Menu:   Nederlands   Engels


Nāma-bhajana en de genade van Śrī Hari, Guru & Vaiṣṇava’s

30 november 2021


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Rays of The Harmonist

Tweemaandelijkse Centenaire Publicatie, Uitgave No. 11


Ter ere van het honderdste verschijningsjaar van
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Vāmana Gosvāmī Mahārāja



Opgedragen aan en geïnspireerd door
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja




Nāma-bhajana en de genade van Śrī Hari, Guru & Vaiṣṇava’s


Passages uit het werk van


Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Vāmana Gosvāmī Mahārāja


Verschijnt voor het eerst in het Engels (en het Nederlands)



vamana.jpg



Je moet alle vormen van aardse taken terzijde schuiven en dagelijks een lakh chanten, pūjā en arcana voor het Godsbeeld uitvoeren, verscheidene heilige teksten bestuderen en naar de maṭha gaan om jouw voordeel te doen met het horen van śrī hari-kathā. Dit is het speciale doel van Kṛṣṇa’s saṁsāra, Bhagavāns saṁsāra. Velen denken, dat één lakh (lakṣa) nāma betekent, dat je jouw lakṣya (gerichte aandacht) vasthoudt en chant, maar dat is een eenzijdig idee. Het chanten van een vastgestelde hoeveelheid śrī nāma betekent chanten met een stabiel hart, terwijl je huilt en weent van verdriet. Men móet op die manier [in verzonkenheid] het vastgestelde aantal rondjes voltooien.


Śrīman Mahāprabhu gaf Zijn toegewijden de instructie om dagelijks een lakh nāma te chanten. Nāmācārya Śrīla Haridāsa Ṭhākura had de gewoonte om dagelijks drie lakh nāma te chanten. De zes Gosvāmī’s en de ācāryas onder hun leiding hebben allemaal het belang van śrī nāma-japa benadrukt. Dit is sādhana-bhajana, een onderdeel van abhyāsa-yoga. Als men śuddha-nāma (de zuivere heilige naam) uitspreekt met een tong van zuiver bewustzijn, krijgt men rechtstreeks audiëntie van nāmī  Parabrahma Śrī Bhagavān en de kwalificatie om Hem rechtstreeks te dienen. Wanneer de sādhaka en sādhikā in het begin nog anarthas hebben, kunnen ze geen śuddha-nāma chanten, want dan is het nāmāparādha. Maar als ze zo blijven chanten met allerlei gehechtheden, krijgen ze nāmābhāsa en pas later zal śuddha-nāma zich in hun hart manifesteren. Of je al of niet śuddha-nāma chant, zal je op zeker moment zelf kunnen bepalen.


Als je zit te eten, is het niet handig om je af te vragen, of jouw maag vol zit of niet, want door te eten raakt jouw maag vol en als je niet goed eet, blijft jouw maag hongerig. Je hoeft niet aan iedereen precies uit te leggen, hoe jij jouw maag vult. Zoals iemand bij het eten voldoening ervaart, voeding binnen krijgt en met iedere hap zijn honger stilt, kan alleen de sādhaka of sādhikā de zegen in hun hart ervaren, die hij of zij uit het chanten van śrī nāma putten. Dit kan aan niemand worden uitgelegd.


Afgezien van de zegen van Śrī Hari, guru en Vaiṣṇava’s is er geen andere route beschikbaar om ons hoogste heil te behalen. Dat is de reden, waarom in de aanroeping wordt gezegd, “hari-guru-vaiṣṇava—tinera smaraṇa, tinera smaraṇe haya vighna-vināśana – door zich Śrī Hari, guru en Vaiṣṇava’s te herinneren worden alle hindernissen teniet gedaan” [Śrī Caitanya-caritāmṛta (Ādi-līlā 1.21). ... We moeten hoe dan ook verlicht raken in de dienstverlening en in de genadevolle blik van Śrī Hari, guru en Vaiṣṇava’s en de geest in bhajana van Kṛṣṇa laten verzinken, “yena kenāpy upāyena manaḥ kṛṣṇe niveśayet “ [Śrīmad Bhāgavatam (7.1.32)]. Dit is de essentie.


Als we de zegen van śrī guru en Vaiṣṇava’s krijgen, behalen we succes in sādhana-bhajana. De kwalificatie voor genade is eenvoud, afwezigheid van bijbedoelingen. “Yogyatā vicāre kichu nāhi pai, tomāra karuṇā sāra, karuṇā nā haile kādiyā kādiyā prāṇa nā rākhibo āra – wat betreft mijn kwalificaties, heb ik er geen. Uw genade is essentieel. Al u me niet genadig bent, huil ik en huil ik en zal ik mijn leven niet langer voortzetten” [Gurudeva! Kṛpā-bindu Diyā (7) door Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura]. Deze vorm van nederigheid schenkt de kwalificatie om genade te krijgen.


We begaan bewust en onbewust zoveel fouten, vergissingen, overtredingen en verkeerde handelingen jegens guru en Vaiṣṇava’s. Echter, “tomā sthāne aparādha—tumi karo kṣaya – Je wist overtredingen tegen Jou uit” [Nivedana Kori Prabhu! (5) door Śrīla Bhaktivinoda Ṭhākura]. Behalve dit gebed hebben we geen andere redding. Voldoening geven aan śrī guru en Vaiṣṇava’s is dienstverlening en dat is bhajana-sādhana. Alleen indien we hun grondeloos genadevolle blik opvangen, zal onze hoedanigheid van het materiële bestaan afnemen en wordt het bereiken van bhagavad-bhakti of bhagavat-prema mogelijk.


Patrāvalī (Engels) Brief 54, 05-10-1979
In het Engels vertaald door het Team van Rays of The Harmonist


cc by-sa.png Dit artikel kan worden gedeeld met insluiting van de licentie Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported (CC BY-SA) onder vermelding van auteur, Sri Bhaktivedanta Vamana Gosvami Maharaja, Rays of The Harmonist, Tweemaandelijkse Centenaire Publicatie, No. 11 en Pro Deo Uitgever Jaya Radhe, Nederlandse vertaling: Indira dasi.

www.creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl
www.purebhakti.com/resources/harmonist-monthly/112-srila-bhaktivedanta-vamana-gosvami-maharaja/1791-nama-bhajana-and-the-mercy-of-sri-hari-guru-vai-avas
www.jayaradhe.nl/harmonist_nama-bhajana-en-de-genade-van-sri-hari-guru-en-vaisnavas.htm




PDF


TOP

title=""