Menu:   Nederlands   Engels


Jezus Christus is Jagad-guru

19 december 2021


śrī śrī guru gaurāṅgau jayataḥ!

Rays of The Harmonist

Maandelijkse On-line Publicatie – Jaargang 7, No. 5


Opgedragen aan
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhakti Prajñāna Keśava Gosvāmī Mahārāja



Geïnspireerd door en onder leiding van
nitya-līlā praviṣṭa oṁ viṣṇupāda

Śrī Śrīmad Bhaktivedānta Nārāyaṇa Gosvāmī Mahārāja





Jezus Christus is Jagad-guru


door Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Ṭhākura Prabhupāda




bhaktisiddhanta Vraag 1: Jezus Christus is jagad-guru, de geestelijk leermeester van de wereld. Zijn instructies alleen al zijn toereikend voor ons geestelijk welzijn. Is het dan nog noodzakelijk om een mahānta-guru te aanvaarden – een groot geestelijke ācārya (iemand die onderwijst door middel van zijn voorbeeld) – die nog in deze wereld aanwezig is?

Antwoord: Wij aanvaarden beiden – jagad-guru en mahānta-guru. Indien alleen de jagad-guru-vāda [jagad-guru-isme] wordt aanvaard, heeft het resultaat allerlei ongewenste consequenties (anarthas). Als iemand een dergelijke grote ziel uit het verleden als jagad-guru aanvaardt – in dit geval Jezus Christus – en hem in zijn voetspoor in het heden wil volgen en denkt, dat een mahānta-guru niet noodzakelijk is, is het de vraag tot op welke hoogte hij in staat zal zijn de gezichtspunten van Jezus op de juiste wijze te kunnen volgen. Alleen de opvolging van mahānta-gurus brengt ons op genadevolle wijze de woorden over van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods of van de jagad-guru ācāryas.

De waterstroom, die zijn oorsprong vond in de Himalaya’s, is tussen de oevers van de Gaṅgā helemaal hier naartoe gestroomd, naar Navadvīpa. Hoewel we hier op een grote afstand van haar bron zitten, zijn we toch in staat het water uit de Himalaya’s aan te raken. Op dezelfde manier brengt mahānta-guru de stroom van de rivier van śuddha-bhakti even zuiver en geheiligd als het water van Mandākinī (Gaṅgā). Hij brengt die stroom, die zijn oorsprong heeft aan de lotusvoeten van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, helemaal naar ons toe en sproeit het over ons hoofd heen.

Als de oevers van de Ganges niet hadden bestaan, was iemand, die zo gewoon en zwak is als ik, zonder hulpmiddelen, nooit in staat geweest de Himalaya’s te beklimmen om daar het water aan te raken. En zonder die rivieroevers zou de geconcentreerde vloed van die zuivere bron uit de Himalaya’s zich hebben verspreid en dan zouden we dikwijls geneigd zijn geweest om een of andere vervuilde stroom te aanvaarden als zuiver water uit de Himalaya’s, waarmee we onheil over onszelf uitroepen.

Als de lessen, die Jezus Christus tweeduizend jaar geleden heeft gepredikt, niet door een guru-paramparā door de tijd heen naar het heden worden gedragen, als de boodschap van Jezus Christus alleen in boeken en vastgelegde instructies worden gezocht, bestaat de mogelijkheid, dat we vervormingen van de waarheden, die hij heeft gepredikt, aanvaarden of zelfs gezichtspunten overnemen, die zijn tegengesteld aan die van hemzelf.

Mahānta-guru is tevens jagad-guru. Hij is de manifestatie van de voorgaande jagad-guru. Hij ontvangt de lessen van de jagad-guru via de disciplinaire opvolging en geeft ze genadevol aan ons door. Hij is niet iemand, die ons zou bedriegen door de echte waarheid niet aan te bieden of door dingen te zeggen om ons een plezier te doen; hij verlangt geen wereldse zaken van ons. Hij is het onbevooroordeelde doorgeefluik van de waarheid.

Vraag 2: Blijft het zaad van het verlangen naar lustbevrediging in de jīva achter, zelfs nadat perfectie is bereikt?

Antwoord: Nee. Het volgende wordt gezegd in de geschriften.

jagat ḍubila, jīvera haila bīja nāśa
tāhā dekhi ‘ pāṅca janera parama ullāsa

Śrī Caitanya-caritāmṛta (Ādi-līlā 7.27)

Toen de vijf persoonlijkheden, die de Pañca-tattva vormen, de levende wezens van de wereld zo ondergedompeld zagen, waarbij het zaad van hun materiële bestaan volkomen was vernietigd, kende hun vreugde geen grenzen.

In de jīva, die taṭasthā-śakti is (het marginale vermogen van Bhagavān), zijn zowel de poging om Śrī Kṛṣṇa een plezier te doen (kṛṣṇonmukhī-ceṣṭā) als het zaad van het verlangen naar lustbevrediging in zijn ongemanifesteerde vorm aanwezig, waarbij de laatste is tegengesteld aan de eerste. Wanneer het zaad van het verlangen naar lustbevrediging, dat zich manifesteert uit de boom van het materiële bestaan (saṁsāra), wordt begoten met het water van de tijd, raakt de geconditioneerde ziel door de diversiteit aan plezier keer op keer gebonden aan de drie vormen van ellende.

Als een zaad in de grond onder het water verdrinkt, kan het niet ontkiemen. Als het sluimerende zaad van het verlangen naar lustbevrediging op dezelfde manier verdrinkt op de bodem van de oceaan van dienstverlening aan Śrī Kṛṣṇa, wordt dat zaad, dat synoniem is met afkeer van de dienstverlening aan Kṛṣṇa, vernietigd in de vloed van liefde voor God en is er geen mogelijkheid meer, dat het ooit nog kan ontkiemen.

Vraag 3: Wat is het juiste gebruik van geld?

Antwoord: We zijn geen sat-karmīs (degenen die zich bezighouden met vrome activiteiten), noch ku-karmīs (degenen die zich bezighouden met zondige activiteiten). We dragen de sandalen, die de lotusvoeten beschermen van de toegewijden van God, die zijn ingewijd in de mantra, “...kīrtanīyaḥ sadā hariḥ – bezing onafgebroken de glorie van Śrī Hari.”

Het besteden van geld aan het publiceren van geschriften, aan het prediken van hari-kathā (de boodschap van God) en aan de dienst van Hari, guru en Vaiṣṇava’s is het enig juiste gebruik van geld; het werpt oneindige vruchten af.

Vraag 4: Moet kritiek op anderen worden vervloekt?

Antwoord: Met moet zich niet inlaten met loven en bekritiseren van iemands aard of activiteiten. Deze sommatie wordt gegeven in Śrīmad-Bhāgavatam en in Śrī Caitanya-bhāgavata. Elders wordt ook gezegd, “para-carcakera gati nahi kona kāle – iemand die anderen bekritiseert krijgt er nooit voordeel van.” Kritiek op anderen leidt ons naar de hel. In plaats van kritiek te hebben op de geaardheid van anderen, moet men zichzelf corrigeren. Wanneer śrī gurudeva iemand straft of op het matje roept, is het voor het welzijn van de mensen. Voor ons is het beter ons niet op dergelijk gevaarlijk terrein te begeven.

Vraag 5: Bestaat in deze materiële wereld geluk?

Antwoord: Echt geluk bestaat in deze materiële wereld niet. In deze wereld komen zoveel onverwachte verstoringen voor, die leiden tot eindeloze vormen van chaos. Ofschoon slecht, goed en gedeeltelijke zuiverheid hier ook kunnen bestaan, zijn de meeste resultaten hier een variatie van manifeste verstoringen. Dit is de reden, waarom het vers “tat te ‘mukampām”* zich manifesteerde. Zelfzuchtige autocratie bestaat niet in Goloka-dhāma, maar hier bestaat geen alternatief dan de verstoringen te tolereren, die op een zeker moment en op een bepaalde plek de kop opsteken.

_______________
*) C.f. Śrīmad-Bhāgavatam 10.14.8


Vraag 6: Welke kwaliteiten zijn gunstig voor bhajana?

Antwoord: Deze kosmische manifestatie, waar de neiging om God te dienen niet aanwezig is, is een pijnlijk oord bedoeld als examentest. Tolerantie, nederigheid en het appreciëren van anderen zijn eigenschappen, die behulpzaam zijn in bhajana.

Vraag 7: Is het behoeden van Gods eigendom ook een vorm van dienstverlening aan Hem?

Antwoord: Het basisdoel voor ieder van ons is dienst verlenen aan de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en Zijn toegewijden. Als je die dienst echt verleent en je moet je bezighouden met allerlei soorten materiële activiteiten, zoals die van andere materialisten, is het niet ongunstig voor bhajana. Je moet dergelijke dienstverlening in feite zien als buitengewoon gunstig voor bhajana. Om jezelf te redden van materiële lustbevrediging, is het zowel voor degenen in het gezinsleven als voor degenen in de wereldverzakende levensorde essentieel om zich met kṛṣṇa-bhajana (toegewijde dienst) bezig te houden.

Vraag 8: Wat zijn de activiteiten van een Vaiṣṇava?

Antwoord: Śrīman Mahāprabhu heeft opmerkingen gegeven over het gedrag van een Vaiṣṇava door te stellen, dat het voor huisvaders en bedelmonniken noodzakelijk is zich met bhagavad-bhajana bezig te houden middels de uitoefening van hun respectievelijke voorgeschreven plichten – voor gezinshoofden betekent dat het verkrijgen van de nodige rijkdom en voor de bedelmonnik betekent het bedelen. In beide levensstijlen worden voedsel en kleding verkregen in overeenstemming met de genade van Bhagavān. Het is daarom voor iedereen van het grootste belang om afhankelijk te zijn van de genade van de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods.

Alle lichaamsdelen houden zich tegelijkertijd en gezamenlijk bezig met de instandhouding van het materiële lichaam, maar als één onderdeel apathisch wordt of zich vijandig opstelt jegens de instandhouding van het lichaam, zal het lichaam min of meer te lijden hebben. Dit wetende, wordt het de plicht van iedereen, die zijn eeuwige welzijn wil bereiken, om zich tegelijkertijd met de dienstverlening aan Hari, guru en Vaiṣṇava’s bezig te houden, genadevol te zijn jegens andere levende wezens (jīve-dayā) en de heilige namen van Śrī Kṛṣṇa te chanten (kṛṣna-nāma-bhajana).


Uit: Śrila Prabhupādera Upadeśāmṛta
In het Engels vertaald door het Team van Rays of The Harmonist
Voor deze on-line presentatie zijn de vragen opnieuw genummerd

________________________
Śrīla Prabhupādera Upadeśāmṛta is een verzameling instructies in de vorm van vraag-en-antwoord van Śrīla Bhaktisiddhānta Sarasvatī Ṭhākura Prabhupāda.



cc by-sa.png Dit artikel kan worden gedeeld met insluiting van de licentie Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported (CC BY-SA) onder vermelding van auteur Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Thakura Prabhupada, Rays of The Harmonist On-line, Jaargang 7, No. 4 "Who is Srila Raghunatha dasa Gosvami?" en Pro Deo Uitgever Jaya Radhe, Nederlandse vertaling: Indira dasi.

www.creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl
www.purebhakti.com/resources/harmonist-monthly/92-year-7/1470-jesus-christ-is-jagad-guru
www.jayaradhe.nl/harmonist_jezus-christus-is-jagad-guru.htm




TOP


DIT DOCUMENT IS BESCHIKBAAR IN PDF

title=""