Menu:   Nederlands   Engels


Waar halen we de moed vandaan voor zelfovergave?

21 februari 2022


Rays of The Harmonist

Maandelijkse On-line Publicatie Ė Jaargang 2, No. 1 & Jaargang 15, No. 1
Engelse publicatie 14 februari 2009, Laatst bijgewerkt 21 februari 2022

www.purebhakti.com/resources/harmonist-monthly/51-year-2/
1026-by-what-means-can-we-gain-the-courage-for-self-surrender

Opgedragen aan
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhakti PrajŮāna Keśava Gosvāmī Mahārāja



GeÔnspireerd door en onder leiding van
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja





Waar halen we de moed vandaan voor zelfovergave?


door Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Ṭhākura Prabhupāda



bhaktisiddhanta Vraag 1: Is het juist om te streven naar persoonlijk geluk en toegewijde dienst te verwaarlozen?

Antwoord: Nooit. Streven naar persoonlijk geluk is niet-devotioneel (abhakti). Iemand, die altijd bezig is met zijn eigen geluk en vrijheid en dienstverlening aan Hari, guru Vaiṣṇavaís achterwege laat, krijgt nooit diensten van anderen, ondanks zijn verlangen ernaar. Hij zal juist worden veronachtzaamd en door iedereen worden geminacht. Aan de andere kant zullen miljoenen mensen en zelfs Mahāprabhu Zelf klaar staan om die persoon te dienen, die zijn eigen geluk en comfort veronachtzaamt en constant betrokken blijft in dienstverlening aan śrī guru en Krsna met lichaam, geest en woord.

Vraag 2: Met welke houding moeten we de naam van Śrī Bhagavān chanten?

Antwoord: Śuddha-bhaktas (zuivere toegewijden) zullen Bhagavān nooit aanroepen om hun eigen zonden teniet te doen, om vroomheid te verzamelen of de hemelse planeten te bereiken, of om een hongersnood, een epidemie, vredesverstoring, revolutie of ziekte op te heffen. Ze zullen Hem ook niet aanroepen om objecten voor hun eigen genoegen te verkrijgen, zoals rijkdom of een koninkrijk. Juist de namen van Śrī Bhagavān wijzen rechtstreeks op de Allerhoogste Bestuurder (Parameśvara) Zelf. Als we trachten die Allerhoogste Godheid voor onze eigen kar van lustbevrediging te spannen, wil dat zeggen, dat we Hem, ons meest vererenswaardige object, tot onze dienaar benoemen. Dit is een grote overtreding.

Tenzij we Bhagavān aanroepen om Hem te dienen, zal onze aanroep tevergeefs zijn. Jezus Christus heeft gezegd, ďWend Gods naam niet vergeefs aan.Ē Dit impliceert echter niet, dat we Hem niet constant kunnen aanroepen Ė terwijl we slapen, dromen, eten of recreŽren Ė te allen tijde en overal. Als we Bhagavān aanroepen met een verlangen Hem diensten te verlenen, zal onze aanroeping niet tevergeefs zijn; het is immers onze enige plicht. Als we daarentegen louter het proces van een echte aanroeping imiteren door Hem te vragen onze persoonlijke verlangens in vervulling te brengen, is die moeite tevergeefs. Dat de naam van Bhagavān niet vergeefs mag worden gebruikt, betekent dat men Zijn naam niet mag aanroepen met een verlangen naar dharma (religiositeit), kāma (zelfzuchtige bevrediging) of mokṣa (bevrijding); integendeel, de enige reden om Hem constant te roepen mag alleen zijn om Hem te dienen.

Vraag 3: Wat is het verschil tussen de ziel, het verstand, of de geest, en het lichaam?

Antwoord: Śastra heeft de onderscheidende verschillen tussen de ziel, de geest en het lichaam uiteengezet en heeft de subtiele analyse gegeven van achtereenvolgens een spirituele vonk, een schaduw van de spirit en onbeweeglijke materie. De ziel is eigenaar van de twee andere substanties, namelijk lichaam en geest. Lichaam en geest behoren tot de ziel en de ziel behoort op haar beurt tot de Superziel. De ziel heeft twee omhulsels: de ene is het subtiele omhulsel genaamd geest en de andere is het grofstoffelijke omhulsel genaamd lichaam.

Het externe materiŽle lichaam is een verzameling van de vijf grove elementen en het innerlijke of mentale lichaam drijft het externe lichaam aan. Via de verbinding met de geest wordt de ziel in haar beperkte staat gebonden aan onvergelijkbare bezittingen in de vorm van het fysieke lichaam. De ziel bevindt zich op dit moment in een sluimerende toestand, waardoor ze zich niet gewaar is van dienst aan de Superziel. De twee ondergeschikte werkpaarden, de geest en het lichaam, zien dat de ziel, hun eigenaar, in een sluimer ligt en zijn hun eigen bekrompen belangen aan het vervullen in plaats van de belangen van hun eigenaar in vervulling te brengen.

De aard van de geest is wankel, maar de ziel is onveranderlijk en eeuwig. De functie van de geest is genieten en verzaken, terwijl de functie van ziel het dienen van Śrī Bhagavān is. Het verstand kan objecten met maximaal drie dimensies bevatten, maar heeft niet het vermogen om objecten van de vierde dimensie te bevatten, omdat deze zich buiten zijn zintuiglijke waarneming bevinden. Met behulp van wereldse kennis en ervaring kan men de Allerhoogste Absolute Waarheid, Śrī Bhagavān, niet bevatten, omdat Hij Zich buiten het bereik van de materiŽle zintuigen bevindt.

Vraag 4: Hoe kom ik dan op de hoogte met dergelijke transcendente onderwerpen?

Antwoord: Zoals een boodschapper het nieuws komt brengen van verwanten, die in een ver afgelegen land wonen, zo draagt een transcendente boodschapper transcendent nieuws aan. Iedereen die zijn transcendente boodschap niet ontvangt, wordt gezien als uitermate onfortuinlijk, want die transcendente boodschapper zal ongetwijfeld zijn boodschap aan iedereen afleveren, die werkelijk gretig is.

Vraag 5: Hoe kunnen we een boodschapper uit Vaikuṇṭha en de authenticiteit van zijn boodschap herkennen?

Antwoord: Als onze gebeden oprecht en eerlijk zijn, wordt door de genade van Bhagavān, die alwetend is, alles aan ons geopenbaard. Een student kan een geleerde wetenschapper alleen herkennen met de hulp van een andere geleerde wetenschapper. Śrī Bhagavān woont in ons hart en zal ons met ieder aspect van ons leven bijstaan. We hoeven alleen uitsluitend van Hem afhankelijk te zijn.

Als we iets willen weten over een of ander wezen, zijn er twee manieren, waarop we dat kunnen doen. De eerste is door middel van kennis en ervaring uit deze wereld. Maar in het geval van transcendente entiteiten worden de ervaring en de kennis van deze wereld als incompleet beschouwd. Dus de tweede metode is zich uitsluitend over te geven aan die grote persoonlijkheid, die uit hetzelfde gebied komt, als waar die transcendente entiteit vandaan komt. Door het van hem te horen krijgen een begrip van die entiteit.

Vraag 6: MateriŽle kennis en ervaring zijn onze enige hulpmiddelen. Hoe kan de afwijzing hiervan ons helpen zich over te geven aan een bovennatuurlijk wezen?

Antwoord: Men kan niet succesvol vooruitgang maken, als men het proces van overgave vreest, omdat men denkt dat het moeilijk is. Als we de Absolute Waarheid willen kennen, hebben we een immense spirituele kracht van het hart nodig. We kunnen de kunst van het zwemmen niet leren, als we doodsbang worden alleen al bij het zien van water. Het proces van overgave is geen erg moeilijke zaak; integendeel, het is voor de ziel gemakkelijk en natuurlijk. Alles dat aan overgave is tegengesteld, is voor de ziel onnatuurlijk en pijnlijk.

Vraag 7: Waar halen we de moet vandaan om ons eigen zelf over te geven?

Antwoord: We moeten hari-kathā van een bonafide vertegenwoordiger van Bhagavān horen. Als we hem horen spreken, moeten we al onze wereldse ervaring, kennis en gebrekkige logica uitsluiten. Als we doorgaan met luisteren naar de transcendent krachtige en eerlijke vertellingen over Bhagavān door een levende sādhu, worden ongewenste hindernissen (anarthas), zoals weekhartigheid, geleidelijk verdreven. Dan komt ongekende moed ons hart binnen en wordt onzelfzuchtige overgave, de natuurlijke neiging van de ziel, ten volle gewekt. In een dergelijk overgegeven hart zal de zelfmanifesterende Absolute Waarheid van het transcendente gebied Zich openbaren. Dit is de enige manier, waarop we de Absolute Waarheid kunnen kennen, want het is op andere manieren niet mogelijk die waarheid te kennen, die vrij is van ieder spoor van bedrog.


In het Engels vertaald uit Śrīla Prabhupādera Upadeśāmṛta
CC-BY-SA Rays of The HarmonistNo. 21 (Gaura Purnima 2010)
Vragen zijn opnieuw genummerd t.b.v. de maandelijkse on-line uitgaven

____________________________________

Śrīla Prabhupādera Upadeśāmṛta is een verzameling instructies in de vorm van vraag-en-antwoord door Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Ṭhākura Prabhupāda.



cc by-sa.png Dit artikel kan worden gedeeld met insluiting van de licentie Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported (CC BY-SA) onder vermelding van auteur Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura Prabhupada, Rays of The Harmonist On-line, Jaargang 2, No. 1 & Jaargang 15, No. 1 "By What Means Can We Gain The Courage For Self Surrender?" en Pro Deo Uitgever Jaya Radhe, Nederlandse vertaling: Indira dasi, om ervan verzekerd te zijn dat het werk altijd vrij toegankelijk blijft.

Referenties:
www.creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl
www.purebhakti.com/resources/harmonist-monthly/51-year-2/1026-by-what-means-can-we-gain-the-courage-for-self-surrender
www.jayaradhe.nl/harmonist_waar-halen-we-de-moed-vandaan-voor-zelfovergave.htm




TOP

DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF


title=""