - Het bereiken van Prema, de opperste rijkdom
Hoofdstuk 41 - Epiloog door Srila Bhaktivinoda Thakura
Verklarende woordenlijst
Lijst van Persoonsnamen
Lijst van Plaatsnamen


_______________________________________________________


Voorwoord


N.M.Narayana Door Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Narāyāṇa Gosvāmī Mahārāja

Ik ben verheugd, dat de Gauḍīya Vedānta Samitiís derde HindiŽditie van Jaiva-Dharma nu aan het publiek wordt aangeboden. Deze uitgave heeft mijn wens vervuld, want ik vond het zorgwekkend, dat dit boek niet beschikbaar was in de nationale taal, het Hindi.

De oorspronkelijke, Bengaalse Jaiva-Dharma is voor alle Bengaals sprekende Vaiṣṇavaís een ornament van onschatbare waarde. De auteur, Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura, is een vertrouwelijke metgezel van ŚrīCaitanya Mahāprabhu en wordt ook wel de Zevende Gosvāmī genoemd. Hij heeft in de moderne vaiṣṇavagemeenschap een nieuwe, krachtrige vloedgolf van de heilige Ganges van onvermengde bhakti geÔnitieerd, die Svayaṁ Bhagavān Śrī Caitanya Mahāprabhu openbaarde. Ṭhākura Bhaktivinoda schreef meer dan honderd boeken over bhakti in diverse talen en Jaiva-Dharma heeft een nieuwe tijdperk ingeluid in de wereld van filosofie en religie.

Deze uitgave in Hindi werd tot stand gebracht onder leiding van mijn eerwaarde heilige meester, ŚrīGurupāda-padma Oṁ Viṣṇupāda 108 ŚrīŚrīmad Bhakti PrajŮāna Keśava Gosvāmī Mahārāja. Hij is de hoeder van de ŚrīBrahma-Madhva-Gauḍīya Sampradāya en heeft de diepste wens vervuld van Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura, Śrīla Gaura-kiśora dāsaBābājī Mahārāja, en Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Ṭhākura. Hij is een ācārya in de lijn van de geestelijke erfopvolging afkomstig van ŚrīCaitanya Mahāprabhu en is de Stichter-Ācārya van de ŚrīGauḍīya Vedānta Samiti met al zijn afdelingen, die zich door heel India verspreiden. Hoewel ik geheel onbekwaam ben en in alle opzichten incompetent, was ik door zijn grondeloze, oneindige genade, inspriratie en directe leiding in staat dit boek te vertalen, dat vol staat met exacte filsofie en diepgaande en vertrouwelijke waarheden met betrekking tot de verering van Bhagavān.

In deze vertaling heb ik getracht zoveel mogelijk de lovenswaardige filosofie en uiterst ingewikkelde en subtiele stemmingen met betrekking tot de analyse van rasa in tact te laten. Ik heb mijn uiterste best gedaan om deze zaken in heldere en gemakkelijk te begrijpen taal uit te drukken. De lezers mogen beoordelen in hoeverre ik in deze poging ben geslaagd. Welke waarde er in deze onderneming ook zijn moge, het is uitsluitend te danken aan de lotusvoeten van ŚrīGuru.

De hindivertaling van Jaiva-Dharma werd eerst gepubliceerd in het maandblad ŚrīBhāgavat-patrikā in een serie artikelen verspreid over zes jaar. De trouwe lezers waardeerden dit zeer en verzochten me herhaaldelijk het als een boek uit te geven. Onze tweede uitgave van Jaiva-Dharma verscheen in boekvorm voor het trouwe Hindi sprekende publiek en voor het plezier van de zuivere toegewijden. Deze oplage was erg snel uitgeput, zodat er een derde editie werd aageboden om aan de enorme belangstelling en vraag van de lezers te voldoen.

Mijn meest geŽerde, heilige meester, Śrī Ācāryadeva, heeft in zijn redactionele voorwoord een uitgebreide inleiding over de unieke eigenschappen van het boek, zijn auteur en andere belangrijke onderwerpen gegeven. Ik kan echter mijn enthousiasme niet bedwingen om zelf een paar woorden over dit onderwerp toe te voegen. Ik smeek de lezers om zijn inleiding met ernstige belangstelling te bestuderen alvorens dit boek te lezen en ik heb er vast vertrouwen in dat, door dit te doen, zij heldere begeleiding ontvangen voor de wijze, waarop ze de waarheid van de allerhoogste realiteit moeten binnengaan.

Het woord jaiva-dharma verwijst naar de dharma van de jīva, of de grondrechtelijke functie van het levende wezen. Uiterlijk schijnen mensen verschillende religies te hebben volgens de classificaties van hun land, kaste, ras, enzovoort. De wezenlijke naturen van mensen, zoogdieren, vogels, wormen, insecten en andere levende wezens lijken ook gevarieerd te zijn. Maar in werkelijkheid hebben alle levende wezens in het hele universum slechts een enkel, eeuwig, onveranderlijk dharma. Jaiva-Dharma geeft een fascinerende en diepgaande beschrijving van deze dharma, die eeuwig en overal van toepassing is in alle tijdperken en voor alle levende wezens. Dit boek staat vol met een uiterst beknopte vorm van de essentie van de uitermate diepe en vertrouwelijke onderwerpen uit de Veda's, Vedānta, Upaniṣaden, Śrīmad-Bhāgavatam, Purāṇa's, Brahma-sūtra, Mahābhārata, Itihāsa's, PaŮcarātra, Ṣaṭ-sandarbha's, Śrī Caitanya-caritāmṛta, Bhakti-rasāmṛta-sindhu, Ujjvala-nīlamaṇi en andere voorbeeldige śāstraís. Het is bovendien geschreven in de vorm van een smaakvol, onderhoudend en gemakkelijk te volgen roman.

Jaiva-Dharma geeft een ongekend scherpe analyse van een aantal vitale onderwerpen, zoals bhagavata-tattva (de waarheid met betrekking tot Śrī Bhagavān); jīvaĖtattva (de waarheid met betrekking tot de jīvaís); śakti-tattva (de waarheid met betrekking tot Bhagavān's vermogens);de geconditioneerde en bevrijde staat van de jīva's; een vergelijkende studie van de aard van karma, jŮāna en bhakti; een samenvattende en betekenisvolle discussie over de onderscheiden eigenschappen van gereguleerde en spontane toegewijde dienst (vaidhī en rāgānugā-bhakti); en de opperste uitzonderlijkheid van śrī-nāma-bhajana. Al deze onderwerpen worden besproken in termen van sambhandha, abhidheya en prayojana.

Voorafgaand aan de Bengaalse uitgave van Jaiva-Dharma gepubliceerd door de Gauḍīya Vedānta Samiti, waren alle edities van Jaiva-Dharma uitgegeven door Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura, Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Prabhupāda, en de daarop volgende Gauḍīya Vaiṣṇava ācārya's in hun lijn, voorzien van het derde deel over rasa-vicāra. Wegens bijzondere redenen echter heeft onze meest eerwaarde heilige meester, Śrīla Gurupāda-padma, een uitgave gepubliceerd, die alleen de eerste twee delen van het boek bevatten over nitya-naimittika-dharma en sambhandha, abhidheya en prayojana. Hij publiceerde niet het derde deel van het boek, dat handelt over rasa-vicāra (een gedetaileerde beschouwing van de vertrouwelijke, transendentale, zoete smaken van bhakti).

Later echter, toen de ŚrīKeśava Gauḍīya Maṭha zich midden in het proces van publicatie bevond van de Hindiuitgave uit Mathurā, heeft Śrīla Gurupāda-padma het hele boek persoonlijk herzien. In zijn inleiding bij deze uitgave gaf hij de lezers zeer duidelijke instructies mee om eerst na te gaan of zij eigenlijk bekwaam genoeg zijn voor dit werk, of niet, om pas daarna zorgvuldig met hun studie van het derde deel over rasa-vicāra aan te vangen. Ik zou het niet noodzakelijk hebben geacht om enige nadere verduidelijking te geven, als alle drie delen van het boek reeds tegelijk bij de tweede druk waren gepubliceerd.

Toen ŚrīKṛṣṇa-dāsaKavirāja Gosvāmī ŚrīCaitanya-caritāmṛta schreef, twijfelde hij in zijn hart over de vraag of hij de discussie over rasa-vicāra zou presenteren. Hij vroeg zich, af of hij dit onderwerp in het boek moest opnemen, zodat onbekwame lieden het in hun nadeel konden lezen. Uiteindelijk besloot hij rasa-vicāra er wel bij te voegen en drukte dit in zijn eigen woorden uit in Caitanya-caritāmṛta, Ādi-līlā (4.231-235):

e saba siddhānta gūḍha, kahite nā yuyāya
nā kahile, keha ihāra anta nāhi pāya

De esoterische en vertrouwelijke conclusies met betrekking tot het amoureuze spel van Rasarāja ŚrīKṛṣṇa en de gopī's, die de mahābhāva belichamen, zijn niet geschikt te worden onthuld aan de gewone man.

ataeva kahi kichu kariŮa nigūḍha
bujhibe rasika bhakta, nā bujhibe mūḍha

Maar als ze niet worden geopenbaard, kan niemand van dit onderwerp op de hoogte komen. Ik zal deze onderwerpen versleutelen, zodat alleen rasika-bhakta's in staat zijn ze te begrijpen, terwijl onbekwame dwazen ze aan hun neus voorbij zien gaan.

hṛdaye dharaye ye caitanya-nityānanda
e saba siddhānte sei pāibe ānanda

Iedereen, die ŚrīCaitanya Mahāprabhu en ŚrīNityānanda Prabhu in hun hart hebben gesloten, zullen bij het horen van deze conclusies bovenzinnelijke zegen ontvangen.

e saba siddhānta haya āmrera pallava
bhakta-gaṇa kokilera sarvadā vallabha

Deze hele leer is zo zoet als pas ontsproten mangoscheuten, die alleen kunnen worden geapprecieerd door de toegewijden, die worden vergeleken met koekoeksvogels.

abhakta-uṣṭrera ithe nā haya praveśa
tabe citte haya more ānanda viśeṣa

De niet-toegewijden, die op kamelen lijken, kunnen onmogelijk toegang krijgen tot deze onderwerpen. Vooral daarom ben ik in mijn hart verguld.

Het is altijd ongepast om vertrouwelijke onderwerpen over vraja-rasa aan het gewone publiek te onthullen. Er bestaat echter een mogelijkheid, dat dit heilige mysterie zal verdwijnen, indien het niet grondig wordt uitgelegd. Hoewel er neem- en mangobomen in dezelfde tuin voorkomen, gaat een kraai in een neem-boom zitten en proeft de bittere vruchten, terwijl de koekoek met zijn onderscheidingsvermogen in de mangoboom plaats neemt en zich de zoeten spruiten en bloesems laat smaken. Kortom, het is juist om rasa-vicāra te presenteren.

Tot op heden ontbrak het de wereld van de hindiliteratuur aan een uitzonderlijk verfijnd en omvattend boek, dat de lezer met behulp van vergelijkende anayses bekend maakt met de hoogste filosofische conlusies en met de meest voortreffelijke devotionele methoden van vaiṣṇava-dharma. Jaiva-Dharma heeft in deze behoefte voorzien. Het kondigt een nieuw tijdperk aan in de wereld van filosofie en religie en in het bijzonder in de wereld van het Vaiṣṇavisme.


ŚrīKeśavajī Gauḍīya Maṭha, Mathurā, U.P. 1989
Een aspirant voor een sprankje genade van ŚrīĖŚrīGuru en Vaiṣṇavaís
Bhaktivedānta Nārāyaṇa

Nederlandse vertaling: 2006-2017 Indirā dāsī
Publicatie: www.jayaradhe.nl


_________________________________________



Volgende: Inleiding door Śrī Śrīmad Bhakti PrajŮāna Keśava Gosvāmī Mahārāja

Inhoud

Top


© 2017 Jayaradhe.nl